H2 - Plaatsbepaling op aarde
II.1 De voorstelling van de aarde
II.1.1 Inleiding
Op verkenning gaan nr onze omgeving = van alle tijden.
De eerste kaarten werden ontdekt op grotschilderingen.
Anaximander
→ Griek
→ eerste voorstelling v/d “gehele” wereld werd geg. in de 6de eeuw v.C.
→ wereld voorstelde als platte schijf met daarrond een zee van vuur.
Het was in diezelfde eeuw dat Pythagoras
→ Griek
→ de wereld voor het eerst voorstelde als een bol.
→ inspo: in de hemellichamen rondom ons
→ Zo zag maan & zon een ronde vorm hadden, waaruit hij afleidde dat ook de wereld bolvormig moest zijn.
Sindsdien zijn: vele bewijzen gevonden voor de bolvorm van de aarde:
1) Ruimtefoto’s
2) Ontdekkingsreizigers
3) Licht gebogen horizon
II.1.2 Globe in kaart gebracht
globe / wereldbol de logische manier om de aarde vr te stellen
= Omwille v/d bolvorm aarde
→ onhandig hulpmiddel om plaatsen op te lokaliseren of om steeds mee te dragen.
→ Om die rede werden globes geprojecteerd op kaarten.
Er zijn veel voorbeelden van oude kaarten te vinden. Zo waren ten tijde van de oudheid de Egyptenaren, Babyloniërs, Chinezen en Feniciërs sterk bedreven in het maken van kaarten. Rond de 5de eeuw v.C. zijn er ook veel kaarten van Griekse afkomst te vinden.
Herodotus
→ die hij opstelde op basis van reisbeschrijvingen.
Het is vele jaren later dat niet Griekenland, maar wel België (en meer bepaald Antwerpen) het centrum van de cartografie werd.
In de 16de eeuw werd Mercator (1512-1594) geboren.
→ Het is dankzij de zeevaart in Antwerpen & de opkomende boekdrukkunst (Plantijn-Moretus-drukkerij) dat Mercator zijn bekende wereldkaart kon verspreiden.
→ De Mercator projectie wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt: vooral nuttig voor de zeevaart → conforme hoeken.
· Andere kaartvoorstellingen
Cantersprojectie == “minimum-error projectie”
= Een veel gebruikte kaartvoorstelling is de
→ projectie= hoofddoel om een zo ethisch mogelijk ogende kaart te produceren → fouten klein mogelijk te houden.
= eigenlijk volledig fout maar hierdoor kan men de fouten wel zo klein mogelijk maken.
→ 1993 opgesteld aan een Belgische universiteit (V.U.B.) door prof. Canters en wordt sindsdien vaak gebruikt voor wandkaarten in scholen.
De kaart voldoet aan volgende eigenschappen:
- Bolvorm behouden, dubbele symmetrie en ononderbroken
- Verhouding nulmeridiaan en evenaar is 1 op 2
- Gekromde meridianen en parallellen gecentreerd op de evenaar en Greenwich
- Uniforme schaal langs de assen
anamorfosekaart
= Een andere veelgebruikte onechte projectie is de
→ grootte van het land aan te passen aan de eigenschap.
→ De vorm van het land probeert men zoveel mogelijk te respecteren.
· Invloed van projecties op ons wereldbeeld
Onbewust vormen we ons een wereldbeeld op basis van de meest voorkomende kaartprojecties.
Voor ons
→ lijkt het logisch dat de Noordpool bovenaan ligt en dat de 0-meridiaan dr het midden v/d kaart loopt.
→ Hierdoor Europa = midden v/d wereld en spreken we wnr we over China praten over “het Verre Oosten” of wnr we over de V.S. praten over “the Far West”.
= Dit wereldbeeld werd ons echter opgelegd door de eerste cartografen die van invloed waren op de wereldhandel (zeevaart) en die vaak Europees van oorsprong waren; denk maar aan Mercator.
Het is echter boeiend om eens stil te staan bij het fictieve scenario waarin de eerste wereldkaarten opgesteld werden door Japan, met de 0-meridiaan door Japan. Of nog beter, door Australië. Met de Zuidpool bovenaan en Australië centraal
II.1.3 Coördinaten leggen plaatsen eenduidig vast
II.1.3.1 Absolute ligging
Om de absolute ligging van een plaats te bepalen gevr. net van meridianen en parallellen.
Hieruit kunnen we een lengte- en een breedtegraad bepalen, d.w.z. de geografische coördinaten.
Meridianen en parallellen = merkwaardige cirkels op de globe.
De bekendste meridiaan = de meridiaan van Greenwich, of de nulmeridiaan.
→ Alle meridianen snijden in zowel de Noordpool als de Zuidpool.
→ Elke meridiaan is dus een cirkel die de omtrek van de wereld omvat.
→ lengtecirkels genoemd
→ de lengtegraad afleiden
De bekendste parallel = de evenaar.
→ Alle parallellen lopen evenwijdig met elkaar.
→ De evenaar is dus de langste parallel en hoe verder je naar de polen gaat, hoe kleiner de parallellen worden, tot ze uiteindelijk een punt zijn (Noordpool en Zuidpool)
→ Andere bekende parallellen zijn de Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring, Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
→ Parallellen worden ook soms breedtecirkels genoemd en kunnen dus gebruikt worden om de breedtegraad te bepalen.
De nulmeridiaan en de evenaar dienen als referentie voor het assenstelsel waaruit de geografische coördinaten bepaald worden. Op basis van dit assenstelsel kunnen we de wereld indelen in 4 kwadranten (NB-OL, NB-WL, ZB-OL, ZB-WL). Elke plek op aarde heeft dus juist één geografische coördinaat, de absolute ligging van die plek. Om de coördinaat van een bepaalde plek te zoeken kan men gebruik maken van afstands- en hoek metende toestellen. In het voorgaande geval wordt slechts een coördinaat in de x- en de y-richting bepaald, dit is de planimetrie. Indien ook de Z-coördinaat voor de altimetrie (hoogtemeting) geweten wil zijn, kan men bijvoorbeeld gebruik maken van een theodoliet. Hoogtemeting kan op een kaart aangeduid worden met hoogtelijnen
II.1.3.2 Relatieve ligging
Een relatieve ligging van een plaats is een beschrijving van die plaats aan de hand van verschillende geografische factoren:
- Politieke of administratieve termen (vb. staten, grenzen)
- Fysisch-geografische gegevens (vb. rivieren, reliëf)
- Verkeer (vb. belangrijkste wegen, knooppunten)
- Economisch-geografische gegevens (vb. handelsstromen, afzetmarkten, grondstoffen)
- Sociaal-geografische elementen (vb. bevolking, taal, cultuur)
- Historische factoren (vb. veranderingen in de tijd)
- …
Om een relatieve ligging te bepalen, dien je dus een ruime kennis te hebben van de plaats, of maak je gebruik van verschillende bronnen (kaarten, boeken, internet, …)
I.2 De topografische kaart
Een topografische kaart (of grootschalige basiskaart) is een kaart van een bepaalde regio waarop heel wat informatie terug te vinden is:
· Landgebruik
· Wegen/spoorwegen
· Grenzen
· Hoogtelijnen
· Beken/rivieren
· Plaatsnamen
· Symbolen
De naam “topografisch” wijst op topografie, wat wil zeggen dat de kenmerken van plaatsen en gebieden beschreven worden. Topografische kaarten worden in België gemaakt door het NGI (Nationaal Geografisch Instituut).
· Op basis waarvan is een topografische kaart gemaakt?
luchtfoto’s, satellietbeelden
Verder is er vaak controle nodig op het terrein, voor plekken die vanuit de lucht niet zichtbaar zijn. Achter de kaart schuilt ook een databank. Zo is er voor heel wat punten een exacte absolute ligging geweten. In praktijk worden deze punten vaak aangeduid met meetnagels (in de stoep). Samen vormen ze een geodetisch net.
II.3 Geografische informatiesystemen (GIS)
II.3.1 Kenmerken van GIS
GIS-systemen= digitale kaarten.
→ De gegevens opgeslagen in een databank.
→ Igegevens aan of uit vinken, zodat ze al dan niet verschijnen op je kaart.
→ Vaak bevat een GIS veel meer informatie dan een standaard-kaart.
→ computer bewerkingen te laten uitvoeren op de gegevens, of kan je de gegevens voorstellen in 3D. Je kan een GIS-systeem ook zien als een databank, die ruimtelijk voorgesteld is (dus op een kaart). Geef een voorbeeld van een GIS-systeem uit het dagelijks leven?