Psychologie: Positief en opbouwend omgaan met elkaar

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:22 PM on 5/31/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Waarom is het belangrijk gevoelens van kinderen te erkennen?

Omdat kinderen zich begrepen voelen, meer vertrouwen krijgen in hun gevoelens en minder gefrustreerd raken.

2
New cards

Wat gebeurt er als gevoelens vaak worden ontkend?

Kinderen raken in de war over hun gevoelens, worden boos/gefrustreerd en verliezen vertrouwen in hun gevoelens.

3
New cards

Wat betekent moraliseren?

Iemand terechtwijzen.

4
New cards

Noem 8 DON'TS bij gevoelens erkennen.

  • Gevoelens negeren of ontkennen.

  • Moraliseren = iemand terechtwijzen 

  • Meteen advies geven.

  • "Waarom?"-vragen stellen, omdat die beschuldigend kunnen overkomen.

  • Zeggen dat het kind volledig gelijk heeft; erkennen is genoeg.

  • Heftiger reageren dan het kind zelf.

  • Negatieve uitspraken van het kind herhalen.

  • Na erkenning van een gevoel het woord "maar" gebruiken ("Ik snap dat je boos bent, maar..."). 

5
New cards

Wat is de eerste stap als een kind boos of verdrietig is?

Luisteren en het gevoel erkennen.

6
New cards

Wat is een voorbeeld van een gevoel benoemen?

"Je bent boos."

7
New cards

Wat is een voorbeeld van een verlangen benoemen?

"Je zou graag willen dat..."

8
New cards

Wat is een voorbeeld van erkennen?

"Hm, dat is jammer." / "Oh, dat klinkt vervelend."

9
New cards

Noem 8 DO'S bij gevoelens erkennen.

  • Rustig en aandachtig luisteren.

  • Gevoelens erkennen met reacties zoals: "Hm", "Oh", "Ja, ja".

  • Het gevoel benoemen: "Wat ben jij boos."

  • Het verlangen achter het gevoel verwoorden: "Je zou willen dat..."

  • Een kind laten tekenen om gevoelens te uiten.

  • Het gevoel bij het kind laten en niet meteen proberen op te lossen.

  • Wensen of verlangens opschrijven.

  • Grenzen stellen aan gedrag: "Ik zie dat je boos bent, maar vertel met woorden wat je wilt, niet met je vuisten."

10
New cards

Wat is het verschil tussen gevoel benoemen en verlangen benoemen?

Gevoel = wat iemand voelt.
Verlangen = wat iemand graag zou willen.

11
New cards

Waarom werkt respectvolle communicatie beter?

Kinderen werken beter mee en ontwikkelen een positiever zelfbeeld.

12
New cards

Noem 11 DON'TS bij coöperatief gedrag.

  • verwijten en beschuldigen: “Hoe vaak moet ik je nog vertellen”, “Kun je nou nooit eens normaal doen?”.

  • etiket te plakken: “Je kamer is een zwijnenstal, wat ben je toch een viespeuk!” 

  • dreigen: “Ik tel tot 3 en als je dan niet klaar bent dan...” 

  • commanderen: “Ik wil dat je je kamer opruimt, nu!”

  • preken en moraliseren: “Jij zou toch ook niet willen dat iemand dat bij jou doet, dan moet jij dat ook niet doen!”

  • slachtofferrol aan te nemen: “Moet ik soms een hartaanval krijgen?”

  • waarschuwen: “Pas op, voorzichtig!”

  • vergelijken: “Waarom lijk je niet wat meer op je broer?”

  • sarcasme/cynisme: “Slim hoor dat je dat bent vergeten.”

  • Profeet: “Als je zo doorgaat, wil niemand met je spelen!”

  • Alsjeblieft’ gebruiken als we bepaald gedrag direct willen stoppen “Niet steeds op de bank springen alsjeblieft!”

13
New cards


Noem 7 DO'S bij coöperatief gedrag.

  • rustig te beschrijven wat je ziet

  • duidelijke informatie te geven

  • keuzes aan te bieden

  • korte en duidelijke woorden te gebruiken

  • gevoelens uit te spreken

  • briefjes/reminders te gebruiken

  • humor in te zetten.

14
New cards

Wat zijn de 7 technieken van coöperatief gedrag?

  1. Beschrijf wat je ziet

  2. Geef informatie

  3. Geef een keuze

  4. Zeg het met één woord

  5. Omschrijf wat je voelt

  6. Schrijf een briefje/reminder

  7. Gebruik humor

15
New cards

Geef een voorbeeld van "beschrijf wat je ziet".

"Je schoenen liggen in de gang."

16
New cards

Geef een voorbeeld van "informatie geven".

"Mensen kunnen over schoenen struikelen."

17
New cards

Geef een voorbeeld van "keuze geven".

"Zet je ze in de kast of naast de deur?"

18
New cards

Geef een voorbeeld van "één woord".

"Schoenen!"

19
New cards

Geef een voorbeeld van "gevoel omschrijven".

"Ik vind het vervelend als de gang niet vrij is."

20
New cards

Geef een voorbeeld van een briefje/reminder.

"Denk eraan je schoenen op te bergen."

21
New cards

Geef een voorbeeld van humor.

"Oei, volgens mij zijn die schoenen verdwaald. Zullen we ze terug naar hun huis (de schoenenkast) brengen?"

22
New cards

Wat is het verschil tussen:

  1. Gevoel benoemen

  2. Verlangen benoemen

  3. Erkennen

Gevoel benoemen
"Je bent verdrietig."

Verlangen benoemen
"Je zou graag willen dat iemand met je speelt."

Erkennen
"Hm, dat is jammer."