Interculturele competenties in de zorg

Interculturele competenties in de zorg

Voorwoord

  • Cultuursensitief handelen is essentieel voor goede zorg in een divers land.
  • Interculturele competenties helpen bij het herkennen van culturele waarden en opvattingen van cliënten.
  • Er is vaak onvoldoende aandacht voor interculturele competenties in opleidingen en de praktijk.
  • Het competentieprofiel beoogt zorg en ondersteuning beter af te stemmen op de behoeften van de cliënt.
  • Het document beschrijft basiscompetenties voor cultuursensitieve cliëntzorg, die ook belangrijk zijn voor het samenstellen van een divers team.
  • Cursusontwikkelaars en beroepsopleidingen worden uitgenodigd deze competenties in hun opleidingen te verwerken.

Inleiding

  • Zorginstellingen streven naar goede zorg voor alle cliënten, ongeacht culturele achtergrond.
  • Het project 'Interculturele competenties uitgelicht' is gericht op het formuleren van deze competenties voor de gehandicaptenzorg (GHZ) en VVT (verpleeg- en verzorgingshuizen, thuis- en kraamzorg).
  • Het richt zich op basiscompetenties van medewerkers in het primair proces.
  • Het profiel kan worden gebruikt bij het ontwikkelen van cursussen, HRD-beleid en om te beoordelen of interculturele competenties voldoende beschreven zijn in de BeroepsCompetentieProfielen (BCP’s).
  • Het profiel dient als basis voor overleg tussen werkveld en onderwijs over interculturele competenties.
  • Het profiel is relevant voor medewerkers in de VVT en gehandicaptenzorg in het primaire proces, zoals begeleiders, verzorgenden en verpleegkundigen.

Aansluiting bij de beroepscompetentieprofielen (BCP’s)

  • Dit profiel sluit aan op bestaande competentieprofielen voor de zorg (BCP’s).
  • Het is een aanvulling op de BCP’s, maar geen verdiepend profiel voor een specifieke doelgroep.
  • Het profiel concretiseert het interculturele aspect van het werk, dat in de BCP’s vaak algemeen is beschreven.
  • Het biedt handvatten voor P&O- en opleidingsfunctionarissen, managers en diversiteitsmedewerkers om interculturele competenties te versterken.
  • In dit profiel worden basiscompetenties beschreven, zonder specificatie naar taken.

Interculturele competenties

  • Interculturele competenties zijn competenties waarmee medewerkers adequate hulp en zorg kunnen verlenen aan cliënten met een andere etnische of culturele achtergrond dan zijzelf.
  • De competenties zijn ook van toepassing op andere situaties, zoals zorg van een Marokkaanse medewerker aan autochtone cliënten.
  • De culturele achtergrond is niet altijd de belangrijkste factor in de hulpvraag.
  • Er is specifieke aandacht nodig voor interculturele competenties, omdat complicaties kunnen ontstaan door culturele verschillen.
  • Mensen hebben de neiging hun waarden en normen als vanzelfsprekend te beschouwen, zonder zich bewust te zijn van de culturele bepaaldheid.
Cultuursensitieve beroepshouding
  • De medewerker is zich bewust van de cultuurbepaaldheid van eigen waarden, normen en gedragspatronen en dat deze niet vanzelfsprekend gedeeld worden door mensen uit andere culturen.
  • De medewerker kent zichzelf goed, staat open voor anderen en kan reflecteren op eigen waarden en normen.
  • Verschillen in waarden kunnen leiden tot misverstanden en irritaties. Voorbeelden van waarden zijn eerlijkheid, openheid, zelfstandigheid en loyaliteit.
  • Een cultuursensitieve houding is nodig om met cultuurverschillen om te kunnen gaan.
Kennis van culturen
  • Een zekere basiskennis van culturen is noodzakelijk, met name van waarden en normen.
  • De medewerker moet waken voor stereotypering van de cliënt.
  • Kennis van andere culturen dient als referentiekader om vragen te stellen gericht op de culturele achtergrond, normen en waarden van de individuele cliënt.
  • Betskennis kan betrekking hebben op gewoonten, zoals eetgewoonten en begroetingen.
  • tussen individu- en groepsgerichte culturen.vv. Deze bepalen vaak in aanzienlijke mate de cultuurverschillen waar medewerkers mee om moeten gaan.
Interculturele communicatie
  • De medewerker kan zich verplaatsen in de situatie en de communicatiestijl van de cliënt en het cliëntsysteem.
  • Zij is zich bewust van de verschillende betekenissen die aan verbale en non-verbale communicatie kunnen worden toegekend, en de van de cultuurbepaaldheid van de communicatie.
  • Cultuurbepaalde waarden en normen kunnen de communicatie bemoeilijken.
  • De medewerker is zich bewust van de cultuurbepaaldheid van de communicatie en de betekenis achter de communicatie.
  • Empathie, kennis van de cultuur, observatievermogen en het stellen van de juiste vragen zijn essentieel.
  • Taalbarrières kunnen de communicatie bemoeilijken.
Een interculturele vertrouwensrelatie opbouwen
  • De medewerker is in staat om een vertrouwensrelatie met de cliënt op te bouwen.
  • Zij is zich bewust van mogelijk cultuurbepaalde verschillen in opvattingen en verwachtingen over de zorg.
  • De medewerker kan buiten staande kaders denken en handelen.
  • Verschillen in normen en waarden kunnen leiden tot uiteenlopende opvattingen en verwachtingen over de zorg.
Intercultureel samenwerken
  • De medewerker is in staat om te werken met collega’s met een andere culturele achtergrond dan zijzelf.
  • Een bewustzijn van het eigen culturele referentiekader en een open, geïnteresseerde en onbevooroordeelde houding zijn hierbij van belang.
  • De medewerker kan omgaan met verschillen in opvattingen binnen de organisatie of het team over (de zorgverlening aan cliënten uit) andere culturen.
  • Culturele diversiteit in teams kan een verrijking zijn voor de organisatie, maar het kan ook tot misverstanden en weerstanden leiden. Zo kunnen er verschillende, deels cultuurbepaalde opvattingen bestaan over de zorgverlening en over de bejegening van cliënten, of over het omgaan met gezag en hiërarchische verhoudingen binnen de organisatie.