PALEOGRAFIE EN HISTORISCHE GESCHRIFTEN: LATIJN

Wat is postklassiek Latijn?

Definitie

  • Postklassiek Latijn: Term die verwijst naar het Latijn na de klassieke periode.

Klassiek Latijn
  • Periode: Ca. 250 v. C. – ca. 280 n. C. (vanaf Diocletianus)

  • Oude auteurs:

    • Plautus, Cicero, Catullus, Sallustius, Ovidius, Vergilius, Horatius, Livius, Seneca, Plinius de Oudere, Tacitus…

  • Gouden eeuw van de Latijnse literatuur: 1ste eeuw v.C.

Indeling Postklassiek Latijn

  • Laat Latijn: Ca. 280 – ca. 500 n.C.

  • Middeleeuws Latijn: Ca. 500 – ca. 1500 n.C.

  • Humanistisch Latijn (Neolatijn):

    • Italië: 14de/15de eeuw tot nu.

    • Rest van Europa: 16de eeuw tot nu.

    • Neolatijn wordt nog gebruikt voor zeer plechtige aangelegenheden (binnen KU Leuven), zoals academische plechtigheden, liturgische ceremonies en belangrijke publicaties, waarbij de formele en traditionele uitstraling van de taal een belangrijke rol speelt.

Bewaarde Latijnse teksten

  • Slechts 0,01% uit de oudheid, waarvan 80% uit late oudheid.

  • 99,99% afkomstig uit de periode na de ondergang van het West-Romeinse Rijk.

Gebruik van postklassiek Latijn

Taal in bestuur en onderwijs
  • Bestuur:

    • Wereldlijk bestuur tot ca. 1200 of langer.

    • Kerkelijk bestuur.

  • Hoger onderwijs en wetenschap:

    • Handboeken tot ca. 1500, meerderheid tot begin 19de eeuw.

    • Voertaal in het onderwijs.

    • Internationale communicatie tussen geleerden.

    • Wetenschappelijke literatuur tot de 2de helft van de 18de eeuw.

  • Literatuur:

    • Proza, poëzie, drama, historiografie:

    • Exclusief tot ca. 1200, daarna nog tot diep in de vroegmoderne tijd. => buiten de Britse eilanden!

De taal van de Romeinen (Waar ligt de oorsprong van het Latijn?)

Complexe taalsituatie voor de 4de eeuw v.C.
  • Talen op het Italisch schiereiland:

    • Etruskisch: supraregionale taal (niet-Indo-Europees) in Tuscania.

    • Grieks: supraregionale/internationale cultuurtaal in Zuid-Italië en Sicilië.

    • Italische talen: ca. 20 regionale talen (Indo-Europees) zoals Oskisch, Umbrisch, Faliskisch, Venetisch, Latijn (=> Latijn als dialect gesproken in een bepaald gebied in Italië)

Latiniseringsproces
  • Gesproken door de Latini

    • = inwoners van Latium/Lazio: de stad Rome (° 753 v. C.) en kleine regio errond

  • Regio onder invloed van de Etrusken

    • Politieke en economische invloed

      • Bv. Etruskische koningen (616-509 v.C.)

    • Culturele invloed, o.a. taal!

      • O.a. overname Etruskisch alfabet (dat op Grieks alfabet geïnspireerd was)

  • Expansie:

    • Vanaf 4de eeuw v.C. naar het Italisch schiereiland.

    • Daarna expanse buiten het schiereiland.

  • Resultaat onder Augustus: (27 v.C.-14 n.C.)

    • Mare Nostrum

    • Alle gebieden ten westen van de Rijn (inclusief Engeland).

    • Alle gebieden ten zuiden van de Donau.

  • Toenemende invloed van het Latijn:

    • Italisch schiereiland: andere talen (uitz. Grieks) verdwijnen geleidelijk

    • Latijn wordt geschreven taal in Romeinse provincies zoals Noord-Afrika, Spanje en Zuid-Frankrijk.

    • Actoren

      • Soldaten

        • Beloonde veteranen importeren Latijn in coloniae = eilandjes van Latijn è krijgen er een lapje grond

      • Politieke bewindvoerders en ambtenaren

        • Indien overwonnenen willen meebesturen: Latijn leren

    • Latijn aanvankelijk meegevoerd => niet opgelegd

      • Romeinen als een pragmatisch volk

      • =/= taalimperialisme (= actieve taalpolitiek)

      • Bestuur in het Latijn (als stimulus)

  • Veroveringsproces verbonden aan het gezag van het Latijn

Taal en cultuur
  • WRR als veeltalig rijk:

    • Lokale talen blijven moedertalen

      • Enkel voor de Latini (= kleine groep!) is Latijn de moedertaal

      • Maar: sommige moedertalen (bv. Italische talen) sterven na verloop van tijd uit

    • Latijn wordt de officiële taa in het rijk

      • in leger, bestuur en administratie

    • Grieks blijft de taal van literatuur en geleerdheid

      • Romeinse cultuur = Grieks-Latijnse cultuur!

      • Grieks = wereldtaal op moment dat Latijn slechts dialect was!

Welk Latijn?

Diglossie (< διγλωσσία): één taal met twee varianten

  • Sermo urbanus: geleerd, literair, klassiek Latijn

    • < urbs = stad, de stad Rome

    • Latijn van de klassieke auteurs

  • Sermo rusticus (Volkslatijn of vulgair Latijn): gesproken door het gewone volk.

    • < rusticus = boer

    • < plebs = het (gewone) volk

    • Taal van soldaten, kolonisten, boeren, gewone volk

  • Opmerking: Veroverde volkeren nemen geleidelijk aan de ‘sermo rusticus’ (desnoods ‘sermo urbanus’ mits ze in het bestuur wilden functioneren)

Onderwijs en gebruik

Sermo urbanus (geschreven én gesproken variant)
  • Verspreiding via onderwijssysteem => staat als inrichtende macht

    • Stadsscholen ingericht door de staat

    • Voorbereiding op een carrière: ambtenaar, politicus, jurist, …

    • Lezen en schrijven – grammatica – retorica (= welsprekendheid)

    • A.d.h.v. literaire autoriteiten (≈ grote werken); later aangevuld door handboeken (bv. Quintilianus, Donatus)

      • Handboeken veranderen niet => materie verandert niet tot zelfs in de middeleeuwen

  • Gesproken door elite?

  • Gebruikt in bestuur en administratie: meeste geschreven documenten zijn klassiek Latijn =>  sermo urbanus!

Sermo rusticus (gesproken variant) = Volkslatijn
  • Voornamelijk gesproken

    • Uitzonderingen: inscripties (Pompeï), grafschriften, dialogen in toneelstukken (o.a. Cena Trimalchionis uit het Satyricon van Petronius) => met uitdrukkingen en uitgangen die niet zozeer kloppen

  • Verandert voortdurend

    • gebeurt met iedere gesproken taal

    • Verspreiding via territoriale expansie: contact met lokale talen.

  • Gevolg: ontstaan van eigen varianten ~ streek

    • Eigen vorm, structuren, uitspraak…

Historische evoluties van varianten

  • Klassiek Latijn: Laat Latijn, middeleeuws Latijn, humanistisch Latijn.

  • Volkslatijn: Romaanse talen => Italiaans, Frans, Spaans, Portugees,  Catalaans, Provençaals, Sardisch, Roemeens, Reto-Romaans (Zwitserland)

    • Geëvolueerde volkstalen kunnen niet beide varianten begrijpen

  • Niet meer diglossie, maar verschillende talen!

    • Latijn vs. Romaanse talen: begin 9de eeuw, Karel de Grote

Een dode taal na de ondergang van het WRR?

Latijn als wereldtaal

Taal van de Kerk
  1. Ontstaan christendom: Eerste eeuw, Grieks als bestuurstaal.

  2. Verspreiding van het christendom door Grieks sprekende inwijkelingen.

  3. 4de eeuw:

    • Verandering in het gebruik van Latijn door Kerkleiders.

    • Latijn wordt gebruikt in administratie en documentatie van de Kerk.

  4. Bijbelvertalingen:

    • Oude en Nieuwe Testament in Latijn, vertaald door Hiëronymus.

    • Verspreiding over gebieden waar nooit Latijn werd gesproken.

Latijn in onderwijs en wetenschap
  • Veranderingen:

    • Romeins onderwijssysteem verdwijnt, onderwijs ingericht door de Kerk.

  • Latijnse opleiding voor geestelijken, leren lezen en schrijven.

  • Wat leert men?: Klassiek Latijn met authentieke handboeken.

Documenten en literatuur
  • Gebruik van Latijn: taal voor administratieve documenten, juridische teksten, diplomatie.

  • Belangrijke documenten zoals Domesday Book en Magna Carta zijn in Latijn.

Middeleeuws vs. klassiek Latijn

Verschillen en overeenkomsten

  • Middeleeuws Latijn behoudt veel kenmerken van klassiek Latijn maar komt met varianten.

  • Continuiteit: De opleiding blijft gebaseerd op klassieke handboeken.

  • Creativiteit: Vernieuwingen in woordenschat en structuur.

Werkinstrumenten en woordenboeken

Specifieke aanbevelingen

  • Oriënterende bibliografie: Zie Toledo voor gedetailleerde literatuur over middeleeuws Latijn.

Verdiepende lectuur

  • Aanbevolen artikelen:

    • Julie Barrau, ‘Did Medieval Monks Actually Speak Latin?’

    • Jürgen Leonhardt, Latin: Story of a World Language, Cambridge (MA) en Londen, 2013.