4.1 - Het skelet
Begrippen:
Skelet = Alle botten of beenderen van een mens of dier
Botten / beenderen = Weefsel dat stevig is en waardoor je rechtop kunt staan
Schedel = De botten in het hoofd
Wervelkolom = Het deel van het skelet dat bestaat uit halswervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen en staartbeen
Borstkas = Het deel van het skelet dat bestaat uit de ribben en het borstbeen
Schoudergordel = Het deel van het skelet dat bestaat uit de schouderbladen en de sleutelbeenderen
Bekken = Het deel van het skelet dat bestaat uit de heupbeenderen en het heiligbeen
Leerdoelen:
Je kent de delen van het lichaam ---> hoofd, romp, ledematen
Je kunt in een afbeelding van het skelet de botten benoemen
Je kunt de functies van het skelet noemen --> Het geeft stevigheid aan je lichaam, maakt beweging mogelijk, beschermt organen zoals de longen, het hart en de hersenen, en geeft vorm aan je lichaam