SOCIALE PSYCHOLOGIE KAZ
Sociale Psychologie
Leerplandoel
Doel: WD3_14.01.02 De leerlingen analyseren sociaal gedrag aan de hand van sociaalpsychologische theorieën.
Wat is sociale psychologie?
Definitie: Sociale psychologie is het wetenschappelijke vakgebied dat onderzoekt hoe het denken, voelen en handelen van mensen beïnvloed wordt door de werkelijke, ingebeelde of impliciete aanwezigheid van anderen.
Factoren:
Niet alleen beïnvloeding door directe interacties, maar ook door wat men denkt dat anderen over hen vinden.
Verwachtingen die in een omgeving leven spelen ook een rol.
Voorbeeld:
Paul Watzlawick's uitspraak “Je kunt niet niet communiceren” benadrukt dat alle vormen van communicatie, inclusief stiltes en lichaamshouding, betekenisvol zijn.
Praktisch voorbeeld:
Zoom-meeting waarin iemand geen woord zegt maar oogrollen vertoont, waardoor de boodschap toch duidelijk is.
Onderzoek:
Sociale psychologen onderzochten tijdens de coronapandemie hoe groepsnormen en sociale druk mensen beïnvloeden m.b.t. het dragen van mondkapjes.
Studieobject en definitie
Materieel object:
Hoe wordt ons gedrag beïnvloed door anderen? Dit kan zowel bewust als onbewust zijn.
Expliciet (directe opdrachten) versus impliciet (sociale normen).
Actueel voorbeeld:
Echokamers op sociale media beïnvloeden meningen door een dominante toon in een netwerk, zonder directe opdrachten.
Formeel object:
Het ontdekken van wetmatigheden in hoe mensen zich in vergelijkbare situaties gedragen.
Definitie volgens Gordon Allport:
“De studie die tracht te begrijpen, verklaren en voorspellen hoe gedachten, gevoelens en gedragingen van individuen beïnvloed worden door de waargenomen, ingebeelde of impliciete aanwezigheid van anderen.”
Verschil met algemene psychologie
Sociale psychologie kijkt verder dan het individu en focust op de cruciale sociale context.
Begrijpen: Verplaatsen in de positie van een ander.
Verklaren: Benoemen van oorzaken van gedrag en het leggen van verbanden tussen oorzaak en gevolg.
Voorbeeld:
De zelfverzekerdheid van een politicus kan beïnvloed worden door steun van publiek (applaus), wat het oordeel van kijkers kan beïnvloeden.
Werkwijze in de sociale psychologie
Breedte-dimensie
Onderzoek moet zoveel mogelijk thema's, situaties en doelgroepen omvatten. Kijkt naar veel mensen of verschillende situaties om algemene wetten te vinden.
Voorbeeld: een enquête bij 1.000 mensen over wanneer ze hulp bieden in de stad.
Praktijk: Veel experimenten worden uitgevoerd met studenten, wat niet representatief is voor de hele bevolking.
Resultaten van onderzoek naar samenwerking kunnen verschillen in variabele situaties (werkplaatsen, multiculturele wijken).
Culturele verschillen:
Collectivistische culturen (bijv. Japan) vertonen hogere conformiteit dan individualistische culturen (bijv. VS).
Diepte-dimensie
Onderzoek naar niet alleen zichtbaar gedrag, maar ook onderliggende psychologische processen. Onderzoekt één situatie of groep heel grondig.
Voorbeeld: een intensieve observatie van een hulpactie in één school of ziekenhuis.
Voorbeeld:
Iemand lacht; is dit door vreugde, beleefdheid of nervositeit?
Dit is zichtbaar in klantenservicegesprekken waar medewerkers vriendelijk moeten blijven, ook bij moeilijke klanten.
Hoogte-dimensie
Theorieën worden opgebouwd vanuit empirisch bewijs; onderzoek start met een theorie die wordt getoetst met data. Vergelijkt het individu met de groep of verschillende sociale niveaus.
Voorbeeld: kijken hoe groepsdruk invloed heeft op iemands keuze (zoals in Asch’s lijntjes-experiment).
Betrouwbaarheid van een theorie neemt toe door kritische tests.
Voorbeeld:
Fundamentele attributiefout: De neiging om het gedrag van anderen te veel aan persoonlijke eigenschappen toe te schrijven is al decennia lang effectief getest.
Tip om te onthouden:
Breedte = veel mensen
Diepte = grondig in één situatie
Hoogte = individueel versus groep
Het experiment als methode
Veelgebruikte methode in sociale psychologie: experimenten.
Onderzoeker manipuleert factoren (onafhankelijke variabelen) om het effect op gedrag (afhankelijke variabelen) te observeren.
Typische rollen/condities binnen experimenten:
Socius: de 'ander' in een sociale situatie.
Pseudoproefpersoon: iemand die meedoet alsof hij proefpersoon is, maar instructies van de onderzoeker volgt.
Voorbeeld: Klassieke studies van Asch over conformiteit.
Controleconditie: vergelijkingsgroep zonder experimentele manipulatie.
Jukconditie: twee deelnemers ondergaan dezelfde onaangename prikkel.
Voordelen van experimenten
Controle over storende factoren.
Mogelijkheid tot herhaling.
Objectiviteit van kwantitatieve data.
Nadelen van experimenten
Beperkte toepasbaarheid op echte levenssituaties (lage externe validiteit).
Proefleiderseffecten: verwachtingen van de onderzoeker beïnvloeden de resultaten.
Demand characteristics: deelnemers passen hun gedrag aan op basis van wat ze denken dat er verwacht wordt.
Praktijkvoorbeeld - Onderzoek van Rosenthal en Jacobson
Dit onderzoek toont het Pygmalion-effect aan, waarbij verwachtingen van leraren de prestaties van leerlingen beïnvloeden.
Experiment: Leraren kregen informatie dat een willekeurige groep kinderen veel intellectuele groei zou doormaken, wat in werkelijkheid niet zo was.
Eind van het schooljaar presteerden deze leerlingen daadwerkelijk beter omdat ze meer aandacht en uitdagende opdrachten kregen.
Resultaat: De verwachting zorgde voor gedrag dat de prestatie van de leerling verbeterde (self-fulfilling prophecy).
Omgekeerd effect: het Golem-effect, als lage verwachtingen leiden tot slechtere prestaties.
Voorbeeld in de praktijk: recruiters reageren positiever op kandidaten met sterke reputaties.
Methodologische overwegingen
Onderzoekers gebruiken methoden om nadelen te beperken:
Coverstory: andere reden voor het onderzoek geven.
Onopvallende metingen: verborgen camera's of observatie.
Dubbelblind ontwerp: zowel onderzoeker als deelnemer weet niet in welke conditie de deelnemer zit.
Checklist - Wat is sociale psychologie
Definitie en studieobject
Ik kan uitleggen wat sociale psychologie bestudeert en hoe dit verschilt van algemene psychologie.
Ik kan de definitie van sociale psychologie van Gordon Allport begrijpen en toepassen.
Ik kan uitleggen wat bedoeld wordt met "je kunt niet niet communiceren" en een voorbeeld geven.
Ik kan beschrijven hoe sociale psychologie kijkt naar de invloed van de werkelijke, ingebeelde of impliciete aanwezigheid van anderen.
Onderzoeksdimensies en methodologie
Ik kan de drie dimensies van sociaal psychologisch onderzoek uitleggen: breedte, diepte, hoogte.
Ik kan uitleggen wat een experiment is en de typica…