Wat is de Franse Revolutie?

Oorzaken van de Franse Revolutie in 1789

  • Ongelijkheid in de Samenleving

    • De bevolking was verdeeld in drie standen:

      • Eerste stand: Geestelijken

      • Tweede stand: Adel

      • Derde stand: Boeren, burgers, zwervers en rijke handelaren; geen bevoorrechte positie.

De Heerschappij van Lodewijk XVI

  • Corruptie van de koning: Lodewijk XVI regeerde absoluut, kon mensen zonder proces gevangen nemen

  • Financiële problemen:

    • Hoge belastingen voor de boeren (tot 70% van inkomen)

    • Misoogst in 1788 verergerde situatie

    • Hoge voedselprijzen door misoogst, inkomen bleef gelijk

  • Ontevredenheid onder de Rijke Burgerij:

    • Verlichting inspireerde tot eisen van gelijkheid en eerlijke rechtspraak

    • Belastingdruk op de derde stand vergeleken met vrijstellingen voor de eerste en tweede.

De Oproep van de Statengeneraal

  • Bijeenroep van de Statengeneraal op 5 mei 1789:

    • Doel: nieuwe belastingen bespreken met vertegenwoordiging van alle standen.

    • Adel verzette zich tegen belastingverhoging; geestelijkheid verdeeld

    • Derde stand eiste gelijke stem per persoon in plaats van per stand.

  • Nationale Vergadering:

    • Oprichting uit onvrede; hiervoor was de koning tegen en sloot vergaderzaal

    • Verplaatsing naar een kaatsbaan; eed om een grondwet te maken.

De Bestorming van de Bastille

  • 14 juli 1789: De Bastille bestormd

    • Gezien als het begin van de Franse Revolutie

  • Reacties in het Platteland: Plunderingen van landhuizen van edelen, geweld

  • Toestemming van de koning: Nationale Vergadering kreeg toestemming voort te gaan.

Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger

  • Aangenomen op 26 augustus 1789:

    • Inhoud: Ideeën van de Verlichting, vrijheid en gelijkheid

    • Afschaffing van het feodalisme; verplichtingen van boeren eindigden

    • Kerkelijke bezittingen in beslag genomen; geestelijken werden ambtenaren.

De Grondwet van 1791

  • Nieuwe constitutie:

    • Beperking van de macht van de koning

    • Geen absoluut vorst, maar een koning onder de wet

De Jacobijnen en de Terreur

  • Radicale veranderingen: De Jacobijnen eisten meer hervormingen

  • In 1792 werd Frankrijk een republiek

  • Koning afgezet en onthoofd in 1793: onder leiding van Robespierre

  • Terreur (1793-1794): Tienduizenden onthoofd, inclusief Robespierre

Eind van de Revolutie en het Directoire

  • Directoire (1795-1799):

    • Pogingen tot stabilisatie, weerstand van zowel Jacobijnen als royalisten.

    • Duur problemen voor de arme bevolking

  • Staatsgreep door Napoleon Bonaparte in 1799:

    • Opheffing van het Directoire

    • Oprichting van het Consulaat; Napoleon als belangrijkste man van het land.

    • Gewenst door de bevolking voor orde en rust.