VTV casus 5

  • De student kan het doel en de aandachtspunten benoemen voor het bijhouden van een vochtbalans

  • De student kan de SNAQ en de MUST uitleggen

  • De student kan benoemen welke observaties een verpleegkundige doet bij het verzorgen van een gastrostomie katheter

  • De student kan de insteek van een gastrostomie katheter verzorgen

  • De student kan indicaties en contra-indicaties voor het geven van sondevoeding benoemen

  • De student kan verschillende soorten sondevoeding benoemen

  • De student kan sondevoeding toedienen via een sondevoedingspomp

  • De student kan een patiënt eten en drinken geven, daarbij rekening houdend met de klachten en aandoeningen van de patiënt

Het doel van een vochtbalans is om de vochtinname en -afname van een patiënt te monitoren en vochttekorten of -overladen te identificeren.

aandachtspunten: alle inname en uitscheiding moeten worden genoteerd, als er minder dan 30ml per uur voor 2 uur is of <500ml in 24 uur waarschuw de arts, handhygiëne, desinfecteren

SNAQ: short nutritional assesment questionnaire: drie vragen om de voedingstoestand van de patiënt in kaart te brengen:

  • bent u onbedoeld afgevallen:;

    meer dan 6 kg in de laatste zes maanden

    meer dan 3 kilo afgelopen maand

  • afgelopen maand verminderde eetlust

  • afgelopen maand drinkvoeding of sondevoeding?

MUST: Malnutrition universal screening tool, BMI en het percentrage gewichtsverlies berekend: objectieve meting

Observaties bij gastrostomie katheter: aka PEG

  • fixatie de eerste 7-10 dagen op dezelfde afstand, strak tegen buikwand

  • na 10 dagen elke dag dompelen, om ingroei inwendige fixatiedisk te voorkomen

  • inspecteer insteekopening op: roodheid, lekkage, wondvocht, bloed, maaginhoud, drukplek

Insteekopening verzorgen PEG:

  • handschoenen

  • insteekplaats zichtbaar en bekijk afstand en herinner

  • verwijder splitgaas

  • inspecteer de huid op aandachtspunten

  • reinig de huid door gaasje een streek van midden naar buiten te bewegen

  • droog de huid en fixatiedisk

  • dompel en draai: PEG, PEJ

  • dompel: PEG-J

  • jejunostomiesonde: niet draaien en niet dompelen

  • dompelen: 3-4 cm naar binnen zodat de interne fixatiedisk loskomt

  • draaien: eenmaal daags volledigs slag om lengteas, link en rechtsom

  • doorspuiten met 20cc voor en na

Indicaties voor sondevoeding omvatten situaties waarin patiënten niet in staat zijn om adequaat te eten of te drinken, zoals:

  • Ernstige slikproblemen (dysfagie)

  • Verlies van bewustzijn of ernstige mentale status veranderingen

  • Aandoeningen die de orale inname belemmeren (zoals tumoren in de mond of keel)

  • Langdurige misselijkheid of braken

  • Ondervoeding of risico op ondervoeding bij patiënten die niet voldoende calorieën via de mond kunnen binnenkrijgen.

Sondevoeding kan ook geïndiceerd zijn voor patiënten die extra voedingsstoffen nodig hebben, zoals bij:

  • Kankerbehandeling

  • Ernstige brandwonden

  • Net gemaakte operaties die herstel vereisen.

Contra-indicaties voor sondevoeding zijn situaties waarbij de toediening van sondevoeding niet aanbevolen is, waaronder:

  • Ernstige gastro-intestinale aandoeningen (zoals obstructie of perforatie)

  • Actieve gastro-intestinale bloeding

  • Onvoldoende circulatie of hemodynamische instabiliteit

  • Terminale fase van een terminale ziekte waarbij de patiënt geen baat meer heeft bij voeding

  • Allergieën of intoleranties voor de gebruikte voedingsstoffen in de sondevoeding.

  • Patiënten die in staat zijn om adequaat oraal te eten en drinken.

soorten sondevoeding:

  • vloeibaar of poeder vorm

  • aangepaste vormen voor patiënten met specifieke voedingsvereisten

  • lactose vrije of lactose-bevattende

  • vezels-bevattende

  • elementaire voedingen: vetten, koolhydraten of eiwitten als kleinere moleculen

  • voeding speciaal voor ziekten; longziekten, decubitus, nierinsufficiëntie, diabetes enz.

Ondersteunen van een patiënt met dysfagie tijdens het eten - Aandachtspunten:

  1. Eetomgeving: Zorg voor een rustige en comfortabele omgeving zonder afleiding.

  2. Houding: Laat de patiënt rechtop zitten of leun iets naar voren om het slikken te vergemakkelijken.

  3. Voedselconsistentie: Bied aangepast voedsel aan (bijv. pap, puree) dat gemakkelijker te slikken is.

  4. Snelheid van eten: Laat de patiënt op een langzame en gecontroleerde manier eten, met voldoende pauzes.

  5. Hydratatie: Zorg ervoor dat de patiënt voldoende vocht binnenkrijgt, misschien door gebruik te maken van een dikkere vloeistof als dat nodig is.

  6. Waakzaamheid: Observeer de patiënt op signalen van verslikken of ademhalingsproblemen en wees bereid om meteen te handelen.

  7. Communicatie: Moedig de patiënt aan om aan te geven wanneer ze een pauze nodig hebben of als ze zich ongemakkelijk voelen tijdens het eten.

Sondevoeding toedienen via een sondevoedingspomp - Aandachtspunten:

  1. Voorbereiding: Zorg ervoor dat de voedingspomp correct is ingesteld en getest vóór gebruik.

  2. Hygiene: Was je handen grondig voordat je begint en draag indien nodig handschoenen.

  3. Positie van de patiënt: Zorg ervoor dat de patiënt in een comfortabele, rechtopstaande positie zit of ligt om aspiratie te voorkomen.

  4. Type sondevoeding: Controleer of de juiste soort sondevoeding is geselecteerd en dat deze op de juiste temperatuur is (kamertemperatuur is meestal ideaal).

  5. Inkoppelen: Koppel de voedingspomp aan de sonde en zorg ervoor dat alle verbindingen goed zijn afgedicht om lekkages te voorkomen.

  6. Instelling van de pomp: Stel de gewenste toedieningssnelheid en hoeveelheid voeding in op de pomp.

  7. Monitoring: Houd de patiënt tijdens de toediening goed in de gaten op signalen van ongemak, misselijkheid of verslikken, en pas de toediening indien nodig aan.

  8. Afsluiten: Na de toediening, ontkoppel de pomp en reinig de sonde zoals voorgeschreven, en observeer de insteekopening voor eventuele tekenen van infectie of irritatie.