hoofdstuk 4 Dierkunde

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/55

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

56 Terms

1
New cards

hypocampus (functie)

geheugen; emoties

2
New cards

basale ganglia (functie)

Motorische controle

3
New cards

cerebellum (functie)

coördinatiecentrum van beweging, evenwicht

4
New cards

middenhersenen (functie)

reflexen ogen en oren

5
New cards

Medulla oblongata (functie)

sensorische kernen

6
New cards

thalamus (functie)

relay station voor opwaartse en neerwaartse motorische zenuwbanenen verwerking van sensorische informatie.

7
New cards

hypothalamus (functie)

neuroendocriene controle

8
New cards

corpus callosum (functie)

verbind en wisselt info uit tussen de 2 hersenhelftenen

9
New cards

cerebrale cortex (functie)

cognitieve functies; interpreteert sensorische input en organiseert motorische output

10
New cards

acetylcholine (ACh)

In de synaptische spleet gesecreteerd tussen een motorneuron en een spiervezel; veroorzaakt spiercontractie

11
New cards

norepinefrine

Biogeen amine verantwoordelijk voor de  “flight or fight” respons van het sympathetisch zenuwstelsel.

12
New cards

GABA

Belangrijke inhibitorische aminozuur transmitter die ligand-gated Cl- kanalen opent

13
New cards

dopamine

Neurotransmitter betrokken bij de regulatie van de motoriek, te hoge concentraties geassocieerd schizofrenie.

14
New cards

serotonine

Neurotransmitter betrokken bij de regulatie van slaap en emoties

15
New cards

glutamaat

Belangrijkste excitatorische neurotransmitter in het vertebrate zenuwstelsel.

16
New cards

Chemische synaps

plaats waar neurotransmitters worden afgegeven van de ene zenuwcel en ontvangen door de andere, essentieel voor de communicatie in het zenuwstelsel

17
New cards

Elektrische synaps

directe verbinding tussen zenuwcellen, waardoor ionenstroom en snelle communicatie mogelijk zijn.

18
New cards

dendriet

= Deze structuur heeft fijne uitlopers zodat het neuron input kan ontvangen van meerdere bronnen.

19
New cards

substantia nigra

= Zwarte hersenstructuur met veel dopaminerge neuronen, die veel melanine bevatten, een intermediair product van dopaminesynthese. Bij beschadiging van deze structuur treden symptomen van Parkinson ziekte op.

20
New cards

hypocampus

= Deze hersenstructuur heeft een gekrulde vorm en speelt een rol bij de vorming van geheugen.

21
New cards

endorfine

= Natuurlijk voorkomende opiaten in de hersenen, die gekend staan voor hun positieve effecten op het gemoed.

22
New cards

cerebellum

= Kleine ronde structuur onder de cortex die belangrijk is voor de regulatie van de motoriek.

23
New cards

meninges, hersenvlies

= Deze structuur omringt en beschermt de hersenen en het ruggemerg.

24
New cards

autonoom zenuwstelsel

= Dit deel van het zenuwstelsel reguleert lichaamsfuncties die onbewust gebeuren.

25
New cards

oligodendrocyten

= Een cel van het CNS die de myelineschede maakt.

26
New cards

interneuronen

= Associatieneuronen die betrokken zijn bij reflexen en leren/geheugen

27
New cards

sensorische neuronen

= Afferente neuronen die impulsen van sensorische receptoren doorgeven aan het CNS.

28
New cards

motorische neuronen

Efferente neuronen die impulsen van het CNS doorgeven aan spieren en klieren

29
New cards

shwan cellen

=Een cel van het perifeer zenuwstelsel die de myelineschede maakt

30
New cards

splitsen van zenuw in sensorische en motorische componenten in het ruggenmerg

→ komen eerst dorsaal ruggenmerg binnen en vormen de dorsale wortel van de spinale zenuw,

→ terwijl de motorische axonen het ventrale ruggenmerg verlaten en de corticale wortel vormen

→ buiten het ruggenmerg vormen de cellichamen de sensorische neuronen

31
New cards

werking Na/K pomp

er is een concentratie gradiënt aanwezig met meer K+ in de cel en meer Na+ buiten de cel

32
New cards

depolarisatie (wat + stappen)

= Meer natriumionen diffunderen de cel binnen dan dat er kaliumionen naar buiten diffunderen.

1) actiepottentiaal stimulus

2) openen van Na-activatie-kanalen

3) bewegen van Na-ionen naar binnen in de cel

33
New cards

repolarisatie

= K+ ionen diffunderen uit de cel nadat de spanningsgevoelige Na+ ionenkanalen sluiten.

34
New cards

membraanpotentiaal in rusttoestand

= De buitenkant van een cel heeft een netto positieve lading en de binnenkant een netto negatieve lading.

35
New cards

Welk ion draagt het meest bij tot de verandering in de membraanpotentiaal tijdens een aktiepotentiaal en in welke richting beweegt dit ion?

Na+ beweegt de cel binnen en zorgt dat de binnenkant van de cel minder negatief geladen wordt en de buitenkant minder positief. 

36
New cards

fight-or-flight modus

word door het sympatisch zenuwstelsel gereguleert

37
New cards

gen verantwoordelijk voor detecteren pijn zit waar?

gaat in de sensorische neuronen voorkomen

38
New cards

productie van actiepottentiaal (stappen)

1) stimulus leidt tot membraanpotentiaal boven drempelwaarde. 

2) spanningsgevoelige natriumkanalen openen.

3) Natrium komt de cel binnen

4) cel depolariseert

5) spanningsgevoelige natriumkanalen sluiten en spanningsgevoelige kaliumkanalen openen. 

6) Kalium verlaat de cel

7) cel hyperpolariseert

8) spanningsgevoelige kaliumkanalen sluiten

9) Natrium Kalium pomp herstelt de rustpotentiaal. 

39
New cards

Wrm keren actiepottentialen niet terug langs axon

—> door de refactorische periode, veroorzaakt door inactivatie van de spanningsafhankelijke natriumkanalen

40
New cards

Wat verplaatst zich in de synaptische spleet om een zenuwimpuls over te brengen? 

neurotransmitters

41
New cards

Welke neurotransmitter wordt vrijgesteld door een motorisch neuron ter hoogte van de neuromusculaire junctie?  

acetylcholine

42
New cards

Wanneer acetylcholine zijn ligand-afhankelijke ionenkanalen op een postsynaptische cel stimuleert, dan spreken we van: 

excitatorische postsynaptische potentiaal (EPSP)

43
New cards

biogene amines

epinefrine, norepinefrine, dopamine, en serotonine

44
New cards

Welke stof bindt op acetylcholine receptoren? 

nicotine

45
New cards

hippocampus, amygdala, en hypothalamus vormen onderdeel van het

lymbisch systeem

46
New cards

gebied in de cerebrale cortex is belangrijk voor het formuleren van gedachten in spraak

gebied van Wernicke

47
New cards

dierenfylum heeft geen zenuwstelsel

porfera (sponzen)

48
New cards

component van de hersenen bij de oudste vertebraten was vooral betrokken bij de coördinatie van motorische reflexen

achterhersenen

49
New cards

Waarom is de binnenkant van een neuron negatief geladen (-70mV) ten opzichte van de buitenkant

Negatief geladen eiwitten in de cel counteren de lading van de kalium ionen.

50
New cards

Waarom stromen K+ ionen uit de cel wanneer de K+ kanalen openen tijdens een aktiepotentiaal? 

Spanningsafhankelijke K+ kanalen openen wanneer de membraanpotentiaal +50 mV bereikt tijdens de depolarisatie. De diffusiegradient en elektrische krachten werken samen om K+ ionen uit de cel te drijven.  

51
New cards

Tetrodotoxine blokkeert natriumkanalen. Wat gebeurt er bij tetrodotoxine vergiftiging?

Neuronen kunnen geen aktiepotentiaal genereren

52
New cards
term image
knowt flashcard image
53
New cards
term image
knowt flashcard image
54
New cards

concentratie (K, Na, Cl) in extra en intracellulaire vloeistof

De Na- concentratie in de extracellulaire vloeistof is groter dan in de intracellulaire vloeistof

→ De Cl- - concentratie in de extracellulaire vloeistof is groter dan in de intracellulaire vloeistof.

→ De K+ - concentratie in de extracellulaire vloeistof is kleiner dan in de intracellulaire vloeistof

55
New cards

activiteit van Na-K-kanalen

actief transport

56
New cards

richtingsverkeer actiepottentiaal

1 richtings verkeer over het axon