1/62
aanvullen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
waarom moet de migratie van leukocyten geregeld worden?
WBC moeten vanuit bloedbaan tsn/door endotheel kruipen om te migreren naar weefsels → endotheel mag geen bloed lekken!
welke 4 klassen adhesiemoleculen reguleren migratie van leukocyten? (CAM = Cell Adhesion Molecules)
mucine-like CAMs
integrines
Ig-superfamily CAMs
selectines

welke CAMs interageren met elkaar?
mucine-achtige CAMs+ selectines
integrines + Ig-superfamily CAMs
welke CAMs zitten er op het endotheel (met betrekking tot leukocyt migratie)?
selectines
Ig-superfamily CAMs
welke CAMs zitten er op leukocyten (met betrekking tot leukocyt migratie)?
mucine-achtige CAMs
integrines
wat betekent CAM
Cell Adhesion Molecule
wat betekent GlyCAM
glycan-bearing CAM
wat betekent PSGL
P-selection glycoprotein ligand
wat betekent MadCAM
mucosal addressin CAM
wat betekent ICAM
intercellular CAM
wat betekent VCAM
vascular CAM
wat betekent LFA
leukocyte function-associated antigen
wat betekent VLA
very late activation antigen
wat betekent LPAM
lymphocyte Peyer’s patch adhesion molecule
wat doen mucine-achtige CAMs?
zitten op bloedvaten
leukocyten ‘rollen’ over bloedvaten, blijven even plakken aan mucine-achtige CAMs (omkeerbare zwakke interactie)
geen ontsteking: verder mee met bloed
wel ontsteking: cascade waardoor steviger blijft plakken
wat is de volgorde van de stappen in de migratie van leukocyten (kort)?
rollen
activatie chemokine receptor
activatie integrine (adhesie)
migratie
wat zorgt er voor dat een leukocyt even blijft ‘plakken’ bij het rollen over endotheel?
interactie tussen mucine-achtige CAMs + selectine
leg uit: pathway bij migratie leukocyten
aanv
aanb
aanv
aanv
door wat wordt de selectieve migratie van leukocyten bepaald?
door expressie van specifieke adhesiemoleculen: andere combinaties tsn adhesiemoleculen van endotheel en leukocyten

selectieve migratie van leukocyten wordt bepaald door expressie van specifieke adhesiemoleculen, geef voorbeelden
LPAM-1 + MAdCAM1 → mucosa
CLA + E-selectin → huid

hoe gebeurt de benaming van chemokines (basis)
chemokine: typisch 70-80 AZ, waarbij 4 cysteïnes
als eerste cysteïnes naast elkaar zitten: CCLY → bv CCL4
als er een AZ tussen eerste cysteïnes zit: CXCLY → bv CXCL8
wat is het verschil tussen chemokinen en cytokinen?
cytokinen: eiwitten die fungeren als boodschappers van immuunsysteem
chemokinen: soort cytokinen → zorgen voor chemotaxis: stimuleren migratie van cellen naar weefsels door infectie en ontsteking
hoe ziet een chemokinereceptor er uit?
GPCR
7 transmembranaire domeinen
hoe gebeurt de signaaltransductie door chemokinereceptoren?
chemokine bindt aan chemokinereceptor → activatie receptor:
G-proteïne met GTP-bindende subeenheden (alfa, bèta, gamma) geven signaal:
activatie Ras/MAP kinase cascade
activatie fosfolipase C-bèta
activatie Rho
JAK activeert proteine kinase C → activeert Akt
→ effecten: celmigratie, genexpressie, survival

welke effecten zijn er als een chemokine bindt aan zijn chemokinereceptor?
celmigratie → alle chemokinen
stijging intracellulaire Ca2+ conc → bijna alle chemokinen
angiogenese (=aanmaak nieuwe capillairen) → CXCR2 liganden
anti-angiogenese (=stopt angiogenese) → CXCR3 liganden
anti-apoptitische signalen → CCL1
welke chemokinen zorgen voor celmigratie bij binding aan hun receptor?
alle chemokinen
welke chemokinen zorgen voor stijging van intracellulaire Ca2+ concentratie bij binding aan hun receptor?
bijna alle chemokinen
welke chemokinen zorgen voor angiogenese bij binding aan hun receptor?
angiogenese = aanmaak nieuwe capillairen
CXCR2 liganden
welke chemokinen zorgen voor anti-angiogenese bij binding aan hun receptor?
anti-angiogenese = stoppen angiogenese (stoppen aanmaken nieuwe capillairen)
CXCR3 liganden
welke chemokinen zorgen voor anti-apoptotische signalen bij binding aan hun receptor?
anti-apoptotische signalen = signalen die geprogrammeerde celdood remmen
CCL1
welke soorten leukocyten zijn er?
neutrofiel
basofiel
eosinofiel
monocyten
T lymfocyten
heeft elke soort leukocyt maar 1 soort chemokinereceptor?
nee, de meeste leukocyten coderen voor meerdere chemokinereceptoren

welke chemokinereceptoren bezit een neutrofiel?
CXCR1
CXCR2
CXCR4
welke chemokinereceptoren bezit een basofiel?
CCR1
CCR2
CCR3
welke chemokinereceptoren bezit een eosinofiel?
CCR1
CCR2
welke chemokinereceptoren bezit een monocyt?
CCR1
CCR2
CCR4
CXCR4
welke chemokinereceptoren bezit een rustende T lymfocyt?
CXCR4
welke chemokinereceptoren bezit een actieve T lymfocyt?
CCR1
CCR2
CCR3
CCR4
CXCR3
CXCR4
chemokineproductie oiv cytokinen aanv
chemokineproductie oiv cytokinen aanv
chemokineproductie oiv cytokinen aanv
chemokineproductie oiv cytokinen aanv
chemokineproductie oiv cytokinen aanv
welke natuurlijke regulatiemechanismen van chemokine activiteit zijn er?
aanv

wat betekent ACKR
atypical chemokine receptor
wat betekent GAG
glycosaminoglycaan
geef voorbeelden van GAG
= glycosaminoglycaan
heparaansulfaat
chrondroitine sulfaat
heparine
dermatan-sulfaat
hyaluronzuur
wat betekent PTM
posttranslational modification (posttranslationele modificatie)
geef voorbeelden van PTM
= posttranslation modification
glycosylation
truncation
citrullination of Arg
nitration of Tyr
wat betekent GPCR
G proteine gekoppelde receptor
leg het experiment uit dat migratie van monocyten aantoont/actine polymerisatie toont
petrischaal met vloeibaar medium met monocyten
pipet met chemokine (MCP-1/CCL2) in vloeistof plaatsen
→ cel verandert van vorm, migreert richting pipete
—> toont aan dat monocyten migreren naar MCP-1/CCL2
voor wat staat MCP-1
monocyt chemotactisch proteïne-1, w ook wel CCL2 genoemd
soort chemokine → zorgt voor migratie van leukocyten

leg uit welk experiment hier wordt getoond
in beeld gebracht dmv in vivo microscopie (bloedvat muis)
neutrofiele granulocyten (rood)
endotheelcellen (blauw)
CXCL8/interleukine-8 aangebracht buiten bloedbaan
→ neutrofiele granulocyten blijven plakken op bloedvatwand

wat gebeurt er bij dit experiment, in aanwezigheid van een peptide dat in competitie treedt met de stof die initieel buiten de bloedbaan werd aangebracht?
initieel buiten bloedbaan CXCL8/interleukine-8 aangebracht (zorgt voor plakken neutrofiele granulocyten aan endotheel)
nu in aanwezigheid van CXCL9(74-103):
gaat in competitie met CXCL8 voor binding aan GAGs (dus endotheel)
→ zien dat cellen wel rollen, maar niet meer blijven plakken (<-> enkel CXCL8)
→ naast chemokine aan receptorbinding, ook binding chemokine aan GAGs van endotheel belangrijk voor blijven plakken!
hiv aanv
hiv aanv
hiv aanv
hiv aanv
lokale acute ontsteking aanv
yst acuut fase respons aanv