Studiegids Groene Woordjes 1ste Jaar - 3de Trimester 2025-2026

Les 12 – Beter Communiceren met Topische Vragen

  • 1. Sokkel (de)

    • Definitie: Een onderstuk waarop een beeld staat.

    • Voorbeeld: Het standbeeld stond op een hoge sokkel in het midden van het plein.

    • Referentie: p.118p.\,118

  • 2. Edel (materiaal)

    • Definitie: Heel waardevol materiaal dat niet snel roest of verandert, zoals goud of zilver.

    • Voorbeeld: De ring van mijn oma is gemaakt van een edel metaal en is al heel oud.

    • Referentie: p.118p.\,118

  • 3. Luguber

    • Definitie: Eng en griezelig.

    • Voorbeelden:

      • Het verlaten huis zag er luguber uit in het donker.

      • Die film was zo luguber dat ik er kippenvel van kreeg.

    • Referentie: p.118p.\,118

  • 4. Certificaat (het)

    • Definitie: Een officieel bewijs op papier dat je iets hebt behaald of gedaan.

    • Voorbeeld: De leerlingen kregen een certificaat na de workshop programmeren.

    • Referentie: p.118p.\,118

Les 14 – Aantrekkelijk Communiceren met Synoniemen + Loperwerkwoorden

  • 5. Inspireren

    • Definitie: Iemand nieuwe ideeën of motivatie geven om iets te doen; bezielen.

    • Voorbeelden:

      • Die bekende YouTuber inspireert mij om zelf ook video’s te maken.

      • Het verhaal van die atleet over zijn terugkeer na een zware blessure inspireerde me om niet op te geven.

    • Referentie: p.129p.\,129

  • 6. Gretig

    • Definitie: Heel enthousiast en met veel zin.

    • Voorbeeld: De leerlingen grepen gretig naar de gratis snacks tijdens het schoolfeest.

    • Referentie: p.131p.\,131

  • 7. Dilemma (het)

    • Definitie: Een moeilijke keuze tussen twee opties.

    • Voorbeeld: Jef zat met een dilemma omdat hij twee verjaardagsfeestjes tegelijk had.

    • Referentie: p.131p.\,131

  • 8. Ontaarden (in)

    • Definitie: Overgaan in iets negatiefs.

    • Voorbeelden:

      • Het grapje is ontaard in een grote ruzie tussen de leerlingen.

      • De betoging ontaardde op het einde in relletjes met de politie.

    • Referentie: p.131p.\,131

  • 9. Karig

    • Definitie: Weinig, pover.

    • Voorbeelden:

      • Het avondeten was karig: er lag maar een klein stukje vlees op mijn bord.

      • De uitleg van de leraar wiskunde was karig, waardoor niet iedereen die moeilijke oefening begreep.

    • Referentie: p.132p.\,132

  • 10. Rantsoen (het)

    • Definitie: Een beperkte hoeveelheid eten en drinken die je krijgt, omdat er niet genoeg is.

    • Voorbeelden:

      • Tijdens de geschiedenisles leerden we dat soldaten vroeger een rantsoen eten kregen in oorlogstijd.

      • Omdat er weinig snacks waren, kreeg elke leerling een rantsoen chips.

    • Referentie: p.132p.\,132

  • 11. Kuieren

    • Definitie: Rustig en ontspannen wandelen, zonder haast of doel.

    • Voorbeeld: In de lente is het heerlijk om rustig te kuieren in de natuur en te genieten van alles wat je onderweg ziet.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 12. Ijsberen

    • Definitie: Onrustig heen en weer lopen, omdat je zenuwachtig bent of ergens op wacht.

    • Voorbeeld: Hij begon te ijsberen in de gang terwijl hij wachtte op zijn beurt voor het mondelinge examen Nederlands.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 13. Turen

    • Definitie: Aandachtig en geconcentreerd kijken.

    • Voorbeeld: Julia tuurde in de verte om de bus te zien aankomen.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 14. Staren

    • Definitie: Lang naar iets kijken zonder echt te focussen.

    • Voorbeeld: Alfons staarde voor zich uit toen hij hoorde dat de dierenarts zijn hondje Pekkie moest laten inslapen.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 15. Proesten

    • Definitie: Plots en luid lachen.

    • Voorbeeld: Ze proestte het uit toen ze de grappige video zag op haar gsm.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 16. Stram

    • Definitie: Als je stijf bent en moeilijk beweegt.

    • Voorbeeld: Na de zware training voelde Estelle zich stram en had ze pijn in haar spieren.

    • Referentie: p.133p.\,133

  • 17. Zwoegen

    • Definitie: Zwaar werk verrichten.

    • Voorbeeld: Ik heb de hele avond zitten zwoegen op die moeilijke wiskundetaak.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 18. Mopperen

    • Definitie: Klagen.

    • Voorbeeld: Edward bleef maar mopperen omdat hij geen extra schermtijd kreeg.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 19. Vleien

    • Definitie: Overdreven vriendelijk of lief doen.

    • Voorbeeld: Elza vleide haar grootmoeder met lieve woorden in de hoop dat ze weer eens koekjes zou bakken.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 20. Mompelen

    • Definitie: Praten met je mond bijna dicht, zodat je slecht verstaanbaar bent.

    • Voorbeeld: Robert mompelde iets onverstaanbaars toen hij wakker werd en nog half sliep.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 21. Vervolgen

    • Definitie: Verdergaan met wat je aan het zeggen bent; aanvullen, vervolledigen.

    • Voorbeeld: ‐En je mag dit weekend ook je gsm niet gebruiken!‐ vervolgde mama nadat ze me eerst al had verboden om naar de voetbaltraining te gaan.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 22. Brommen

    • Definitie: Klagen (synoniem van mopperen).

    • Voorbeeld: Mijn opa bromt soms als hij vroeg moet opstaan en nog moe is.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 23. Manken

    • Definitie: Hinken; moeilijk stappen omdat je pijn hebt aan je been of voet.

    • Voorbeeld: Mijn hondje Fifi mankte een beetje nadat ik op zijn pootje was gaan staan.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 24. Flaneren

    • Definitie: Rustig en zelfverzekerd rondwandelen om gezien te worden, vaak omdat je indruk wil maken.

    • Voorbeelden:

      • Op de schoolfuif zag je sommige leerlingen flaneren alsof ze op een catwalk waren.

      • Tijdens de zomervakantie flaneren toeristen vaak op de zeedijk met een ijsje in de hand.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 25. Drentelen

    • Definitie: Slenteren; langzaam wandelen zonder echt doel.

    • Voorbeeld: De vriendinnen drentelden in het Waasland Shopping Center van winkel naar winkel zonder iets te kopen.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 26. Strompelen

    • Definitie: Met veel moeite stappen, omdat je pijn hebt of moe bent.

    • Voorbeeld: Stervoetballer Piet Panna strompelde van het veld nadat hij zijn enkel had verstuikt.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

  • 27. Schrijden

    • Definitie: Langzaam stappen, vaak bij plechtige gelegenheden.

    • Voorbeelden:

      • De koningin schreed bij de opening van de tentoonstelling de indrukwekkende zaal binnen, terwijl de genodigden haar in stilte volgden.

      • Het bruidspaar schrijdt door de kerk naar het altaar, alle gasten kijken hen bewonderend aan.

    • Bron: PW loperwerkwoorden

Les 22 – Formulieren Invullen

  • 28. Beheren

    • Definitie: Zorgen dat iets goed geregeld is en onder controle blijft.

    • Voorbeelden:

      • Ik moet mijn tijd goed beheren, anders krijg ik mijn schoolwerk niet op tijd af.

      • Rachelle beheert de Instagram-pagina van onze klas en post geregeld leuke foto’s.

    • Referentie: p.211p.\,211

  • 29. Bloggen

    • Definitie: Schrijven van berichten of verhalen en die online delen.

    • Voorbeeld: Sommige jongeren bloggen over games en geven tips aan andere spelers.

    • Referentie: p.211p.\,211

  • 30. Vloggen

    • Definitie: Filmpjes maken waarin je iets vertelt of laat zien, vaak over je dagelijks leven, en die online delen.

    • Voorbeeld: Veel jongeren vloggen op YouTube of TikTok om hun leven te delen.

    • Referentie: p.211p.\,211

  • 31. Spam (de)

    • Definitie: Ongewenste e-mails.

    • Voorbeeld: Mijn mailbox zit vol met spam: ik ga deze mails verwijderen, want die kunnen gevaarlijk zijn.

    • Referentie: p.213p.\,213

  • 32. Bestookt worden met

    • Definitie: Veel vragen tegelijk krijgen of veel zaken tegelijk moeten verwerken, waardoor het te veel wordt.

    • Voorbeeld: Na het examen werd ik bestookt met berichten van vrienden die wilden weten hoe het ging.

    • Referentie: p.213p.\,213

  • 33. Naar

    • Definitie 1: Onprettig, onaangenaam.

    • Voorbeeld 1: Ik kreeg een naar gevoel in mijn buik toen ik mijn toets terugkreeg en het cijfer tegenviel.

    • Definitie 2: Gemeen, niet vriendelijk.

    • Voorbeeld 2: Gaston deed naar tegen mij tijdens de speeltijd en dat vond ik niet leuk.

    • Referentie: p.214p.\,214

  • 34. Uitlekken

    • Definitie: Bekend raken terwijl dat eigenlijk niet mocht.

    • Voorbeeld: Het gesprek tussen de twee leerlingen is uitgelekt: nu weet de hele klas ervan.

    • Referentie: p.214p.\,214

  • 35. Gewaagd

    • Definitie: Dapper, maar ook een beetje riskant.

    • Voorbeelden:

      • Het was een gewaagde sprong van de rots in het water.

      • Theofiel maakte een gewaagde keuze door een moeilijk onderwerp te kiezen voor zijn spreekbeurt.

    • Referentie: p.214p.\,214

  • 36. Voogd (de)

    • Definitie: Iemand die verantwoordelijk is voor een minderjarige, als de ouders dat niet (meer) kunnen.

    • Voorbeelden:

      • Prosper woont bij zijn voogd omdat zijn ouders in het buitenland werken.

      • Toen de ouders van Godelieve stierven, werd haar tante haar voogd.

    • Referentie: p.216p.\,216

  • 37. Particulier

    • Definitie: Van of voor een persoon, niet van een bedrijf of overheid.

    • Voorbeeld: Het huis wordt particulier verhuurd in plaats van door een immokantoor.

    • Referentie: p.217p.\,217

Les 26 – Een Formeel Telefoongesprek Voeren

  • 38. Aansmeren

    • Definitie: Iemand iets proberen te verkopen dat die eigenlijk niet nodig heeft.

    • Voorbeeld: De verkoper probeerde me een veel te dure gsm aan te smeren.

    • Referentie: p.246p.\,246

  • 39. Formeel

    • Definitie: Op een beleefde en officiële en serieuze manier, vaak volgens vaste regels.

    • Voorbeelden:

      • Een formele mail begin je meestal met ‘Geachte’.

      • De leerkracht sprak op een formele manier tijdens de oudervergadering.

    • Referentie: p.246p.\,246

Les 27 – Kritisch Luisteren naar Feiten en Meningen

  • 40. Inspecteren

    • Definitie: Grondig controleren.

    • Voorbeeld: De scheidsrechter inspecteerde het voetbalterrein voor de bekerfinale begon en merkte dat er een gat in het doelnet zat.

    • Referentie: p.253p.\,253

  • 41. Lifehack (de)

    • Definitie: Een handige tip die iets makkelijker, sneller of slimmer maakt in het dagelijks leven.

    • Voorbeeld: Op TikTok zag ik een interessante lifehack om mijn kleerkast beter te organiseren.

    • Referentie: p.255p.\,255

Les 32 – Letterlijk en Figuurlijk Taalgebruik Onderzoeken

  • 42. Speleoloog (de)

    • Definitie: Iemand die grotten onderzoekt.

    • Voorbeeld: De speleologen vonden tekeningen uit de prehistorie op de muren van de grot.

    • Referentie: p.316p.\,316

  • Oefeningen in het handboek:

    • Oefening 22: p.316p.\,316

    • Oefening 44: p.316-317p.\,316\text{-}317

    • Oefening 66: p.317p.\,317

    • Oefening 88: p.318-319p.\,318\text{-}319

Les 34 – Voltooide Tijden in een Tekst Correct Schrijven

  • 43. Omsingelen

    • Definitie: Rond iemand gaan staan zodat die geen kant meer op kan.

    • Voorbeeld: De politie omsingelde de voetbalsupporters omdat ze na de match met stenen begonnen te gooien.

    • Referentie: p.328p.\,328

  • 44. Ontruimen

    • Definitie: Een plaats of een gebouw helemaal leegmaken en iedereen laten weggaan, omdat het nodig of veiliger is.

    • Voorbeeld: De school moest snel ontruimd worden na het brandalarm.

    • Referentie: p.330p.\,330

  • 45. Legende (de)

    • Definitie 1: Een oud, bekend verhaal dat vaak niet (helemaal) echt is.

    • Voorbeeld 1: Mijn opa vertelde vroeger vaak een legende over een draak die in de bergen zou wonen.

    • Definitie 2: Iemand die al tijdens zijn of haar leven zo beroemd is dat er veel over gesproken wordt.

    • Voorbeeld 2: Lionel Messi is een echte levende legende door zijn ongelooflijke voetbaltechniek.

    • Referentie: p.331p.\,331

  • 46. Verslinden

    • Definitie 1: Heel snel en gulzig opeten.

    • Voorbeeld 1: Na de zware looptraining verslond Bashir Abdi zijn broodje in enkele minuten omdat hij zoveel honger had.

    • Definitie 2: Heel snel lezen.

    • Voorbeeld 2: Ik verslond dat spannende verhaal tot het laatste blad.

    • Referentie: p.333p.\,333

  • 47. Stiekem

    • Definitie: In het geheim.

    • Voorbeeld: Marcel keek stiekem op zijn gsm tijdens de les, maar de leerkracht zag het toch.

    • Referentie: p.333p.\,333

Les 37 – De Voorwerpen in een Sin Onderzoeken

  • 48. Strengelen

    • Definitie: In elkaar draaien.

    • Voorbeelden:

      • Mijn oortjes strengelen altijd als ik ze niet netjes opberg.

      • De planten strengelen zich rond het hek omhoog.

    • Referentie: p.352p.\,352

  • 49. Wauwelen

    • Definitie: Eindeloos praten, zonder iets belangrijks te zeggen.

    • Voorbeeld: Filiberke bleef maar wauwelen over zijn nieuwe game terwijl niemand echt luisterde.

    • Referentie: p.352p.\,352

  • 50. Bezielen

    • Definitie: Iemand nieuwe ideeën of motivatie geven om iets te doen; inspireren.

    • Voorbeeld: Zijn enthousiasme bezielde de groep om toch door te zetten met de lastige opdracht.

    • Referentie: p.352p.\,352

  • 51. Cockpit (de)

    • Definitie: De ruimte in een vliegtuig waar de piloten zitten.

    • Voorbeeld: Ik mocht even in de cockpit kijken en zag er veel knoppen en schermen om het vliegtuig te besturen.

    • Referentie: p.355p.\,355

  • 52. Zonder verpinken

    • Definitie: Zonder te twijfelen; heel snel en kordaat.

    • Voorbeelden:

      • De brandweerman liep zonder verpinken het brandende huis binnen om te controleren of er nog bewoners binnen waren.

      • Bernard gaf zonder verpinken het laatste koekje aan zijn vriend.

    • Referentie: p.357p.\,357

Les 42 – De Woordbouw Onderzoeken (Synoniemen en Antoniemen)

  • 53. Kniesoor (de)

    • Definitie: Iemand die op details of kleine foutjes let en daar moeilijk over doet.

    • Voorbeeld: Alleen een kniesoor zou zeggen dat er een klein foutje in de tekening zit, terwijl het eigenlijk amper opvalt.

    • Referentie: p.411p.\,411

  • 54. Assertief

    • Definitie: Als je voor jezelf durft op te komen zonder onbeleefd te zijn.

    • Voorbeeld: Tijdens de vergadering van de leerlingenraad was Zulma assertief: ze zei duidelijk dat ze niet akkoord ging met het ontwerp van de nieuwe speelplaats.

    • Referentie: p.412p.\,412

  • 55. Nobel

    • Definitie: Met heel goede bedoelingen.

    • Voorbeelden:

      • De brandweerman deed een nobele daad door het huis binnen te rennen om de kat te redden.

      • Het is nobel om anderen te helpen zonder er iets voor terug te verwachten.

    • Referentie: p.413p.\,413

  • 56. Onbeduidend

    • Definitie: Van weinig belang.

    • Voorbeelden:

      • Die ruzie was eigenlijk onbeduidend en was snel weer opgelost.

      • Die kras op mijn fiets is onbeduidend en stoort me niet echt.

    • Referentie: p.413p.\,413

  • 57. Tenger

    • Definitie: Slank, mager.

    • Voorbeeld: Door her zware ziekte ziet mijn oma er heel tenger uit: ze is bijna 10kg10\,kg afgevallen.

    • Referentie: p.416p.\,416

  • 58. Sakkeren

    • Definitie: Klagen (synoniem van mopperen en brommen).

    • Voorbeeld: Meneer Heirweg sakkerde over het slechte weer tijdens de sportdag.

    • Referentie: p.416p.\,416

  • 59. Bekoren

    • Definitie: Een prettig gevoel geven.

    • Voorbeeld: Het voorstel van een eindejaarsuitstap naar zee bekoorde de hele klas.

    • Referentie: p.416p.\,416

  • 60. Belabberd

    • Definitie 1: Ziek, misselijk en zwak.

    • Voorbeeld 1: Ik voelde me belabberd nadat ik te weinig had geslapen.

    • Definitie 2: Slecht, onaangenaam of van lage kwaliteit.

    • Voorbeelden 2:

      • Hij speelde belabberd tijdens de wedstrijd en maakte veel fouten.

      • Tijdens de fietstocht met de familie was het weer belabberd: het regende de hele dag.

    • Referentie: p.417p.\,417

Les 45 – Aantrekkelijk Communiceren met Spreekwoorden en Uitdrukkingen

  • Oefeningen in het handboek voor verdieping:

    • Oefening 11: p.431-432p.\,431\text{-}432

    • Oefening 33: p.433p.\,433

    • Oefening 55: p.435-436p.\,435\text{-}436

    • Oefening 66: p.436p.\,436

Les 47 – Instructies Krijgen en Geven

  • 61. Garnering (de)

    • Definitie: Extra toevoeging op een gerecht om het er mooier of lekkerder te laten uitzien.

    • Voorbeeld: Door de garnering met verse basilicum zag de pizza er overheerlijk uit.

    • Referentie: p.445p.\,445

  • 62. Montage (de)

    • Definitie: Het in elkaar zetten of samenvoegen van verschillende onderdelen.

    • Voorbeelden:

      • De montage van die Ikea-kast duurde veel langer dan verwacht: het stappenplan was echt niet duidelijk.

      • Onze leerkracht leerde ons hoe we de montage van een film maakten met behulp van een eenvoudig computerprogramma.

    • Referentie: p.448p.\,448