Nederlands
dystopie: een roman die zich afspeelt in de toekomst. Een toekomst waar het slecht is om in te leven. De focus ligt op het negatieve van technologie en mensen die leven in een harde maatschappij waar geen vrijheid en zekerheid is.
utopie: is een droomwereld, een toekomstige ideale staat. Het bekendste voorbeeld is Utopia (1516) van Thomas More.
Ladlit: literatuur door en voor jonge mannen.
chicklit: afkorting van het Engelse Chick literature, eigentijdse romantische fictie lectuur door en voor jonge voor jonge vrouwen.
De androgynie/ hermafrodiet: tweeslachtigheid, tweeslachtig wezen → vrouw en man kenmerken hebben
boekenwurm/ bibliofiel: iemand die veel/ graag leest
empathischer: empathie → eigenschap waarbij je de gevoelens of gedachten van een ander aanvoelt.
literatuur: gedichten en verhalen die als kunst bedoeld zijn. Zorgt voor ontspanning.
doctoraatstudent: doctoreren/ promoveren → het behalen van een doctorale graad, dit kan enkel na het behalen van een master diploma
Fictie: fictie lezen kan je dingen beleven die je anders nooit zou meemaken. Verzonnen verhalen kunnen ook een beeld van de werkelijkheid geven.
→ Je krijgt vragen waar je niet direct antwoorden op krijgt. Fictie zet je aan het denken.
lectuur: ontspanning → strip → niet denken, niets bijleren
relevantie: belang, betekenis
cognitief met betrekking tot de kennis of intellect
archaïsme: is een bewuste navolging van een stijl die in een vroegere taalperiode thuishoort. Het effect is meestal heel plechtig of het kan ironisch bedoeld zijn.
Neologisme: is een nieuw woord of een bestaand woord dat een nieuwe betekenis krijgt.
denotatie: de denotatie van een woord is de letterlijke betekenis van een woord. De denotatie wordt soms ook de eerste betekenislaag genoemd.
connotatie: is de extra betekenis die een woord kan krijgen afhankelijk van de context.
eufemisme: is een verzachtende uitdrukking van een woord dat mensen kwetsend of ongepast vinden.
Dysfemisme: bij een dysfemisme gebruik je een hard, choquerend of kwetsend woord of omschrijving om iets te benoemen. Meestal gebeurt dat om boosheid, teleurstelling of frustratie uit te drukken.
zich uitdossen: zich feestelijk of opvallend kleden
illuster: beroemd, zeer bekend
zoetgevooisd: met een mooie, lief klinkende stem
bedremmeld: beteuterd, sip, verlegen
ontbieden: laten komen
geheid: gegarandeerd
de archipel: eilandengroep
de typografie: alle aspecten die horen bij de opmaak van een tekst.
de trilogie: drie die een geheel vormen
clandestien: in het geheim en bij wet verboden
de beschouwing: bespreking, analyse
tiranniek: dwingend, onderdrukkend
de anekdote: kort, grappig verhaal tijdens een gesprek of presentatie over iets dat echt gebeurd is.
literaire canon: de klassiekers, dingen die je moet gelezen hebben.
de didacticus (mv didactici): iemand die zich toelegt op de leer van het lesgeven.
hiërarchisch: opgebouwd uit rangen en standen.
roemrucht: beroemd, berucht → beroemd zijn in een negatieve zin.
autonoom: zelfstandig, onafhankelijk
autodidacticus: iemand die zichzelf iets aanleert.
1875: historisch-biografische aanpak (literatuur) : geschiedenis van het leven van een vroegere auteur.
1970: structuuranalyse (literatuur): teksten analyseren om de betekenis ervan te achterhalen en de typische details.
1980: tekstervarende uitleg (literatuur): hierbij gaan ze kijken naar het werk en de lezer, hoe de lezer het interpreteert. In deze tijd gaan ze ook meer naar het idee dat de leerkrachten ook naar de leerlingen moeten luisteren. Ze stappen af van de hiërarchische aanpak.
Detectiveroman
Verhaal waarin een speurder probeert een misdrijf te ontraadselen
De androgynie
Tweeslachtigheid, 1) het voorkomen van vrouwelijke en mannelijke kenmerken in een persoon.
een hermafrodiet
Tweeslachtig wezen, met tegelijk vrouwelijke en mannelijke kenmerken
Cover
1) Bewerking van een bestaand lied 2) boekomslag
Joviaal
Aardig, vrolijk en gastvrij, bv. ‘Een joviale man die je altijd wil helpen’
Synoniem: hartelijk
Belasteren
iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen
Gadeslaan
Met aandacht