trajectwijzer 15 - proza p.149-156

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:30 PM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

chronologische vertelling

de gebeurtenissen worden één na één weergegeven, je leest wat er eerst gebeurde

2
New cards

spanningsopbouw

het geheel van technieken die de auteur gebruikt om het verhaal spannend te maken

3
New cards

cliffhanger

wanneer een verhaal plots stopt op een spannend moment je absoluut het vervolg wil weten

4
New cards

inmediasres

een verhaallijn die midden in de actie begint en je daarna pas de voorgeschiedenis en de personages leert kennen

5
New cards

gesloten einde

het hoofdprobleem is opgelost en je weet waar de personages staan en hoe ze zich voelen

6
New cards

open einde

het verhaal kan nog alle kanten uitgaan en er is nog heel wat niet opgelost

7
New cards

protagonist

het personage dat centraal staat

8
New cards

antagonist

de tegenstander van het hoofdpersonage

9
New cards

nevenpersonages

bijfiguren die op de achtergrond aanwezig zijn

10
New cards

rond/round personage

is helemaal uitgewerkt character, we kennen de gedachtes en gevoelens

11
New cards

vlak/flat personage

is een personage dat maar oppervlakkig wordt beschreven en in de loop van het verhaal gelijk blijft

12
New cards

stereotypes

personages die niet origineel zijn

13
New cards

belevende ik

ik-verteller die als personage meespeelt in het verhaal

14
New cards

vertellende-ik

ik-verteller die de gebeurtenissen achteraf verteld

15
New cards

alwetende/auctoriële hij/zij verteller

een verteller die boven het verhaal staat en alles weet over iedereen

16
New cards

personele hij/zij verteller

verteller die in de hij/zij vorm door de ogen van één personage het verhaal verteld

17
New cards

betrouwbaarheid

je krijgt informatie die niet altijd correct of gekleurd is

18
New cards

meervoudig vertelperspectief

er worden verschillende vertellers door elkaar gebruikt

19
New cards

tijdsprong

betekent dat er een passage wordt weggelaten omdat die niet interessant is voor de tijdlijn

20
New cards

flashback

een lange passage die verteld over het verleden

21
New cards

flashforward

een passage die zich pas later afspeelt in het verhaal

22
New cards

vertelde tijd

de tijd die voorbijgaat in het verhaal (in minuten, uren, jaren)

23
New cards

verteltijd

de tijd die je nodig hebt om het verhaal te lezen of te vertellen

24
New cards

gelijktijdigheid

wanneer de vertelde tijd en de vertel tijd samen vallen

25
New cards

versnelling

het tempo van het verhaal verhoogt, sommige gebeurtenissen zijn korter weergegeven

26
New cards

vertraging of retardering

de auteur geeft een gebeurtenis extreem traag of gedetailleerd weer

27
New cards

geografische ruimte

de concrete plaats waar het verhaal zich afspeelt

28
New cards

sfeer

soms komt deze overeen met de gebeurtenissen of contrasteert die juist

29
New cards

symbolische ruimte

een achterliggend idee of thema

30
New cards

thema

het centrale probleem van een verhaal, het algemene idee achter het verhaal