1/52
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
Wat is een whole network? (Provan & Lemaire, 2012)
Een groep van 3 of meer organisaties, verbonden via relaties, gericht op een gemeenschappelijk doel, vaak formeel gestructureerd (publieke sector
In welke situaties zijn netwerken het meest effectief? (Provan & Lemaire, 2012)
Complexe, wicked problems
Verspreiden kennis en middelen
Adaptiviteit en innovatie vereist
Wanneer markten/hiërarchieën tekortschieten
Wat zijn de drie governancevormen voor netwerken? (Provan & Lemaire, 2012)
Shared governance
Lead organisation governance
Network Administrative Organisation (NAO)
Wat zijn de belangrijkste voordelen van netwerken? (Provan & Lemaire, 2012)
Kennisdeling en innovatie
Verbeterde coördinatie van diensten
Meer middelen en legitimiteit
Flexibiliteit in crisissituaties
Wat zijn nadelen/uitdagingen van netwerken? (Provan & Lemaire, 2012)
Hoge coördinatiekosten
Verlies van autonomie
Onduidelijke accountability
Freeriding
Culturele verschillen tussen organisaties
Wat is het verschil tussen mandated en emergent networks? (Provan & Lemaire, 2012)
Mandated: opgelegd door overheid, snelle legitimiteit maar lage eigenaarschap
Emergent: bottom-up, sterker vertrouwen maar trage opbouw
Welke factoren stimuleren netwerkvorming? (Provan & Lemaire, 2012)
Homophily (gelijken), heterophily (complementaire verschillen), proximity, eerdere relaties, legitimacy, resource dependency
Wat bepaalt effectiviteit in een netwerk? (Provan & Lemaire, 2012)
Involvement at multiple levels: hangt samen met multiplexity, het hebben van meerdere soorten relaties
Network design
Appropriate governance: vorm moet aansluiten bij netwerkgrootte, complexiteit en vertrouwensniveau
Building & maintaining legitimacy
Interne legitimiteit: vertrouwen, betrokkenheid en samenwerking
Externe legitimiteit: erkenning door buitenstaanders (overheden, financiers, publiek)
Stability
Wat is network design volgens (Provan & Lemaire, 2012)
Selective integration (niet iedereen met iedereen verbonden)
Mix van closure (dichte clusters) en brokerage (bruggen)
Goede balans tussen sterke en zwakke banden
Wat is de stability-flexibility paradox? (Provan & Lemaire, 2012)
Netwerk heeft stabiele kern nodig voor continuïteit
Maar ook flexibele periferie voor innovatie en nieuwe partners
Succes = balans tussen beide
Te veel flexibiliteit = instabiliteit en verlies van richting, te veel stabiliteit = verstarring en verlies van innovatie
Wanneer wordt welke organisatievorm gebruikt? (Provan & Lemaire, 2012)
Markt: relaties gebaseerd op prijs en competitie, eenvoudige, routinematige taken
Hierarchy: centraal gezag, formele regels en bureaucratie, geschikt voor stabiele en voorspelbare problemen
Network: samenwerking tussen autonome orgnaisaties op basis van vertrouwen, effectief voor wicked problems
Wat is het verschil tussen managing in a network en managing of a network? (Provan & Lemaire, 2012)
Managing in a network: het beheren van je eigen organisatie binnen een netwerkcontext
Managing of a network: het managen van een netwerk als geheel
Wat onderzoekt het artikel van (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Hoe lokale actoren omgaan met spanningen in netwerk governance
In de Nederlandse zorg na decentralisatie
Focus: strategieën, interacties, onbedoelde gevolgen
Wat is network governance? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Vorm van bestuur waarin meerdere autonome organisaties samenwerken
Gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid
Gericht op oplossen van complexe maatschappelijke problemen
Wat is decentralisatiespanning? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Autonomie voor lokale partijen vs. voortdurende centrale sturing (regels, toezicht, monitoring)
Wat is de samenwerkingsspanning? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Integratie: moeten samenwerken, differentiatie: tegelijk blijven werken in gescheiden wetten, budgetten, belangen
Wat is overwhelmed deflection? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Actoren voelen zich machteloos
Schuiven verantwoordelijkheid af op rijk of systeem
Leidt vaak tot stilstand of passiviteit
Wat is situational segmentation? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Frontstage/backstage-gedrag
Officieel voldoen aan regels, informeel eromheen werken
Contextafhankelijk managen van tegenstrijdige eisen
Wat is strategic reappropriation? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Regels strategisch herinterpreteren of gebruiken
Om eigen positie te versterken of verantwoordelijkheden te vermijden
Kan samenwerking stimuleren of juist ondermijnen
Waarom ontstaan spanningen tussen integratie en differentiatie? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Organisaties moeten gezamenlijk werken, maar opereren in verschillende financieringsstromen, wettelijke kaders en institutionele logica’s
Wat is decentered approach? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Onderzoeksbenadering gericht op wat actoren doen, denken en interpreteren
Bottom-up, etnografisch
Focus op dagelijkse praktijk in plaats van ideaalmodellen van samenwerking
Wat is de kernconclusie van het artikel? (Van Duin, Bannink & Ybema, 2022)
Spanningen zijn onvermijdelijk en staan met elkaar in verbinding
Strategieën van actoren hebben onbedoelde effecten
Dit bemoeilijkt het bouwen van effectieve netwerken
Netwerkgovernance is rommelig, iteratief en politiek, niet lineair of vanzelfsprekend succesvol
Wat zijn de drie vormen van network governance volgens (Provan & Kenis, 2008)
Shared governance
Lead organisation governance (LO)
Network administratiave organisation (NAO)
Wat kenmerkt shared governance? (Provan & Kenis, 2008)
Alle organisaties beslissen gezamenlijk
Geen centrale actor
Geschikt voor kleine netwerken, hoog vertrouwen, gedeelde doelen
Wordt onwerkbaar bij groei/complexiteit
Wat kenmerkt lead organisation governance (LO)? (Provan & Kenis, 2008)
Een dominante organisatie stuurt het netwerk
Efficiënt, duidelijke verantwoordelijkheid
Risico: machtsongelijkheid, lagere legitimiteit bij partners
Wat kenmerkt een network administrative organisation (NAO)? (Provan & Kenis, 2008)
Een aparte organisatie beheert het netwerk
Kan intern ontstaan of extern worden opgericht
Geschikt voor grotere/complexere netwerken
Welke factoren bepalen netwerkeffectiviteit (de mate waarin netwerk zijn doelen bereikt) volgens (Provan & Kenis, 2008)?
Coördinatiekwaliteit
Vertrouwen tussen partners
Doelconsensus
Passende governancevorm
Wat is de spanning tussen efficiëntie en inclusiviteit (Provan & Kenis, 2008)
Efficiëntie = snelle, duidelijke besluitvorming (LO/NAO)
Inclusiviteit = breed draagvlak en participatie (shared governance)
Netwerken moeten balanceren tussen beide
Hoe beïnvloedt vertrouwen de geschikte governancevorm?
Hoog vertrouwen → shared governance
Laag vertrouwen → LO of NAO (meer centrale sturing)
Hoe beïnvloedt goal consensus de geschikte governancevorm? (Provan & Kenis, 2008)
Hoge consensus → shared of LO
Lage consensus → NAO (neutrale bemiddeling mogelijk)
Welke governancevorm past bij de grootte van een netwerk?
Klein netwerk → shared governance
Groot netwerk → LO of NAO
Grotere netwerken verschuiven vaak richting NAO/LO
Wat zijn de kerninzichten van (Provan & Kenis, 2008) over netwerkgovernance?
Governancevormen zijn geen statische modellen
Netwerken evolueren
Effectiviteit vraagt continue afstemming op vertrouwen, doelen en grootte
Wat is network governance? (Provan & Kenis, 2008)
De manier waarop samenwerking tussen organisaties wordt gecoördineerd, vormgegeven en gemanaged
Wat zijn purpose-oriented networks (PON’s) (Nowell & Kenis, 2019)
Bewust georganiseerde netwerken van 3+ actoren
Gericht op een gedeelde maatschappelijke uitdaging
Combineren engineerd + emergente processen
Waarom vervangen de auteurs het begrip goal-directed networks? (Nowell & Kenis, 2019)
Goal-directed suggereert dat doelen vooraf vaststaan
In werkelijkheid is doelafstemming variabel en vaak afwezig
Purpose-oriented benadrukt gezamenlijke zorg i.p.v. vaste doelen
Wat betekent purpose orientation in een netwerk? (Nowell & Kenis, 2019)
Hoe het netwerk zijn centrale uitdaging conceptualiseert
Functioneert als een boundary object: gedeeld concept dat groepen of organisaties verbindt, maar flexibel interpreteerbaar is.
Stuurt samenstelling, strategie en structuur van het netwerk
Wat is de spanning tussen operating context en purpose orientation? (Nowell & Kenis, 2019)
Purpose is een interpretatie van de (veranderende) context
Context verandert purpose
Purpose verandert structuur, lidmaatschap, processen
Wat is het risico van een te nauwe/brede purpose (Nowell & Kenis, 2019)
Nauw: Hoge focus, eenvoudiger doelen, Maar risico op network myopia: beperkte blik, weinig innovatie
Breed: Werkt goed in veranderlijke of complexe contexten)
Wat zijn engineered network processes? (Nowell & Kenis, 2019)
Formeel ontworpen structuren
Bewuste governancekeuzes
Voorbeelden: NAO oprichting, regels, procedures
Wat zijn emergent network processes? (Nowell & Kenis, 2019)
Spontane, informele dynamiek
Ontstaan door interacties, relaties en agency
Beïnvloeden en ondermijnen soms formele structuren
Waarom zijn purpose-oriented networks per definitie complex? (Nowell & Kenis, 2019)
Ze bevatten altijd een mix van engineeren en emergente processen
Ondergaan voortdurende heronderhandeling (negotiated space)
Geen stabiel of statisch organisatieotwerp
Wat betekent een multi-level perspective op netwerken? (Nowell & Kenis, 2019)
Netwerken functioneren tegelijk op 4 niveaus: individueel, dyadisch, organisatorisch, netwerkniveau
Events op één niveau beïnvloeden de andere niveaus (cross-level interactions)
Wat verstaan de auteurs onder de ‘architecture of complexity’ (Nowell & Kenis, 2019)
De drie structurele spanningen in PON’s:
Operating context en purpose orientation (De spanning ontstaat omdat purpose een interpretatie is van een veranderende context.
De context verandert sneller dan actoren het eens worden over de purpose, en elke wijziging in context of purpose heeft gevolgen voor structuur, lidmaatschap en samenwerking.)
Engineered en emergente processen
Multi-leven en cross-level interactions
Deze spanningen maken PON’s dynamisch, gelaagd en moeilijk te vangen in vaste modellen
Wat is het centrale doel van (De Pourcq & Verleye, 2022)?
Onderzoeken hoe en waarom network governance in interorganisationele netwerken over tijd verandert
Wat zijn exogene vs. endogene factoren in netwerkdynamiek? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Exogene factoren: externe gebeurtenissen, omgevingsonzekerheid
Endogene factoren: interne druk, incentives, agency van netwerkleden
Welke vier fasen doorlopen netwerken? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Formatie
Groei
Volwassenheid/duurzaamheid
Beëindiging of transformatie
Wat is het verschil tussen formele en relationele governance? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Formele governance: regels, contracten, hiërarchische afspraken, ondersteunt calculative trust
Relationele governance: vertrouwen, normen, informele interactie, ondersteunt relational trust
Wat is calculative trust vs. relational trust? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Calculative trust: gebaseerd op beloningen/straf, voorspelbaarheid
Relational trust: gebaseerd op integriteit, geloofwaardigheid, welwillendheid
Wat is het Relational Celebration Pattern (RCP) (De Pourcq & Verleye, 2022)
Focus op relationele governance (reaching out, engaging)
Formele governance volgt later als een soort ‘viering’
Positief effect op samenwerking
Risico: conflicten wanneer formele regels achteraf worden opgelegd
Wat is het Competitive Protection Pattern (CPP)? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Samenwerking start vanuit nood aan concurrentiekracht
Relationele governance voor innovatie en partnerzoektocht
Formele governance voor bescherming tegen interne conflicten
Kan samenwerking bevorderen, maar spanningen blijven mogelijk
Wat is het Forced Facilitation Pattern? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Start met formele governance (overheids of subsidiegestuurd)
Relationele governance nodig om kritische masse te bereiken
Succes vereist goede balans tussen relationele typen (reaching out, engaging, facilitating)
Welke relationele en formele governance-acties zijn er? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Relationeel: reaching out, engaging, disengaging, facilitating
Formeel: setting-up, contracting/decontracting, enforcing
Wat zijn implicaties voor netwerkmanagement? (De Pourcq & Verleye, 2022)
Duidelijke afspraken over formele governance
Balans tussen formele en relationele governance
Herhalen of aanpassen van governancepatronen
Indien nodig: samenstelling van het netwerk bijsturen