Artistieke, literaire en intellectuele beweging die zich concentreert op emoties.
Afgeleid van 'romance', het Engelse woord voor de oude ridderverhalen uit de middeleeuwen.
Betekenis: gevoelig, wild en avontuurlijk.
Cultuurhistorische Context
Niet alles kan door de rede begrepen en verklaard worden.
Het rationalisme van de 18e eeuw werd in vraag gesteld.
Grotere belangstelling voor het gevoel, de fantasie en de emotie.
Mal du siècle of Weltschmerz
Eeuwwisseling rond 1800 markeert belangrijke veranderingen in de kunst en cultuur, veroorzaakt door:
Opkomst van de burgerij.
Industriële revolutie.
Politieke revoluties.
Optimisme van de verlichtingsfilosofie maakte plaats voor een pessimistisch fatalisme.
De romanticus ervoer de ‘mal du siècle’ of de ‘weltschmerz’.
Politieke en industriële omwentelingen bezorgden het individu een gevoel van wantrouwen en vervreemding.
Eenzaamheid, somberheid en ontevredenheid over het eigen lot.
Sehnsucht
Romantisch verlangen: ‘de Sehnsucht’.
Onvervulbaar, onbereikbaar geluksverlangen.
Melancholisch verlangen naar het onzegbare, mysterieuze en onbereikbare.
Escapisme
De romantische mens beschouwde de wereld als vijandig.
Vluchtte weg uit de dagelijkse realiteit.
De romantische ziel zocht verschillende uitwegen:
Droomwereld
Vlucht in een droomwereld of in een roes.
Terugtrekking in de eigen persoonlijke wereld waar gevoelens een grote rol spelen.
De dood
Sehnsucht kon zich ook vertalen in een verlangen naar de dood.
Nauw verbonden hiermee is het motief van de nacht.
Bouw van kunstmatige ruïnes in parken als uiting van aandacht voor de dood en verval.
Het verleden
Ontvluchting van de werkelijkheid in een geïdealiseerd verleden.
Grote nieuwsgierigheid naar de middeleeuwen.
Middeleeuwse gotische architectuur sprak tot de verbeelding.
Nationalistische gevoelens spelen een belangrijke rol.
Aandacht voor het verleden roept patriottische gevoelens op, het nationalisme ontstaat.
Men gaat op zoek naar de wortels van het nationale verleden.
In de loop van de 19e eeuw gaf het nationalisme aanleiding tot de onafhankelijkheid van België.
Het religieuze
Interesse voor de middeleeuwen en het niet rationeel verklaarbare.
Het geloof kende een grote bloei.
Het christelijk geloof kende een hernieuwde aanhang.
De natuur
Onbestemd en onbepaald verlangen dreef de romanticus naar de natuur, het ideale toevluchtsoord.
Verbondenheid met de natuur en bewondering voor de pracht en oneindigheid.
Idealisering van het ongerepte, het schilderachtige.
De natuur fungeerde als spiegel van stemmingen en gevoelens.
Eenzaamheid en nietigheid tegenover de grootsheid van de natuur.
Indruk van de vernietigende oerkrachten, de woeste ongebreidelde grootsheid.
Besef dat de mens nietig is ten opzichte van de natuur.
Kunstmatige grotten en watervallen in romantische parken.
Exotisme
Groeiende nieuwsgierigheid naar vreemde, exotische culturen.
Vooral de mysterieuze oosterse leefwereld (oriëntalisme) sprak aan.
Sommige architecten en kunstenaars fantaseerden een eigen exotische wereld.
Neo-Egyptische bouwstijl in de architectuur.
Neostijlen & Eclecticisme (19e eeuw)
Romantiek uit zich in de bouwkunst voornamelijk door imitaties van oudere bouwstijlen.
Waardering voor historische bouwstijlen bepaalt de bouwkunst van de 19e eeuw (historicisme).
Bouwen in historische stijlen als uiting van macht en aanzien.
Opdrachtgevers (koningshuis, staat, kerk, aristocratie, burgerij) bevestigen zich op deze manier.
Katholieke instellingen verkiezen de neogotiek als bouwstijl.
Staatsgebouwen worden bij voorkeur in een neoclassicistische stijl opgetrokken.
Cultuurhistorische context
Nationalisme
Reactie op het uitblijven van de beloofde vooruitgang van de 18e-eeuwse Verlichting.
Idealiseren en bestuderen van het verleden (vooral de middeleeuwen).
Studie van de bouwstijlen uit het verleden zette aan tot nabootsing, niet tot het scheppen van een eigen stijl.
Romantiek wakkerde de interesse voor het nationale verleden aan.
Het teruggrijpen naar de historische stijlen wordt in de hand gewerkt door het opkomend nationaal bewustzijn.
Er wordt gezocht naar een eigen stijl.
De eigen kunst, het nationale erfgoed, wordt opgewaardeerd.
Wegens het nationale belang wordt het bouwkundige erfgoed nu ook door de overheid beschermd (monumentenzorg).
Industrialisatie
Zorgde voor een gevoel van vervreemding.
Als tegenreactie wordt de ambachtelijkheid geherwaardeerd.
De oude ambachten en technieken die verloren dreigden te gaan werden hersteld.
Neostijlen
Neostijlen grijpen terug naar historische stijlen.
Niet enkel de bouwkunst van de klassieke oudheid, maar ook de andere stijlen uit het verleden worden herontdekt.
De eerste en belangrijkste is de neogotiek, maar er ontstaan ook stijlen zoals neo-Egyptisch, neoromaans, neorenaissance, neobarok, neobyzantijns, neorococo.
Neogotiek
Grijpt terug naar de middeleeuwse gotische bouwkunst.
Gaat gepaard met een sterke christelijke heropleving.
Eugène Viollet-le-Duc (1814 - 1879)
Franse architect die werkte aan de restauratie van verschillende historische monumenten.
Verbeterde de gebouwen naar eigen opvattingen.
Verwijderde later gewijzigde of toegevoegde elementen of voegde zelf elementen toe.
Streefde naar de ideale versie van middeleeuwse gebouwen door toevoegingen van wat volgens hem ooit bedoeld was.
De restauratiearchitect moest zich volgens hem verplaatsen in de geest van de middeleeuwers om zo hun bouwkunst te kunnen vervolmaken.
De bouwwerken kregen een vorm die ze nooit eerder hadden gehad.
Restaureerde enkele van Frankrijks meest iconische bouwwerken waaronder de Notre-Dame in Parijs.
Viollet-le-Duc, Ontwerp voor concertzaal, in: ‘Entretiens sur l’architecture’, ca. 1864
Gotiek is een voorbeeld van een rationele stijl waarin iedere vorm functioneel is.
De uiterlijke verschijningsvorm van een gebouw moest volgens Viollet-Le-Duc een weerspiegeling zijn van de rationele constructie van een gebouw (constructief rationalisme).
Pleitte voor een eerlijke en rationele bouwwijze en roemde de gotische skeletbouw om haar eerlijk gebruik van materialen dat de constructie en daardoor de functie van de bouwdelen zichtbaar maakte.
Hield zich bezig met de toepassing van nieuwe materialen.
Ontwierp in zijn boek Entretiens sur l’architecture een concertzaal met een gewelfd plafond van ijzer en baksteen.
Het boek Entretiens sur l’architecture had een grote invloed op de architecten van de late 19e eeuw.
William Morris (1834 - 1896)
‘Ik wil geen kunst voor een enkeling, net zo min als ik onderwijs voor een enkeling wil, of vrijheid voor een enkeling.’
In de 19e eeuw ontstond er in Engeland een ware ‘Gothic revival’.
De Engelse ontwerper William Morris is de bezieler van de ‘Arts and Crafts Movement’.
Arts and Crafts beweging
Sociale en artistieke beweging die begon in Engeland in de tweede helft van de 19e eeuw en die duurde tot in de 20ste eeuw.
Ontstond als een reactie op de geïndustrialiseerde samenleving, waarin naar hun idee kwaliteit werd opgeofferd aan het streven naar kwantiteit.
Morris was gekant tegen de industriële productie en was een voorstander van een heropleving van het ambacht, gekenmerkt door handwerk en vakmanschap, zoals in de middeleeuwen.
Volgens Morris is handenarbeid ‘kunst gemaakt door het volk en voor het volk, tot vreugde van de maker en de gebruiker’.
Het doel van de Arts and Crafts beweging was de traditionele ambachten doen herleven en weer waardigheid geven en kunst maken die voor iedereen betaalbaar was.
De Arts and Crafts beweging verhoogde de status van de ambachtsman en bevorderde het respect voor lokale tradities en materialen.
De beweging faalde wel in het produceren van kunst voor de massa, de handgemaakte producten waren duur.
Morris & Co
In 1861 stichtte William Morris de firma Morris & Co, een werkgemeenschap waar men zich toelegt op de toegepaste kunsten.
De anti-industriële structuur van de firma was gebaseerd op het concept van middeleeuwse gilden, waarin ambachtslieden het werk zowel ontwierpen als uitvoerden.
De leden van de onderneming legden zich toe op het ontwerpen en produceren van meubels, (wand)tapijten, glas-in-loodramen, tegels en behang.
Het doel van de onderneming was om mooie, nuttige en betaalbare toegepaste kunstobjecten te maken, zodat kunst voor iedereen bereikbaar zou worden, niet alleen voor de rijken.
Kunst moest zowel mooi als functioneel zijn: ‘Art for use’.
Morris hechtte veel belang aan het esthetische aspect van gebruiksvoorwerpen.
De stijl van hun ontwerpen greep terug op de middeleeuwse kunst: architectuur, wandtapijten, verluchte manuscripten, rustieke meubels.
Hun thema’s en onderwerpen werden vaak ontleend aan de Arthurlegenden of de poëzie van de 14de eeuwse dichter Geoffrey Chaucer.
Morris, Behangpapier, 1875
Morris zelf is het meest bekend om zijn patroonontwerpen voor behang en tegels.
Vormelijke kenmerken
Zijn ontwerpen worden gekenmerkt door een rijkdom aan kleuren en een complex ontwerp.
De vloeiende dynamische lijn van zulke ontwerpen, zou later de art nouveau beïnvloeden.
Hij inspireerde zich onder andere op de middeleeuwse verluchte handschriften en wantapijten.
De ontwerpen worden met de hand gedrukt met houten blokken (hoogdruk). In elk ontwerp en bij elke druk wordt de houtsnede zorgvuldig uitgelijnd en afgedrukt om een naadloze herhaling te creëren.
Webb, Het rode huis, Bexleyheat, 1859 - 1860
Functie van het gebouw
Morris gaf zijn vriend, de architect Philip Webb, de opdracht om een huis te bouwen voor hemzelf en zijn vrouw.
Bouwstijl
Het huis in neogotische stijl is gebouwd in rode bakstenen met lokale materialen en traditionele bouwmethodes.
Het huis is een voorbeeld van een totaalkunstwerk. De meubels en de interieurdecoratie werden ontworpen door Morris en bevriende kunstenaars.
Het concept van het gesamtkunstwerk zou niet alleen van groot belang worden voor de Arts and Crafts filosofie, maar ook voor veel andere bewegingen, waaronder de Art Nouveau.
Eclecticisme
‘Zolang nog geen enkele stijl voor een nieuwe kunst definitief gevormd is, is er geen reden om één stijl uit het verleden te verkiezen boven alle andere.’
Het gebruik van elementen uit meerdere historische stijlen noemt men eclecticisme.
Het eclecticisme put inspiratie uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden.
Het ruime aanbod van de architectuurgeschiedenis schept de mogelijkheid voor de architect om keuzes te maken.
Poelaert, Justitiepaleis, Brussel, 1861 - 1883
Functie van het gebouw
Het justitiepaleis is een kolossaal gebouw. Met zijn gebouw wou hij de absolute suprematie van de rechterlijke macht tegenover het individu uitdrukken.
Bouwstijl
In het gebouw worden diverse stijlen en vormentalen vermengd.
Poelaert koos hoofdzakelijk voor een Grieks-Romeinse stijl doorweven met allerlei eclectische elementen.
Garnier, Opera, Parijs, 1861 - 1875
Functie van het gebouw
De Parijse opera is een scharnierpunt in de Haussmanisatie van Parijs. Het gebouw werd in opdracht van Napoleon III gebouwd.
De opera werd gerealiseerd naar aanleiding van een internationale architectuurwedstrijd waaraan verschillende architecten deelnamen (o.a. Viollet-le-Duc).
Bouwstijl
In het gebouw worden diverse stijlen en vormentalen vermengd. We zien veel neorenaissance en neobarokke elementen.
Het is een opmerkelijk gebouw door de combinatie van de talrijke materialen en afwerkingstechnieken.
Het exterieur is verrijkt met een polychrome ornamentiek zoals goudmozaïek en vergulde ornamentale details.
De monumentale ingang aan de voorzijde heeft een soberder karakter. Het interieur is rijkelijk voorzien van bladgoud, marmer en fresco’s.
Haussmann, Stedenbouwkundig plan Parijs, Parijs, 1852 - 1870
In 1852 gaf keizer Napoleon III Baron Georges-Eugène Haussmann de opdracht om het historisch centrum van Parijs te moderniseren. Van 1852 tot 1870 ondergaat de stad een ware metamorfose.
Drijfveren
Parijs moest een hoofdstad worden met een keizerlijke uitstraling en daarbij passende openbare gebouwen.
De stad moest tegemoet komen aan de nieuwe ontwikkelingen in handel, industrie en transport.
Daarnaast was er huisvesting nodig voor de toenemende bevolking. De keizer wou de sloppenwijken slopen, zodat de levensomstandigheden van zijn onderdanen zouden verbeteren. Hij besefte natuurlijk ook dat deze sloppenwijken sinds de Franse Revolutie een voedingsbodem waren geweest voor revolutionaire groeperingen, die in de nauwe toegangswegen gemakkelijk barricades konden opwerpen.
Ruimtelijke structuur
Parijs wordt geherstructureerd. Haussmann gaf de stad een nieuw aanzicht volgens monumentale lijnen, gevormd door brede straten en boulevards. Deze boulevards waren aan weerskanten geflankeerd door regelmatige klassieke façades.
De brede straten leiden naar rond-points, rotondes, met een belangrijk monument of gebouw als afsluiting. Oude en nieuwe gebouwen krijgen een scharnierfunctie in het stadsconcept.
Moderne voorzieningen
De herstructurering ging gepaard met heel wat nieuwe voorzieningen.
Er werd een modern afvoersysteem aangelegd met ondergrondse rioleringsbuizen, die in plaats van in de Seine in nieuwe afvoerkanalen uitmondden.
Daarnaast komen er watervoorzieningen, straatverlichting op gas en openbare fonteinen.
Er worden bruggen aangelegd over de Seine en nieuwe parken.