1/8
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Linguistic turn
Waarneming & begrip wkh gestuurd door taal
buiten taal is niets denkbaar (epistemologie w taalfilosofie)
De Saussure
Ludwig Wittgenstein, Richard Rorty
Franse poststructuralisten
Impact op alle menswetenschappen in 2de helft 20ste eeuw
Franse poststructuralisten
Jacques Derrida
Michel Foucault
Jean Baudrillard, Jean-François Lyotard, Roland Barthes
structuralisme vs poststructuralisme
voortzetting & kritiek
Aanvaarde opvattingen:
taalsysteem = autonoom
Taal stuurt begrip van wkh
Onderscheid signifiant / signifié, relatie = arbitrair
Kritiek:
struct. Beschouwt zichzelf als legitieme & onproblematische wetenschap → systematisch observeren, data verzamelen en analyseren zal leiden tot betrouwbare kennis => positivisme
Poststructuralisme: kritisch positivisme, geloof in systematiek en ratio berust op illusies, omarmen radicale epistemologische twijfel: niet met zekerheid weten, twijfel door fundamentele instabiliteit van de taal → Derrida: ‘Il n’y a pas d’hors-texte’
Jacques Derrida
(1930-2004)
Deconstructie
1ste vorm poststructuralisme VS
In jaren ‘80 dominant
‘Structure, sign, and play in the discours of the human sciences’ (1966)
De la grammatologie (1967)
Taal arbitrair, maar minder dwingend → teken roept ook op wat het niet betekent (zonder verschil geen betekenis)→ uitzaaiingen = process van dissemination
Signifiant ‘zweeft’ en landt nooit def op signifié - blijft nieuwe betekenissen en niet-bet oproepen
→ différance = verschillen + uitstellen (radicalisatie structuralisme)
Taal eindeloos netwerk, betekenissen inherent instabiel
Aanval westerse logocentrisme
Derrida, kennis niet objectief, bestaat alleen bij gratie van taal → taal niet betrouwbaar → kennis wkh wantrouwen
Westerse filo steed poging waarheid fixeren 1 punt = logocentrisme → verlangen houvast
Steunt op binaire opposities (1 geprivilegieerd)
(Structuralisme steunt op bin opp)
Voorlopers Derrida
F. Nietzsche: geen feiten, allen interpretaties → aanslag ontologische traditie
De Saussure: woorden geen dwingende vaststaande betekenis, geen houvast in taal
S. Freud: bewustzijn biedt geen houvast, ‘ego’ gedreven door onbewuste
→ aanval epistemologische traditie
Indécidabilité
Derrida’s ontregeling van binaire opposities
Binaire tegenstellingen vestigen conceptuele orde: organiseren van kennis
→ westerse denken koestert weerzin voor ‘onbeslisbaarheden’ → bedreigend, uit comfortzone (zombie)
deconstructie als leesmethode
interpreteren =/= betekenis achterhalen, maar betekenis schepen → macht en positie auteur gerelativeerd
Roland Barthes - La mort de l’auteur (1968):
focus op auteur als bron betekenis moet verdwijnen, vergissing om van intentie te interpreteren (cf. NC)
Aandacht naar tekst als weefsel van taal, dat zelf voortdurend naar andere teksten verwijst
Auteur geen controle wijzigingen → geboorte van de lezer: brengt betekenissen samen & geeft tekst leven
Lezen =/= zoeken naar vaste, gesloten boodschap, maar nooit eindigende verkenning mogelijke interpretaties
Literatuurbenadering tussen ‘autonomistisch’ en ‘pragmatisch’
Verhoogde belangstelling intertekstualiteit
Doel: blootleggen instabiliteit teksten
‘sleutels’ om tekst te openen
etymologie
Metafoor
Blik op wat in marge van verhaal plaatsvindt
Aandacht voor ogenschijnlijk futiele details OF afwezige
→ gebrek aan coherentie aantonen