AW HC7: welzijn paard
summary
suboptimale huisvesting kan → chronische stress en abnormaal gedrag
bc paarden kunnen niet adapteren als hun ethiologische behoeften niet vervuld worden
dcr sociaal contact, ruwvoer, locomotie - vooral in jonge paarden (bv spenen) → risicofactoren voor ontwikkeling abnormaal gedrag (bv cribbing)
training + huisvesting interactie → beinvloed paard zn controlability van omgeving → heeft effect op welzijn want
kan bijvoegen aan +ve ervaringen van het individu
welzijn en adaptatie
welzijn = kwaliteit vh leven zoals die door het dier zelf ervaren wordt
omvat zowel de aanwezigheid van +ve & -ve gevoelens
is een dynamisch concept → interactie tussen adaptatievermogen vh dier en zn omgeving
adaptatie allows dieren (binnen grenzen) om te gaan met hun veranderde leefomgeving
domesticatie beinvloed gedrag van dieren - vooral kwantitatieve changes
wilde paarden: foerageren in stabiele sociale groepen op grote oppervlaktes
gedomesticeerde: relatief kleine stallen, eten geconcentreerd voer, leven in sociale isolatie
veranderde tijdsbesteding?
blauwdruk ?
afwijkend/compulsief gedrag
NL: 18-30% abnormaal gedrag - 5-7% if only weven/kribbebijten/windzuigen
30% slachtpaarden geslacht bc of gedragsproblemen
weven/kribbebijten/box lopen ← afwijkend gedrag gelinkt aan het stallen
CONCLUSIE
typen afwijkend/compulsief gedrag:
self-directed behaviours bv zelfbijten
locomotie stereotypieen bv weven, box lopen
orale stereotypieen bv tong spelen,, kribbebijten, luchtzuigen, hout kauwen
afwijkend gedrag meestal gerelateerd aan motivationele oorsprong
differentiatie tussen:
stalondeugden ← management gerelateerd (factors that incr:)
tijd op stal doorgebracht
minder dan 6,8kg/dag ruwvoer
ander strooisel type dan stro
minder dan 75 paarden
box type dat sociaal contact minimaliseert
problemen tijdens rijden ← ongewenst gedrag en/of prikkelgerelateerd
cribbing
= horse places top incisors on fixed object → pulls back → contracts neck muscles → draws air into cranial eso, emitting audible grunt
negative effects:
excessive tooth wear
weight loss (← dcr eating + incr activity)
geassocieerd met koliek (no evidence for direct effect tho)
impaired learning
risk factors:
management factors:
time buiten de stal
dcr ruwvoer
sociale isolatie
weaning (individual housing, access to pasture)
genetische predispositie: warmbloed, thoroughbred
sex: gelding and stallions
fysiologische factoren:
maagulceratie
HPA axis (adaptive stress respons, cortisol conflicting results)
endorphins = opiod antagonisten → dcr cribbing
serotonin: SSRI → dcr cribbing
dopamine: cribbing horses → impaired learning
selenium: cribbing horses → dcr selenium
interventions:
opties
effect op welzijn als intervention gefocust is op preventie v gedrag:
cribbing is coping mech to deal with stress → if inhibited, stress increases
rebound effect: incr internal motivation to crib-bite during period of prevention
huisvestingssystemen + effect op afwijkend gedrag/welzijn
rode draad
huisvesting heeft grote invloed op welzijn van paarden door:
voorkomen/oplossen van adaptatie problemen,
verminderen compulsief gedrag
training
succesvol behandelen van compulsief gedrag requires grote investeringen in aanpassen van huisvesting en management van paarden
voorkeur: vroeg stadium, when gedrag nog niet los gekoppeld van prikkel
belangrijke aspecten van huisvesting
stabiliteit groep - hiërarchie & familiariteit
ruimte
foerageermogelijkheden (aanbieden van voer)
ruwvoer
selectie geschikte fokdieren (vooral de merries)
diversificatie sociale omgeving jonge dieren
types huisvesting
conventionele box
open/half-open box
stal met uitloop
loopstal
paddock paradise/HIT actief stal
weidegang
‘active’ huisvesting
effecten
jonge paarden individueel huisvesten stressvoller dan duo huisvesting
% afwijkend/stress gerelateerd gedrag hoog
lagere cortisol respons (desensitisatie HPA as)
groepshuisvesting (paddock) beter voor welzijn van jonge paarden dan stal
geisoleerde paarden
sig hogere fecale glucocorticoiden
lagere oog temp (niet invasieve IR meting die mate v stress reflecteerd)
moeilijker te handelen (dan groepen met sociaal contact + groepshuisvesting)
competitie over voedsel + mate van agressie zijn gerelateerd aan management condities
groepshuisvesting biedt veel voordelen + goed management can dcr risks
als groepshuisvesting zoveel voordelen heeft, waarom 80-90% in trad boxen?
verrijking
incr visuele horizon → dcr weven/hoofd knikken - vnl bij ontstaan v extra mogelijkheden om sociale interacties met naburige paarden aan te gaan
gras/ruwvoer → dcr passief & agonistisch gedrag in groepen
verrijking met voedsel attractiever dan andere items
equiball → dcr time spent on stereotypieen