Architectuur Dichtbij Huis: De Lage Landen en Stedelijke Architectuur

Inleiding

  • Overzicht van de architectuur in de Lage Landen, met focus op stedelijke gebouwen.

De Lage Landen: Urbanisatiegraad en Stedelijke Ontwikkeling

  • Hoge urbanisatiegraad kenmerkend voor de Lage Landen.

  • Veel steden, relatief klein in vergelijking met andere Europese steden.

  • Stedelijke architectuur ontstond voornamelijk in de 15e eeuw ten tijde van de Bourgondiërs.

  • Het gebied omvat de huidige Benelux-landen (België, Nederland, Luxemburg).

  • Voor de 16e eeuw was het een lappendeken van rijke vorstendommen.

    • Vlaanderen (Brugge, Gent) door lakenhandel.

    • Brabant: strekte zich uit van Namen tot Noord-Nederland.

    • Kleinere vorstendommen: Land van Loon, Landen van Overmaas, Gulik.

    • Graafschap Holland en Zeeland: belangrijke kustprovincies.

  • Kustprovincies waren het meest stedelijk en rijk.

Geografische Spreiding van Steden

  • Oorspronkelijk (13e eeuw) lagen de belangrijkste steden meer landinwaarts.

    • Brugge en Gent waren de grootste.

    • Ieper, Rijsel (Lille), Doornik (Tournai) waren belangrijke steden voor de lakenhandel.

    • Maastricht, Luik en Aken.

    • Brabantse steden: Leuven en Antwerpen.

  • Rond 1400: steden verspreidden zich over het hele gebied, ook in het noorden.

Vijftiende Eeuw: Kerngebieden van Stedelijke Groei

  • Twee kerngebieden:

    • Brussel tot Antwerpen (Antwerpen nam de positie van Brugge over als belangrijkste handelsplaats door de verzanding van het Zwin).

    • Steden in Holland, met Amsterdam als snelste groeier.

Kerkelijke Indeling en Kathedralen

  • Kerkelijke indeling hangt samen met de spreiding van steden.

  • Noord-Frankrijk had een hoge dichtheid aan kathedralen.

  • Lage Landen waren grotendeels wildernis/moeras tijdens de totstandkoming van kerkelijke indeling.

  • Kathedralen in de 5e-8e eeuw lagen in het zuiden: Kamerijk, Doornik, Terwaan, Atrecht en Luik.

  • Utrecht was de enige kathedraal in het noorden.

  • Alleen de kathedralen van Utrecht (Dom) en Doornik bestaan nog.

  • Kathedralen van Luik en Kamerijk zijn verwoest.

Gotiek in de Lage Landen

  • Gotiek verspreidde zich vanuit Noord-Frankrijk in de 2e helft van de 13e eeuw.

  • Rond 1200 werd er al groots gebouwd, met name rond 1250 snelle ontwikkeling.

  • Eerst voor kapittels en kloosterorden.

  • Na 1300 steeds meer voor stedelijke instellingen.

  • Periodisering van Gotiek: 1200-1350 (vroeggotiek), 1350-1550 (laatgotiek).

  • Nieuwe bouwheren: kathedralen en kloosters namen Gotiek over van Île-de-France.

Vlaanderen en Frankrijk

  • Vlaanderen behoorde oorspronkelijk tot het Koninkrijk Frankrijk.

  • Graaf van Vlaanderen was in principe leenheer van de Franse koning.

  • Kathedralen in het huidige Noord-Frankrijk (dat tot de Lage Landen behoorde) gingen snel mee met de gotische ontwikkeling.

Kloosters en Bouwmaterialen

  • Belangrijke bouwheren: kloosters (vooral Cisterciënzers) vanuit Frankrijk.

  • Cisterciënzers vestigden zich in de onontgonnen kustgebieden.

  • Introductie van baksteen als nieuw bouwmateriaal.

  • Baksteen werd het voornaamste bouwmateriaal in de late middeleeuwen, ook voor kathedralen (bekleed met natuursteen, kern van baksteen).

Kathedralen: Doornik

  • Kathedraal van Doornik: Romaanse kathedraal, een van de grootste bouwwerken van Noordwest-Europa.

  • Plattegrond in de vorm van een klaverblad met 3 absiden.

  • Vier torens flankeren de transepten, een vijfde toren op de viering.

  • Lang schip met de bedoeling om daar ook torens te bouwen.

  • Transcepttorens zijn voltooid, de toren op de viering en de westtorens niet.

  • Nadat de kathedraal af was, besloot men een gotisch koor aan te bouwen.

  • Gotische koor is veel hoger dan het Romaanse schip (bijna 1/31/3 hoger).

Verschillen in Architectuur

  • Romaanse schip: opbouw met galerij, blinde zone (triforium), lichtbeuk met kleine ramen.

  • Gotische koor: driedelige opstand met hoge arcade, laag triforium, hoge lichtbeuk.

  • Toevoeging van wimbergen (driehoekjes boven de vensters), zoals in Amiens en Saint-Chapelle.

  • De kathedraal is in restauratie om de kerk te stabiliseren, omdat deze op instorten staat.

Kloosters: Abdij Ter Duinen

  • Abdij Ter Duinen: Cisterciënzers vestigden zich in afzondering in de onontgonnen kustgebieden.

  • Zelfvoorzienend met landerijen eromheen.

  • Intoductie van baksteen.

  • Kerk opgebouwd uit baksteen, natuursteen voor ornamenten.

  • Afgebroken tijdens de beeldenstorm in 1566.

  • State of the art, maar de typologie is traditioneel en sluit aan bij de 12e eeuw.

Typologie van Cisterciënzerkloosters

  • Typologie: schematische indeling van de plattegrond.

  • Indeling klooster telkens hetzelfde, ongeacht de stijl.

    • Pandhof (kloostergang) met aan de noordkant de kerk.

    • Aan de publieke kant (entree) een gastenverblijf.

    • Refter (eetzaal) met keuken: groot bouwblok.

    • Kapittelzaal (vergaderzaal) aan een van de vleugels.

    • Infirmerie (ziekenhuis) met ziekenzalen.

  • Daaromheen utilitaire gebouwen: schuren en boerderijen voor de lekenbroeders.

Architectuur van Abdij Ter Duinen

  • Alleen de basis van de kerk is nog over.

  • Baksteen gebruikt voor ribben, Doornikse steen voor consoles.
    De Cisterciënzerabdij van Villers-la-Ville

  • Villers-la-Ville: natuursteen gebruikt.

  • Nieuwe architectuur sluit aan bij de ontwikkelingen in Frankrijk, maar een standaard typologie.

Datering van Kerken: Gewelven

  • Vierdellig gewelf vs. zesdellig gewelf.

  • Vierdellig gewelf: ribben gaan direct over naar de overkant van dezelfde tv.

  • Zesdellig gewelf: ribben steken over naar de volgende tv, waardoor koepelvormpjes ontstaan.

  • Zesdellig gewelf is een vroeg gewelf uit de 12e eeuw, vierdellig gewelf ontwikkelt zicht vanaf Schachten in de 13e eeuw.

  • Villers-la-Ville heeft een dertiende eeuwse kerk, maar met een ouderwets gewelf.
    Conclusie: Men loopt niet achter, maar men loopt misschien wel bewust achter om de ontwikkelingen in Noord-Frankrijk.

Typologie: Kloosters

  • De kerk met het schip, transcept en koor.

  • Het gastenverblijf aan de ene zijde van het pandhof.

  • De kapittelzaal aan de andere zijde.

  • De refter (Eetzaal) en keuken.

Terug naar de stad: Bedelorden

  • Rond 1300: nieuwe bouwheren: bedelorden (Franciscanen en Dominicanen).

  • Kritiek op het religieuze leven.

  • Bouwen geen kloosters ver weg van alle mensen, maar komen juist naar de stad toe in armoede om het evangelie verspreiden.

Levenswijze en Doelen van de Bedelorden

  • Geen bezit, afhankelijk van giften.

  • Dominicanen: indammen van ketterij, intellectueel profiel.

  • Franciscanen: verspreiden van het geloof, down to earth.

Architectuur van Bedelorden

  • Kerken gebouwd ter ere van Franciscus direct na zijn dood (Assisi).

  • Leuven: Onze Lieve Vrouwe ten Predikheren (Dominicanen).

  • Hendrik de III wilde daar zijn graf bouwen, als grafkapel van hemzelf.

  • Lijkt op de kapel van de Koning, de Franse koning Saint-Chapel, maar wat eenvoudiger.

  • Geen torens, maar een simpele dakruiter, wel zijbeuken met luchtbogen.

Interieur en Constructie

  • Interieur van Onze Lieve Vrouwe ten Predikheren heeft een make-over gekregen in de barokperiode. Een deel van die middeleeuwse gewel is weer blootgelegd met latere restauratiecampagnes.

  • Een gewelf en wat je misschien niet opvalt is dat je dit heel goed kan zien dat dit een dertiende-eeuws gewelf is ten opzichte van het gewelf wat ik hier onder laat zien uit Mons en Bergen, wat uit het midden van de vijftiende eeuw is.

  • Baksteen wordt overgenomen voor een groot deel van het muurwerk. Dat zie je niet, want het zit achter steen. Maar hier zien we in de gewelf zien we het wel. En waarom wordt baksteen gebruikt? Omdat het een stuk lichter is:

    • Zie je een gewelf in de lage landen, geheel van natuursteen, dan weet je al oei dertiende eeuw.

    • Is het baksteen, dan is het 14 of vijftiende eeuw.

De Franse Architectuur:

  • De Franse architectuur had een overvloed aan natuursteen, ruim voorradig.

  • In de dertiende eeuw werd baksteen nauwelijks gebruikt.

Franciscanen en Kerkarchitectuur

  • Bouwden een gelijkaardig type kerk, zoals in Maastricht(Minoritenkerk).

  • Oudste deel is het koor, zelfde plattegrond als Saint-Chapel.

  • In de loop van de 14e eeuw werd de kerk uitgebreid als een rechte doos.

  • Geen transcept, geen torens.

  • Kerk lijkt op Minoritenkirche in Keulen.

  • Één koor met een groot vierkant schip, middenbeuk en twee zijbeuken.

  • Geen torens, alleen een dakruiter, weinig versiering.

Interieurs van Minerriticirge

  • Pilier Kantonné (zuil met 4 colonnetten) ondersteunen de bogen van de arcade.

  • Piliercantones zie exact hetzelfde in Maastricht. Dus hier zijn waarschijnlijk, dat weten we niet, maar zijn er ook echt bouwlieden vanuit Keulen naar Maastricht gegaan.

  • Grote blinde zone en kleine vensters.

  • Staat mijlen ver van de rayonal architectuur die in de tweede helft van de veertiende eeuw zich in heel Europa ontwikkelt. Niet omdat men niet wist, maar omdat men juist eenvoudige kerk wilde bouwen.

Parochiekerken

  • Gebruikt door stedelingen om te dopen, begraven en missen bij te wonen.

  • Vaak een kapittel.

  • Eerste initiatief voor de bouw van nieuwe Gotische kerken: Hendrik de I begon met de omgang van een nieuwe kerk tussen Michiel en goederen.

  • Kerk tussen Michiel en goederen sluit aan op de Franse architectuur. Met een driedelige indeling met een arcade beneden, een triforium en een lichtbeuk.

  • Vensters moeten die van Reims gelegen hebben.

Kenmerkende Parochiekerk

  • De stadskerk is een kerk waar de hele gemeenschap van de stad bijeenkomt.

  • Vaak meerdere stadskerken, maar er zijn ook steden die maar 1 stadskerk hebben.

  • De kerk werd gebruikt door de Steeningen.

  • Kathedralen niet altijd. Er zijn ook kathedralen zoals de Dom van Utrecht waar de inwoners van Utrecht niet kwamen.

  • Ruimte om mensen te kunnen begraven, om altaren, Religieuze broederschappen.

  • Er was veel ruimte behoefte was aan ruimte als we kijken naar de bouw van kerken.
    Conclusie: Er werd met het koor gebouwd en van het koor naar het westen naar het schip.

Beschrijving van Verschillende Parochiekerken

  • Onze Lieve Vrouwe in Brugge met een eenvoudige gotiek.

  • Sint-Rombout in Mechelen: voorbeeld van alle perioden in de kerkbouw.

  • Een nieuw type travé ontwikkeld.

Overeenkomsten en verschilen:

  • Net als bij rijm zien heeft een indeling achtkader triforium en lichtbeuk.

  • Maar De vensters hier, die bevinden zich niet meer geheel tussen de stijlen, de colonetten van het geheel, maar eigenlijk zijn een stukje smaller geworden.

  • Het Riforium weliswaar een aparte zone, maar wordt gelijkgeschakeld met het venster daarboven.
    Constructief vereenvoudigd, dus dit is makkelijker te bouwen. Het is lager, die krijgen zijn veel lager dan de Franse cathedralen, maar tegelijkertijd komt daarvoor terug een rijkere decoratie.

Het vereenvoudigde van de constructie:

  • Voor die parochiekerken had met niet per se hoge kerken nodig die eindeloos duurde om te bouwen, maar men wilde lagere kerken, ook omdat er minder geld beschikbaar was, maar die moesten wel, constructief waren die minder spectaculair, maar die moesten wel er mooi versierd uitzien. Dus men probeerde eigenlijk het accent daarmee te verleggen.

  • Een ander belangrijk verschil met ontwikkelingen bij kathedralen, hier zien we de Dom van Utrecht eigenlijk als eerste voor, maar het verschil met Reims hier is dat in die eerste fase ook in Mechelen nog en Zuiden gebruikt worden met kapitelen.

Torenbouw

  • Was er een behoefte aan ruimte en had men niet zo geld.

  • Was er behoefte aan representatie en die zat dus niet in hoge bouw zoals in Frankrijk, maar in het bouwen van torens.

  • Een enkele toren veel dominanter.

  • Competitie in torenbouw, die begint in Brugge, maar met name in Utrecht.

Bouwstijl in de Lage Landen.

De Lage landen hebben een massieve muurwerk met grote steunbeheer, want in de tweede helft van de vijftiende eeuw worden enorme torens geplant die tot de hoogste van Europa zouden behoren als ze waren voltooid.

Conclusie: Stedelijke Architectuur en Kerkbouw

  • Sterke verstedelijking in de Lage Landen.

  • Vereiste niet alleen kerken, maar ook wereldlijke gebouwen: verdedigingswerken, handelshallen, bestuursgebouwen.

  • Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw verspreidt de Gotiek zich over heel Europa. In de lage landen zijn vooral geestelijke instellingen als kapitels en kloosters.En Met kapitels, leest er kathedradeapitels, dus die kerken, van belang als opdrachtgevers voor de eerste Gotische bouwwerken.

  • Stedelijke wedijver in architectuur met grote kerken met ruim oppervlak.

  • In de Lage landen blijft de Franse Rieuants het voorbeeld en werd er nauwelijks geëxperimenteerd met nieuwe gewelftypen. Dus we blijven gewoon kruisrib gewelf hebben, geen mooie ware gewelven of net gewelven en de constructie wordt vereenvoudigd. Maar de wand krijgt wel decoratie om de massa van het gebouw te verhullen. En een manier om dat te doen zijn die bundelpijl waarvan de profielen naadloos doorlopen in de gewelven.

  • Hoogte accentuering door doorlopende profielen.

  • Wedloop in torenbouw, vooral aangewakkerd door Utrecht.

Civiele Architectuur

  • Onderscheid tussen religieuze en civiele gebouwen bestond in de middeleeuwen niet.

  • Opdrachtgeverschap ging vaak samen.

  • Stad: plek waar inwoners stadsrecht kregen van de landsheer.

    • Marktrecht, tolvrijheid, eigen rechtspraak.

    • Niet afhankelijk van andere leenheren, direct onder de vorst.

    • Rechtspraak essentieel.

  • Stedelingen mochten verdedigingswerken bouwen.

  • Hoge concentratie van woningen, maar ook landbouw binnen de stadsmuren.

  • Verdedigingswerken: teken van zelfstandigheid.

Het belfort

  • Belforten gebouwd om de tijden aan te geven maar ook het moment dat de poorten van de stad dichtgingen.

  • De dikke muren die hebben ook een Functie de schat het archief werd hierin bewaard.

  • Dus Die toren, die dikke muren die fungeren ook als brandmuren.

  • Wanneer de stad afbrandde dat bleef die toren bewaard.

  • Toren van de stad naast de kathedraal.

  • Stad wilde zich onderscheiden van de kerk.

Handelshallen en Lakenhallen

  • Handelshallen: waar handig gedreven werd, lakenhallen.

  • Werochten voor de administratie en voor klok om het uren aan te geven en wat later in ontwikkeling gebouwen voor het stadsbestuur.

  • Stadselieten waren vaak handelaren in laken.

  • Handel en overheid ging hier grotendeels samen.

  • Grootste lakenhal: Ieper.

    • Overdekte markthal voor de handel in laken.

    • Commerciële functies, maar ook teken van welvaart.

    • Toren: bewaarplaats archief, vergaderplaats stadsbestuur.

  • Brugge: vergelijkbare typologie.
    Belvoort: belangrijk handelshallen waarbij de stadselieten waren vaak handelaren in laken.

Leuven: Lakenhal

  • Leuven: lakenhal (nu aula van de universiteit).

  • 4 vleugels vormen een brede ruimte die halverwege van elkaar gescheiden zijn.

  • De handel kon flexibel inspelen op alle weersomstandigheden door de zaagtand-dak.

Stadhuizen

  • Vanaf de 14e eeuw: schepenhuizen voor rechtspraak.

  • Aalst: oudste voorbeeld, oorspronkelijk residentie Graaf van Vlaanderen.

  • Mechelen: Schepenhuis met schilderingen "het laatste oordeel" in de rechtszaal om rechters te herinneren aan eerlijkheid.

  • Schepenen: wetgevende macht en rechtspraak.

Structuren uit het landschap