Studiegids Groene Woordjes 1ste Jaar - 3de Trimester 2025-2026
Les 12 – Beter Communiceren met Topische Vragen
1. Sokkel (de)
Definitie: Een onderstuk waarop een beeld staat.
Voorbeeld: Het standbeeld stond op een hoge sokkel in het midden van het plein.
Referentie:
2. Edel (materiaal)
Definitie: Heel waardevol materiaal dat niet snel roest of verandert, zoals goud of zilver.
Voorbeeld: De ring van mijn oma is gemaakt van een edel metaal en is al heel oud.
Referentie:
3. Luguber
Definitie: Eng en griezelig.
Voorbeelden:
Het verlaten huis zag er luguber uit in het donker.
Die film was zo luguber dat ik er kippenvel van kreeg.
Referentie:
4. Certificaat (het)
Definitie: Een officieel bewijs op papier dat je iets hebt behaald of gedaan.
Voorbeeld: De leerlingen kregen een certificaat na de workshop programmeren.
Referentie:
Les 14 – Aantrekkelijk Communiceren met Synoniemen + Loperwerkwoorden
5. Inspireren
Definitie: Iemand nieuwe ideeën of motivatie geven om iets te doen; bezielen.
Voorbeelden:
Die bekende YouTuber inspireert mij om zelf ook video’s te maken.
Het verhaal van die atleet over zijn terugkeer na een zware blessure inspireerde me om niet op te geven.
Referentie:
6. Gretig
Definitie: Heel enthousiast en met veel zin.
Voorbeeld: De leerlingen grepen gretig naar de gratis snacks tijdens het schoolfeest.
Referentie:
7. Dilemma (het)
Definitie: Een moeilijke keuze tussen twee opties.
Voorbeeld: Jef zat met een dilemma omdat hij twee verjaardagsfeestjes tegelijk had.
Referentie:
8. Ontaarden (in)
Definitie: Overgaan in iets negatiefs.
Voorbeelden:
Het grapje is ontaard in een grote ruzie tussen de leerlingen.
De betoging ontaardde op het einde in relletjes met de politie.
Referentie:
9. Karig
Definitie: Weinig, pover.
Voorbeelden:
Het avondeten was karig: er lag maar een klein stukje vlees op mijn bord.
De uitleg van de leraar wiskunde was karig, waardoor niet iedereen die moeilijke oefening begreep.
Referentie:
10. Rantsoen (het)
Definitie: Een beperkte hoeveelheid eten en drinken die je krijgt, omdat er niet genoeg is.
Voorbeelden:
Tijdens de geschiedenisles leerden we dat soldaten vroeger een rantsoen eten kregen in oorlogstijd.
Omdat er weinig snacks waren, kreeg elke leerling een rantsoen chips.
Referentie:
11. Kuieren
Definitie: Rustig en ontspannen wandelen, zonder haast of doel.
Voorbeeld: In de lente is het heerlijk om rustig te kuieren in de natuur en te genieten van alles wat je onderweg ziet.
Referentie:
12. Ijsberen
Definitie: Onrustig heen en weer lopen, omdat je zenuwachtig bent of ergens op wacht.
Voorbeeld: Hij begon te ijsberen in de gang terwijl hij wachtte op zijn beurt voor het mondelinge examen Nederlands.
Referentie:
13. Turen
Definitie: Aandachtig en geconcentreerd kijken.
Voorbeeld: Julia tuurde in de verte om de bus te zien aankomen.
Referentie:
14. Staren
Definitie: Lang naar iets kijken zonder echt te focussen.
Voorbeeld: Alfons staarde voor zich uit toen hij hoorde dat de dierenarts zijn hondje Pekkie moest laten inslapen.
Referentie:
15. Proesten
Definitie: Plots en luid lachen.
Voorbeeld: Ze proestte het uit toen ze de grappige video zag op haar gsm.
Referentie:
16. Stram
Definitie: Als je stijf bent en moeilijk beweegt.
Voorbeeld: Na de zware training voelde Estelle zich stram en had ze pijn in haar spieren.
Referentie:
17. Zwoegen
Definitie: Zwaar werk verrichten.
Voorbeeld: Ik heb de hele avond zitten zwoegen op die moeilijke wiskundetaak.
Bron: PW loperwerkwoorden
18. Mopperen
Definitie: Klagen.
Voorbeeld: Edward bleef maar mopperen omdat hij geen extra schermtijd kreeg.
Bron: PW loperwerkwoorden
19. Vleien
Definitie: Overdreven vriendelijk of lief doen.
Voorbeeld: Elza vleide haar grootmoeder met lieve woorden in de hoop dat ze weer eens koekjes zou bakken.
Bron: PW loperwerkwoorden
20. Mompelen
Definitie: Praten met je mond bijna dicht, zodat je slecht verstaanbaar bent.
Voorbeeld: Robert mompelde iets onverstaanbaars toen hij wakker werd en nog half sliep.
Bron: PW loperwerkwoorden
21. Vervolgen
Definitie: Verdergaan met wat je aan het zeggen bent; aanvullen, vervolledigen.
Voorbeeld: ‐En je mag dit weekend ook je gsm niet gebruiken!‐ vervolgde mama nadat ze me eerst al had verboden om naar de voetbaltraining te gaan.
Bron: PW loperwerkwoorden
22. Brommen
Definitie: Klagen (synoniem van mopperen).
Voorbeeld: Mijn opa bromt soms als hij vroeg moet opstaan en nog moe is.
Bron: PW loperwerkwoorden
23. Manken
Definitie: Hinken; moeilijk stappen omdat je pijn hebt aan je been of voet.
Voorbeeld: Mijn hondje Fifi mankte een beetje nadat ik op zijn pootje was gaan staan.
Bron: PW loperwerkwoorden
24. Flaneren
Definitie: Rustig en zelfverzekerd rondwandelen om gezien te worden, vaak omdat je indruk wil maken.
Voorbeelden:
Op de schoolfuif zag je sommige leerlingen flaneren alsof ze op een catwalk waren.
Tijdens de zomervakantie flaneren toeristen vaak op de zeedijk met een ijsje in de hand.
Bron: PW loperwerkwoorden
25. Drentelen
Definitie: Slenteren; langzaam wandelen zonder echt doel.
Voorbeeld: De vriendinnen drentelden in het Waasland Shopping Center van winkel naar winkel zonder iets te kopen.
Bron: PW loperwerkwoorden
26. Strompelen
Definitie: Met veel moeite stappen, omdat je pijn hebt of moe bent.
Voorbeeld: Stervoetballer Piet Panna strompelde van het veld nadat hij zijn enkel had verstuikt.
Bron: PW loperwerkwoorden
27. Schrijden
Definitie: Langzaam stappen, vaak bij plechtige gelegenheden.
Voorbeelden:
De koningin schreed bij de opening van de tentoonstelling de indrukwekkende zaal binnen, terwijl de genodigden haar in stilte volgden.
Het bruidspaar schrijdt door de kerk naar het altaar, alle gasten kijken hen bewonderend aan.
Bron: PW loperwerkwoorden
Les 22 – Formulieren Invullen
28. Beheren
Definitie: Zorgen dat iets goed geregeld is en onder controle blijft.
Voorbeelden:
Ik moet mijn tijd goed beheren, anders krijg ik mijn schoolwerk niet op tijd af.
Rachelle beheert de Instagram-pagina van onze klas en post geregeld leuke foto’s.
Referentie:
29. Bloggen
Definitie: Schrijven van berichten of verhalen en die online delen.
Voorbeeld: Sommige jongeren bloggen over games en geven tips aan andere spelers.
Referentie:
30. Vloggen
Definitie: Filmpjes maken waarin je iets vertelt of laat zien, vaak over je dagelijks leven, en die online delen.
Voorbeeld: Veel jongeren vloggen op YouTube of TikTok om hun leven te delen.
Referentie:
31. Spam (de)
Definitie: Ongewenste e-mails.
Voorbeeld: Mijn mailbox zit vol met spam: ik ga deze mails verwijderen, want die kunnen gevaarlijk zijn.
Referentie:
32. Bestookt worden met
Definitie: Veel vragen tegelijk krijgen of veel zaken tegelijk moeten verwerken, waardoor het te veel wordt.
Voorbeeld: Na het examen werd ik bestookt met berichten van vrienden die wilden weten hoe het ging.
Referentie:
33. Naar
Definitie 1: Onprettig, onaangenaam.
Voorbeeld 1: Ik kreeg een naar gevoel in mijn buik toen ik mijn toets terugkreeg en het cijfer tegenviel.
Definitie 2: Gemeen, niet vriendelijk.
Voorbeeld 2: Gaston deed naar tegen mij tijdens de speeltijd en dat vond ik niet leuk.
Referentie:
34. Uitlekken
Definitie: Bekend raken terwijl dat eigenlijk niet mocht.
Voorbeeld: Het gesprek tussen de twee leerlingen is uitgelekt: nu weet de hele klas ervan.
Referentie:
35. Gewaagd
Definitie: Dapper, maar ook een beetje riskant.
Voorbeelden:
Het was een gewaagde sprong van de rots in het water.
Theofiel maakte een gewaagde keuze door een moeilijk onderwerp te kiezen voor zijn spreekbeurt.
Referentie:
36. Voogd (de)
Definitie: Iemand die verantwoordelijk is voor een minderjarige, als de ouders dat niet (meer) kunnen.
Voorbeelden:
Prosper woont bij zijn voogd omdat zijn ouders in het buitenland werken.
Toen de ouders van Godelieve stierven, werd haar tante haar voogd.
Referentie:
37. Particulier
Definitie: Van of voor een persoon, niet van een bedrijf of overheid.
Voorbeeld: Het huis wordt particulier verhuurd in plaats van door een immokantoor.
Referentie:
Les 26 – Een Formeel Telefoongesprek Voeren
38. Aansmeren
Definitie: Iemand iets proberen te verkopen dat die eigenlijk niet nodig heeft.
Voorbeeld: De verkoper probeerde me een veel te dure gsm aan te smeren.
Referentie:
39. Formeel
Definitie: Op een beleefde en officiële en serieuze manier, vaak volgens vaste regels.
Voorbeelden:
Een formele mail begin je meestal met ‘Geachte’.
De leerkracht sprak op een formele manier tijdens de oudervergadering.
Referentie:
Les 27 – Kritisch Luisteren naar Feiten en Meningen
40. Inspecteren
Definitie: Grondig controleren.
Voorbeeld: De scheidsrechter inspecteerde het voetbalterrein voor de bekerfinale begon en merkte dat er een gat in het doelnet zat.
Referentie:
41. Lifehack (de)
Definitie: Een handige tip die iets makkelijker, sneller of slimmer maakt in het dagelijks leven.
Voorbeeld: Op TikTok zag ik een interessante lifehack om mijn kleerkast beter te organiseren.
Referentie:
Les 32 – Letterlijk en Figuurlijk Taalgebruik Onderzoeken
42. Speleoloog (de)
Definitie: Iemand die grotten onderzoekt.
Voorbeeld: De speleologen vonden tekeningen uit de prehistorie op de muren van de grot.
Referentie:
Oefeningen in het handboek:
Oefening :
Oefening :
Oefening :
Oefening :
Les 34 – Voltooide Tijden in een Tekst Correct Schrijven
43. Omsingelen
Definitie: Rond iemand gaan staan zodat die geen kant meer op kan.
Voorbeeld: De politie omsingelde de voetbalsupporters omdat ze na de match met stenen begonnen te gooien.
Referentie:
44. Ontruimen
Definitie: Een plaats of een gebouw helemaal leegmaken en iedereen laten weggaan, omdat het nodig of veiliger is.
Voorbeeld: De school moest snel ontruimd worden na het brandalarm.
Referentie:
45. Legende (de)
Definitie 1: Een oud, bekend verhaal dat vaak niet (helemaal) echt is.
Voorbeeld 1: Mijn opa vertelde vroeger vaak een legende over een draak die in de bergen zou wonen.
Definitie 2: Iemand die al tijdens zijn of haar leven zo beroemd is dat er veel over gesproken wordt.
Voorbeeld 2: Lionel Messi is een echte levende legende door zijn ongelooflijke voetbaltechniek.
Referentie:
46. Verslinden
Definitie 1: Heel snel en gulzig opeten.
Voorbeeld 1: Na de zware looptraining verslond Bashir Abdi zijn broodje in enkele minuten omdat hij zoveel honger had.
Definitie 2: Heel snel lezen.
Voorbeeld 2: Ik verslond dat spannende verhaal tot het laatste blad.
Referentie:
47. Stiekem
Definitie: In het geheim.
Voorbeeld: Marcel keek stiekem op zijn gsm tijdens de les, maar de leerkracht zag het toch.
Referentie:
Les 37 – De Voorwerpen in een Sin Onderzoeken
48. Strengelen
Definitie: In elkaar draaien.
Voorbeelden:
Mijn oortjes strengelen altijd als ik ze niet netjes opberg.
De planten strengelen zich rond het hek omhoog.
Referentie:
49. Wauwelen
Definitie: Eindeloos praten, zonder iets belangrijks te zeggen.
Voorbeeld: Filiberke bleef maar wauwelen over zijn nieuwe game terwijl niemand echt luisterde.
Referentie:
50. Bezielen
Definitie: Iemand nieuwe ideeën of motivatie geven om iets te doen; inspireren.
Voorbeeld: Zijn enthousiasme bezielde de groep om toch door te zetten met de lastige opdracht.
Referentie:
51. Cockpit (de)
Definitie: De ruimte in een vliegtuig waar de piloten zitten.
Voorbeeld: Ik mocht even in de cockpit kijken en zag er veel knoppen en schermen om het vliegtuig te besturen.
Referentie:
52. Zonder verpinken
Definitie: Zonder te twijfelen; heel snel en kordaat.
Voorbeelden:
De brandweerman liep zonder verpinken het brandende huis binnen om te controleren of er nog bewoners binnen waren.
Bernard gaf zonder verpinken het laatste koekje aan zijn vriend.
Referentie:
Les 42 – De Woordbouw Onderzoeken (Synoniemen en Antoniemen)
53. Kniesoor (de)
Definitie: Iemand die op details of kleine foutjes let en daar moeilijk over doet.
Voorbeeld: Alleen een kniesoor zou zeggen dat er een klein foutje in de tekening zit, terwijl het eigenlijk amper opvalt.
Referentie:
54. Assertief
Definitie: Als je voor jezelf durft op te komen zonder onbeleefd te zijn.
Voorbeeld: Tijdens de vergadering van de leerlingenraad was Zulma assertief: ze zei duidelijk dat ze niet akkoord ging met het ontwerp van de nieuwe speelplaats.
Referentie:
55. Nobel
Definitie: Met heel goede bedoelingen.
Voorbeelden:
De brandweerman deed een nobele daad door het huis binnen te rennen om de kat te redden.
Het is nobel om anderen te helpen zonder er iets voor terug te verwachten.
Referentie:
56. Onbeduidend
Definitie: Van weinig belang.
Voorbeelden:
Die ruzie was eigenlijk onbeduidend en was snel weer opgelost.
Die kras op mijn fiets is onbeduidend en stoort me niet echt.
Referentie:
57. Tenger
Definitie: Slank, mager.
Voorbeeld: Door her zware ziekte ziet mijn oma er heel tenger uit: ze is bijna afgevallen.
Referentie:
58. Sakkeren
Definitie: Klagen (synoniem van mopperen en brommen).
Voorbeeld: Meneer Heirweg sakkerde over het slechte weer tijdens de sportdag.
Referentie:
59. Bekoren
Definitie: Een prettig gevoel geven.
Voorbeeld: Het voorstel van een eindejaarsuitstap naar zee bekoorde de hele klas.
Referentie:
60. Belabberd
Definitie 1: Ziek, misselijk en zwak.
Voorbeeld 1: Ik voelde me belabberd nadat ik te weinig had geslapen.
Definitie 2: Slecht, onaangenaam of van lage kwaliteit.
Voorbeelden 2:
Hij speelde belabberd tijdens de wedstrijd en maakte veel fouten.
Tijdens de fietstocht met de familie was het weer belabberd: het regende de hele dag.
Referentie:
Les 45 – Aantrekkelijk Communiceren met Spreekwoorden en Uitdrukkingen
Oefeningen in het handboek voor verdieping:
Oefening :
Oefening :
Oefening :
Oefening :
Les 47 – Instructies Krijgen en Geven
61. Garnering (de)
Definitie: Extra toevoeging op een gerecht om het er mooier of lekkerder te laten uitzien.
Voorbeeld: Door de garnering met verse basilicum zag de pizza er overheerlijk uit.
Referentie:
62. Montage (de)
Definitie: Het in elkaar zetten of samenvoegen van verschillende onderdelen.
Voorbeelden:
De montage van die Ikea-kast duurde veel langer dan verwacht: het stappenplan was echt niet duidelijk.
Onze leerkracht leerde ons hoe we de montage van een film maakten met behulp van een eenvoudig computerprogramma.
Referentie: