1/55
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
hypocampus (functie)
geheugen; emoties
basale ganglia (functie)
Motorische controle
cerebellum (functie)
coördinatiecentrum van beweging, evenwicht
middenhersenen (functie)
reflexen ogen en oren
Medulla oblongata (functie)
sensorische kernen
thalamus (functie)
relay station voor opwaartse en neerwaartse motorische zenuwbanenen verwerking van sensorische informatie.
hypothalamus (functie)
neuroendocriene controle
corpus callosum (functie)
verbind en wisselt info uit tussen de 2 hersenhelftenen
cerebrale cortex (functie)
cognitieve functies; interpreteert sensorische input en organiseert motorische output
acetylcholine (ACh)
In de synaptische spleet gesecreteerd tussen een motorneuron en een spiervezel; veroorzaakt spiercontractie
norepinefrine
Biogeen amine verantwoordelijk voor de “flight or fight” respons van het sympathetisch zenuwstelsel.
GABA
Belangrijke inhibitorische aminozuur transmitter die ligand-gated Cl- kanalen opent
dopamine
Neurotransmitter betrokken bij de regulatie van de motoriek, te hoge concentraties geassocieerd schizofrenie.
serotonine
Neurotransmitter betrokken bij de regulatie van slaap en emoties
glutamaat
Belangrijkste excitatorische neurotransmitter in het vertebrate zenuwstelsel.
Chemische synaps
plaats waar neurotransmitters worden afgegeven van de ene zenuwcel en ontvangen door de andere, essentieel voor de communicatie in het zenuwstelsel
Elektrische synaps
directe verbinding tussen zenuwcellen, waardoor ionenstroom en snelle communicatie mogelijk zijn.
dendriet
= Deze structuur heeft fijne uitlopers zodat het neuron input kan ontvangen van meerdere bronnen.
substantia nigra
= Zwarte hersenstructuur met veel dopaminerge neuronen, die veel melanine bevatten, een intermediair product van dopaminesynthese. Bij beschadiging van deze structuur treden symptomen van Parkinson ziekte op.
hypocampus
= Deze hersenstructuur heeft een gekrulde vorm en speelt een rol bij de vorming van geheugen.
endorfine
= Natuurlijk voorkomende opiaten in de hersenen, die gekend staan voor hun positieve effecten op het gemoed.
cerebellum
= Kleine ronde structuur onder de cortex die belangrijk is voor de regulatie van de motoriek.
meninges, hersenvlies
= Deze structuur omringt en beschermt de hersenen en het ruggemerg.
autonoom zenuwstelsel
= Dit deel van het zenuwstelsel reguleert lichaamsfuncties die onbewust gebeuren.
oligodendrocyten
= Een cel van het CNS die de myelineschede maakt.
interneuronen
= Associatieneuronen die betrokken zijn bij reflexen en leren/geheugen
sensorische neuronen
= Afferente neuronen die impulsen van sensorische receptoren doorgeven aan het CNS.
motorische neuronen
Efferente neuronen die impulsen van het CNS doorgeven aan spieren en klieren
shwan cellen
=Een cel van het perifeer zenuwstelsel die de myelineschede maakt
splitsen van zenuw in sensorische en motorische componenten in het ruggenmerg
→ komen eerst dorsaal ruggenmerg binnen en vormen de dorsale wortel van de spinale zenuw,
→ terwijl de motorische axonen het ventrale ruggenmerg verlaten en de corticale wortel vormen
→ buiten het ruggenmerg vormen de cellichamen de sensorische neuronen
werking Na/K pomp
er is een concentratie gradiënt aanwezig met meer K+ in de cel en meer Na+ buiten de cel
depolarisatie (wat + stappen)
= Meer natriumionen diffunderen de cel binnen dan dat er kaliumionen naar buiten diffunderen.
1) actiepottentiaal stimulus
2) openen van Na-activatie-kanalen
3) bewegen van Na-ionen naar binnen in de cel
repolarisatie
= K+ ionen diffunderen uit de cel nadat de spanningsgevoelige Na+ ionenkanalen sluiten.
membraanpotentiaal in rusttoestand
= De buitenkant van een cel heeft een netto positieve lading en de binnenkant een netto negatieve lading.
Welk ion draagt het meest bij tot de verandering in de membraanpotentiaal tijdens een aktiepotentiaal en in welke richting beweegt dit ion?
Na+ beweegt de cel binnen en zorgt dat de binnenkant van de cel minder negatief geladen wordt en de buitenkant minder positief.
fight-or-flight modus
word door het sympatisch zenuwstelsel gereguleert
gen verantwoordelijk voor detecteren pijn zit waar?
gaat in de sensorische neuronen voorkomen
productie van actiepottentiaal (stappen)
1) stimulus leidt tot membraanpotentiaal boven drempelwaarde.
2) spanningsgevoelige natriumkanalen openen.
3) Natrium komt de cel binnen
4) cel depolariseert
5) spanningsgevoelige natriumkanalen sluiten en spanningsgevoelige kaliumkanalen openen.
6) Kalium verlaat de cel
7) cel hyperpolariseert
8) spanningsgevoelige kaliumkanalen sluiten
9) Natrium Kalium pomp herstelt de rustpotentiaal.
Wrm keren actiepottentialen niet terug langs axon
—> door de refactorische periode, veroorzaakt door inactivatie van de spanningsafhankelijke natriumkanalen
Wat verplaatst zich in de synaptische spleet om een zenuwimpuls over te brengen?
neurotransmitters
Welke neurotransmitter wordt vrijgesteld door een motorisch neuron ter hoogte van de neuromusculaire junctie?
acetylcholine
Wanneer acetylcholine zijn ligand-afhankelijke ionenkanalen op een postsynaptische cel stimuleert, dan spreken we van:
excitatorische postsynaptische potentiaal (EPSP)
biogene amines
epinefrine, norepinefrine, dopamine, en serotonine
Welke stof bindt op acetylcholine receptoren?
nicotine
hippocampus, amygdala, en hypothalamus vormen onderdeel van het
lymbisch systeem
gebied in de cerebrale cortex is belangrijk voor het formuleren van gedachten in spraak
gebied van Wernicke
dierenfylum heeft geen zenuwstelsel
porfera (sponzen)
component van de hersenen bij de oudste vertebraten was vooral betrokken bij de coördinatie van motorische reflexen
achterhersenen
Waarom is de binnenkant van een neuron negatief geladen (-70mV) ten opzichte van de buitenkant
Negatief geladen eiwitten in de cel counteren de lading van de kalium ionen.
Waarom stromen K+ ionen uit de cel wanneer de K+ kanalen openen tijdens een aktiepotentiaal?
Spanningsafhankelijke K+ kanalen openen wanneer de membraanpotentiaal +50 mV bereikt tijdens de depolarisatie. De diffusiegradient en elektrische krachten werken samen om K+ ionen uit de cel te drijven.
Tetrodotoxine blokkeert natriumkanalen. Wat gebeurt er bij tetrodotoxine vergiftiging?
Neuronen kunnen geen aktiepotentiaal genereren




concentratie (K, Na, Cl) in extra en intracellulaire vloeistof
→ De Na+ - concentratie in de extracellulaire vloeistof is groter dan in de intracellulaire vloeistof
→ De Cl- - concentratie in de extracellulaire vloeistof is groter dan in de intracellulaire vloeistof.
→ De K+ - concentratie in de extracellulaire vloeistof is kleiner dan in de intracellulaire vloeistof
activiteit van Na-K-kanalen
actief transport
richtingsverkeer actiepottentiaal
1 richtings verkeer over het axon