1/9
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
? - 3000 v.Chr. 3
De levenswijze van jagers-verzamelaars.
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
3000 v.Chr. - 500 n.Chr. 5
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom al de eerste monotheïstische godsdiensten.
500 - 1000 4
De verspreiding van het christendom in heel Europa.
Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
De vrijwel volledige vervangen in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via het hofstelsel en horigheid.
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
1000 - 1500 5
De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.
De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten.
Het begin van staatsvorming en centralisatie.
1500 -1600 5
Het begin van de overzeese expansie.
Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
1600 - 1700 4
Het streven van vorsten naar absolute macht.
De bijzondere plaats in staatskundig opzicht en de bloei in economische en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
De wetenschappelijke revolutie.
1700 - 1800 4
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven.
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
1800 - 1900 6
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
Discussies over de ‘sociale kwestie’.
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
De opkomst van emancipatiebewegingen.
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.
1900 - 1950 8
De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
De crisis van het wereldkapitalisme.
Het voeren van twee wereldoorlogen.
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
De Duitse bezetting van Nederland.
Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
1950 - heden 5
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
De dekolonisatie die een eind maakt aan de westerse hegemonie in de wereld.
De eenwording van Europa.
De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.