1/13
5ASO Nederlands : L1/2/3 soorten argumenten/drogredenen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Autoriteit
Argument : Argument gebaseerd op een persoon/instituut dat gespecialiseerd is in een bepaald domein en dus met autoriteit kan spreken over het onderwerp.
Vergelijking
Argument: Je baseert je argument op een vergelijking met een gelijkaardige situatie.
Cijfers en statistieken
Argument: Je geeft argumenten gebaseerd op cijfermateriaal (cijfers, statistieken, grafieken, tabellen…)
Causale relatie
Argument: Deze argumenten verwijzen vanuit een oorzaak naar een gevolg, of vanuit een gevolg naar een oorzaak.
Voorbeeld
Argument: Je wilt je standpunt verdedigen door een voorbeeld te geven.
Emotionele argumentatie
Argument: Hier maak je geen gebruik van feiten, maar speel je net heel sterk in op de emoties van je publiek. Door een goede band te creëren of in te zetten op jullie relatie, probeer je zo je gelijk te halen. Deze argumenten zijn subjectief en vaak minder sterk.
Overgeneralisatie
Drogreden: Een uitspraak die gedaan wordt met te weinig gegevens om deze te staven.
Foutief oorzakelijk verband
Drogreden: Twee opeenvolgende gebeurtenissen waartussen een foutief verband gelegd wordt.
Aanval op de persoon
Drogreden: De spreker speelt op de man in plaats van op de bal. De tegenpartij wordt persoonlijk aangevallen.
Valse autoriteit
Drogreden: Er wordt gebruikgemaakt van een autoriteit die geen deskundige is binnen het relevante domein.
Ontduiken bewijslast
Drogreden: Het argument wordt niet bewezen, er wordt enkel een beroep gedaan op vermeende 'algemene kennis'.
Suggestieve vraag
Drogreden: In de vraag wordt het antwoord van de andere partij al gesuggereerd.
Cirkelredenering
Drogreden: Een drogreden waarbij het standpunt herhaald wordt als argument.
Valse vergelijking
Drogreden: Twee zaken worden voorgesteld als gelijkend op elkaar zonder rekening te houden met belangrijke verschillen.