Volkenrecht - HC 12

VREDE EN VEILIGHEID IN HET INTERNATIONAAL RECHT

Inleiding – Kern van het onderwerp

Het recht inzake internationale vrede en veiligheid draait om het verbod op geweld tussen staten (art. 2(4) VN-Handvest) en de uitzonderingen daarop.
Centrale uitdaging: verbanden leggen met het leerstuk staatsaansprakelijkheid (tegenmaatregelen, noodtoestand, jus cogens).

Het VN-systeem kent een verschuiving van louter procedurele regels naar substantiële regels:

  • 19e eeuw – 1919 : geschillenbeslechting zonder oorlog (Volkenbond)

  • 1919 : geschillenbeslechting mét oorlog na 3 maanden

  • 1928 (Kellogg-Briand Pact) : oorlog afgezworen

  • 1945 (VN-Handvest) : algemeen verbod op geweld (art. 2(4)) met handhaving door VN-Veiligheidsraad (Hoofdstuk VII)


1. Basisregel: Verbod op geweld (art. 2(4) VN-Handvest)

Art. 2(4) VN-Handvest – lees als: “gewapend geweld”

  • Ook in cybersfeer van toepassing indien geweld van gelijkaardige grootorde en effect (Tallinn Manual 2.0, 2017)

  • Gewoonterechtelijk bevestigd door ICJ in Nicaragua vs. VS (1986)

Doel van het VN-Handvest (Preambule, art. 1)

  • “Toekomstige generaties behoeden voor de plaag van de oorlog”

  • Internationale vrede en veiligheid bewaren


2. Zeven centrale begrippen in het geweldverbod

Categorie

Begrip

Status tov art. 2(4)

Uitzondering

Instemming gastland

Toegestaan

Onder de drempel

Inbreuk op soevereiniteit

Geen geweld in zin art. 2(4)

Onder de drempel

Inbreuk op niet-interventieverbod

Geen geweld in zin art. 2(4)

Geen geweld (art. 2(4))

VN-Veiligheidsraadresoluties (Hoofdstuk VII)

Toegestaan

Geen geweld (art. 2(4))

Zelfverdediging (art. 51)

Toegestaan

Omstreden – blijft geweld

Redding burgers in buitenland

Blijft art. 2(4)-geweld

Omstreden – blijft geweld

Unilaterale humanitaire interventie

Blijft art. 2(4)-geweld

Let op: Deze begrippen overlappen deels met uitzonderingen, maar worden juridisch verschillend behandeld.


3. Uitzondering op art. 2(4): Instemming van de gaststaat

  • Toegestaan mits instemming door effectieve overheid

  • Voorbeelden:

    • NAVO in Afghanistan tegen Taliban (2001-2021)

    • Irak tegen ISIS

    • VN-vredesmissies (meestal, niet altijd)

Controversieel:

  • Kan een staat die effectieve controle verloren heeft door burgeroorlog nog instemmen?

    • Syrië (Al-Assad) stemde in met Rusland en Iran tegen HTS-rebellen

    • Jemen (President Hadi) stemde in met Saudi-Arabië tegen Houthi-rebellen

Factoren bij beoordeling:

  • Is de overheid vertegenwoordiger van het volk?

  • Erkenning door internationale gemeenschap?


4. Onder de drempel van art. 2(4) – Geen geweld, maar onrechtmatig

4.1 Inbreuken op soevereiniteit van een andere staat

Bronnen: art. 2(1) VN-Handvest + gewoonterecht

Voorbeelden:

  • Afdwingingsjurisdictie uitoefenen in andere staat

  • Spionage in vredestijd met bepaalde methoden

  • Cyberspionage in vredestijd indien:

    • agenten fysiek aanwezig zijn, OF

    • letsel, fysieke schade of verlies aan functionaliteit, OF

    • tussenkomst in inherente overheidsfuncties (Tallinn Manual)

Gevolg:
De geschonden staat kan tegenmaatregelen nemen o.b.v. art. 51 ARSIWA (voorwaarden: proportionaliteit, geen wraak/straf).
Throwback naar staatsaansprakelijkheid


4.2 Inbreuken op het verbod op niet-interventie

Bron: gewoonterecht (art. 2(1) VN-Handvest niet expliciet)

Definitie: verbod op inmenging in interne aangelegenheden van staten.

Wanneer is er interventie?

  1. Gericht op dwang (coercion) – andere staat verhinderen vrij te beslissen over:

    • buitenlands beleid

    • natuurlijke hulpbronnen

    • politiek, economisch, cultureel, sociaal systeem

  2. Beleidsverandering wordt afgedwongen (≠ overtuiging, kritiek, propaganda)

Voorbeelden:

  • ICJ, Nicaragua vs. VS (1986), par. 195

  • Cybergeweld om verkiezingen te manipuleren

Gevolg:
Tegenmaatregelen op basis van art. 51 ARSIWA (proportioneel, geen wraak).


5. Geen geweld in zin art. 2(4) – VN-Veiligheidsraad (Hoofdstuk VII)

5.1 Typologie VN-Veiligheidsraad (15 leden, 5 permanent met vetorecht: China, Frankrijk, Rusland, VK, VS)

Orde

Type

Rechtsgrond

1e orde

Oproep

2e orde

Aanbevelingen

3e orde

Optreden (bindend)

Hoofdstuk VII (art. 39-42)

5.2 Voorwaarden voor optreden (art. 39)

Er moet sprake zijn van:

  • bedreiging van de vrede

  • inbreuk op de vrede, of

  • daad van agressie

Ruime interpretatie door VN-Veiligheidsraad omvat:

  • Interne conflicten, humanitaire crises, schending democratische principes

  • Terrorisme, piraterij, wapenbeheersing

  • Ebola-uitbraak, klimaatverandering

5.3 Art. 40 – Voorlopige maatregelen

  • Tijdelijk, niet-bindend of bindend (bv. staakt-het-vuren)

  • Doel: verergering voorkomen

5.4 Art. 41 – Maatregelen zonder gewapende macht (geweldloze dwang)

Voorbeelden:

  • Volledige of gedeeltelijke onderbreking economische relaties, transport, communicatie

  • Verbreken diplomatieke banden

Trends:

  • “Grove borstel” sancties (Irak 1990)

  • “Smart sanctions” tegen personen/entiteiten (Iran 2006)

  • Creatiever:

    • Handelsbeperkingen conflict-diamanten

    • “Wetgevende” resoluties (bv. verzamelen biometrische data van buitenlandse terroristische strijders)

5.5 Art. 42 – Maatregelen met gewapende macht (“lucht-, zee- of landmachten”)

  • Geen verplichte terbeschikkingstelling van troepen; “coalities van bereidwilligen”

  • Regionale organisaties (AU, NAVO) – art. 53 VN-Handvest

  • In de praktijk: instemming getroffen land gezocht, maar niet vereist

Praktijkvoorbeelden:

  • Irak (1990) – invasie van Koeweit

  • Joegoslavië, Somalië, Haïti, Oost-Timor, Ivoorkust, Libië

  • Kosovo, Afghanistan, Irak, DR Congo


6. Lex specialis en hiërarchie van rechtsbronnen

  • Lex posterior (later verdrag of gewoonte) gaat vóór op lex prior

  • Lex specialis gaat vóór op lex generalis

  • VN-Verdrag (incl. VN-Veiligheidsraadresoluties) heeft voorrang via art. 103 + art. 25 VN-Handvest

  • Jus cogens (art. 53 VCLT) staat boven alles

Throwback: bronnen en hiërarchie


7. Checks & balances bij VN-Veiligheidsraad

  1. Voorwaarde: Vrede en veiligheid (art. 39)

  2. Vetorecht (art. 27)

  3. Jus cogens (art. 53 VCLT)

  4. Doelstellingen en beginselen VN (art. 24(2))

  5. Dualistisch protest EU – Kadi-arresten:

    • 2005 (Gerecht): VN-resolutie > mensenrechten

    • 2008 (HvJ): mensenrechten > VN-resolutie (als EU-recht)

Gevolg: VN-Veiligheidsraad houdt nu meer rekening met mensenrechten, vluchtelingenrecht, humanitair recht (bv. Resolutie 2249, para 5; Bureau Ombudspersoon voor individuele sancties).


8. Interpretatie van VN-Veiligheidsraadresoluties

  • Opzettelijk vaag en open (“all necessary means” = art. 42-maatregel)

  • Interpretatie volgens art. 31(1) VCLT:

    • gewone betekenis

    • in het licht van voorwerp en doel

    • in context

  • Permanente leden interpreteren vaak verschillend


9. Zelfverdediging (art. 51 VN-Handvest) – geen geweld in zin art. 2(4)

Geen staatsaansprakelijkheid (art. 21 ARSIWA: rechtvaardigingsgrond)

Rechtsbronnen:

  • Art. 51 VN-Handvest (“inherent recht op individuele of collectieve zelfverdediging”)

  • Internationaal gewoonterecht (niet identiek aan art. 51 – Nicaragua vs. VS, par. 176)

9.1 Individueel vs. collectief

Collectieve zelfverdediging:

  • Helpende staten hoeven niet zelf aangevallen te zijn

  • Geen verdragsbasis nodig (bv. NAVO)

  • Voorwaarden:

    1. Aangevallen staat verklaart zich officieel onder aanval en verzoekt om hulp

    2. VN-Veiligheidsraad op de hoogte (art. 54)

  • Voorbeelden:

    • Oekraïne tegen Rusland

    • Golfstaten tegen Iran

9.2 Zelfverdediging tegen private actoren in derde staten

  • Ja volgens VN-Veiligheidsraad, mits de derde staat “unable or unwilling” is zelf te verdedigen

  • ICJ schaart zich hier niet volledig achter

9.3 Zes voorwaarden voor zelfverdediging (uit art. 51 + gewoonterecht)

#

Voorwaarde

Uitleg / voorbeeld

1

Onmiddellijke rapportage aan VN-Veiligheidsraad

VS en Israël schenden dit bij aanval op Iran (2026)

2

Gewapende aanval (beperkter dan art. 2(4))

Invasie, doden, vernieling, mijnen, aanvallen militaire objecten, diplomaten (Tehran hostages, ICJ)

Geen gewapende aanval: wapenleveringen (Nicaragua), logistieke steun, “gewone” grensincidenten

Betwist: cumulatie van kleinere aanvallen (Israël/Hezbollah); aanvallen op nationals in buitenland (Israël 1979)

3

Plaatsvindt (geen preventieve/preëmptieve zelfverdediging)

VS/Israël 2026 schenden dit; VK faciliteiten aan VS

4

Totdat VN-Veiligheidsraad maatregelen neemt

Uitzondering: collectieve zelfverdediging + art. 42 kunnen samengaan

5

Noodzakelijk

Geen vreedzamere middelen; tijdens/onmiddellijk na aanval; flexibel in praktijk; bij unable/unwilling: toets

6

Proportioneel

Mag sterker zijn dan aanval, mag grenzen overschrijden; disproportioneel = schending art. 50(1)(a) ARSIWA

Bijv. Iran (2026) aanval op Golfstaten: schendt proportionaliteit


10. Omstreden geweld – blijft onder art. 2(4) vallen

10.1 Unilaterale humanitaire interventie

Kenmerken:

  • Geen instemming gastland

  • Geen VN-Veiligheidsraadresolutie

  • Geen collectieve zelfverdediging

Rechtsstatus:

  • Geen gewoonterecht, zelfs niet onder R2P (Responsibility to Protect)

  • Waarschijnlijk inbreuk op art. 2(4) – België, Denemarken, VK denken anders

  • NAVO-landen gebruikten het tijdens Kosovo (genocide)

  • België beriep zich op “noodzaak” (art. 25(4) ARSIWA) – maar:

    • Geen “ernstige aantasting van essentieel belang”

    • Inbreuk op rechten Servië/Montenegro

Zie: ICJ, Allegations of Genocide (Oekraïne v Rusland), order 2022

10.2 Redding van burgers in het buitenland

Twee redeneringen:

  1. Vorm van zelfverdediging (art. 51) – op basis van gewapende aanvallen op nationals in buitenland (betwist)
    Voorbeeld: Israël na hijacking 1979

  2. Gewoonterechtelijk – maar waarschijnlijk inbreuk op art. 2(4)

Voorwaarden (in elk geval):

  • Noodzakelijk: echte bedreiging & gastland unable/unwilling

  • Proportioneel: niet verder dan redding

Rusland (2022) – Oekraïne:

  • Beriep zich op “redding burgers in buitenland” (vermeende genocide)

  • Tegelijkertijd beweerde Rusland dat er geen dispuut was (ICJ weersprak dat)

  • Vetorecht in VN-Veiligheidsraad

  • Unilaterale/regionale sancties, geschorst uit VN-Mensenrechtenraad, uitgesloten uit Raad van Europa


11. De “Uniting for peace”-resolutie (1950) en rol Algemene Vergadering

  • Art. 12(1) VN-Handvest: Als VN-Veiligheidsraad functies uitoefent, mag AV geen aanbevelingen doen (tenzij VN-Veiligheidsraad erom vraagt)

  • Uniting for peace: AV neemt verantwoordelijkheid als VN-Veiligheidsraad niet in staat is – maar geen gewapende macht (ICJ)

Toepassing Oekraïne:

  • Resolutie ES-11/1 (2022):

    • Oekraïne is soeverein

    • Betreurt Russische agressie “in de sterkste termen”

    • Vraagt Rusland te stoppen met geweld en troepen terug te trekken

  • Resolutie ES-11/4 (2022):

    • Veroordeelt Russische annexatie van Oekraïens grondgebied


12. VN-vredesmissies – evolutie

Periode

Kenmerken

Tijdens Koude Oorlog

Instemming, lichtbewapend, geweld alleen ter zelfverdediging

Na Koude Oorlog

Ook zonder instemming, ook bewapend (“Uniting for peace” i.c.m. art. 42)

Voorbeelden: Joegoslavië, Somalië, Zuid-Soedan, DR Congo, Mali, Centraal-Afrikaanse Republiek, Libanon

Action for Peacekeeping (2018) – VN Secretaris-Generaal


13. Overzichtstabel: zeven begrippen (herhaling met functie)

Begrip

Status tov art. 2(4)

Rechtsgrond / gevolg

Instemming gastland

Uitzondering

Toegestaan

Inbreuk soevereiniteit

Onder drempel

Tegenmaatregelen (art. 51 ARSIWA)

Inbreuk niet-interventie

Onder drempel

Tegenmaatregelen (art. 51 ARSIWA)

VN-Veiligheidsraadresoluties

Geen geweld

Hoofdstuk VII

Zelfverdediging

Geen geweld

Art. 51, art. 21 ARSIWA

Redding burgers buitenland

Blijft geweld

Omstreden, maar bij uitzondering mogelijk

Unilaterale humanitaire interventie

Blijft geweld

Geen gewoonterecht, R2P helpt niet


14. Kernpunten

  • Verbod op geweld (art. 2(4)) is de basis, maar er bestaan uitzonderingen en grensgevallen

  • Zelfverdediging (art. 51) is de belangrijkste uitzondering – met strikte voorwaarden (noodzaak, proportionaliteit, rapportage, gewapende aanval)

  • Collectieve zelfverdediging vereist uitnodiging door aangevallen staat

  • Unilaterale humanitaire interventie en redding van burgers blijven omstreden en in beginsel onrechtmatig

  • VN-Veiligheidsraad kan geweld toestaan (Hoofdstuk VII), maar met checks & balances (vetorecht, jus cogens, EU-recht (Kadi))

  • Inbreuken onder de drempel (soevereiniteit, niet-interventie) geven recht op tegenmaatregelen (staatsaansprakelijkheid)

  • Verband met staatsaansprakelijkheid is cruciaal: tegenmaatregelen, noodzaak, jus cogens

  • Voorbeelden (Iran 2026, Rusland/Oekraïne, Kosovo, Nicaragua) helpen bij toepassing