Taalvariatie en Registers
Hetzelfde en toch anders: over taalvariatie
Inleiding
- Het doel is om kennis te maken met diverse aspecten van taalvariatie en verschillende soorten taalvariatie te onderscheiden.
- Het is belangrijk om het belang van een passend communicatief register in te schatten.
Opiniestuk van Rik Vosters
- We moeten stoppen met zeuren over taal en meer genieten van taal in al haar vormen en verschijningen.
- Taal is een afspiegeling van de maatschappij en verraadt veel over jezelf (regionale herkomst, leeftijd, geslacht, sociale achtergrond, opleidingsniveau).
- Taal is een flexibel instrument om in elke situatie op een andere manier te worden ingezet.
- Jongeren onderscheiden zich van hun voorgangers door taal.
- Wat vandaag als afwijking wordt verworpen, kan morgen de norm zijn.
- Het verwerpen van taalvariatie en klagen over taalverandering als 'taalverloedering' bouwt voort op misvattingen.
- Mensen denken vaak dat taal alleen een communicatiemiddel is.
- Taal is ook een middel om onze sociale identiteit mee vorm te geven.
- De manier waarop we iets zeggen is soms belangrijker dan wat we zeggen, en dezelfde boodschap kan afhankelijk van de uitspraak een totaal ander effect creëren.
- Niemand spreekt altijd, overal en tegen iedereen hetzelfde.
- Het is cruciaal dat jongeren het Standaardnederlands voldoende beheersen, maar het is ook belangrijk om meerdere variëteiten, zoals de tussentaal, te beheersen.
- De wereld zou er maar grauw uitzien als iedereen steeds hetzelfde sprak.
Functies van taal volgens Vosters
- Taal is een communicatiemiddel.
- Taal is een middel om je sociale identiteit vorm te geven.
Taal als identitair instrument
- Met onze taal tonen we wie we zijn.
- We verraden veel over onze identiteit, ons geslacht, onze leeftijd, onze sociale achtergrond.
Taalvariatie en taalverandering
- Taal verandert door de variatie: wat vandaag een afwijking is, kan morgen uitgroeien tot de norm.
Belang van meerdere registers beheersen
- Wie de registers beheerst, kan qua taal variëren om goed in te spelen op de context.
Taalvariaties
- Situationele variatie: register (formeel, informeel), gesproken of geschreven taal, medium (analoog versus digitaal, chattaal).
- Etnische variatie (etnolect): Indonesisch-Nederlands, Marokkaans-Nederlands.
- Sociale variatie (sociolect, groepstaal): opleiding (sociolect), beroep (vaktaal), gender (genderlect), leeftijd (straattaal, rapperstaal), trends of mode (turbotaal, trendolect).
- Geografische variatie:
- Regionaal: dialect, regiolect.
- Nationaal (natiolect): Standaardnederlands, Nederlands-Nederlands, Belgisch-Nederlands, Surinaams-Nederlands.
Taalsociologie of sociolinguïstiek
- Mensen spreken een andere taalvariëteit naargelang de sociale groep(en) waartoe ze behoren (leeftijdsgroep, gender, sociale klasse, beroepsgroep, etnische achtergrond of subcultuur).
Videoclip Lijpe: Geen tijd
- Taalkeuze heeft impact op de zeggingskracht van de song.
- Sommige woorden zijn moeilijker te begrijpen.
- De taalkeuze zegt iets over het doelpubliek van de song.
Marokkaans-Nederlands
- In het taalgebruik van personen met een Marokkaanse achtergrond hoor je vaak Arabische of Berberse invloeden.
- Dit kan zijn omdat de sprekers het Nederlands nog niet helemaal onder de knie hebben (eerste generatie) of omdat sprekers, afhankelijk van de situatie, in hun taalgebruik meer of minder nadruk willen leggen op hun identiteit (tweede, derde, n-de generatie).
- Er is een verschil tussen Marokkaanse nieuwkomers van de eerste generatie en hun nakomelingen die in Vlaanderen en Nederland opgroeien.
- Het taalgebruik van de eerste categorie zal logischerwijs veel kenmerken vertonen die typisch zijn voor tweedetaalverwerving.
- Toch blijft ook het taalgebruik van sprekers van de tweede, derde, vierde … generatie verschillen van het Standaardnederlands of een spreektaalvariëteit daarvan.
- Uit onderzoek blijkt dat een etnolect zich voor veel sprekers ontwikkelt tot een spreekstijl die ze gebruiken om hun etnische identiteit te benadrukken.
- Naast hun gekleurde accent beheersen Marokkaanse Nederlanders of Belgen vaak ook gewoon het Standaardnederlands of een andere inheemse variëteit, maar ze kunnen van register wisselen afhankelijk van de context.
- Etnolecten blijven verder niet noodzakelijk de taal van één specifieke etnische groep.
- Vaak is het zo dat kenmerken die een bepaald etnolect typeren ook worden overgenomen door autochtone sprekers, waardoor het wordt gebruikt als sociolect of straattaal.
- Autochtone jongeren gebruiken het ook als stijlkenmerk.
Verschil in taalgebruik tussen nieuwkomers en nakomelingen
- Het taalgebruik van nieuwkomers is doorspekt met anderstalige elementen omdat ze de nieuwe taal maar deels machtig zijn.
- De nakomelingen gebruiken anderstalige elementen meer als identiteits- en stijlmiddel, voor een bepaald register.
Evolutie van etnolect naar sociolect
- Het Marokkaans-Nederlands wordt overgenomen door autochtone Nederlandstalige jongeren die er zich een identiteit mee willen aanmeten en die die identiteit ook willen onderstrepen (het duikt bijvoorbeeld op in straattaal).
Register wisselen afhankelijk van de context
- De gebruikers kunnen kiezen om meer of minder elementen in hun taal te gebruiken om hun sociale identiteit al dan niet te benadrukken.
- Op straat gebruiken ze bijvoorbeeld meer Marokkaanse elementen dan in een formele context.
Citétaal
- Het is een omgangstaal van jongeren.
- De taal is in de vorige decennia ontstaan in de cités van de mijnen in Limburg.
- De taal ontstond onder de gastarbeiders van verschillende origine die een voertaal nodig hadden.
- Nu is het een jongerentaal.
- Voorbeelden: 'vies' in plaats van 'heel', 'shtijl' in plaats van 'stijl', 'de' voor onzijdige woorden.
- De sh-klank werd populair door de reeks 'Safety first'.
- Op X kreeg het woord een spellingvariant (met 'sj' of 'sh').
- Zowel allochtonen als autochtonen gebruikten het.
- Het viel ook op dat het woord zich verspreidde buiten de Limburgse grenzen.
Verklaringen voor taalevolutie
- Jongeren imiteren andere mensen die succesvol en een beetje uitdagend zijn.
- Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een expressiemiddel: je kunt er iets mee uitdrukken over jezelf (tot welke groep je behoort, hoe oud je bent…).
Taal als een jas
- Taal is een communicatiemiddel dat ontstaan is uit noodzaak, net zoals de jas uitgevonden is omdat het koud werd.
- Daarnaast is taal ook een manier om te tonen wie je bent, om jezelf een identiteit te geven.
- Aan de hand van de stijl van je jas toon je je ook op een bepaalde manier.
Taalvariatie in verband met Citétaal
- Eerst was het een etnolect (mijnwerkers uit andere landen die in de mijnen met het Vlaams en het Frans in contact kwamen), nu is het gelinkt aan sociale variatie (bv. leeftijd en situationele variatie).
Straattaal
- Straattaal is meer dan een paar exotische woorden: op lange termijn zorgt straattaal voor verandering van het Standaardnederlands.
- Typische straattaalwoorden hebben een korte levensduur, maar hun grammatica heeft een effect op het Nederlands dat de gebruikers op latere leeftijd spreken.
- Straattaal is niet zomaar een jongerentaal, maar misschien wel het Nederlands van de toekomst.
- Een voorbeeld: als jongeren geslachten van woorden veranderen (bv. 'de meisje' of 'een dure merk') is de kans groot dat ze dat zelf niet altijd opmerken.
- Sprekers van straattaal zijn heel bewust bezig met het maken van nieuwe woorden: zij eigenen zich woorden uit het Nederlands en andere talen toe door ze op de een of andere manier in uitspraak of betekenis te veranderen.
- Typische straattaalwoorden worden alleen onderling gebruikt en niet in gesprekken met ouderen.
- Als de jongeren zelf ouder worden, gebruiken ze die woorden ook niet meer.
- Wat ze waarschijnlijk niet verliezen wanneer ze de straattaal opgeven, zijn kenmerken als 'een goeie merk' in plaats van een goed merk'.
- Het gaat hier immers om tamelijk onbewuste grammaticale kennis.
Invloed van straattaal op het Nederlands
- Het Nederlands verandert (bv. grammaticale structuren hebben meer kans om te veranderen in de taal dan losse woorden).
Taal is meer dan een communicatiemiddel
- Straattaalwoorden worden alleen onderling en niet in contact met ouderen gebruikt.
- Het is dus een manier om zich te onderscheiden.
Elementen van taalvariatie zorgen voor taalverandering
- Bepaalde patronen (zoals het geslacht van woorden) overstijgen een specifieke context, ze worden op termijn overgenomen in de standaardtaal.
Etnolect en straattaal
- Een etnolect is een variëteit van een taal die ontwikkeld wordt door een groep sprekers met een bepaalde etnische achtergrond.
- Dat wil zeggen, mensen met een andere moedertaal dan het Nederlands, terwijl hun nakomelingen wel vaak Nederlandstalig zijn.
- Bekende voorbeelden van etnolecten van het Nederlands zijn Indonesisch-Nederlands en Marokkaans-Nederlands.
- Taalvariëteiten zijn etnolecten als ze in oorsprong gesproken of gevormd worden door sprekers met een andere etnische achtergrond.
- Het is niet ongewoon dat die etnolecten of enkele kenmerken daarvan later worden overgenomen door andere groepen in de taalgemeenschap.
- Het etnolect fungeert dan als straattaal.
- In grote steden, zoals Antwerpen en Brussel, gebeurt het bijvoorbeeld vaak dat ook autochtone jongeren hun taalgebruik doorspekken met etnische taalkenmerken.
- De straattaal zorgt ervoor dat de gebruikers zich kunnen associëren met de heersende straatcultuur.
Boomer vs Gen Z
- Taal wordt gebruikt om zich te identificeren met een bepaalde groep.
- De dochters willen niet dat vader Jan zich met hen identificeert.
- Boomer: Iemand geboren tussen circa 1946 en 1964. De term wordt vaak gebruikt voor iemand met een conservatief denkbeeld.
- Gen Z: Iemand geboren tussen circa 1997 en 2012. Het is de eerste generatie die zich geen leven zonder het internet kan voorstellen.
- Straattaal: Wordt door jongeren gebruikt om zich te identificeren en wijkt af van de standaardtaal.
Sociale variatie in online tienertaal
- Chatgesprekken op populaire platformen als WhatsApp, Instagram en Facebook Messenger maken een essentieel onderdeel uit van de dagelijkse communicatie van jongeren.
- De schrijftaal die tieners op deze platformen hanteren, is vaak erg herkenbaar (gebruik van emoji, losse omgang met leestekens en hoofdletters, afkortingen).
- Toch blijkt er niet zoiets te bestaan als 'de' online jongerentaal.
- Jongeren zijn zich sterk bewust van taalvariatie en kunnen ze hun taalgebruik aanpassen afhankelijk van de context.
- Oudere scholieren (17 tot 20 jaar) gebruiken minder niet-standaardtalige kenmerken dan jongere tieners (13 tot 16 jaar).
- Er zijn duidelijke gelijkenissen tussen gesproken en geschreven taal.
- Taalvarianten als dialecten oefenen vooral een aantrekkingskracht uit op mannen.
- Vrouwen zetten tijdens het converseren meer in op het tot stand brengen van emotionele en sociale connecties.
- Jongens gebruiken meer traditionele niet-standaardtalige kenmerken (regionaal taalgebruik en slang) in hun chatberichten, terwijl meisjes meer de expressieve, typografische elementen hanteren die eigen zijn aan het online genre (emoji, extra leestekens).
- Jongeren kunnen goed achterhalen of de auteurs van authentieke chatberichten jongens of meisjes zijn, en nog beter of ze tussen 13 en 16 dan wel tussen 17 en 20 jaar oud zijn.
- Jongeren weten heel goed dat de niet-standaardtalige spellingvariant 'sg' in de plaats van 'sch' typisch is voor jonge tieners (bv. 'sgool' vs. 'school'), net als een overvloedig gebruik van emoji's.
Woordbetekenis
- Typografische elementen: Lettertekens, leestekens, emoji… alles wat je typt.
- Authentieke berichten: Berichten die door de tieners in een echte context werden gebruikt (ze werden dus niet geschreven nadat ze een bepaalde instructie hadden gekregen).
- Slang: Het taalgebruik dat hoort bij een bepaalde sociale groep (bv. een groep jongeren die onder elkaar bepaalde woorden of uitspraken hanteert).
Bewustzijn van taalvariatie
- Jongeren kunnen op basis van het taalgebruik goede inschattingen maken over de gebruikers.
- Bovendien weten ze ook wat standaardtaal is en wat niet.
Taalvariatie in dit artikel
- Deze tekst behandelt een vorm van sociale variatie (leeftijd en gender) en situationele variatie (online taalgebruik).
Miet Ooms podcast
- Het fragment gaat over geografische variatie.
- De taal is in de eerste plaats een middel om te communiceren.
- Om contact met elkaar te hebben, moet je elkaar begrijpen.
- Taal zorgt ervoor dat je misverstanden kunt oplossen.
- Als er minder contact is tussen taalgebruikers (bv. Belgen en Nederlanders), dan groeien de variëteiten uit elkaar.
- Als dan een overheid de beslissing neemt om de twee variaties als aparte talen te zien, worden het twee officiële talen.
- Twee voorbeelden zijn het vroegere Servo-Kroatisch en het Afrikaans.
Situationele taalvariatie: stijl en register
- Taalgebruik is een onderdeel van ons sociale gedrag.
- Voor dat gedrag gelden normen, die je kunt beschouwen als verwachtingen: je koestert verwachtingen over elkaars (taal)gedrag en houdt er onbewust rekening mee tijdens een gesprek.
- Dat noem je accommodatie.
- De richting waarin je rekening houdt met die verwachtingen, varieert.
- Ofwel pas je je eigen taalgedrag aan de gesprekspartner aan of net niet.
- De mate waarin je dat doet, varieert eveneens en kun je zichtbaar maken in een taalmengtafelmodel.
- Op die manier verklein (of vergroot) je de sociale verschillen met je gesprekspartners en versterk je je eigen sociale identiteit.
- Heel vaak gaat situationele taalvariatie gepaard met het gebruik van taalregisters of stijlniveaus.
- Er worden drie verschillende soorten stilistische taalvarianten of registers onderscheiden.
- vulgair ('plat') → informeel → ongemarkeerd → formeel taalgebruik
- wijf (vulgair) → partner of echtgenote (ongemarkeerd) → eega (formeel)
- van spreektalig naar schrijftalig: al, als, proberen (spreektalig) vs. reeds, indien, trachten (schrijftalig)
- van modieus naar archaïsch taalgebruik: 'taal is zeg maar echt mijn ding', ‘ik heb zoiets van' (modieus taalgebruik) vs. 'geschieden, onverwijld, sponde' (i.p.v. 'gebeuren, direct, bed') (archaïsch taalgebruik)
- Individuele taalgebruikers zijn in staat om voor verschillende situaties of contexten andere taalvarianten te gebruiken én te herkennen bij anderen.
- Dat heet communicatieve competentie.
- De algemene naam voor taalgebruik dat door de situatie wordt bepaald, is stijl of stilistische taalvariatie.