Studienotes: Onderwijscontexten en -concepten
Overzicht en doelstellingen
Voorbereiding en leesmaterialen:
Artikel JSW Traditioneel Vernieuwingsonderwijs (6 blz.)
Artikel JSW Nieuwe Onderwijsoncepten (2 blz)
Handboek voor leraren (10.3 t/m 10.6)
Nieuw informatiefilmpje bekeken
Oriëntatie op onderwijs en opvoeding: Studiejaar 2025-2026, Semester 1 – Blok 1
Contactpersonen en faculteit: Else Bulder (e.h.bulder@hva.nl), Faculteit Onderwijs en Opvoeding
Weekthema’s en activiteiten (Weekopening door groepjes; max. 10 minuten; energizer of check-in afgestemd op thema van die week)
Weekschema (belangrijke data):
Week 2: 9 september – Opvoeding in gezin en t.o.v. vrienden (peers)
Week 3: 16 september – Stromingen in het Nederlandse onderwijssysteem
Week 4: 23 september – Zorgsysteem in en rond de school
Week 5: 30 september – De wijk/buurt centraal: verschillen in scholen, wijken, stadsdelen
Week 6: 14/28 oktober – Verschillen school & wijk (afhankelijk van presentaties)
Doel van de cursus: begrip van onderwijscontexten en onderwijsconcepten; kritische reflectie en ontwikkeling van eindopdracht
Eindopdracht: rubric, criteria en vereisten (zie pagina 5-6, 28)
Kennisclip en discussievraag: hoe toekomstige leraren bij kunnen dragen aan scholen die beter aansluiten bij leefwerelden van kinderen en jongeren
Introductie Bronfenbrenner-model (micro-, meso-, exo-, macro-, chrono-systeem) en toepassing op de eindopdracht
Week 2: Kernbegrippen en toepassingen
Weekopening en activiteiten
Doel: elke week een groepje verzorgt de opening (energizer of check-in) – samenhang met het weekthema
Voorbeeld: energizers/check-ins aansluiten op thema van die week
Kernbegrippen week 2
Type gezin:
bevelshuishouden
onderhandelingshuishouden
los zand-gezin
kluwen-gezin
half open/half gesloten gezin
Opvoedingsstijlen: Controle vs. autonomie (demandingness) en Afwijzing vs. liefde (responsiviteit)
autoritair
autoritatief/democratisch
toegeeflijk/permissief
verwaarlozend/laissez-faire
Beschermende factoren vs. Bedreigende factoren
Peers: belang en vriendschappen; status in de groep (populair, genegeerd, controversieel, afgewezen)
Belang voor eindopdracht: koppeling van familie-/opvoedingsstijlen en groepsdynamiek aan schoolcontext
Week 2: Rubric eindopdracht (verder toelichting)
Indicatoren (0-3):
Onvoldoende (0) / Net onvoldoende (1) / Voldoende (2) / Uitmuntend (3)
Beschrijving van microsysteem (ouder(s)/verzorger(s) en peers) met uitwerking Theoretische onderbouwing
Concreet voorbeeld; juiste literatuur en lesstof gebruikt; verwijzing naar verplichte literatuur, kennisclips en behandelde stof
Verder: meerdere elementen die samenhang tonen met microsysteem, en verbinding met mesosysteem (school) in verslag
Voorbeelden van bespreekpunten bij voldoende tot uitmuntend:
Opvoedingsstijlen, Type gezin/huishouden, Rollen in de klas, Peerinvloed, Verbinding tussen systemen
Gebruik van aanvullende theoretische bronnen; kritische beschouwing van theorie; diverse invalshoeken; literatuurverantwoording
Week 2: Microsysteem en mesosysteem (verdieping)
Mikro-/Mesosysteem-terminologie
Microsysteem: directe relaties rondom het kind/jongere (ouders/verzorgers, peers, school, gezin)
Mesosysteem: relaties tussen microsystemen (bijv. school en gezin, school en peers) die invloed hebben op ontwikkeling
Doel van verslag: beschrijven van deze systemen met theoretische onderbouwing en literatuurverwijzingen
Snelle verkenning onderwerpen (zoals op pagina 6):
Type school, Visie van de school, Missie van de school, Zorgstructuur op de school
Verwijzingen naar literatuur en kritische analyse van theorieën
Week 3: Kernbegrippen en doelen
Kernbegrippen week 3
Onderwijscontexten: po, sbo, voortgezet onderwijs (vo), vso, mbo, praktijkonderwijs
Onderwijsconcepten: Natuurlijkleerscholen, Gepersonaliseerd leren, Daltonscholen, Jenaplanonderwijs, Montessorischolen, Vrije scholen, Profielscholen (technasia, nieuwe leren, hoogbegaafd), beta, tweetalig, cultuur, internationaal
Doelen van de week (opsomming):
Missie en visie van een school begrijpen
Kennis van onderwijscontexten/concepten en hun ontstaan
Kritisch kunnen uiten van meningen over onderwijsconcepten
Doelen en programma (wekenoverzicht)
Programma vandaag (Week 3):
Introductie missie & visie scholen (15 min)
Introductie schoolcontext/schoolconcept (15 min)
Pauze (15 min)
Expert opdracht over de verschillende schoolconcepten (60 min)
Werken aan de eindopdracht (30 min)
Introductie belonging opdracht & vooruitblik volgende week (5 min)
IJsland: stereotype doorbreking op school
Stereotypering definitie: een vaststaand en vaak onjuist beeld van een groep mensen
Voorbeeld: idee dat alle jongens sterk moeten zijn is een stereotype; realiteit: ieder individu is uniek
Missie en visie van een school
Missie: waarom bestaan we? wat is het doel?
Visie: hoe doen we dat en waar willen we naartoe (toekomstblik)?
Vier pijlers in visie: Student, Kennisinstelling, Samenwerken & Amsterdam
Samenwerken: medewerkers als rolmodellen; eigenaarschap in divers samengestelde opleidingsteams
HvA: lerende organisatie; kwaliteitscultuur; continue verbetering van onderwijs en onderzoek
Missie Hjalli onderwijs (the Hjalli Model)
Missie: transformative education for every child; 1929 oprichter Margrét Pála Ólafsdóttir; Hjalli model zorgt voor educatieve uitmuntendheid
The Hjalli Model: drie zuilen
Equality in kindness and joy: gelijkheid voor iedereen; kleine single-sex groepen voor gelijke aandacht; schooluniformen voor gelijk-team gevoel
Creativity in positivity and resilience: open-ended materialen; stimuleren van creativiteit, samenwerking en veerkracht; nadruk op originele projecten
Democracy: menselijke rechten van kinderen; dagelijkse kiesmeetings en democratische conferenties; alle kinderen spreken in groep en mogen wensen/meningen uiten
Ethiek en praktijk: recht op gelijke kansen, respectvolle communicatie, positieve discipline
Oefening: missie & visie van jouw middelbare school
Opdracht: zoek missie en visie van jouw middelbare school; beoordeel in hoeverre deze herkenbaar zijn in jouw ervaringen
Doel: reflectie op missie/visie en hoe deze in de praktijk terugkomt
Wat verstaan we onder onderwijscontext vs onderwijsconcept
Onderwijscontext: de setting waarin onderwijs plaatsvindt (schooltype, context, doelgroepen, omgeving)
Onderwijsconcept: de visie op leren en lesgeven; hoe leraren begeleiden en welke waarden centraal staan (bijv. Montessori: zelfstandig tempo, Jenaplan: veel samenwerken en kringgesprekken)
Conclusie: onderwijsconcept = het idee/plan achter hoe een school onderwijs wil geven
Onderwijsconcepten en ontstaan
Ontstaan: 19e eeuw – opkomst bijzondere scholen (protestants, katholiek) en confessionalistische bewegingen; strijd om gelijke bekostiging
1917 compromis: confessionelen kregen gelijk financieel draagvlak; openbaar onderwijs bleef; Artikel 23 in de Grondwet werd ingevoerd
Gevolg: alle scholen krijgen dezelfde financiering; scholen moeten voldoen aan kwaliteitseisen; open dagen en marketing van scholen
Openbare vs bijzondere scholen (kenmerken)
Openbare/reguliere scholen
Toegankelijk voor iedereen; neutraal ten opzichte van religie/levensbeschouwing; diversiteit in maatschappij
Financiering: overheid; publieke instellingen
Bijzondere scholen
Hebben een specifieke levensbeschouwelijke, pedagogische of onderwijskundige visie; identiteit en eigen onderwijsbenadering
Financiering: overheid, vaak in handen van particuliere stichtingen/verenigingen
Belang: afweging tussen vrijheid van onderwijs en gelijke financiering; ethische implicaties rondom selectie en toegang
Voorbeelden bijzondere scholen (categoriseren)
Levensbeschouwelijke scholen: christelijk, islamitisch, joods, hindoeïstisch, boeddhistisch
Algemene bijzondere scholen: Montessorischolen, Jenaplanscholen, Daltonscholen, Vrije scholen
Andere bijzondere scholen: JEELO, AGORA, EGO/OGO, IPC, Agora, LOOT, Speciaal Onderwijs, Tweetalig Onderwijs, Technasium, Kunst- en Cultuurscholen
Opmerking: de laatste twee categorieën vallen onder vernieuwend onderwijs
Expertopdracht (praktische opzet)
Vorm: groepjes van 3-4 studenten
Doel: ieder groepje verdiept zich in één onderwijsconcept en wordt expert (mogelijk onderwerpen: Dalton, Montessori, Jenaplan, Vrijeschool, Freinet, OGO, EGO, IPC, Agora)
Werkwijze: verdiepen in gekozen concept en kernpunten presenteren in de groep
Kennisclip en discussievraag
Discussievraag: hoe kun je als toekomstige leraren/pedagogen bijdragen aan een school die beter aansluit bij leefwerelden van kinderen en jongeren?
Tijdsbeeld/chronosysteem-metaforen: Chronosysteem, Macro-/Exosysteem, Mesosysteem, Microsysteem; relatie tot familie, buurt, school, vrienden, religie, werk van ouders, economie, etc.
Doel: begrip van ecologische systemen van Bronfenbrenner toepassen op onderwijspraktijk
Eindopdracht: praktische uitvoering (stappen en vormvereisten)
Stap-voor-stap aanpak
Begrijp het systeemmodel van Bronfenbrenner: micro-, meso-, exo-, macro-, chrono-systemen
Kies een centraal persoon in jouw eindopdracht; verbind jezelf of een ander persoon met het model
Beschrijf opvoedingsstijl, type gezin, rol in de klas en visie/missie van jouw middelbare school; inventariseer eventueel zorgsysteem van de school
Verzamel en verwerk informatie in een tekst; leer APA-referenties toepassen
Plaats jezelf in de Bronfenbrenner-cirkels en kijk naar lijnen voor een presentatie van ca. 5 minuten
Vormvereisten (zie modulehandleiding; Bijlage 2: Beoordelingsformulier 0001A)
Professionaliteit: titelblad met gegevens (Hogeschool van Amsterdam, Faculteit Onderwijs en Opvoeding, opleiding, titel, module en docent, studentgegevens, datum); verzorgde lay-out; 1500-2000 woorden
Taal: voldoen aan vormvereisten; taalbeoordeling (ten minste één criterium voldoende)
Integriteit: bronnen in tekst en literatuurlijst volgens APA7; geen plagiaat; AVG: geanonimiseerde persoonsgegevens
Praktische opdrachten en inlevermomenten
Inleveren op Brightspace voorafgaand aan de volgende bijeenkomst (Eindopdracht-inzet) – stap 1-3: lees resultaten, studentervaringen, schrijf eigen verhaal (20-30 minuten)
Doelen van deze week (herhaling):
Missie en visie begrijpen
Kennis over onderwijscontexten/concepten en ontstaan
Kritisch meningen kunnen uiten over onderwijsconcepten
Volgende week
Casuïstiek bespreking mesosysteem: scholen en pedagogisch veld
Het zorgsysteem leren kennen: wie doet wat in en om de school?
Schema en termen uit de Bronfenbrenner-interpretatie
Microsysteem: directe invloeden op kind/jongere (bijv. gezin, school, vrienden)
Mesosysteem: interacties tussen microsystemen (bijv. gezin-school, school-vrienden)
Exosysteem: bredere omgevingsinvloeden die het kind indirect raken (bijv. ouders werkplek, lokaal beleid)
Macrosysteem: bredere cultuur, wetten, normen
Chronosysteem: tijdsveranderingen en historische ontwikkelingen die impact hebben over de tijd
Visualisatie: Chronosysteem → Macro-/Exo-/Meso-/Micro-systemen met de tijd als dimensie
Notities en aanvullende context
Artikel 23 Vrijheid van Onderwijs (Grondwet) – kernpunten:
Het onderwijs is onderwerp van publiek toezicht en regelgeving
Openbare en bijzondere scholen vallen onder hetzelfde wettelijke kader; open onderwijsprincipes en gelijkwaardige toegang zijn doel
Bescherming tegen discriminatie en waarborgen van gelijke onderwijskansen
Ontstaan van onderwijsconcepten: praktische voorbeelden zoals Montessori, Jenaplan, Dalton en Vrije Scholen illustreren diverse onderwijsidealen en pedagogische visies; concepten beïnvloeden wijze van lesgeven en leeractiviteiten
Openbare vs bijzondere scholen: afweging tussen vrijheid van onderwijs en gelijke financiering; hedendaagse trends omvatten open dagen en marketing om leerlingen aan te trekken; ethische implicaties rondom inclusie en choix
Voorbeelden van vernieuwende scholen (zoals IPC, Agora, EGO/OGO) tonen de variëteit binnen vernieuwend onderwijs en de behoefte aan adaptieve onderwijspraktijken
Verwijzingen en literatuurbeheer
Verplichte literatuur en aanvullende theoretische bronnen worden verwacht in de eindopdracht
APA7-stijl vereist voor citaties en literatuurlijst
Kritische reflectie op theorieën en meerdere invalshoeken wordt aangemoedigd in de eindopdracht
Praktische referentiepunten (numérique notities)
Aantal pagina’s genoemd voor bronnen: JSW-artikelen (6 + 2 pagina’s) en Handboek (10.3–10.6)
Aantal groepsleden voor eindopdracht: 3-4 studenten
Eindopdracht omvang: woorden
Expertonderwerpen: Dalton, Montessori, Jenaplan, Vrijeschool, Freinet, OGO, EGO, IPC, Agora
Leeractiviteiten per week: bovenop theorie, actieve toepassing via opdrachten en presentaties
Implementatie in onderwijspraktijk: toepassing van Bronfenbrenner-model en huidige onderwijscontext/ -concepten in lesplannen en reflectieverslagen
Samenvatting van belangrijkste termen (glossarium)
Onderwijscontexten: po, sbo, vo, vso, mbo, praktijkonderwijs
Onderwijsconcepten: Montessori, Jenaplan, Dalton, Vrijeschool, IPC, Agora, EGO/OGO, Freinet, etc.
Bronfenbrenner-model: micro-, meso-, exo-, macro-, chrono-systemen
Grondwet: Artikel 23 – Vrijheid van onderwijs
Objectieve evaluatie: rubrics en criteria voor eindopdracht (professionaliteit, taal, integriteit, APA-referenties)
Ethiek en verantwoordelijkheid: AVG en anonieme dataverwerking in academische werk
Indicatieve wiskundige/verwijzingsnotaties (voor het examenniveau)
Omvang eindopdracht:
Expertopdracht: gruppe van
Tijdsduur van expert-onderdeel:
Belangrijke data:
Aantal kinderdiensten in Hjalli-model: en
Openbare vs bijzondere scholen: vergelijkingen blijven onderworpen aan regelgeving en literatuurverantwoording
Einde samenvatting
De genoemde thema’s vormen samen een samenhangend kader voor de eindopdracht: integraal begrip van Bronfenbrenner, onderwijscontexten/concepten, en kritisch reflecteren op hoe scholen en leraren kunnen aansluiten bij leefwerelden van leerlingen.
Volgende stappen: bestudeer de hand-out voor de eindopdracht, verzamel literatuur, pas APA7 toe, en bereid een korte presentatie van 5 minuten waarin de verbinding tussen Bronfenbrenner en jouw gekozen centraal persoon wordt uitgelegd.