Kernbegrippen Geografie, Demografie en Economie
Demografische Begrippen en Migratie
Arbeidsmigrant: Dit is een persoon die verhuist naar een andere woonplaats of een ander land met het specifieke doel om daar werk te vinden of te gaan werken.
Bevolkingsdichtheid: Dit getal geeft het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer () aan in een bepaald gebied of land.
Eenkindpolitiek: Een specifieke regel die werd ingevoerd in China, welke bepaalde dat vrouwen in dat land slechts één kind mochten krijgen. Dit was bedoeld om de bevolkingsgroei te beperken.
Migratie: De algemene term voor het verhuizen naar een andere woonplaats, of dit nu binnen de landsgrenzen is of naar het buitenland.
Vergrijzing: Een demografisch proces waarbij het aandeel van mensen van jaar en ouder in de totale bevolking van een land steeds groter wordt.
Vertrekoverschot: Er is sprake van een vertrekoverschot bij een negatieve sociale bevolkingsgroei. Dit treedt op wanneer er minder mensen naar een land of regio immigreren dan dat er mensen uit emigreren.
Megastad: Een stad met een zeer omvangrijke bevolking van meer dan inwoners.
Geografische en Klimatologische Begrippen
Hooggebergteklimaat: Een koud klimaat dat voorkomt in gebergten. De kenmerkende eigenschap is dat de gemiddelde temperatuur in dit klimaat nooit hoger is dan .
Hoogvlakte: Een gebied dat op een hoogte van meer dan ligt en dat qua reliëf vlak of zachtgolvend is.
Laagvlakte: Een gebied dat lager ligt dan en gekenmerkt wordt door weinig of geen reliëf.
Landklimaat: Een klimaat dat wordt getypeerd door warme zomers en koude winters. In een landklimaat valt de neerslag verspreid over alle seizoenen.
Steppeklimaat: Een droog klimaat waarbij er slechts een paar maanden per jaar neerslag valt. De totale jaarlijkse neerslag ligt ongeveer tussen de en .
Toendraklimaat: Een koud klimaat waarbij het tijdens de zomermaanden gemiddeld niet warmer wordt dan .
Woestijnklimaat: Een zeer droog klimaat met extreem weinig neerslag, waarbij de totale hoeveelheid neerslag per jaar minder is dan .
Zeeklimaat: Een klimaat met relatief koele zomers en zachte winters, waarbij er gedurende het hele jaar neerslag valt.
Economische en Industriële Begrippen
Infrastructuur: Dit omvat alle fysieke en organisatorische voorzieningen die nodig zijn voor het vervoer van personen, goederen of informatie. Concrete voorbeelden hiervan zijn autowegen, spoorwegen, fietspaden en glasvezelkabels.
Afzetmarkt: Een specifiek gebied of een bepaalde regio waar een product verkocht kan worden.
Export: De uitvoer van goederen van het eigen land naar het buitenland.
Import: De invoer van goederen vanuit het buitenland naar het eigen land.
Lichte industrie: Bedrijven die gericht zijn op het maken van kant-en-klare eindproducten. Dit zijn producten zoals ze direct in de winkel aan de consument verkocht worden.
Mechanisatie: Het proces waarbij de fysieke kracht van mens en dier wordt vervangen door de inzet van machines.
Speciale Economische Zone (SEZ): Een specifiek aangewezen gebied binnen een land waar buitenlandse bedrijven zich mogen vestigen onder gunstige voorwaarden. In deze zones hoeven bedrijven vaak weinig belasting te betalen.
Maatschappelijke en Politieke Begrippen
Cultuur: Dit heeft betrekking op alles wat mensen belangrijk vinden, inclusief de gewoonten en gebruiken die daaruit voortvloeien. Cultuur omvat aangeleerde kenmerken, waarvan taal en godsdienst de meest prominente voorbeelden zijn.
Communistisch land: Een landsvorm waarbij de macht in handen is van één enkele partij. In een dergelijk systeem zijn de productiemiddelen, zoals grondstoffen, machines en volledige bedrijven, het eigendom van de staat.