Chemie
Hoofdstuk 1
Reden verbindingen
Stabiel mogelijke toestand = zo laag mogelijke energieinhoud
Energieinhoud binding < som van energie inhoud van atomen in niet-gebonden toestand
Bindingsenergie
Bindingsenergie: Maat voor sterkte van de binding
Energie is nodig om te splitsen, komt vrij bij het binden
Verschillende soorten bindingen:
Ionbinding: M + nM
Atoom met grootste elektronegativiteit (nM) trekt atomen van M aan
Aantrekking van positief en negatief zorgt voor ordening in ionrooster
Metaalbinding M + M
Geven makkelijk de weinige valentie elektronen af
Elektronen weten niet waar naartoe -> elektronenwolk
Atoombinding = Covalente binding nM + nM
Co=delen - valen= valentie elektronen
Gemeenschappelijk stellen
Tekeningetje:
Verschil in elektronegativiteit kan ervoor zorgen dat gemeenschappelijke elektronen meer naar een bepaalde kant schuiven
0= Ideale covalente binding -> apolair -> symmetrisch
3= Ideale ionbinding
Afstand
Bindingslengte: Afstand tussen atoomkernen van atomen in een molecule
Wordt bepaald door energie inhoud
Potentiële energie is zo laag mogelijk
Heel ver -> geen effect
Midden -> Potentiëel
Te dicht -> te veel pot energie en dus afstoting
Lengte zal korter zijn dan som van twee stralen, hangt af van
Grootte van de bindingspartners
Sterkte van atoombinding
Verbanden
Enkel binnen dezelfde groep is er een verband tussen de lengte en de grootte
Hoe meer atomen van dezelfde soort hoe MEER ENERGIE EN MINDER LENGTE
Enkel binnen dezelfde periode (dezelfde schil) kun je lengte vergelijken op basis van bindingen
|Potentiële energie| = bindingsenergie
Hoofdstuk 2
Bindingen:
Enkelvoudig (alkanen)
Dubbel (alkenen)
Drievoudig
Datief: Elektronen worden volledig afgegeven (rode pijltje)
Mesomerie
Meerdere mogelijke lewisstructuren
Atomen op dezelfde plaats, maar plaats van paren verschillen
Grensstructuur
Gedelokaliseerde elektronen: Elektronen die verplaatsen om verschillende structuren te verkrijgen
Resonantie Hybride: Bindingen die kunnen verplaatsen tekenen met stippellijntjes
Hoofdstuk 3
Promotie: Elektron naar een hoger subniveau op zelfde kwantumschil
Inversie: Elektron valt terug naar lagere sub- of hoofdschil
Hybridisatie: Het combineren van orbitalen bij bindingen
Er ontstaan Hybride Orbitalen die dezelfde energie hebben en elkaar afstoten in de ruimte
SG: Sterisch getal
Aantal bindingspartners + aantal vrije elektronenparen
Molecuulorbitalen
Orbitalen vervormen en overlappen
Geven de bepaalde zekerheid van het voorkomen van atomen waar
Sigma Binding: Overlapping van s-en/ of hybride orbitalen
Gemeenschappelijk elektronenpaar tussen beide atoomkernen
Axiale symmetrie: aantrefkans van de bindende elektronen, overal op gelijke afstand van bindingsas, gelijk
Elektronendichtheid het grootst tussen twee kernen
Sterkste binding
Enigste binding -> Vrije draaiing
Pi Binding: Overlapping p-orbitalen
Zijdelingse interactie
Veel reactiever doordat elektronen zich niet tussen beide atoomkernen bevinden
Minder sterk
Verhindert vrije draaiing
Kan enkel als er al een sigma binding is