Bio 1.5. p77-80

1.5. Denaturatie en enzymactiviteit: wanneer het slot zijn vorm verliest:

  • Enzymen zijn eiwitten en zijn zeer gevoelig voor hun omgeving.

  • Hun werking hangt sterk af van:

    • Temperatuur

    • pH-waarde (zuur of basisch)

    • Concentratie van enzymen

    • Concentratie van substraten

  • Effect van omgevingsveranderingen:

    • Verandering kan leiden tot daling of volledige afname van enzymactiviteit.

Temperatuuroptimum

  • Een enzym heeft een temperatuuroptimum: de temperatuur waarbij het enzym het beste werkt.

    • Voor menselijke enzymen rond 37°C.

  • Effecten van temperatuur op enzymactiviteit:

  • Onder het optimum:

    • Moleculen bewegen trager.

    • Minder botsingen.

    • Lager enzymactiviteit en trager verloop van de reactie.

  • Rond het optimum:

    • Activiteit is maximaal.

    • Veel botsingen.

    • Snellere en efficiënte reactie.

  • Boven het optimum:

    • Eiwit begint te denatureren.

    • 3D-vorm verandert, vervormt het actief centrum, substraat past niet meer.

    • Denaturatie betekent dat het eiwit zijn ruimtelijke structuur verliest, zoals bij een gekookt eiwit.

  • Gedenatureerde enzymen krijgen hun oorspronkelijke vorm niet meer terug.

  • Bij menselijke enzymen gebeurt denaturatie vaak vanaf 45–50°C.

Grafiekinterpretatie (temperatuur)

  • In een temperatuur-activiteitsgrafiek is er vaak een asymmetrische kromme (b):

    • Langzame stijging bij lage temperaturen.

    • Scherpe piek rond het optimum.

    • Snelle daling bij hogere temperaturen omdat het enzym kapot gaat door denaturatie.

pH-waarde: zuur of basisch

  • Veel enzymen werken goed binnen een smal pH-bereik.

    • Dit optimum hangt samen met de locatie in het lichaam:

  • Effect van pH op enzymactiviteit:

    • Als de pH te zuur of te basisch wordt:

      • veranderen de ionbindingen in het eiwit.

      • vervormt de 3D-structuur, inclusief het actief centrum:

        • denaturatie en verlies van enzymactiviteit.

Grafiekinterpretatie (pH)

  • In een pH-activiteitsgrafiek zie je meestal:

    • Een piek rond de optimale pH.

    • Sterke daling bij pH-waarden die verder van het optimum liggen.

Enzymconcentratie

  • Vergelijk het met een fabriek met lopende banden:

    • Hoe meer werknemers, hoe meer producten per uur, zolang er genoeg grondstoffen zijn.

  • Effect van enzymconcentratie op enzymactiviteit:

    • Hoe hoger de enzymconcentratie:

    • Hoe meer actieve centra beschikbaar.

    • hoe Sneller de reactie verloopt, zolang er genoeg substraat is.

Grafiekinterpretatie

  • In een grafiek van reactiesnelheid tegenover enzymconcentratie zie je:

    • Een stijgende lijn: meer enzymen = hogere reactiesnelheid.

    • Uiteindelijk afvlakken wanneer enzymen > substraat.

Substraatconcentratie

  • Wanneer de hoeveelheid enzym gelijk blijft maar je meer substraat toevoegt:

    • In het begin stijgt de reactiesnelheid snel.

    • Meer actieve centra worden bezet en benut.

  • Op een bepaald punt zijn alle enzymen bezet, dit noemt men verzadiging:

    • Elk enzymmolecuul heeft continu een substraat vast.

    • Geen “vrij” enzym meer over.

    • Extra substraat kan niet meer verwerkt worden.

  • De reactiesnelheid bereikt een maximale waarde:

    • de (maximale) reactiesnelheid.

Grafiekinterpretatie

  • In de grafiek zie je:

    • Een snel stijgende kromme: bij lage substraatconcentraties.

    • Geleidelijk afvlakken tot een bijna horizontale lijn wanneer verzadiging optreedt.

Samenvattend overzicht