Persoonlijkheidsontwikkeling van Ouderen en Communicatie

Persoonlijkheidsontwikkeling van Ouderen

  • Egocentrisme: Ouderen kunnen egocentrischer worden, wat lijkt op het egocentrisme uit de kindertijd.
    • Moeilijker inleven in de belevingswereld van anderen.
    • Eigen wensen en gedachten primeren.
    • Vooral bij ouderen die moeite hebben met ouderdomsverschijnselen (fysiek, cognitief, socio-emotioneel).
    • Neiging om eigen gedachten en meningen op te dringen.
  • Erikson's Fase van Ouderdom:
    • Volwassenen vanaf 65 jaar bevinden zich in de fase van ouderdom of late volwassenheid.
    • Conflict: integriteit versus wanhoop en/of weerzin.

Erikson's Integriteit vs. Wanhoop

  • Acht Fasen van Identiteitsontwikkeling: Erikson beschrijft de ontwikkeling van de menselijke identiteit in acht fasen, elk met een conflict dat moet worden opgelost.

  • Laatste Levensloopfase: Ouderen worden geconfronteerd met een belangrijk conflict.

    • Integriteit versus wanhoop.
  • Evaluatie van het Leven:

    • Ouderen evalueren hun leven door terug te blikken op wat ze hebben gedaan.
    • Beoordelen of ze gelukkig zijn met hun leven of spijt hebben.
  • Vragen die Ouderen Zich Stellen:

    • Ben ik intieme relaties aangegaan zonder mezelf te verliezen?
    • Heb ik geleefd zoals ik wilde leven?
    • Heb ik in mijn leven veel goeds gedaan?
    • Heb ik bijgedragen aan mijn omgeving?
  • Integriteit vs. Wanhoop/Weerzin:

    • Positief gevoel van integriteit: Tevreden terugkijken op het leven, gevoel dat het leven zinvol is geweest, wijsheid en voldoening.
    • Negatief gevoel van wanhoop en/of weerzin: Negatief terugkijken, in vraag stellen van de waarde van het leven, bang voor de dood, gevoel mislukt te zijn.

Wanhoop en Weerzin

  • Wanhoop:
    • Niet te veel vastpinnen op wat niet bereikt is.
    • Kan zich richten op de eigen persoon: Weinig eigen dynamisme, passief, klagend, afhankelijk, overdreven bezorgd om eigen zorgen en kwalen.
    • Kan zich richten op anderen: Wantrouwen, moeilijke positieve relaties, gespannen en achterdochtig, moeilijk met ouder worden.
  • Weerzin:
    • Een agressievere houding dan wanhoop.
    • Kan zich richten op de eigen persoon: Verwerping van zichzelf, geen zorg besteden aan uiterlijk en woning.
    • Kan zich richten op anderen: Vijandig tegenover de buitenwereld, afbreken van communicatie, ouder worden als onrecht, wantrouwen en jaloezie jegens de jeugd.
  • Kwaliteit van Leven in de Ouderdom:
    • Belang van sociale contacten, lichaamsbeweging, prettig wonen, deelnemen aan de samenleving.
    • Tevredenheid leidt tot genieten van vrijheid en kleinkinderen.
  • Seksualiteit bij Ouderen:
    • Behoefte aan seksualiteit verdwijnt niet met het ouder worden.
    • Seksualiteit omvat intimiteit, tederheid, vriendschap, samenzijn en genegenheid.

Communicatie met Ouderen

  • Diversiteit onder Ouderen:
    • Niet alle ouderen zijn zorgbehoevend; velen zijn actief, sportief en geëngageerd.
    • Niet alle ouderen over dezelfde kam scheren.
  • Aanspreken van Ouderen:
    • Vermijd termen die verwijzen naar gevorderde leeftijd (bejaarde, oudje).
    • Spreek aan verwijzend naar een bepaalde fase in hun leven (kinderen het huis uit, …, kleinkinderen).
    • "Senioren" is een goede keuze als algemene term.
  • Relevante Inhoud:
    • Spreek oudere doelgroepen aan op relevante inhoud, gemeenschappelijke interesses of levensfasen (bv. muziek, cultuur, kleinkinderen).
    • Focus op de leuke kanten van het ouder worden (meer tijd, kleinkinderen).
  • Communicatiestijl:
    • Directe en duidelijke communicatie, positieve invalshoek, zonder onnodig geklets.
    • Humor mag, clichés niet.

Respectvolle Communicatietips

  • Open Vragen:
    • Beginnen met hoe, wat, waar, wanneer, waarom.
    • Nodigen uit tot meer vertellen en stimuleren het denken.
  • Luisteren:
    • Vermijd misverstanden door vragen ter verheldering of parafraseren.
  • Gedachten en Gevoelens:
    • Vraag naar gedachten en gevoelens om dichter bij de persoon te komen.
  • Achterliggende Redenen:
    • Vraag waarom de persoon iets vindt of wil om verdieping te geven aan het gesprek.
  • Geduld:
    • Durf te wachten op een antwoord, geef ruimte om na te denken, vermijd suggesties en snelle vragen.
  • Digitale Kanalen:
    • Vitale ouderen bereiken via dezelfde digitale kanalen als andere volwassenen (bv. WhatsApp).
    • Minder vitale ouderen: persoonlijk contact is belangrijk, ga naar hen toe.

Communicatie met Slechthorende Ouderen

  • Omgevingsgeluiden:
    • Schakel omgevingsgeluiden uit om het gesprek te vergemakkelijken.
  • Spreektaal:
    • Schakel over op hun spreektaal (indien mogelijk) om begrepen te worden.
  • Aanpassing van Spreekwijze:
    • Praat niet te snel, articuleer voldoende, gebruik korte en eenvoudige zinnen, vermijd dubbelzinnige uitdrukkingen.
  • Herformulering:
    • Formuleer de boodschap op een andere manier als deze niet overkomt. Let op: overdrijf niet met vereenvoudigingen of verkleinwoorden.
  • Gezichtsveld:
    • Blijf in het gezichtsveld van de oudere persoon, kijk elkaar aan en spreek in de richting van de spreker.
  • Visuele Hulpmiddelen:
    • Gebruik beelden of schrift om bepaalde woorden of uitdrukkingen uit te leggen.
  • Doel van Communicatie:
    • Een goed gesprek prikkelt de ander om na te denken en helpt eenzaamheid tegen te gaan.