Geslacht van het zelfstandig naamwoord(duits grammatik D)

Das Geschlecht des Substantivs

Een zelfstandig naamwoord is in het Duits mannelijk (der-woord), vrouwelijk (die-woord) of onzijdig (das-woord). In het woordenboek kom je daarom bij zelfstandige naamwoorden de afkortingen (m) voor mannelijk/männlich, (v/w) voor vrouwelijk/weiblich of (o/s) voor onzijdig/sächlich tegen. Er zijn een paar regels:

Lidwoord

Categorie

Voorbeelden

der

mannelijke personen

mannelijke dieren

mannelijke beroepen

de dagen

de maanden

de dagdelen

de jaargetijden

der Mann – de man

der Stier – de stier

der Lehrer – de leraar

der Montag – de maandag

der Oktober – oktober

der Abend – de avond

der Sommer – de zomer

maar: die Nacht

die

vrouwelijke personen

vrouwelijke dieren

vrouwelijke beroepen

woorden op -heit

woorden op -keit

woorden op -ung

woorden op -schaft

de meeste woorden op -e

avond

die Frau – de vrouw

die Kuh – de koe

die Lehrerin* – de lerares

die Freiheit – de vrijheid

die Möglichkeit – de mogelijkheid

die Übung – de oefening

die Freundschaft – de vriendschap

die Schule – de school

das ø

veel woorden die in het Nederlands het-woorden zijn

(verklein)woorden op -chen

das Kind – het kind

das Mädchen – het meisje

die

meervoud (Plural): de meervoudsvorm van der-, die- en das-woorden

die Abende – de avonden

die Übungen – de oefeningen

die Kinder – de kinderen