college 2

Inleiding in de pedagogiek hoorcollege 2 gehechtheid

 

Voordat de gehechtheidstheorie tot stand kwam, waren er verschillende ideeën over hoe en aan wie kinderen zich hechten. De psychoanalyse had daar veel invloed op. Hier werd eigenlijk gezegd dat de psychische problemen van kinderen werden veroorzaakt door onbewuste fantasieën uit de kindertijd. Kinderen ervaren gevoelens zoals liefde, maar ook instinctieve (onberedeneerde) gevoelens van agressie en angst, die zich uiten in onbewuste fantasieën. Zo ontstaan er innerlijke conflicten, liefde vs agressie, en dat heeft invloed over hoe de baby de wereld om zich heen gaat zien.

 

Voorbeeld:

Een baby kan bijvoorbeeld onbewust agressieve fantasieën hebben als hij honger heeft en de moeder niet onmiddellijk voedt. In zo'n situatie kan het kind een fantasie ontwikkelen dat de moeder "slecht" of "kwaadaardig" is, omdat zij zijn behoeften niet direct bevredigt. Tegelijkertijd kan het kind ook liefdevolle gevoelens koesteren wanneer het wel wordt gevoed en getroost. Deze tegenstrijdige emoties vormen de innerlijke conflicten waar Melanie Klein op doelde.

 

John Bowlby had hier echter een ander idee over. Hij was van mening dat psychische problemen van kinderen ontstaan door feitelijke gebeurtenissen in het leven van het kind. Hier gaan we zo verder op door.

 

We gaan eerst kijken wat gehechtheid überhaupt is:

Wat is gehechtheid?

Een "blijvende psychologische verbondenheid tussen mensen"

-             Mensen kunnen een zeer sterke band hebben met elkaar, duurzaam

Psychologische verklaring:

-             Gedurende het hele leven is het belangrijk, het leeft zijn centrale rol in

Gevoel van veiligheid en geborgenheid

-             Dat zorgt ervoor dat we een goed mentaal welzijn hebben en dat we gezond zijn

 

Gehechtheidstheorie een van de meest invloedrijke theorieën op het pedagogisch vakgebied.

 

Wat is de hechtingstheorie?

 

-             Inherente motivatie

o   Baby's worden geboren met de behoefte om een hechtingsband te vormen met hun verzorgers.

-             Gedragssysteem

o   Om in stressvolle situaties dicht bij hun verzorgers te blijven

o   Gedrag verschilt per leeftijd: Effectiviteit is belangrijk

-              Emotionele processen en cognitieve mechanismen

o   Maakt emotionele regulatie mogelijk

o   Mentale representaties "interne werkmodellen" van gehechtheid - > verwachtingen

John Bowlby, zowat de grondlegger van de hechtingstheorie.

Zijn werk is gebaseerd op elementen uit de psychoanalyse, ethologie, de security theory van Blatz en de samenwerking en werk van Ainsworth.

 

John Bowlby zei het volgende:

-              "Om van een kind te zeggen dat hij gehecht is aan iemand, betekent dat hij sterk geneigd is om in de nabijheid te zijn en contact te zoeken met een specifiek persoon en dit in bepaalde situaties te doen, met name wanneer hij bang, moe of ziek is."

o   De neiging om een band aan te gaan is een natuurlijke neiging, niet iets dat we leren, dat hebben we vanaf de geboorte

o   Specifiek persoon Niet met iedereen kan een baby emotionele band krijgen, alleen degenen die vaak in de omgeving van het kind zijn.

o   Nabijheid en contact zoeken hechtingsgedrag

o   Bepaalde situaties waarin het kind kwetsbaar is

 

Er moet een balans zijn tussen hechtingsgedrag en exploratie

-             Het kind weet dat de ouders er zijn als hij/zij hen nodig heeft, wat zorgt voor een veilige basis. Vanuit deze basis kan het kind verder verkennen en zich verder ontwikkelen.

-             Wanneer deze balans er niet is, dus bijvoorbeeld dat kinderen geen veilige basis hebben, dus ouders die hun kind hebben verlaten, kan dat zorgen voor afwijkend gedrag.

 

Bowlby begon te zoeken naar een verklaring voor dit afwijkende gedrag. Hij is zelf namelijk in een rijke familie geboren, dus hij moest naar boarding school waardoor hij ook op vroege leeftijd werd gescheiden van zijn ouders. Hij merkte de negatieve invloed van deze scheiding op en begon deze te bestuderen

-             Affectieloos karakter deze kinderen vinden het moeilijk om een band op te bouwen, veel van deze kinderen leden aan een vroege scheiding van de ouders.

-             Verlating, verlies en scheiding worden gezien als oorzaken van mentale problemen ondersteund door een studie van "44 diefjes". Hij ontdekte dat meer dan de helft van de 44 jonge delinquenten in zijn studie op jonge leeftijd gescheiden was van hun moeder, in vergelijking met een controlegroep zonder strafbaar gedrag.

 

Gevolgen van langdurige scheiding er zijn fases die een kind doormaakt wanneer het gescheiden is van de moeder (Idee van John Bowlby)

 

-             Fase van 'protest' huilen en eisen om de ouders te zien

-             Fase van 'wanhoop' passiviteit, misschien niet huilen, wil nog steeds niet bij iemand in de buurt zijn

-             Fase van 'ontkenning' of 'onthechting', waarbij ouders worden genegeerd

-             Uiteindelijk: Permanente terugtrekking uit relatie

 

Waarom is er zo een sterke band tussen het kind en de moeder? Er was een theoretische verklaring nodig:

 

De bestaande psychoanalytische verklaringen zeggen dus onder andere dat de band tussen kind en moeder slechts een gevolg is van de primaire behoefte van het kind aan voeding, warmte en dergelijke: Cupboard-love theory

-             Kind heeft behoefte aan voeding en warmte, de moeder bevredigt het kind in die behoeftes. Het kind leert dat de moeder de bron van alle voldoening is, dus daarom moet het kind hier dichtbij zijn

-             Aangeboren neiging om te zuigen, hecht het kind zich in de eerste plaats aan de borst van de moeder en pas in de tweede plaats aan de moeder zelf.

 

.

Dit was alleen niet voldoende voor Bowbly, hij ging verklaringen zoeken binnen de ethologie. Ethologen bestuderen dierlijk gedrag in hun natuurlijke omgeving en vragen zich vooral af waarom dieren zich zo gedragen. Binnen dieren is het concept imprinting heel relevant Het eerst bewegende object dat pasgeboren dieren zien, gaan ze volgen.

-             Imprinting is aangeboren en gebeurt binnen een kritieke periode na de geboorte. Het is geen ervaring of leren in de klassieke zin, omdat het een automatisch proces is waarbij het dier het eerste bewegende object als ouderfiguur beschouwt, zonder dat het gebaseerd is op eerdere ervaringen. Het verschil met aangeleerd gedrag is dat imprinting genetisch voorgeprogrammeerd is. Dat is dus anders dan de psychoanalytische verklaringen.

 

 

Deze verklaring zegt dus eigenlijk dat het stevig geworteld zit in de biologie. Er werd voor het eerst sinds Darwin een evolutionaire verklaring gegeven voor menselijk gedrag.

Het ontbrak echter een empirische ondersteuning

Harry Harlow, jaren '50

Empirische support voor Bowlby Door dit onderzoek hebben ze het meer kunnen onderbouwen.

o   Resusaap die gescheiden is van zijn echte moeder, kiest voor de warme, zachte "moeder", ongeacht of het aapje voeding daarvan kreeg of niet.

o   Harlow concludeerde daarmee dat de drang naar comfort/liefde is te onderscheiden van de behoefte aan voedsel. Er is liefde nodig voor ontwikkeling, niet alleen voedsel.

Hiermee werd er empirisch bewijs geleverd tegen de cupboard-love theorie

 

Ook Maria Ainsworth had een hele belangrijke invloed op de gehechtheidstheorie. Ze studeerde aan de universiteit van Toronto, waar ze colleges volgde van William Blatz. Blatz heeft de security theory ontwikkeld. Deze theorie zegt dat je mentaal gezond bent en vertrouwen in jezelf hebt, wanneer je iemand in je nabije omgeving hebt waar je op terug kan vallen, een veilige basis. Een volwassene die in een bepaalde situatie zeker van zijn zaak is omdat hij weet (of denkt te weten) hoe iets moet of omdat hij iets goed kent is secure, maar een kind dat volledig kan vertrouwen op zijn moeder is daardoor ook secure.

 

Ze heeft samen met James Roberston in beeld kunnen brengen hoe kinderen reageren wanneer ze gescheiden worden van hun moeder A two year-old goes to hospital

 

Ainsworth naar Oeganda Infancy in Uganda

 

Ainsworth constateerde dat het niet vanzelfsprekend is dat een kind een goede band heeft met de moeder, wanneer deze extreem hard gaat huilen. De kinderen die een goede band hadden met hun moeder, vertrouwde erop dat hun moeder toch wel terugkwam en waren sneller gerustgesteld.

Het kind is dan heel secure, het gaat dus meer over de manier waarop ze gehecht zijn aan hun moeder, de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie. Zo heb je veilig gehecht, onveilig gehecht en niet gehecht.

 

Vanuit een veilige basis: ontdekken, risico's nemen, zelfstandig gedrag vertonen exploratie

 

Baltimore-studie sensitiviteit van de moeder. Sensitiveit zorgt voor een grotere kans van een veilige gehechtheid.

 

-             Met de sensitiviteit van de moeder wordt bedoeld, het begrijpen van de signalen van je kind en hier tijdig en adequaat op reageren. Je geeft niet de hele tijd je kind zijn zin, je ziet het signaal, interpreteert en dan reageer je. Je hoeft niet steeds in te geven op de signalen dat het kind geeft.

o   De schaal van Ainsworth

 

Hoe meten we de gehechtheidsrelatie?

 

De Vreemde Situatie Procedure, een laboratoriumtest om de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie van het kind met de moeder te meten

-             Empirisch onderzoek

-             Gebruik van de moeder als "veilige basis" buitenshuis

-             Reactie van het kind op de afwezigheid en terugkeer van de moeder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terwijl we deze hele situatie observeren, vinden we 3 categorieën op basis van hun gedrag. De veiligheid van de gehechtheidsrelatie wordt uitgedrukt in categorieën

 

-             Onzekere vermijdende Onbalans tussen hechting en exploratie

o   Kinderen zijn niet echt van streek als ze gescheiden zijn, ze minimaliseren negatieve emoties en vermijden de ouders als ze terugkomen.

o   Blijft spelen

 

-             Veilige balans tussen gehechtheid en exploratie

o   De kinderen zijn ook overstuur tijdens de scheiding, getroost als de ouders terugkomen.

 

-             Onzekere ambivalente Onbalans tussen gehechtheid en exploratie

o   Het maximaliseren van hechtingsgedrag, ze willen echt getroost worden, zodat ze overdreven reageren

o   Echt overstuur tijdens de scheiding

o   Als de ouder terugkomt, een beetje boos

 

-             Ongeorganiseerde extra categorie

o   Kinderen vertonen raar gedrag, geen patroon, soms angst, boos of vermijdend.

o   Geen strategie, terwijl de andere categorieën dat wel doen, omdat ze iets specifieks willen.

 

-             12-18 maanden

-             Bijlage Q-sort (Waters, 1995)

o   Gedrag thuis, 1-6 jaar

o   Door ouder of getrainde waarnemer

o   90 kaarten, 9-puntsschaal

 

 

 

Individuele verschillen

-             Kinderen ontwikkelen verschillende verwachtingen van gehechtheid, gebaseerd op hun ervaringen

-             Kwaliteit verschilt tussen dyades

o   Perceptie van de beschikbaarheid van de zorgverlener

o   Organisatie van de respons van het kind

o   Balans tussen gehechtheid en exploratie

 

-             Veilige en onveilige relatie

o   Veilig: vertrouwen, bevordert exploratie positieve invloed, want als er iets gebeurt, weet het kind dat het terug kan komen bij zijn ouders

o   Onveilig: minder vertrouwen, belemmert exploratie negatieve invloed,

 

 

Gevolgen van attachment

o   Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling , vooral op het gebied van sociale competentie

o   Gedragsproblemen

o   Latere relaties

o   Relatie met het eigen kind – "Intergenerationele overdracht van gehechtheid", de kwaliteit van de relatie, zal van de ene generatie op de andere worden doorgegeven.

 

Universaliteitshypothese: kinderen vormen een hechtingsband in alle culturen. Als het echt zo is dat gehechtheidsgedrag geankerd is in onze genen, moet dat ook zo in andere culturen zijn en daar moeten dezelfde bevindingen gedaan worden.

 

Conclusie Bowlby en Ainsworth

 

-             Hij introduceerde ethologisch geïnspireerde concepten als basis voor een theoretische verklaring van de moeder-kindrelatie, vond empirische ondersteuning hiervoor in het werk van onder meer Harlow en veronderstelde dat het gedrag waarmee het kind nabijheid van de moeder zoekt aangeboren is.

-             Ook werd het belang van vroege binding voor latere ontwikkeling benadrukt.

-             Verzorger als veilige basis – evenwicht tussen hechting  (alleen wanneer het nodig is) en exploratie om te ontwikkelen

-             Strange Situation Procedure: lab-gebaseerde onderzoek voor classificatie van het gedrag van kinderen wanneer ze gescheiden worden van de moeder.

 

 

Dimensierepresentatie maatregelen om de kwaliteit van deze mentale representaties vast te leggen

-              "Interne werkmodellen": mentale representatie van zichzelf en anderen

o   Op basis van ervaringen met mantelzorgers in de eerste maanden en jaren,

-             Oudere kinderen:

o   bijv. "Verhaalstam"

-              Volwassenen

o   Hechtingsinterview voor volwassenen (Main at al, 1984)

o   Evaluatie van de eerste ervaringen

 

Vragenlijst over hechtingsstijl

-             Ervaring in hechte relatie (Fraley et al, 2000)

o   Zelf en partner hoe zij en hun partner zich voelen.

o   Twee dimensies van gehechtheid: angst en vermijding.

 

-             "Mensen met een hoge hechtingsangst hebben de neiging zich zorgen te maken of hun partners echt van hen houden, voelen zich vaak afgewezen."

 

-             "Mensen met een hoge hechtingsgerelateerde vermijding voelen zich minder op hun gemak om afhankelijk te zijn van anderen, dicht bij anderen te zijn en zich open te stellen voor anderen. Ze beweren geen steun nodig te hebben van naasten."

 

-             Als iemand laag scoort op angst en laag op vermijding, hebben ze een veilige hechtingsstijl