Volkenrecht - HC 5

VOLKENRECHT - JURISDICTIE

INLEIDING

Jurisdictie in het volkenrecht verwijst naar "de autoriteit van een staat om invloed en macht uit te oefenen en zo impact en gevolgen te creëren voor individuen of eigendom" (handboek, p. 83). Het is met andere woorden "het maken, toepassen en afdwingen van regels in de praktijk" (handboek, p. 83).

Centraal staat een balansoefening tussen:

  • De rechten van een soevereine staat om regels te maken, toe te passen en af te dwingen aangaande aangelegenheden waar het belang bij heeft

  • Dezelfde rechten van andere staten (handboek, p. 83)


HOOFDSTUK 1: DRIE SOORTEN JURISDICTIE

Soort

Omschrijving

Nederlands

Prescriptive jurisdiction

Soevereiniteit van een staat om recht te stellen (regels maken)

Voorschrijvende jurisdictie

Adjudicative jurisdiction

Recht van nationale rechtbanken om zaken te berechten

Adjudicerende jurisdictie

Enforcing jurisdiction

Fysiek handhaven van het recht

Afdwingingsjurisdictie

STUDIETIP (p. 84): Verwar deze drie vormen van jurisdictie onder internationaal recht niet met 'jurisdictionele clausules' in mensenrechtenverdragen. Dat is een specifiek domein binnen het internationale recht (p. 181-183) dat behandeld wordt in het college 'mensenrechten'.


HOOFDSTUK 2: HET LOTUS-ARREST (1927) - BASISREGELS

Het PCIJ, Lotus (Frankrijk v Turkije) arrest uit 1927 legt de fundamentele regels vast:

2.1 Afdwingingsjurisdictie - De territoriale beperking (para. 45)

"De eerste en belangrijkste beperking die internationaal recht stelt is dat een staat geen macht mag uitoefenen in eender welke vorm in het territorium van een andere staat, tenzij er een toestemmende regel bestaat" (p. 82, 93)

2.2 Voorschrijvende en Adjudicerende jurisdictie - De ruime discretionaire bevoegdheid (para. 46)

"Maar ... een staat mag jurisdictie uitoefenen in het eigen territorium ... veeleer dan een algemeen verbod is er een brede discretie over het toepassen van hun wetten en de jurisdictie van rechtbanken over mensen, eigendom en daden die plaatsvinden buiten het territorium" (p. 82, 93)


HOOFDSTUK 3: VOORSCHRIJVENDE JURISDICTIE

3.1 Algemeen kader

  • Vereist normaal een legislatieve basis

  • Die gebaseerd is op een permissief principe

3.2 De vijf permissieve principes

Principe

Type

Vereiste link

Territorialiteitsprincipe

Territoriaal

Redelijke link

Actief personaliteitsprincipe

Extraterritoriaal

Redelijke link

Passief personaliteitsprincipe

Extraterritoriaal

Redelijke link

Beschermingsprincipe

Extraterritoriaal

Redelijke link

Universaliteitsprincipe

Extraterritoriaal

Geen link

NUANCE: Het handboek behandelt deze principes aan de hand van strafrechtelijke jurisdictie (p. 85), maar ze gelden net zo goed voor civielrechtelijke jurisdictie.


3.3 Territorialiteitsprincipe

Toepassingsgebied:

  • Alle daden begaan binnen het territorium

  • Alle personen binnen het territorium (inclusief natuurlijke of rechtspersonen die cyberactiviteiten uitvoeren)

  • Inclusief luchtruim en territoriale wateren

Twee verschijningsvormen:

Vorm

Omschrijving

Voorbeeld

Subjectief territorialiteitsprincipe

Daad begonnen of gepland op territorium

Duitsland, Afghanistan (planning 9/11)

Objectief territorialiteitsprincipe

Daad vervolledigd op territorium

VS (uitvoering 9/11)

🔍 VERDIEPING: Objectief territorialiteitsprincipe en effecten

Vraag: Kan het objectief territorialiteitsprincipe ook gelden voor enkel (economische, cyber...) effecten? (p. 86)

Dit is complex omdat staten collectief het internationale recht scheppen. Sommige staten reageren met blokkerende wetten wanneer ze extraterritoriale effecten van andermans wetgeving ongewenst achten.

Tallinn Manual 2.0 (2017)

Dit handboek over internationaal recht toepasselijk op cyberoperaties bevestigt dat territoriale jurisdictie ook geldt voor cyberactiviteiten.


3.4 Actief Personaliteitsprincipe (Nationaliteitsprincipe)

  • Klassiek principe van jurisdictie: controle over eigen burgers

  • Hoe een staat de eigen bevolking behandelt werd pas onderdeel van internationaal recht sinds de opkomst van mensenrechten

Nationaliteitsbepaling:

  • In principe bepaalt elke staat zelf wie zijn nationaliteit heeft

  • MAAR: een andere staat mag die nationaliteit in vraag stellen

ICJ, Nottebohm (Liechtenstein v Guatemala) 1955

Voorwaarde voor erkenning van nationaliteit door andere staten is het bestaan van een effectieve en oprechte link tussen de staat en de persoon.


3.5 Passief Personaliteitsprincipe

Jurisdictie op basis van slachtofferschap (bijv. Lotus-case: Frankrijk v Turkije)

Controversieel omdat:

  • Eindeloos veel staten kunnen jurisdictie claimen (nationaliteit dader, nationaliteit slachtoffer, plaats delict, etc.)

  • Daarom: voorrang aan staat die 'dichtste' redelijke link heeft (p. 88)

Bijkomende voorwaarden (voorbeeld België, artikel 12 Wet Strafprocesrecht 2024):

  1. Dubbele criminaliteit (feit moet strafbaar zijn in beide staten)

  2. Aanwezigheid van de vermoedelijke dader op Belgisch grondgebied (na plegen van de daad)

Voorbeelden VS:

  • VS-passagiers op gekaapt Jordaans vliegtuig in Libanon

  • VS-passagier op gekaapt Italiaans cruiseschip in de Middellandse Zee


3.6 Beschermingsprincipe

Doel: Vitaal belang van de soevereine staat beschermen, eender waar de daad gebeurd is

Toepassingen:

  • Vals geld

  • Valse paspoorten

  • Drugshandel

  • Terrorisme

  • Secundaire boycots

Casus: VS 'secundaire boycots' onder Trump

  • VS legde straffen op voor investeerders in Iraanse grondstoffen

  • Investeerders moesten kiezen tussen: land dat sanctie oplegt (VS) OF gesanctioneerd land (Iran)

  • Kan enkel gebruikt worden door sterke economieën

  • Reactie: blokkerende wetten (Canada en EU)

Historische context Iran-VS:

  • 1953: Coup tegen premier Mosaddegh (VS/VK)

  • 1979: Iraanse Revolutie tegen de sjah Pahlavi; Ayatollah Khomeini keert terug

  • 1979-1981: Amerikaanse ambassade bezet door studenten

  • 2015: Historisch nucleair akkoord

  • Retoriek: "As van het verzet" (Iran) vs "As van het kwaad" (VS)


3.7 Universaliteitsprincipe

Kenmerken:

  • Internationaal gewoonterecht

  • Geen link vereist tussen de staat en de daad

  • Enkel indien sprake van serieuze of disruptieve overtreding

    • Bijv. piraterij

    • Jus cogens-inbreuken (misdrijven tegen de menselijkheid, genocide, oorlogsmisdrijven)

Aanwezigheid van beklaagde:

  • Onder internationaal recht hoeft de beklaagde niet aanwezig te zijn in het grondgebied van de staat die prescriptieve jurisdictie uitoefent (na plegen van de daad)

  • Internationale politiek werkt anders in de praktijk

Belangrijke cases:

Casus

Beschrijving

Uitkomst

District Court of Jerusalem, Adolph Eichmann trial (1961)

Naziofficier berecht in Israël voor Holocaustmisdaden

Voorbeeld van universaliteitsprincipe in actie

Hamid Nouri (Iran) in Zweden

Aangehouden op Zweeds vliegveld

Praktische toepassing ondanks afwezigheid link

Minister Buitenlandse Zaken Yerodia (DR Congo) en België

Internationale druk op België

ICJ, Arrest Warrant (Congo v België) (2002)


3.8 Prescriptieve jurisdictie over civiele vliegtuigen

Drie verdragen:

Verdrag

Inhoud

Chicago Conventie Internationale Civiele Luchtvaart (1944)

Volledige en exclusieve soevereiniteit van luchtruim boven territorium en territoriale wateren

Tokio Conventie (1963)

Registratiestaat heeft autoriteit om wetten toe te passen tijdens vlucht; geen inmenging van andere staten

Haags Verdrag (1970)

Bestrijding van wederrechtelijke inbeslagneming vliegtuigen; vervolgen of uitleveren van kapers

Bij overlappende jurisdictie:

  • Blokkerende wetten

  • Consultaties

  • 'Dichtst' redelijke link


HOOFDSTUK 4: GEEN JURISDICTIE - MATE EN TERUGHOUDENHEID

ICJ, Barcelona Traction (Belgium v Spain) 1970

"Staten moeten 'mate en terughoudendheid uitoefenen bij het aannemen van jurisdictie over zaken met een buitenlands element; zo wordt vermeden dat het zich ongewild met de jurisdictie die beter door een andere staat kan uitgeoefend worden'" (p. 91-92)

Opmerking (p. 84): "Meeste staten oefenen minder jurisdictie uit dan internationaal recht hen toestaat"


HOOFDSTUK 5: AFDWINGINGSJURISDICTIE

5.1 De Lotus-regel herhaald

"De eerste en belangrijkste beperking die internationaal recht stelt is dat een staat geen macht mag uitoefenen in eender welke vorm in het territorium van een andere staat, tenzij er een toestemmende regel bestaat" (p. 82, 93)

In de regel verboden buiten territorium: respect voor soevereiniteit, ook in cyberspace

5.2 Toestemmende regels

Type

Voorbeelden

Verdragen ('consent')

• Schengen verdrag
• Tokio Conventie (1963): gezagvoerder mag redelijke dwang gebruiken wanneer misdaad dreigt, plaatsvindt of veiligheid in gevaar is (p. 93)

VN Veiligheidsraad

Zie college 'Vrede en veiligheid'

5.3 Opmerkelijke inbreuken op verbod van afdwingingsjurisdictie

Casus

Jaar

Beschrijving

Eichmann

1961

Ontvoering uit Argentinië naar Israël

Litvinenko

2006

Vergiftiging in Londen (Russisch agent)

Skripal

2018

Vergiftiging in Salisbury (VK)

Khashoggi

2018

Vermoord in Saoedi-consulaat Istanbul

Prostasevich; Ryanair Flight 4978

2021

Gedwongen landing in Minsk, arrestatie journalist


HOOFDSTUK 6: UITLEVERING IN INTERNATIONAAL STRAFRECHT

6.1 Drie voorwaarden voor uitlevering

Voorwaarde

Uitleg

Dubbele criminaliteit

Feit moet in beide staten strafbaar zijn

Geen dubbele vervolging

Ne bis in idem beginsel

Uitleverende staat moet 'voorzienig' mensenrechten beschermen

Zijn mensenrechten voldoende beschermd in (finale) bestemming? (B6 art 3 EVRM, IVBPR)

6.2 Non-refoulement principe

Een recht om niet te moeten gaan of terugkeren naar een staat waar ernstige bedreiging van bepaalde rechten (zoals recht op leven) bestaat (p. 93-94, 181-182)

Dit verhindert adjudicerende jurisdictie niet, maar beïnvloedt wel de uitlevering.

6.3 Mala captus, bene detentus principe

Aspect

Uitleg

Principe

"Slecht gevangen, goed vastgehouden" - onrechtmatige gevangenneming staat berechting niet in de weg

Voorbeeld

District Court of Jerusalem, Adolph Eichmann trial (1961)

Nuance

De nationale rechter kiest of dit principe al dan niet dient toegepast te worden


HOOFDSTUK 7: ADJUDICERENDE JURISDICTIE

7.1 Algemeen

  • De nationale rechter kiest of een zaak gehoord wordt

  • Binnen de perken van de wet, die vaak gebaseerd is op prescriptieve jurisdictie

  • Uiteenlopende opvattingen tussen staten

7.2 Tegenstrijdige perspectieven

Perspectief

Citaat/Bron

Voor extraterritoriale jurisdictie

"Extraterritoriale rechtsmacht als een belangrijke bron van 'internationale hulp voor slachtoffers tijdens de donkerste dagen van de dictatuur in Argentinië en tijdens de overgang naar democratie'"
— Argentine Republic (Government), 'Brief as Amicus Curiae in Kiobel' (2012) Nr 10-1491

Tegen extraterritoriale jurisdictie

"Extraterritoriale jurisdictie zou een directe aanfluiting zijn van Jordanië's soevereiniteit ... om Jordaanse personen op Jordaans grondgebied te [berechten]'"
— Jordan (Government), 'Brief as Amicus Curiae in Jesner' (2017) Nr 16-499, 6 and 9


HOOFDSTUK 8: ACHTERGROND - VN-HANDVEST

VN Handvest (1945)

Artikel 2(1)

"De organisatie is gebouwd op het principe van soevereine gelijkheid van alle leden"

Artikel 2(7)

"[VN] mag zich niet inmengen ('intervene') met zaken die essentieel binnen de jurisdictie van een staat vallen"


KERNBEGRIPPEN - DEFINITIES

Term

Definitie

Jurisdictie

Autoriteit van een staat om invloed en macht uit te oefenen en zo impact en gevolgen te creëren voor individuen of eigendom = het maken, toepassen en afdwingen van regels in de praktijk (p. 83)

Prescriptie

Verkrijging van soevereiniteit door langdurig, ongestoord en openbaar gezag

Dubbele criminaliteit

Feit moet strafbaar zijn in zowel de uitleverende als de verzoekende staat

Non-refoulement

Recht om niet te moeten gaan of terugkeren naar een staat waar ernstige bedreiging van bepaalde rechten bestaat

Mala captus, bene detentus

"Slecht gevangen, goed vastgehouden" - onrechtmatige gevangenneming staat berechting niet in de weg

Blokkerende wetten

Wetten die de extraterritoriale effecten van andermans wetgeving neutraliseren

Jus cogens

Dwingend recht waarvan niet kan worden afgeweken


OVERZICHTSTABEL: VIJF PERMISSIEVE PRINCIPES

Principe

Basis

Link vereist

Voorbeelden

Territorialiteitsprincipe

Daad op grondgebied

Redelijke link

9/11 (planning in Duitsland/Afghanistan, uitvoering VS)

Actief personaliteitsprincipe

Nationaliteit dader

Redelijke link

Nottebohm-case

Passief personaliteitsprincipe

Nationaliteit slachtoffer

Redelijke link

Lotus-case; VS-passagiers op gekaapt vliegtuig

Beschermingsprincipe

Vitaal belang staat

Redelijke link

Secundaire boycots VS tegen Iran

Universaliteitsprincipe

Ernstig internationaal misdrijf

Geen link

Eichmann; piraterij; jus cogens-inbreuken


SAMENVATTENDE KERNPUNTEN

  1. Drie soorten jurisdictie: voorschrijvend (regels maken), adjudicerend (berechten), afdwingend (handhaven)

  2. Lotus-arrest (1927) legt basis:

    • Afdwingingsjurisdictie: verboden op andermans territorium, tenzij toestemmende regel

    • Voorschrijvend/adjudicerend: brede discretie, ook extraterritoriaal

  3. Vijf permissieve principes voor voorschrijvende jurisdictie:

    • Territoriaal (subjectief/objectief)

    • Actief personaliteit (nationaliteit dader)

    • Passief personaliteit (nationaliteit slachtoffer) - controversieel

    • Bescherming (vitaal belang) - vooral door sterke economieën

    • Universaliteit (geen link nodig) - enkel voor ernstige misdrijven

  4. Nottebohm-criterium: nationaliteit vereist effectieve en oprechte link

  5. Mate en terughoudendheid: Barcelona Traction (1970) - vermijd overlapping met beter geplaatste staten

  6. Uitlevering: dubbele criminaliteit, ne bis in idem, mensenrechtenbescherming (non-refoulement)

  7. Mala captus, bene detentus: onrechtmatige gevangenneming belet berechting niet, maar nationale rechter beslist

  8. Blokkerende wetten als reactie op extraterritoriale claims

  9. Tegenstrijdige perspectieven op adjudicerende jurisdictie:

    • Argentinië: positief (hulp tijdens dictatuur)

    • Jordanië: negatief (aantasting soevereiniteit)