wiskunde samenvatting

Theorie 5A Positief en negatief

  • Definitie: Een getal boven nul is een positief getal.

  • Definitie: Een getal onder nul is een negatief getal.

  • Voor negatieve getallen geldt: Er staat altijd een minteken ervoor.

  • Het getal 0 is geen positief getal en ook geen negatief getal.

  • Voorbeelden:   - 15 is een positief getal.   - -12 is een negatief getal.

  • Plaats op de getallenlijn:   - -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3

  • Vergelijkingen van getallen:   - (-2) ligt op de getallenlijn links van 4, daarom is -2 kleiner dan 4.   - (-2,1) ligt rechts van (-3,9) op de getallenlijn, dus -2,1 is groter dan -3,9.

  • Algemene regel: Hoe verder je rechts op de getallenlijn gaat, hoe groter het getal.

  • Symbolen:   - Teken < : betekent "is kleiner dan".   - Teken > : betekent "is groter dan".   - Teken = : betekent "is gelijk aan".

  • Voorbeelden van vergelijkingen:   - -4 < 3   - 18 > 17   - 2 + 4 = 6

  • Opgaven: 1-5, 18.

Theorie 5B Grote getallen

  • Opgaven: 23, 37, 38.

  • Woorden voor grote getallen: duizend, miljoen, miljard.

  • Definities van grote getallen:   - 1 duizend = 1.000   - 1 miljoen = 1.000.000   - 1 miljard = 1.000.000.000

  • Vuistregel voor inwonersaantal Nederland: Nederland heeft ongeveer 17,5 miljoen inwoners.

  • Voorbeeld: Schrijf 4152 600 met het woord miljoen en rond af op één decimaal.   - Aanpak:     - Verdeel het getal in groepen van drie cijfers.     - De 4 is 4 miljoen waard, de getallen achter de 4 komen achter de komma te staan.     - Rond af op één decimaal.   - Uitwerking:     - 4152600 wordt 4,2 miljoen.

  • Voorbeeld: Schrijf 3,86 miljard met alleen cijfers.   - Aanpak:     - Schrijf eerst 3 miljard met cijfers: 3.000.000.000.     - Verander de eerste twee nullen achter 3 in 86, geeft 3.860.000.000.   - Uitwerking:     - 3,86 miljard = 3.860.000.000.

  • Voorbeeld: Gemiddeld heeft elke Nederlander 1,3 fietsen. Bereken hoeveel miljoen fietsen er in NL zijn.   - Aanpak:     - Gebruik 17,5 miljoen inwoners en vermenigvuldig met 1,3.

Theorie 5C Decimale getallen afronden

  • Opgaven: 8, 12-14, 28, 42-44, 50, 60, 68, 70, 85, 91.

  • Regels voor het afronden van decimale getallen:   - Kijk naar het eerste cijfer dat je weglaat.     - Cijfer is 5 of hoger: afronden naar boven (tot de dichtbijzijnde eenheid verhogen).     - Cijfer is 4 of lager: afronden naar beneden (blijven op de huidige eenheid).

  • Voorbeeld van afronden:   - a) Rond 10,72864 af op twee decimalen:     - Eerste cijfer weglaat is 8; dus resultaat = 10,73   - b) Rond 2,356 af op een heel getal:     - Eerste cijfer weglaat is 3; dus resultaat = 2.

Theorie 5D Afronden op ronde getallen

  • Opgaven: 69, 92.

  • Regel bij afronden op ronde getallen:   - Kijk naar het ronde getal dat het dichtstbij ligt.   - Als het precies in het midden ligt, meer naar boven afronden.

  • Voorbeeld:   - a) Rond 867 af op honderdtallen: resultaat = 800.   - b) Rond 19501973 af op hele miljoenen: resultaat = 20 miljoen.

Theorie 5E Afronden in de praktijk

  • Opgaven: 40, 41.

  • Regels voor afronden zijn soms niet toepasbaar. Situatie analyseren is belangrijk.

  • Voorbeeld van praktische afronding:   - Chantal trakteert haar klasgenoten en docenten op ijs. Ze heeft 18 klasgenoten.   - Hoeveel dozen ijsjes moet ze kopen? (6 ijsjes in een doos)   - Berekening:     - Totaal ijsjes = 18 + 1 (docent) = 19.     - 19:6 = 3,166…; Chantal moet 4 dozen kopen voor genoeg ijs.

Theorie 5F Breuken

  • Opgaven: 15-17, 63, 75-77.

  • Knoppen op rekenmachine voor breuken:   - Gebruik # voor invoeren van een breuk.   - Gebruik u voor hele getallen voor breuken.   - Gebruik ↔ of s↔D voor omrekeningen naar decimale getallen.

  • Voorbeeld van delen:   - Opgave: Hoeveel leerlingen komen op de fiets naar school? Driekwart van 800 leerlingen op de fiets.   - Activiteit: Bereken (3/4) × 800.   - Uitkomst: 600 leerlingen komen op de fiets.

Theorie 5G Procenten gegeven

  • Procenten ook wel percentage; vaak gemakkelijker om een breuk te maken.

  • Opgaven: 54.

  • Voorbeeld: Rekening maken met procenten:   - Opgave: In een klas van 18 leerlingen zijn 22,2% meisjes. Hoeveel meisjes?   - Aanpak:     1. Maak een procententabel met percentages en aantal.     2. Vul bekende nummers in.     3. Bereken het aantal meisjes in de klas.

Theorie 5H Nieuw bedrag berekenen

  • Opgaven: 8, 42, 43.

  • Berekenen van prijsverhoging of korting in procenten naar euro's.

  • Voorbeeld: Julian's nieuw loon bij 12,7% loonsverhoging:   - Aanpak:     1. Maak een procententabel.     2. Vul in met bekende data.     3. Bereken het nieuwe loon.

Theorie 5I Percentage berekenen

  • Procenten berekenen met procententabellen.

  • Voorbeeld: 540 leerlingen in totaal, 512 geslaagd. Hoeveel procent?

  • Aanpak: Maak tabel, vul bekende data in, bereken percentage.

Theorie 5J Afname en toename in procenten berekenen

  • Afname of toename in percentage te berekenen door euro's eerst.

  • Voorbeeld: 240 leden vorig jaar, nu 218 leden.

Theorie 5K Eenheden van lengte

  • Eenheden omrekenen: m, cm, mm, km.

  • Voorbeeld: Soumaira loopt een wandeltocht van 1,4 km. Hoeveel dranghekken van 2,5 m hoeven er?

Theorie 5L Eenheden van oppervlakte

  • Omrekeningen van eenheden oppervlakte.

  • Voorbeeld: Oppervlakte bos is 3 ha, hoe m²?

Theorie 5M Eenheden van inhoud

  • Omrekeningen van eenheden inhoud en gebruik van onder meer m³.

  • Voorbeeld: 161 m³ bronwater in flessen van 75 cl. Hoeveel flessen?

Theorie 5N Eenheden van gewicht

  • Omrekeningen van eenheden gewicht.

  • Voorbeeld: Hondenvoer per dag. Hoeveel dagen met 15 kg?

Theorie 5O Eenheden van informatie

  • Eenheden van informatie omrekeningen.

  • Voorbeeld: 3 TB externe schijf, hoeveel films (6 GB)?

Theorie 5P Munteenheden omrekenen

  • Omrekeningen van diverse munteenheden.

  • Voorbeeld: 75 Amerikaanse dollar naar euro's.

Theorie 5Q Eenheden van tijd

  • Omrekeningen van eenheden tijd.

  • Voorbeeld: Safouanes 16 km per week, jaar totaal?

Theorie 5R Rekenen met tijdsduur

  • Tijd van pauze in minuten.

Theorie 5S Snelheid omrekenen

  • Verhouding km/uur en m/s en bijbehorende omrekeningen.

Theorie 5T Afstand en reistijd berekenen

  • Voorbeeld: Familie Vos reist 135 km in 1,5 uur.

Theorie 5U Rekenmachine

  • Rekenmachine gebruiksnormen uitleg.

Theorie 5V Prijzen vergelijken

  • Prijzen per eenheid omrekenen.   

Theorie 5W Gemiddelde

  • Gemiddelde berekening uitleg in cijfers.

Theorie 5X Gemiddelde met negatieve getallen

  • Specifieke gem. berekeningen met negatieve temperaturen.

Theorie 6A Namen vlakke figuren

  • Namen van figuren herkenning met kenmerken.

Theorie 6B Lijnsymmetrie

  • Symmetria van figuren uitleg.

Theorie 6C Assenstelsel

  • In het assenstelsel coördinaten en bewegingen uitleg.

Theorie 6D Spiegelen

  • Spiegelen van figuren en technische aspecten.

Theorie 6E Schuifsymmetrie

  • Patroon en schuifsymmetrie учитывать.

Theorie 6F Hoeken en graden

  • Definities en berekeningen met hoeken.

Theorie 6G Soorten hoeken

  • Verschillende soorten hoeken uitleg.

Theorie 6H Hoeken meten

  • Hoeken meten met een koordmeter uitleg.

Theorie 6I Hoeken tekenen

  • Hoe hoeken te tekenen met een koordmeter.

Theorie 6J Kijkhoek

  • Kijkhoeken berekenen en uitleg.

Theorie 6K Koers

  • Uitleg over het bepalen van koers en richtingen.

Theorie 6L Overstaande hoeken

  • Uitleg van overstaande hoeken bij lijnen.

Theorie 6M Evenwijdige lijnen en hoeken

  • Effect van evenwijdige lijnen op hoeken in een figuur.

Theorie 6N Hoeken berekenen in een driehoek

  • Hoekberekening in een driehoek uitleg.

Theorie 6O Vier hoeken samen 360°

  • Vierhoek en opgaande berekeningen.

Theorie 6P Hoeken berekenen in ruit en parallellogram

  • Ruit- en parallellogram-hoekbegrijping.

Theorie 6Q Oppervlakte en omtrek rechthoek en vierkant

  • Oppervlakte en omtrek berekenen uitleg.

Theorie 6R Oppervlakte en omtrek driehoek

  • Driehoek berekeningen nadruk.

Theorie 6S Oppervlakte en omtrek cirkel

  • Cirkeloppervlakte en omtrek formules.

Theorie 6T Figuren verdelen

  • Verdeling van figuren in vierkanten uitleg.

Theorie 6U Figuren inlijsten

  • Inlijsten in rechthoek om oppervlakten goed te krijgen.

Theorie 6V Kaart en schaal

  • Afstand op schaal berekenen uitleg.

Theorie 6W Schaallijn

  • Bepalen van echte afstand via schaallijnen.

Theorie 6X Schaal en schaallijn

  • Schaalberekeningen en hun eigenschappen.

Theorie 6Y Schaal berekenen bij tekening

  • Hoe schalen te berekenen uit een tekening.

Theorie 7A Formule invullen

  • Concept van het invullen van formules.

Theorie 7B Woordformule maken bij een situatie

  • Woordformules neque bij lineaire verbanden.

Theorie 7C Tabel invullen bij een formule

  • Tabellen vullen met betrekking tot formules.

Theorie 7D Grafiek tekenen bij een tabel

  • Grafieken en hun interpretatie aan discussies.

Theorie 7E Grafiek tekenen bij een formule

  • Grafiekeigenschappen en hun effecten.

Theorie 7F Formule kiezen bij een tabel

  • Hoe bijbehorende formules te kiezen bij tabellen.

Theorie 7G Formule maken bij een tabel

  • Formules maken uit de tabellen met regulariteit.

Theorie 7H Formule maken bij een grafiek

  • Formule afleiden van een grafiek.

Theorie 7I Stijg- en daalgetal berekenen

  • Het berekenen van stijg en dalende getallen voor formules.

Theorie 7J Formules vergelijken

  • Vergelijkingen van grafieken en bijbehorende formules.

Theorie 7K Formules veranderen

  • Bewerkingen op formules met hun effecten hechten.

Theorie 7L Formules met haakjes

  • Specialisatie met betrekking tot haakjes in formules.

Theorie 7M Formules met een deelstreep

  • Verhouding en oplossingen met deelstreep in formules.

Theorie 7N Oplossen met inklemmen

  • Toepassingstechniek met inklemmen in formules.

Theorie 7O Oplossen met grafieken

  • Oplossen van problemen met gebruik van grafieken.

Theorie 7P Oplossen met gebogen grafiek

  • Grafiek praktijken met geboden figuren.

Theorie 7Q Oplossen met tabellen

  • Gebruik van tabellen voor oplossing vertegenwoordigen.

Theorie 7R Dalend, stijgend of constant

  • Discussies over grafieken en hun stijgende en dalende punten.

Theorie 7S Stippengrafiek

  • De concepten en basiselementen van een stippengrafiek.

Theorie 7T Trapgrafiek

  • Het samenwerken van trapgrafieken met vorming.

Theorie 7U Gebogen grafiek tekenen

  • Grafieken met gebogen lijnen en hun aspecten\n

Theorie 8A Namen ruimtefiguren

  • Namen van verschillende ruimtefiguren en hun kenmerken.

Theorie 8B Eigenschappen ruimtefiguren

  • Uitleg van geometrische eigenschappen van ruimtefiguren.

Theorie 8C Uitslagen

  • Opbouw van uitslagen en hun uitvoering.

Theorie 8D Aanzichten

  • Aanzichten van vormen en hun visuele effecten.

Theorie 8E Doorsneden

  • Jul in ruimtefiguren en hun doorsneden technieken.

Theorie 8F Inhoud balk en kubus

  • Inhoudsformules voor kubussen en balken.

Theorie 8G Inhoud ruimtefiguren

  • Aantal inhoudsformules voor andere ruimtefiguren.

Theorie 8H Oppervlakte kubus en balk

  • Oppervlakteformules toepasselijk op kubussen en balken.

Theorie 8I Oppervlakte prisma en piramide

  • Oppervlakteberekeningen van prisma's en piramides.

Theorie 8J Hoogtelijnen

  • Hoogtekaarttechnieken uitleggeven.

Theorie 8K Berg of dal op hoogtekaart

  • Lakenge handelen met hoogtekaarten en hun technieken.