Module 5: landen vergelijken
Module 5: Landen vergelijken
In deze module worden de indicatoren besproken die de welvaart en welzijn in landen vergelijken en analyseren. Dit sluit aan bij eerdere kennis over de verlichting van relatieve afstanden door globalisering, en hoe landen zich binnen een wereldsysteem kunnen classificeren als centrum, semi-periferie of periferie.
Meten van welvaart
Bruto Nationaal Product (BNP)
Het Bruto Nationaal Product (BNP) per hoofd van de bevolking (BNP/inwoner) is een maatstaf die aangeeft hoeveel er in een jaar in een land verdiend wordt, gedeeld door het aantal inwoners.
Het BNP wordt gewoonlijk uitgedrukt in dollars of euro's om vergelijkingen tussen landen mogelijk te maken.
Voorbeeld:
Nederland: ⬠33.000 per hoofd
Niger: ⬠650 per hoofd
Het BNP is niet hetzelfde als het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het BBP omvat alleen de productie binnen de landsgrenzen, terwijl het BNP de inkomens bevat die de Nederlanders in het buitenland verdienen minus de inkomens die buitenlanders in Nederland verdienen.
Verdelen van de beroepsbevolking
De beroepsbevolking bestaat uit alle mensen die tegen betaling werken, inclusief werklozen.
Werkzaamheden zijn verdeeld in drie sectoren:
Primaire sector: Beroepen in de landbouw en visserij.
Secundaire sector: Beroepen in de industrie.
Tertiaire sector: Beroepen in de dienstensector.
Algemeen geldende conclusie:
Een hoog percentage werkzaam in de landbouw wijst op een laagwelvarende economie (periferie).
Een grote dienstensector wijst op een welvarend land (centrum).
Een relatief grote industriƫle sector situeert zich tussen deze twee (semi-periferie).
Index van de menselijke ontwikkeling (HDI)
Definitie en factoren
De Human Development Index (HDI) van de Verenigde Naties bevat metingen over:
Levensstandaard (BNP, armoede).
Kennis (analfabetisme, onderwijs).
Volksgezondheid (levensverwachting).
Levensverwachting:
Toont de gemiddelde levensduur van pasgeborenen in een land aan; in Nederland is dat ongeveer 80 jaar, in Niger slechts 53 jaar.
Deze indicator hangt samen met hygiƫne, gezondheidszorg en voedselsituatie in een land.
Koopkracht:
Wat 1 dollar waard is in een land; bijvoorbeeld, in Amsterdam kost een cola 3 euro, terwijl je in Niger een krat cola kunt kopen voor dat bedrag.
Alfabetiseringsgraad:
Percentage bevolking ouder dan 15 jaar dat kan lezen en schrijven, wat de toegang tot en kwaliteit van onderwijs weergeeft.
Het combineren van deze drie factoren in een formule resulteert in de HDI van een land, waarmee het welzijn snel wordt geƫvalueerd.
Resultaten
In 2023:
IJsland is de nummer ƩƩn qua HDI.
Nederland staat op de achtste plaats.
Zuid-Soedan scoort het laagst.
Opbouw van de bevolking
Bevolkingsevolutie in relatie tot welvaart en welzijn.
In extreem arme landen zijn zowel geboortecijfers als sterftecijfers hoog, vaak door:
Beperkte toegang tot voorbehoedsmiddelen.
Geen toegang tot pensioen, waardoor men afhankelijk is van kinderen.
Hoge sterftecijfers door slechte levensomstandigheden en beperkte toegang tot gezondheidszorg.
Bij toenemende welvaart dalen geboortecijfers en sterftecijfers.
Bevolkingsgrafieken tonen per leeftijdscategorie het aantal mannen en vrouwen, waarbij periferie veel jongeren toont en centrum meer ouderen.
Ongelijkheid binnen landen
Het BNP per hoofd biedt slechts een gemiddelde, maar zegt weinig over de armoede en inkomensongelijkheid binnen landen.
Voorbeeld: In Braziliƫ verdient de rijkste 10% 45% van het BNP; de armste 10% slechts 1%.
Naar aanleiding van deze ongelijkheid zijn er veel ontevredenheid en protesten, zoals in Braziliƫ.
In India leven meer miljonairs dan in de VS, terwijl driekwart van de bevolking van 2 euro per dag moet rondkomen.
Sociale ongelijkheid: grote verschillen in welvaart, die gemeten worden met de Gini-coƫfficiƫnt, een waarde tussen 0 en 1.
Een hoge Gini-coƫfficiƫnt duidt op grote ongelijkheid, terwijl een lage coƫfficiƫnt wijst op een eerlijke inkomensverdeling.
De toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs is vaak slecht voor arme bevolkingsgroepen.
Positieve trend: steeds meer kinderen wereldwijd gaan naar school en de kinderarbeid neemt af, alhoewel dit niet voor alle gebieden geldt.
Regionale ongelijkheid
Regionale verschillen in ontwikkeling kunnen zich manifesteren binnen landen, waarbij sommige gebieden economisch afsteken tegen andere.
Voorbeeld: In Vietnam, Tunesiƫ en Turkije bloeit de toeristenindustrie in kustgebieden, maar is de armoede in het binnenland zichtbaar.
Grote inkomensverschillen binnen een stad, zoals tussen villawijken en sloppenwijken, illustreren regionale ongelijkheid.
In Braziliƫ zijn de inkomens in het zuidoosten aanzienlijk beter dan in het noordoosten.
Ook in ontwikkelde landen zoals Duitsland: het gemiddeld inkomen in Londen is 40% hoger dan in Wales.
De centrum-periferieverdeling geldt dus ook binnen landen.