Untitled Flashcards Set
FORMELE BRONNEN VAN HET RECHT
BEGRIP
- verschijningsvormen vh waarin recht zich formeel voordoet - reiken de regels aan
→ bel weten bij welke verschijningsvorm er sprake is v geldend recht
(h)erkenningsregels laten ons toe te bepalen welke regels afdwingbaar
ZELFSTANDIGE EN NIET-ZELFSTANDIGE RECHTSBRONNEN
- zelfstandig
reikt regel aan zonder dat die nog in andere bron moet worden bevestigd
→ achter elke zelfstandige bron: eigen rechtsvormer + uit zich in tekst
wet, rechtspraak, rechtsleer
- niet-zelfstandig
regel moet in andere bron worden bevestigd (wetgeving, rechtspraak, rechtsleer)
→ geen specifieke rechtsvormer, moeten door andere rechtsvormers als rechtsregel worden (h)erkend
mate waarin regel in niet-zelfstandige bron bindende kracht zal hebben, gaat samen met bindende kracht v zelfstandige rechtsbron die hem (h)erkent
gewoonte, algemene rechtsbeginselen, billijkheid
BINDENDE EN GEZAGHEBBENDE RECHTSBRONNEN
- bindend: regels moet door de burger worden nageleefd en door de rechter worden toegepast
algemeen-bindend: v toepassing op alle rechtsonderhorigen + moet worden toegepast door alle rechters
niet-algemeen bindend: slechts bep burgers moeten naleven + bep rechters toepassen
- niet-bindend of louter gezaghebbend: burger kan het naleven, rechter kan het toepassen
DE WET
BEGRIP: DE WET IN FORMELE EN IN MATERIËLE ZIN
ons rechtsbestel: wet bel bron v recht
1) wet in materiële zin (inhoud)
- elke algemene regel die door een daartoe bevoegde overheid werd uitgevaardigd en neergelegd in een bindende tekst
geschreven regels
algemeen uitgevaardigd/geformuleerd door daartoe bevoegde overheid
volgens daartoe geijkte procedure
→ wet in materiële zin verschilt v andere overheidsbesluiten door inhoudelijk alg karakter ⇒ wnr overheidsbesluit alg regels bevat, bedoelt voor en in beginsel onbeperkt aantal gevallen, is het wet in materiële zin
- wet in materiële zin: meestal aangenomen door WM → wetgever bel alg norm aangenomen? materiële wet ook wet in formele zin ⇒ wetgevende akte, met naam wet, die is aangenomen door orgaan dat is bekleed met WM
→ Grondwet schrijft voor dat aangelegenheid bij of door wet wordt geregeld? dergelijke formele wet, aangenomen door bevoegde wetgevende vergadering vereist
- niet alle formele wetten aangenomen door wetgever, alg normerend karakter ⇒ geen wetten in materiële zin
→ bv naturalisatie ⇒ aangenomen door wetgever in vorm v wet, bevat geen alg geldende regels zoals hoger geschetst
- bestuurlijke overheid (koning, regering, gemeenteraad…) die behoren tot UM kunnen alg geldende normen aannemen die wetten in materiële zin zijn
= verordeningen: verordenen op alg wijze regels die op eenieder v toepassing zijn
→ bv koninklijk besluit Wegcode, politiecodex vd stad antwerpen
→ niet te verwarren met individuele beschikkingen v bestuurlijke overheid ⇒ beschikking: overheidsbeslissing die mbt één of meerdere concrete gevallen wordt genomen en waarbij toepassing wordt gemaakt v wetgeving in concrete situatie bv verlenen v bouwvergunning
- niet elke wet in formele zin is een wet in materiële zin en niet elke wet in materiële zin is een wet in formele zin
materiële en formele zin: bv Burgerlijk wetboek
→ algemene regels, aangenomen door federale parlement die wetgevende bevoegdheid heeft
formele zin, geen materiële zin:
→ bv naturalisatiewet= toekenning v nationaliteit door belgisch parlement (formele zin), maar geen algemeen bindende bepaling (individuele bepaling)
materiële zin, maar geen formele zin (niet door parlement, regering aangenomen)
→ bv gemeentelijk overlastreglement (aangenomen door gemeenten, algemeen bindende regel maar niet aangenomen door parlement)
DE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJKE WETGEVING
BEGRIP
- wetgeving aangenomen wetgeving volgens geijkte procedure ⇒ niet genoeg (verzekert verenigbaarheid met uitgangspunten v rechtsstaat niet)
→ beginselen v behoorlijke wetgeving: rechtsethische beginselen waaraan wetgeving moet voldoen
- samenhang met rechtsstaat
- soms gepositiveerd en opgenomen in hoogste rechtsnormen in Grondwet of internationale verdragen, verplicht te eerbiedigen
- anderen slechts wettelijke status: wetgever verbindt zichzelf niet, maar fundamenteel dus wel nageleefd
DEMOCRATIEBEGINSEL
- Lincoln: regering van, voor en door het volk
→ in rechtsstaat beoogt: rechtsregels die alg draagwijdte hebben, instemming vd bevolking moeten kunnen wegdragen
- basisuitgangspunt: majority rule, meerderheid geacht zich te laten leiden door datgene waarmee eenieder zou moeten kunnen instemmen (volonté générale bij Rousseau, die niet de volonté tous vereist)
→ niet haalbaar dat ied instemt
- rechtstreekse democratie (meerderheid v bevolking in referendum) of representatieve democratie (representatie, eventueel volksraadpleging)
beslissend referendum is in België strijdig met GW
in België: enkel consultatieve volksraadpleging op gemeentelijk of provinciaal (art 41 GW) en op gewestelijk vlak (art 39bis GW, maar niet voor financiën, begroting of aangelegenheden waar tweederden meerderheid is vereist)
→ gemeentelijk: niet bindend
adviezen v Raad v State / meerderheid rechtsleer: volksraadpleging op federaal niveau: strijdig met GW
- keuze in staatsvorm tussen
presidentieel systeem: zowel WM en UM zijn verkozen bv VS
→ UM ligt bij verkozen staatshoofd die legitimiteit verwerft uit verkiezing
parlementair systeem: UM berust bij niet-verkozen regering die vertrouwen heeft v verkozen volksvertegenwoordiging (parlement) bv België
semi-presidentieel systeem: UM bij verkozen staatshoofd die regering benoemt die vertrouwen heeft v volksvertegenwoordiging behoeft bv FR
HET BEGINSEL VAN RECHTSSTAAT
overheid (wetgever) zelf is gebonden door rechtsregels: rule of law, not the rule of man
- beginsel rechtsstaat impliceert dat recht grenzen stelt aan overheidsmacht
scheiding der machten: macht verdeeld onder organen v Staat
fundamentele rechten en vrijheden; grondrechten: aan burger wordt voorbehouden domein v persoonlijk vrijheid gelaten waarop overheid zich niet mag begeven
- er is hiërarchie in de rechtsregels (piramidale opbouw)
hogere norm voorrang op lagere norm
lage norm geen uitwerking bij strijdigheid met hogere norm → lagere norm buiten toepassing laten of vernietigen
= rechterlijke controle: grondwettigheidstoetsing → toetsing v wetten, verordeningen, besluiten aan GW / wettigheidstoetsing→ toetsing v verordeningen, besluiten door UM aan tekst vd wet, bovenliggende normen)
- onrechtmatige wetgeving kan tot aansprakelijkheid vd wetgever leiden
artikel 1382-83 oud BW→ voor private burger, publieke overheid, democratisch verkozen wetgever
= scheiding der machten staat het toe ⇒ rechter wil schadevergoeding toekennen
- optreden vd UM berust op wet (legaliteitsbeginsel/wettigheidsbeginsel)
overheid is gebonden aan in wet geformuleerde regels
hierdoor burger gevrijwaard worden v onberekenbaarheid en willekeur v bestuur
SUBSIDIARITEITSBEGINSEL
- rechtsorde op verschillende niveaus geregeld (afspiegeling v verschillende gemeenschappen waarin mensen leven) → gemeente, soms districten, provincie, gewest, gemeenschap, staat, internationale gemeenschap
- subsidiariteitsbeginsel: wetgeving wordt uitgevaardigd op niveau dat daartoe meest geschikt is
- hoofdzakelijk pol beginsel (verband met niveau waarop best beleid gevoerd wordt), maar deels gepositiveerd (in grondwet en internationale verdragen
artikel 5, derde lid VEU: EU inzake concurrerende bevoegdheden enkel optreden indien doelstelling v overwogen optreden niet voldoende door lidstaten op provinciaal, federaal.. niveau kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege omvang/gevolgen v overwogen optreden beter door Gemeenschap kunnen worden bereikt
bevoegdheidsregeling in Belgische GW ⇒ opvatting die grondwetgever had over invulling subsidiariteitsbeginsel vertaalt
wettig: met eerbiediging v en niet in strijd met wet
wettelijk: in of door de wet
GELIJKHEIDSBEGINSEL
= gelijke toepassing v wet ip allen veronderstelt gelijke behandeling
- is essentieel verbonden met rechtsstaat: gelijkheid voor en door de wet
voor de wet: wet moet op gelijke wijze worden toegepast op elkeen binnen toepassingsgebied vd wet valt
= formeel: toegezien dat wet op ied gelijke wijze wordt toegepast (beginsel v behoorlijke wetstoepassing)
door de wet: de wet zelf moet burgers gelijk behandelen (=materiële gelijkheid, beginsel v behoorlijk wetgeven)
→ uitwerking wet veronderstelt gelijkheid door wet dat wet zelf burgers gelijk behandelt
elke wet creëert onvermijdelijk onderscheid tussen personen, naargelang ze al dan niet onder de wet vallen
→ gelijkheid door de wet: onderscheid verantwoord?
bv wet die toegang tot beroep zou beperken tot mensen v bep geslacht
- gelijkheid door de wet
beschermd in art 10, 11, 11bis, 24 § 4, 172, en 191 Gw., art. 14 EVRM, art. 26 IVBPR
verantwoording voor onderscheid? + gelijk behandelen kan niet en is niet wenselijk
gelijke gevallen gelijk en ongelijke gevallen ongelijk behandelen
maar: niet elke ongelijke behandeling is verboden (differentiatie)
verschil:
differentiatie: ongelijke behandeling waarvoor verantwoording bestaat
discriminatie: ongelijke behandeling waarvoor geen verantwoording bestaat (onverantwoorde ongelijke behandeling, miskenning gelijkheid door wet)
rechtspraak v Grondwettelijk Hof:
“De grondwettelijke regels van de gelijkheid der Belgen voor de wet en van de niet-
discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling volgens bepaalde
categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover voor het criterium van
onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Het bestaan van een
dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld met betrekking tot het doel en de
gevolgen van de overwogen maatregel; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer
vaststaat dat de aangewende middelen redelijkerwijze niet evenredig zijn met het
beoogde doel.”
→ toetsing aan discriminatieverbod: aantal stappen
- vergelijkbaarheid: betreft het vergelijkbare gevallen?
- legitimiteit v onderscheid: streeft wetgever met ongelijke behandeling legitiem doel na? + niet in strijd met andere rechten en vrijheden?
- is criterium v onderscheid objectief (feitelijke vaststelling), los v persoonlijke appreciatie?
- is criterium pertinent: laat het toe op op adequate, relevante wijze het doel te bereiken; wordt juiste groep bereikt?; sprake v willekeur?
- evenredigheid: zijn gevolgen v ongelijke behandeling niet te zwaar; staan ze in evenredige verhouding tot het doel? → aangewende middelen moeten in evenredige verhouding staat tot doel => hoe zwaarder gevolgen, hoe groter kans op onevenredigheid
→ afh v geraakte rechten strenge dan wel marginale toetsing
- zie pp voor casus
DE RECHTSZEKERHEID EN DE NALEEFBAARHEID VD WET
rechtszekerheid waarborgen: regelgeving voldoen aan eisen v toegankelijkheid, berekenbaarheid, betrouwbaarheid, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid
→ wet relaties tussen mensen beheersen? mensen moeten wet kunnen kennen en hun gedrag erop kunnen afstemmen
→ veronderstelt: bekendmaking, duidelijkheid, voorspelbaarheid, enkel geldig in toekomst
BEKENDMAKING VAN DE WET
- geldende normen bekend gemaakt in officiële publicaties: Belgisch Staatsblad, Publicatieblad van de EU serie L, Provinciaal Bestuursmemoriaal, webtoepassing (lokaal bestuur, gemeente)
→ GH: loutere bekendmaking v wet via internet, zonder begeleidende maatregelen worden genomen om effectieve toegang voor ied te waarborgen, discriminatie is
- gevolg
tegenstelbaarheid: kan in rechte tegen een persoon worden ingeroepen→ ook voor mensen die ze (beweren) niet kennen
wettelijk vermoeden: nemo censetur ignorare legem⇒ Niemand wordt geacht de wet niet te kennen
= fictie want werkelijk kent men de wet niet ⇒ burger kan andere omstandigheden inroepen om te beweren dat hij wet niet kende
slecht uitzonderlijk wordt dwalen vergoelijkt ⇒ vermoeden ied wet kent: wetgever en rechtspraak in aantal gevallen aanvaard dat de burger in recht mag dwalen over het recht en rechtsgevolgen mag vergissen
bv putatief huwelijk (art. 201-202 oud BW), gebreken in toestemming (art. 5.33 BW), onoverwinnelijke dwaling in strafrecht (Error communis facit ius) – volgens het Hof van Cassatie is de rechtvaardigheidsgrond van onoverkomelijke (rechts)dwaling een algemeen rechtsbeginsel
DUIDELIJKHEID VAN DE WET
- duidelijkheid noodzakelijk zodat burger zijn gedrag er op kan afstemmen + zodat toepassing door rechter voorspelbaar is
- beginsel v duidelijkheid: rechtsethisch beginsel, zonder juridische sanctie op zich ⇒ niet in GW of internationaal recht gepositiveerd
- speelt rol bij toepassing v andere beginselen
legaliteitsbeginsel in strafrecht (nullum crimen, nulla poena sine legem)
→ wetgever moet strafbare feiten voldoende precies bepalen
beperkingen op fundamentele vrijheden vereist rechtspraak: enkel door kenbare en voorspelbare wet
rechtstechnisch toezicht (advies geven) door raad v state, afdeling wetgeving → aandacht voor behoorlijke legistiek (coherentie, behoorlijke taal, syntaxis..)
= preventief, want niet bindend
rechter mag zich niet ingeroepen op onduidelijkheid v wet om geen recht te spreken → geen juridische sanctie op onduidelijke wetten
NON-RETROACTIVITEIT VAN WET/DE NIET-TERUGWERKENDE KRACHT IN DE TIJD
- naleefbaarheid hangt samen met voorspelbaarheid ⇒ enkel wetten naleven die bestaan op moment dat rechtsonderhorige bep handelingen stelt
- geen wetten met terugwerkende kracht
BESTENDIGHEID VAN DE WET
- belet niet dat wetgever wijzigt, maar om burger te kunnen naleven niet te vaak wijzigen
- maar te frequente wijzigingen bedreigen het nemo-censetur adagium + rechtszekerheid weg
DE WET ALS BRON VAN RECHT
SITUERING
DE VERSCHILLENDE NIVEAU VAN WETGEVING
Montesquieu: de l’esprit de lois ⇒ uiteenzetting over verschillende staatsvormen
→ pleitte voor staatsvorm waarin macht over verschillende organen gespreid zou zijn
= zou vrijheid v burger best waarborgen door evenwicht v verschillende machten
idee scheiding der machten: in 2de helft 18de E constitutioneel dogma in W-EU en N-A
⇒ 2 alg functies in staat (W, U, R) uitgeoefend door 2 v elkaar onafh lichamen (WM, UM en RM)
scheiding der machten: norm geven, norm uitvoeren, norm toepassen
- niet strikt in belgisch bestel
deelname v organen vd UM (koning, regering) aan WM, samen met organen v WM (parlement)
normerende bevoegdheid aan organen v UM die ook wetten in materiële zin kunnen aannemen
- diverse hervormingen Belgisch staatsbestel naar federale staat ⇒ normerende bevoegdheid verdeeld tussen staat en deelstaten die elk WM en UM hebben ⇒ bevoegdheidsverdeling
→ ook territoriaal gedecentraliseerde overheden (provincies, gemeenten) kunnen als administratieve overheden normerend optreden
7 verschillende niveaus in Belgische Staat:
federaal niveau: overheden met federale rechtsmacht vaardigen rechtsregels uit met federaal geldingsbereik (regels die in geheel België v kracht zijn)
deelstatelijk niveau (gemeenschappen, gewesten): deelstatelijke bevoegdheid en geldingsbereik
provinciaal niveau: provinciale rechtsmacht en geldingsbereik
gemeentelijk niveau: gemeentelijke rechtsmacht en geldingsbereik
bestuurlijk niveau: beperkte bestuurlijke rechtsmacht, mbt bep domein v overheidszorg
niveau v regelgeving bij overeenkomst: publieke personen en/of private personen vaardigen hier bij overeenkomst rechtsregels uit
internationaal niveau: overheden die niet uitsluitend tot één nationale rechtsmacht behoren, vaardigen hier rechtsregels uit met internationaal geldingsbereik
DE FEDERALE STAATSSTRUCTUUR
- diverse staatsvormen mogelijk
eenheidsstaat of unitaire staat: WM, UM EN RM berusten bij centrale overheid → op uitvoerend vlak mogelijkheid tot sprake v deconcentratie/decentralisatie
confederatie of statenbond: samenwerkingsvorm tussen soevereine staten dat bij verdrag wordt vastgelegd → geen afzonderlijke Staat
federale staat of bondsstaat: staat waarin deelentiteiten eigen bevoegdheden hebben + niet kunnen worden uitgeoefend door federale niveau
→ federale staat: aantal kenmerken
onderscheiden bevoegdheidsniveaus met eigen macht en instellingen
grondwettelijk verankerde verdeling v bevoegdheden in bevoegdheidsdomeinen tussen federale en deelstaat
manieren v toewijzing: exclusief - parallel (bep aspecten op ene niveau, andere op andere) - concurrerend (beide niveaus bevoegd met voorrangsregel)
bevoegdheden toegewezen (expliciet) - residuaire bevoegdheden die niet vermeld zijn komen dan aan ene of andere niveau (meestal deel)
participatie v deelstaten aan totstandkoming v federale wetgeving en grondwet
specifieke regeling voor fiscaliteit en financiering v diverse niveaus
regeling voor beslechting bevoegdheidsconflicten, waarbij overheden v ene niveau optreden in bevoegdheidsdomein v andere niveau
België eerst unitair, nu federaal (zoals VS, Candada, Duitsland)
→kenmerkend voor België: bi-dimensionele opdeling in deelstaten (3 GS en GW)
= komt door historische oorsprong v Belgisch federalisme
- België: v unitaire naar bi-dimensionale federale staat
1831: Franstalige eenheidsstaat (unitaire België)
1 WM, UM en RM
Voorlopig Bewind (1830): Frans enige officiële taak voor wetten, besluiten
2de helft 19de E: taalgebruik Nederlands in strafzaken (1873) , bestuurszaken (1878), onderwijs (1883) ⇒ komt door terechtstelling Vlamingen voor moord in franstalig proces omdat ze het niet verstonden
Nederlands officiële taal (1898) op gelijke voet als Frans erkend
streven culturele erkenning → leidt in 1962 tot vastlegging v 4 taalgebieden obv territorialiteitsbeginsel en vastlegging bestuurstaal
Franstalig België: vraag naar eco autonomie nav Eenheidswet 1960
→ wet: staatsuitgaven verlagen door besparingen/belastingen verhogen met oog op creatie v werk ⇒ algemene staking op aansporing v ABVV (franstalige socialistische vakbond)
→ staking bloedt dood + partij wordt verweten ⇒ vakbondsleider André Renard richt Mouvement Populaire Wallon op die ijverde voor anti-kapitalistische hervormingen en federale herinrichting v Belgische eenheidsstaat met meer soc-eco beslissingsmacht voor Wallonië
⇒ leidt tot bi-dimensionale structuur v huidige Belgische federale staatsstructuur (door 6 staatshervormingen dmv wijzigingen aan GW en/of bijzondere meerderheidswetten)
1970: Eerste Staatshervorming
→ nog geen invoering v federalisme, wel oplossingen voor aantal problemen
grendelgrondwet: grendels die beletten dat (Vlaamse) meerderheid obv gewone meerderheidsregeling v aanneming v wetten, belangen v (Franse) minderheid zou miskennen
→ bijzondere meerderheidswet voor regeling v communautair bel aangelegenheden; communautaire alarmprocedure; pariteit (F-N) in de ministerraad
oprichting cultuurgemeenschappen door beperkte autonomie v taal, onderwijs, cultuur⇒ Franse en Nederlandse cultuurgemeenschap
→ publiekrechtelijke instellingen
F/NL cultuurraden met nationale parlementsleden v taalgroep
→ wetgevende bevoegdheid dmv decreten
→ geen afzonderlijke regering, uitvoering door ministers v cultuur in nationale regering
Duitse Cultuurgemeenschap: eigen verkozen leden
principe vd gewesten; 1974: voorlopige gewestraden
→ opgenomen in GW
1980: tweede staatshervorming
drie cultuurgemeenschappen omgevormd tot gemeenschappen: cultuur, taal, onderwijs, persoonsgebonden aangelegenheden
Vlaamse en Waalse gewestraad eigen wetgevende bevoegdheden in plaatsgebonden aangelegenheden
gemeenschappen, gewesten krijgen eigen regering en parlement, met nationaal verkozen parlementsleden uit overeenstemmende taalgroep (dubbelmandaat)
procedure belangenconflicten uitgebreid
oprichting Arbitragehof voor beslechting bevoegdheidsconflicten
1988-89: derde staatshervorming
gemeenschappen gehele bevoegdheid inzake onderwijs (nog enkele uitzondering op federaal niveau)
uitbreiding bevoegdheid Arbitragehof tot gelijkheidsbeginsel en onderwijsvrijheid, discriminatieverbod v GW
→ decreetgeving toetsen
inrichting Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld, met vergelijkbare bescherming voor Nederlandstaligen als Franstaligen in nationale regering (bv pariteit)
samenwerkingsakkoorden erkend
→ mogelijkheid voor federale niveau met gemeenschappen en gewesten
1993: vierde staatshervorming (Sint-Michielsakkoord)
België wordt formeel een federale staat (in grondwet gezet)
samenstelling Senaat gewijzigd: wordt vertegenwoordiging v gemeenschappen
uitbreiding bevoegdheden gemeenschappen en gewesten
→ rol in internationale forum voor o.m. sluiten v verdragen
rechtstreeks verkozen parlementaire vergadering
→ dubbelmandaat verdwijnt
beperkte constitutieve autonomie v gemeenschappen en gewesten
2001-2003: vijfde staatshervorming (Lambermont- en Lombard-akkoorden)
→ enkel door herziening v bijzondere wetten
gewesten bevoegd in buitenlandse handel, landbouw en administratief toezicht op ondergeschikte besturen
herziening v financieringsregeling voor gemeenschappen en fiscale bevoegdheden gewesten bv belastingen innen
bevoegdheid Arbitragehof uitgebreid tot o.m. alle rechten en vrijheden in Titel II Gw (volwaardig GH)
2011-2012: zesde staatshervorming (Vlinderakkoord)
splitsing vh arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
beperkte hervorming v Brusselse instelling
financieringswet, fiscale autonomie v gewesten en financiering vd Brusselse instellingen gewijzigd
- het federale België
expliciet toegekende wetgevende en uitvoerende bevoegdheden
(voorlopig ook nog) residuaire bevoegdheden ⇒ aangelegenheden die grondwetgever of bijzondere wetgever niet uitdrukkelijk aan beleidsniveau heeft opgedragen
rechterlijke macht
- de gemeenschappen
4 taalgebieden (N/F/D/BH) → komt door streven naar autonomie gericht op taal, cultuur, onderwijs in Nederlandstalig landsgedeelte
3 gemeenschappen
Vlaamse gemeenschap
Franse gemeenschap (ook wel: Fédération Wallonie-Bruxelles)
Duitse gemeenschap (ook wel: Ostbelgien)
wetgevende en uitvoerende bevoegdheden inzake taal, cultuur, onderwijs en persoonsgebonden aangelegenheden
eigen wetgevende (raad/parlement) en uitvoerende (executieve/regering) instellingen
elke gemeenschap slechts bevoegd in zijn taalgebied
in tweetalig gebied Brussels-Hoofdstad:
unicommunautaire instellingen (eentalig): V of F gemeenschap
→ respectieve gemeenschappen bevoegd
cultuur en onderwijs: activiteiten uitsluitend F of NL
→ kijken naar activiteit
persoonsgebonden aangelegenheden: in organisatie uitsluitend F of NL
→ kijken naar organisatie
Franse Gemeenschap heeft deels bevoegdheden overgedragen aan de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel
bicommunautaire (niet uitsluitend nederlands of frans) culturele en onderwijsinstellingen: federale staat
bicommunautaire persoonsgebonden aangelegenheden: Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (soort vierde gemeenschap)
- de Gewesten
→ Franstalig deel: België drieledig op territoriaal vlak ⇒ eigen soc-eco profiel
Vlaam, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest
eigen wetgevende en uitvoerende bevoegdheden en instellingen
diverse bevoegdheden die territoriaal gebonden zijn en die (on)rechtstreeks een sociaaleconomisch beleid in ruime zin mogelijk maken
- resultaat: complexe en asymmetrische staatsstructuur
federaal: 3 gewesten, 3 gemeenschappen + GGC
territoriale en materiële bevoegdheidsverdeling
Vlaanderen: institutionele fusie (art. 137 Gw)
1 parlement, 1 regering die gemeenschaps- als gewestbevoegdheden uitoefenen
in gemeenschapsaangelegenheden heeft die bevoegdheidsuitoefening ook betrekking op unicommunautaire Nederlandse instelling in BH, terwijl in gewestaangelegenheden de Vlaamse wetgeving geen toepassing vindt op grondgebied v Brussels Gewest
Franstalig België
Gemeenschap: deel v bevoegdheden naar Waalse Gewest en Franse Gemeenschapscommissie (onderwijs, gezondheid, gezinsbeleid) in Brussel (art 138 Gw)
Gewest: deel vd bevoegdheden naar Duitse Gemeenschap (art 139 Gw)