Begrippen
2.1 Moleculen en atomen
Atomen = De kleinste deeltjes van een element die de chemische eigenschappen van dat element behouden
Moleculen = Deeltjes die bestaan uit twee of meer atomen die chemisch aan elkaar gebonden zijn
Element = Een zuivere stof die bestaat uit slechts één soort atomen
Modellen = Vereenvoudigde voorstellingen van complexe structuren of processen om ze beter te begrijpen
2.2 Atoomsymbolen en het Periodiek Systeem
Atoomsymbolen = Kortingen voor elementen bestaande uit één of twee letters, waarbij de eerste letter een hoofdletter is en de tweede een kleine letter
Periodiek systeem = Een tabel waarin alle elementen zijn gerangschikt op basis van hun atoomnummer en chemische eigenschappen
Element (als atoomsoort) = Een atoomsoort met een specifieke samenstelling van de atoomkern
Element (als niet-ontleedbare stof) = Een stof die uit slechts één soort atomen bestaat en niet verder kan worden ontbonden
Verbinding = Een stof die bestaat uit twee of meer verschillende atoomsoorten chemisch gebonden in een vaste verhouding
2.3 Naamgeving van moleculen
Verbinding = Een chemische stof bestaande uit twee of meer verschillende elementen die chemisch met elkaar verbonden zijn
Element = Een chemisch zuivere stof bestaande uit atomen met hetzelfde atoomnummer
Molecuul = Een elektrisch neutraal deeltje dat bestaat uit twee of meer atomen die door covalente bindingen aan elkaar gebonden zijn
Molecuulformule = Een chemische formule die het aantal en type atomen in een molecuul aangeeft
Index = Een getal in een chemische formule dat het aantal atomen van het voorafgaande element aangeeft
Telwoorden = Griekse of Latijnse voorvoegsels die het aantal atomen aangeven in systematische namen (bijv. di-, tri-, tetra-)
Systematische stofnamen = Genormaliseerde namen voor chemische verbindingen volgens internationale regels
Triviale stofnamen = Gangbare, niet-genormaliseerde namen voor chemische stoffen (bijv. water in plaats van diwaterstofoxide)
De "-ides" = Een achtervoegsel in systematische namen dat aangeeft dat het om een anion (negatief ion) of een verbinding met een bepaald element gaat
2.4 De indeling van het Periodiek Systeem
Indeling Periodiek Systeem = De ordening van elementen in het periodiek systeem op basis van atoomnummer en chemische eigenschappen
Metaal = Elementen die elektriciteit en warmte goed geleiden, glanzen en meestal vast zijn bij kamertemperatuur
Niet-metaal = Elementen die elektriciteit en warmte slecht geleiden en variëren van gasvormig tot vast bij kamertemperatuur
Groepen = Verticale kolommen in het periodiek systeem met elementen die vergelijkbare chemische eigenschappen hebben
Edelmetalen = Metaalelementen die weinig reageren met andere stoffen (bijv. goud, zilver, platina)
Alkalimetalen = Elementen in groep 1 van het periodiek systeem die zeer reactief zijn (bijv. natrium, kalium)
Aardalkalimetalen = Elementen in groep 2 van het periodiek systeem met hoge reactiviteit (bijv. magnesium, calcium)
Edelgassen = Elementen in groep 18 die zeer weinig reageren vanwege een volle buitenste elektronenschil (bijv. helium, neon)
Halogeen = Elementen in groep 17 die zeer reactief zijn en graag een elektron opnemen (bijv. fluor, chloor)