College 4 Vroege gotiek & Hoog gotiek in Frankrijk
Vroege en Hoogotiek in Frankrijk (12e en 13e Eeuw)
Introductie
Overzicht van de vroege en hooggotiek in Frankrijk, met focus op de 12e en 13e eeuw (1100-1300).
De Term "Gotiek"
De term 'gotiek' is een constructie, ontstaan in de 16e eeuw.
Giorgio Vasari, een Italiaanse humanist en kunsthistoricus, gebruikte de term "Stille Gotico" negatief.
Vasari's kritiek:
Beschouwde de gotische bouwstijl als monsterlijk en barbaars.
Vond gotische architecten onbeholpen.
Beschreef gotische gebouwen als wanordelijk, met dunne, gedraaide pilaren en veel piramides en punten die meer op papier dan op steen leken.
Zag de gotische stijl als een product van de Goten, de barbaarse stammen die het West-Romeinse Rijk binnenvielen.
Oorsprong van de Gotiek
In tegenstelling tot Vasari's bewering, ligt de oorsprong van de gotiek niet in Duitsland, maar in Frankrijk, met name in de regio Île-de-France rond Parijs.
Definitie van Gotiek
Gotiek: een verzamelterm voor gebouwen en kunst ontstaan tussen 1040 en 1500.
Kenmerken:
Consistente combinatie van spitsbogen en kruisribgewelven.
Lichtere constructie, meer lichtinval.
Nadruk op verticaliteit.
Bundelpijlers.
Luchtbogen om neerwaartse en zijwaartse krachten op te vangen.
Standaardisering van grondplan, opstand en bouwproces.
Constructieve en esthetische kenmerken zijn geworteld in religieuze motivatie.
Spitsbogen en kruisribgewelven waren niet nieuw, maar de consequente toepassing ervan is dat wel.
Fasen van de Gotiek
Vroege gotiek: 1140-1200.
Hoge (of Rayonnante) gotiek: 1200-1300.
Flamboyante (late) gotiek.
Voorbeelden:
Vroege gotiek: Notre Dame van Parijs.
Hoge gotiek: Notre Dame van Amiens.
Flamboyante gotiek: Stadhuis van Leuven.
Startpunt van de Gotiek: Saint-Denis
De start van de gotiek wordt vaak gelegd in 1140 met de herbouw van het koor van de Saint-Denis in Parijs.
Belangrijk element: consequent gebruik van spitsboog en kruisribgewelf op een nieuwe manier, gevoed door een nieuwe religieuze benadering.
Innovaties in de Gotiek
Spitsbogen:
Voordeel: minder zijwaartse druk, waardoor minder dikke muren nodig zijn.
F{zijwaarts} < F{rondboog}
Maakt hoger bouwen mogelijk.
Kruisribgewelf:
Opgelost probleem van kleine ramen in de Romaanse bouwkunst.
Maakte grotere ramen mogelijk.
Bestaat uit twee spitsbogen die elkaar kruisen, waardoor de dragende elementen van het gewelf lichter kunnen worden uitgevoerd.
De combinatie van spitsboog en kruisribgewelf werd al eerder toegepast, maar de gotiek gebruikt deze elementen consequent om hoger en lichter te bouwen.
Culturele Context van de Gotiek
Nieuwe fase van stabiliteit en welvaart in Europa rond 1100.
Verstedelijking: mensen trekken naar steden, stedelijke bisschoppen bouwen kerken als teken van stedelijke trots.
Kruistochten:
Doel: Heilige Land heroveren.
Introductie van geometrie uit de islamitische wereld, wat leidt tot planmatiger bouwen vanuit geometrische principes.
Kathedralen worden opgebouwd vanuit geometrische principes.
De focus van het leven blijft gericht op het religieuze.
De kerk is de verbindende factor.
Nieuw nationalistisch denken en hernieuwde macht van de Franse koning.
De Franse koning breidt zijn macht uit.
Tussen 1140 en 1270 worden er 80 nieuwe kathedralen in het gebied gebouwd, wat te maken heeft met een streamlining van het bouwproces.
Vernieuwingen in het Bouwproces
Tot de 13e eeuw werden er weinig ontwerptekeningen gebruikt.
Later werden er op schaal gemaakte modellen gebruikt.
Architecten maken gedetailleerde ontwerpen, waardoor het bouwproces kan worden voortgezet, zelfs als de architect overlijdt.
Architecten worden meer ontwerpers en managers van de bouwplaats.
Efficiëntieverbeteringen door Robbert:
Bouwloodsen werden verwarmd, waardoor er in de winter aan stenen kon worden gewerkt.
Er werd gebruik gemaakt van sjablonen voor herhaalde elementen (kapitalen), wat het werk efficiënter en het resultaat identieker maakte.
Saint-Denis: Het Beginpunt
Belangrijke kerk met connecties naar Franse koningen.
Plek waar Franse koningen begraven liggen.
Karel de Grote is hier gekroond.
Abt Suger (1122) wilde de abdij verbouwen om de vernieuwde macht van de Franse koningen te weerspiegelen.
Het idee was om God beter te eren.
Kenmerken van het Koor van Saint-Denis
Consequent gebruik van Bourgondische spitsbogen en Normandische kruisribgewelven.
Gewelven rusten op smalle zuilen, waardoor de ruimte groter lijkt.
Grote ramen in de straalkapellen, waardoor veel licht binnenkomt.
De stijl werd destijds aangeduid als de stijlalgivaal (puntig gesteld bouwen).
De gewelven lopen door tot in de straalkapellen, wat een ruimtelijk effect geeft.
Politieke Betekenis van Saint-Denis
De architectuur overtreft die van omringende vorsten en bevestigt de macht van de Franse koningen.
Verwijzing naar de keizerlijke autoriteit en Karel de Grote.
Westwerk van Saint-Denis
Verwijzing naar westwerken uit de Karolingische periode, die ook werden gebruikt om autoriteit uit te dragen.
Kantelen verwijzen naar een militaire, defensieve functie van de kerk.
Geometrische composities, geïnspireerd door de meetkunde die via de kruistochten naar Europa kwam.
Groot roosvenster in de façade.
Drie portalen refereren aan de triomfbogen, die ook werden gebruikt door Constantijn en Karel de Grote.
Decoratie van de portalen met figuren van heiligen, Bijbelse figuren en personen uit de Franse koninklijke dynastie.
Theologische Betekenis van Saint-Denis
Actief gebruik van de heilige Saint-Denis, die werd verward met pseudodionysius.
God is het super essentiële licht (Dionysius Aropachitis).
Het licht is de aardse belichaming van God.
Meer licht in de kathedraal brengt meer van het goddelijke binnen.
De kathedraal wordt door de enorme ramen een bijbel in glas.
Absouier gebruikt pracht en praal om de eucharistie te eren en de gelovigen te transporteren naar een staat waarin ze een hemelse ervaring kunnen benaderen.
Het doel van al dat goud is dat mensen erdoor het belang van de verering van Christus gaan inzien.
Navolging en Verdere Ontwikkeling
Binnen een halve eeuw verschijnen er twintig kathedralen in navolging van Saint-Denis.
Notre Dame in Laon (vanaf 1160)
Poging om de hoogte in te gaan en een lichte structuur te creëren.
In plaats van een koor met een embratorium en straalkapellen, een platte wand met drie grote lancetvensters en een groot roosvenster.
Ingangsportaal niet alleen aan de westgevel, maar ook aan beide zijden van de transcepten.
Vijf torens in totaal (twee aan de gevel, twee aan de transceptarmen en een op de viering).
Torens kunnen worden geïnterpreteerd als vingers van handen die naar de hemel wijzen.
Portalen aan de westgevel komen naar voren, wat zorgt voor meer dieptewerking op de gevel.
Vierdelige opstand wordt voortgezet.
Arcade zonder alternerend systeem, wat het gevoel van verticaliteit versterkt.
Boven de arcade een galerij, een trivorium en een lichtbeuk met ramen.
Ribgewelven verbinden twee traveeën met elkaar (zesdelig kruisribgewelf).
Notre Dame in Parijs (vanaf 1163)
Introductie van de luchtboog om de constructie te ondersteunen.
De luchtboog leidt krachten af en vangt ze verderop op.
(1) steunbeer, (2) pinakel, (3) luchtboog
Notre Dame in Chartres
Het begin van de hooggotiek.
Driedelige opstand (arcade, triforium, lichtbeuk).
Enkelvoudige travé overwelfd met een kruisribgewelf, wat de basiseenheid van de kerk wordt.
De verdwijning van de galerij, waardoor er meer ruimte is voor licht.
Lichtbeuk is bijna net zo groot als de arcade.
Gebruik van bundelpijlers