Volledige Gids: Le Conditionnel Présent in de Voorwaardelijke Wijs
Le Conditionnel Présent (De Voorwaardelijke Wijs)
De voorwaardelijke wijs, in het Frans "le conditionnel présent", komt in het Nederlands overeen met de constructie "zou" of "zouden" + infinitief.
Het Gebruik (L'emploi)
Het conditionnel présent wordt in de Franse taal voor twee hoofddoeleinden gebruikt:
Om iets beleefd te vragen (Pour demander quelque chose poliment):
Voorbeeld: "Madame, vous pourriez m’aider ?" (Mevrouw, zou u mij kunnen helpen?)
Om een mogelijkheid in de toekomst uit te drukken (Pour exprimer une possibilité dans le futur):
Voorbeeld: "Plus tard, elles habiteraient dans een villa en France." (Later zouden zij in een villa in Frankrijk wonen.)
De Vorming: Algemene Regels
De vorming van de voorwaardelijke wijs is gebaseerd op een combinatie van twee andere tijden:
De Stam (Radicaal): Deze is altijd gelijk aan de stam van de futur simple (de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd).
De Uitgangen (Terminaisons): Deze zijn gelijk aan de uitgangen van de imparfait (de onvoltooid verleden tijd).
De uitgangen die achter de stam worden geplaatst zijn:
Je:
Tu:
Il/Elle/On:
Nous:
Vous:
Ils/Elles:
Werkwoorden op -ir (Les verbes en -ir)
Bij regelmatige werkwoorden op -ir wordt de volledige infinitief als stam gebruikt, waar de uitgangen direct achter worden geplaatst.
Vorming: Infinitief + uitgangen van de imparfait.
Voorbeelden uit de les:
sortir (uitgaan): Ils sortiraient le samedi. (Zij zouden op zaterdag uitgaan.)
dormir (slapen): Elle dormirait jusqu’à 7h. (Zij zou tot 7 uur slapen.)
mentir (liegen): Nous ne mentirions plus. (Wij zouden niet meer liegen.)
atterrir (landen): L’avion atterrirait à 22h. (Het vliegtuig zou om 22 uur landen.)
finir (eindigen): Nous finirions notre devoir. (Wij zouden ons huiswerk afmaken.)
partir (vertrekken): Je partirais pour la France. (Ik zou naar Frankrijk vertrekken.)
choisir (kiezen): Elle choisirait un camp. (Zij zou een kamp kiezen.)
se sentir (zich voelen): Ils se sentiraient mieux. (Zij zouden zich beter voelen.)
Vervoeging van "sortir" (voorbeeld):
je sortirais
tu sortirais
il, elle, on sortirait
nous sortirions
vous sortiriez
ils, elles sortiraient
Werkwoorden op -re (Les verbes en -re)
Bij werkwoorden die eindigen op -re moet de laatste -e van de infinitief worden verwijderd voordat de uitgangen worden toegevoegd.
Vorming: (Infinitief – e) + uitgangen van de imparfait.
Voorbeelden uit de les:
attendre (wachten): Tu attendrais ton bus.
prendre (nemen): Elles prendraient le train.
reprendre (herhalen/opnieuw nemen): Vous reprendriez le voc.
boire (drinken): Je boirais un thé.
vendre (verkopen): Il vendrait son VTT.
lire (lezen): Tu lirais des BD.
rendre (teruggeven): On rendrait tout.
apprendre (leren): J’apprendrais mes mots.
Vervoeging van "attendre" (voorbeeld):
j’ attendrais
tu attendrais
il, elle, on attendrait
nous attendrions
vous attendriez
ils, elles attendraient
Werkwoorden op -er (Les verbes en -er)
Bij werkwoorden op -er wordt de stam bepaald door de eerste persoon enkelvoud ("je") van de indicatif présent (tegenwoordige tijd), plus een -r, gevolgd door de uitgangen.
Vorming: "je"-vorm van de ind. prés. + r + uitgangen van de imparfait.
Opmerking: Deze regel helpt bij werkwoorden met stamveranderingen (zoals nettoyer of acheter).
Voorbeelden uit de les:
s’amuser (zich amuseren): Je m’amuserais beaucoup.
jeter (gooien): Ils jetteraient le ballon.
appeler (bellen/roepen): On appellerait le chien.
demander (vragen): Vous le demanderiez ?
nettoyer (schoonmaken): Tu nettoierais ta chambre.
acheter (kopen): Elles achèteraient un vélo.
étudier (studeren): Nous étudierions Atelier 5.
préférer (verkiezen): Il préfèrerait les desserts.
Vervoeging van "répéter" (herhalen):
je répèterais
tu répèterais
il, elle, on répèterait
nous répèterions
vous répèteriez
ils, elles répèteraient
Onregelmatige Werkwoorden (Les verbes irréguliers)
Bij onregelmatige werkwoorden verandert de stam (het radicaal) volledig. Deze stam moet uit het hoofd geleerd worden. De uitgangen blijven echter altijd de standaard uitgangen van de imparfait.
Infinitief | Stam (Radicaal) | Voorbeeld (1e pers. enk.) |
|---|---|---|
être | ser- | je serais |
avoir | aur- | j'aurais |
faire | fer- | je ferais |
pleuvoir | pleuvr- | il pleuvrait |
falloir | faudr- | il faudrait |
vouloir | voudr- | je voudrais |
pouvoir | pourr- | je pourrais |
devoir | devr- | je devrais |
aller | ir- | j'irais |
venir | viendr- | je viendrais |
recevoir | recevr- | je recevrais |
tenir | tiendr- | je tiendrais |
voirs | verr- | je verrais |
savoir | saur- | je saurais |
envoyer | enverr- | j'enverrais |
courir | courr- | je courrais |
mourir | mourr- | je mourrais |
Andere specifieke voorbeelden:
Plus later: "ils seraient riches" (zij zouden rijk zijn).
"elle aurait cinq enfants" (zij zou vijf kinderen hebben).
"vous feriez des voyages" (jullie zouden reizen maken).
Vervoeging van "devoir" (moeten):
je devrais
tu devrais
il, elle, on devrait
nous devrions
vous devriez
ils, elles devraient
Oefeningen en Oplossingen
Hieronder volgen de oefenopgaven uit de les met de bijbehorende correcte vormen in de conditionnel présent:
Vraag: Vous (répéter) les mots.
Antwoord: Vous répèteriez les mots
Vraag: On (choisir) le menu.
Antwoord: On choisirait le menu.
Vraag: Elles (entendre) tout.
Antwoord: Elles entendraient tout.
Vraag: Je (prendre) ce pull.
Antwoord: Je prendrais ce pull.
Vraag: Nous (pouvoir) venir.
Antwoord: Nous pourrions venir.
Vraag: Tu (peser) les pommes ?
Antwoord: Tu pèserais les pommes ?
Vraag: Il (falloir) étudier.
Antwoord: Il faudrait étudier.
Vraag: Ils (envoyer) un courriel.
Antwoord: Ils enverraient un courriel.
Vraag: Vous (voir) la surprise?
Antwoord: Vous verriez la surprise?
Vraag: Je ne (s’ennuyer) jamais.
Antwoord: Je ne m’ennuierais jamais.