Untitled
Het brein in actie
Technieken om de werking van de hersenen te bestuderen
Onze kennis over de werking van de hersenen is enorm toegenomen sinds de jaren 1980.
Nieuwe technieken maken het mogelijk om de werking van de hersenen in levenden lijve te bestuderen.
Voorheen waren onderzoekers voornamelijk afhankelijk van letselstudies.
Letselstudies
Hersenletsels hebben gevolgen voor het gedrag en zijn een belangrijke methode om hersenactiviteit aan gedrag te relateren.
In de 19de eeuw werd opgemerkt dat letsels aan de linkerkant van de hersenen vaker resulteren in taalproblemen dan letsels aan de rechterkant.
Voordelen van letselonderzoek:
Beschikbaarheid van mensen met goed gedocumenteerde hersenschade.
Nadelen:
Natuurlijke letsels veroorzaken vaak diffuus afwijkend gedrag.
Moeilijkheid om specifieke gedragsgevolgen aan specifieke hersenschade te relateren.
Bij dieren kunnen letsels chirurgisch worden aangebracht voor gedragsonderzoek.
Elektrische activiteit
Neuronaal signaal is deels elektrisch.
Hersenactiviteit kan gemeten worden door elektrische activiteit te registreren met behulp van een elektro-encefalograaf (EEG).
EEG plaatst elektroden op de schedel om elektrische activiteit op een relatief groot oppervlak te meten, maar is toch gevoelig genoeg om neuronale correlaten van gedrag vast te leggen.
In Hoofdstuk 5 zullen we zien dat EEG-activiteit kan helpen onderscheid te maken tussen mensen in slaap- en waaktoestand of in verschillende slaapstadia.
Event-Related Potentials (ERP)
De elektrische activiteit van hersenen als reactie op specifieke stimuli wordt een ERP genoemd.
Verkregen door herhaaldelijk dezelfde stimulus aan te bieden en het gemiddelde signaal te berekenen.
Toevalsmomenten (ruis) worden gezuiverd, zodat alleen de reacties op de stimuli zichtbaar zijn.
Gebruikt om te onderzoeken hoe snel de hersenen reageren op informatie.
Magneto-Electroencefalografie (MEG)
Een verbeterde versie van EEG, die het magnetische veld rond de schedel registreert voor nauwkeurige metingen van elektrische activiteit.
Elektrische stimulatie
Delen van de hersenen kunnen elektrisch gestimuleerd worden om de gedragsgevolgen te onderzoeken.
Deze stimulatie kan onderdeel zijn van neurochirurgische procedures wanneer de hersenen bloot liggen.
In het verleden werd dit vaak gedaan om essentieel weefsel te sparen.
Huidige technieken baseren 'mapping' steeds vaker op hersenscans.
Transcraniale Magnetische Stimulatie (TMS)
Maakt gebruik van een achtvormige spiraal om een licht magnetisch veld door de hersenen te sturen, wat neuronale communicatie verstoort en kortstondige 'letsels' aanbrengt.
Hersenscans
Hersengebieden die actief zijn hebben extra bloed nodig.
Ongeveer 20% van het bloed in ons lichaam gaat naar de hersenen.
Positron Emissie Tomografie (PET)
Oorspronkelijke techniek waarbij een radioactieve stof werd ingespoten om bloedtoevoer in de hersenen te meten.
Functionele Magnetische Resonantie Imaging (fMRI)
Maakt gebruik van magnetische resonantie om zuurstofrijke en zuurstofarme bloedcellen te onderscheiden zonder radioactieve stoffen te gebruiken.
Biedt een duidelijkere lokalisatie dan PET.
Studie van zichtbare activatie in de hersenen:
Foutdetectiesignalering vindt altijd plaats aan de binnenkant van de frontale lob, wat aantoont dat frontale lobben verantwoordelijk zijn voor evaluatie- en controletaken bij gedrag.
Beperkingen van Hersenscans
Hersenscans hebben beperkte temporele resolutie (rekening tot seconden).
EEG en ERP registreren met milliseconde-nauwkeurigheid, waardoor combinatie met fMRI gebruikelijk wordt in geavanceerde laboratoria.
Deze combinatie levert zowel temporele (milliseconden) als spatiale (enkele millimeters) resoluties op.
Netwerken in de hersenen
Hersenscans onthullen samenwerking tussen gebieden in de hersenen.
Onderzoekers richten zich vaak op specifieke hersengebieden, maar deze maken deel uit van uitgebreide netwerken.
Drie grote netwerken in de hersenen:
Standaardnetwerk (Default Mode Network)
Actief in rusttoestand, dagdromen, herinneringen ophalen, en toekomstplanning.
Blootstelt associaties met de hippocampus en temporale cortex.
Dorsale Aandachtsnetwerk
Actief wanneer gericht op externe stimuli, gelegen rond motorische en somatosensorische cortex.
Competitie met het standaardnetwerk; onderdrukt elkaars activiteit.
Frontopariëtale Controlenetwerk
Actief bij doelgericht gedrag; interacties met het standaardnetwerk of dorsale aandachtsnetwerk.
Dit netwerk is actief bij doelgerichte taken zoals toekomstplannen of probleemoplossing.
Interacties tussen verafgelegen hersengebieden
Herkenning van geschreven woorden vereist samenwerking van meerdere hersengebieden, niet alleen de visuele verwerkingsgebieden.
Dit netwerk breidt zich uit en omvat ook gebieden die invloed hebben op betekenis en interpretatie.