Toets 2

De wereld voor 1492

c. De kolonisatie als voorbeeld van triomf, uitbuiting en onderhandeling

5% van de bevolking heeft Spaans als moedertaal

Woorden:

Kolonisatie

  • uitbuiting = misbruiking

  • wederkerigheid = wederzijds

  • triomf = victorie , overwinning

  • verwoesting

  • vermenging

  • beschaving

  • assimilatie = aanpassing, verandering

  • dominantie

contemporaine = uit die tijd

encomienda = systeem waarbij Spaanse kolonisten het recht hadden op gedwongen arbeid door de overwonnen volkeren, in ruil voor onderdak, eten en onderwijs

Praktijk: slavernij ( veel mishandelingen en geweld )

Kritiek onder andere van Bartolomé de Las Casas

→ Karel V legt dit aan banden ( beperken ): indianen = volwaardige onderdanen

maar in de praktijk moeilijk af te dwingen

d. vroege interculturele ontmoetingen in de Nieuwe Wereld: wat vertellen de bronnen (niet)?

Agency = rol die iemand gespeeld heeft met een bepaald gevolg

zie whiteboard

D. Samenvatting van de gevolgen van de ontdekkingsreizen

Kolonialisme = het vestigen van Europese nederzettingen om gebieden economisch en cultureel te exploiteren

Vb: Spanje en Portugal

Imperialisme = het uitbreiden van macht en invloed over andere volkeren, vaak via bestuur, religie of verdragen, zonder altijd fysieke aanwezigheid

Vb. Verdrag van Tordesillas en Zaragoza

  • Spanje: vooral grondgebied (meer inwoners dan Portugal )

  • Portugal: vooral handelsnederzettingen en plantages

b. Andere Europese landen

  • Nederlanden, Engeland, Frankrijk: NIET akkoord met Verdrag van Tordesillas en Zaragoza => kaapvaart, smokkel en eigen ontdekkingsreizen

  • Vanaf eind 16de eeuw: macht Spanje neemt af => eigen KOLONIES 

→ Nederlanden: Indonesië, Z-Afrika, Sri Lanka, N-Amerika

→ Engeland: N-Amerika, Indië, Oceanië

→ Frankrijk: N-Amerika

→ Het worden maritieme rijken: contact met kolonies via zee

c. Ottomaanse rijk en Rusland

→ Hoe breiden deze rijken uit?

Land → dit worden continentale rijken

d. Verschuiving van handel

Middellandse-zeegebied ( Genua, Venetië) → Atlantische Oceaan ( Lissabon, Amsterdam, Antwerpen , … )

e. Culturele en menselijke gevolgen

Zie eerder: oorspronkelijke bevolking uitgeroeid, verdreven, tot slavernij gedwongen, …

  • Verandering van gewoonten, talen , godsdienst ( invloed tot vandaag! )

Columbiaanse uitwisseling!

= De Columbiaanse uitwisseling was de grootschalige uitwisseling van planten, dieren, mensen, ziektes en ideeën tussen Europa, Afrika en Amerika (na de ontdekking van Amerika door Columbus in 1492. )

3. Trans-Atlantische slavenhandel

A. Hoe functioneerde de trans-Atlantische slavenhandel?
  • Europa → Afrika

→ Europese producten: buskruit, wapens, alcohol, katoen

→ Afrika: ruilen met lokale heersers voor slaven; buitgemaakt krijgsgevangen, misdadigers, mensen op ‘overschot’

  • Afrika → Amerika

→ Amerika: slavenmarkten

  • Amerika → Europa

→ Koloniale producten ( tabak, suiker, koffie ) gekocht met opbrengst verkoop slaven.

= Driehoekshandel

+- 12,5 miljoen, 2 miljoen stierven onderweg

B. Welke invloed had de slavenhandel op de beeldvorming van Afrikanen?

mensen zagen slaven niet meer als mensen

ja bronnen enal

C. Hoe ervaarden mensen de overtocht aan boord van een slavenschip?

slavenschip: Brookes

→ bron is erger gemaakt dan in werkelijkheid, overdrijving om mensen te overtuigen om het af te schaffen

D. Hoe reageerde men in Europa op de trans-Atlantische slavenhandel?

Slaaf, een mens zoals anderen, afschaffen van slavernij

grondwet = wet die niet veranderd kan worden, bepaalt basis/spelregels