maatschappijleer Domein E: pluriforme samenleving (NOG NIET AF)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/73

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:50 AM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

74 Terms

1
New cards

Wat zijn personen met een migratieachtergrond?

Mensen van wie zijzelf of minimaal één ouder in het buitenland is geboren.

2
New cards

Wat is een asielzoeker?

Iemand die in een ander land bescherming aanvraagt omdat hij/zij niet veilig is in eigen land.

3
New cards

wanneer is iemand een vluchteling?

als zij vervolgd worden voor hun geloof, politieke overtuiging of seksuele geaardheid of als zij op de vlucht moeten vanwege oorlogsgeweld

4
New cards

wat is een etnische minderheid?

een groep mensen binnen een land of regio die zich onderscheidt door een gedeelde afkomst, cultuur, taal of religie, en die in de minderheid is ten opzichte van de dominante bevolkingsgroep.

5
New cards

wat betekent pluriformiteit?

een samenleving waarin veel verschillen tussen mensen bestaan in levensstijl, godsdienst en andere cultuurkenmerken

6
New cards

wat is cultuur?

alle normen, waarden, gewoonten en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend beschouwen

7
New cards

wat zijn de functies van cultuur?

  • door cultuur hebben mensen een gemeenschappelijk referentiekader met deels dezelfde normenwaarden en gewoonten

  • cultuur geeft richting aan het denken en doen van mensen en werkt gedragsregulerend

  • cultuur van de groep waar je bij hoort bepaalt je persoonlijkheid

8
New cards

wat is gedragsregulerend?

het stuurt het gedrag van mensen zodat het geordendend en voorspelbaar loopt

9
New cards

wat is een dominante cultuur?

alle waarden, normen, gewoonten en andere cultuurkenmerken die de meerderheid van de bevolking met elkaar deelt en als vanzelfsprekend beschouwt

10
New cards

Wat zijn voorbeelden van kenmerken van de Nederlandse dominante cultuur?

  • het spreken van de Nederlandse taal

  • de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen

  • het vieren van Koningsdag

11
New cards

Wanneer wordt er gesproken van een subcultuur?

wanneer binnen een groep sommige waarden, normen, gewoonten en andere cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur

12
New cards

wat is een tegencultuur?

groepen die zich verzetten tegen (delen van) de dominante cultuur en die willen veranderen

13
New cards

wat is socialisatie?

het proces waarbij iemand bewust en onbewust de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van de groep of groepen waar hij bij hoort, aanleert

14
New cards

wat is een socialiserende institutie?

groepen en organisaties die specifieke waarden, normen en gewoonten overdragen

15
New cards

voorbeelden van socialiserende instituties?

gezin, media, overheid, school en vrienden

16
New cards

wat is verzuiling?

De samenleving was verdeeld in groepen op basis van geloof of overtuiging, zoals katholiek, protestants en socialistisch of liberaal

17
New cards

wat is ontzuiling?

het verdwijnen van de sterke scheiding tussen de zuilen (levensbeschouwelijke of politieke groepen)

18
New cards

wat is individualisering?

Mensen maken steeds meer hun eigen keuzes en zijn minder afhankelijk van groepen.

19
New cards

wat is emancipatie?

mensen streven naar gelijke rechten en gelijke behandeling

20
New cards

Hoe veranderde de politiek door ontzuiling?

Mensen stemden minder automatisch op partijen van hun eigen geloof of groep

21
New cards

Waarom kwamen Indonesiërs en Molukkers naar Nederland?

Door de onafhankelijkheid van Indonesië na de Tweede Wereldoorlog.

22
New cards

waarom kwamen er gastarbeiders naar Nederland?

ze hadden de hoop hier werk tevinden en zicht te krijgen op een betere toekomst dan in hun eigen land

23
New cards

waarom was er in Nederland veel vraag naar gastarbeiders?

door de groeiende economie was er laaggeschoold werk in de fabrieken

24
New cards

waarom migreerde Surinamers naar Nederland?

in de aanloop naar en na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 migreerden veel Surinamers naar Nederland. Zij zochten betere economische kansen, onderwijsmogelijkheden en ontvluchtten de politieke spanningen in hun land.

25
New cards

Waarom kwamen vluchtelingen en asielzoekers naar Nederland?

vanwege oorlog, geweld of vervolging in hun eigen land

26
New cards

waarom kwamen Oost-Europeanen naar Nederland?

arbeidsmigranten uit minder welvarende landen zoals Bulgarije, Polen en Roemenië kwamen naar Nederland om hier vooral in de land- en tuinbouw, logistiek, bouw en transport te werken

27
New cards

Zet de migrantengroepen in chronologische volgorde.

Indonesiërs/Molukkers → gastarbeiders → Surinamers → vluchtelingen/asielzoekers → Oost-Europeanen.

28
New cards

wat is het verband tussen de welvaart in Nederland na de tweede wereldoorlog en de komst van gastarbeiders?

door de groeiende economie was er laaggeschoold werk in overvloed in de fabrieken

29
New cards

voorbeeld van jeugdculturen?

Hippies, punkers, gabbers, skaters en hiphopcultuur.

30
New cards

Welke factoren maakten jeugdculturen mogelijk?

Meer vrije tijd, meer geld, betere scholing en invloed van media.

31
New cards

Wat staat in artikel 1 van de Grondwet?

Iedereen in Nederland moet gelijk behandeld worden en discriminatie is verboden.

32
New cards

Wat zijn voorbeelden van botsende grondrechten?

Vrijheid van meningsuiting tegenover het verbod op discriminatie.

33
New cards

Hoe worden rechten van minderheden beschermd?

Door wetten, grondrechten en onafhankelijke rechters.

34
New cards

Welke waarden horen bij een pluriforme samenleving?

vrijheid, gelijkheid, respect en tolerantie

35
New cards

Wat houdt een inburgeringscursus in?

Een cursus waarin nieuwkomers de Nederlandse taal, cultuur en regels leren.

36
New cards

Wat is het verschil tussen morele verplichtingen en plichten?

Morele verplichtingen zijn gebaseerd op normen en waarden; plichten zijn vastgelegd in de wet.

37
New cards

wat zijn vooroordelen?

een oordeel over iemand of een groep mensen dat niet gebaseerd is op feiten

38
New cards

wat zijn stereotypen?

een vaststaand beeld van een groep mensen die je allemaal hetzelfde kenmerk of dezelfde kenmerken toeschrijft

39
New cards

wat is discriminatie?

het ongelijk behandelen van individuen of groepen op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van belang zijn

40
New cards

Geef een voorbeeld van discriminatie.

Een werkgever nodigt iemand niet uit voor een sollicitatiegesprek vanwege een buitenlandse achternaam.

41
New cards

Welke vier factoren beïnvloeden de maatschappelijke positie van minderheden?

Onderwijs, arbeidsmarkt, huisvesting en gezondheidszorg.

42
New cards

Hoe beïnvloedt onderwijs de maatschappelijke positie?

Een hoger opleidingsniveau vergroot kansen op werk en inkomen.

43
New cards

Hoe beïnvloedt de arbeidsmarkt de maatschappelijke positie?

Werk zorgt voor inkomen, status en participatie in de samenleving.

44
New cards

Hoe beïnvloedt huisvesting de maatschappelijke positie?

Woonomstandigheden beïnvloeden leefkwaliteit en kansen.

45
New cards

Hoe beïnvloedt gezondheidszorg de maatschappelijke positie?

Goede toegang tot zorg vergroot welzijn en kansen.

46
New cards

Wat zijn voorbeelden van verschillen tussen de dominante Nederlandse cultuur en migrantenculturen?

Verschillen in religie, gezinsrollen, opvoeding, omgangsvormen en normen over vrijheid.

47
New cards

Wat betekent segregatie?

bevolkingsgroepen die gescheiden van elkaar leven

48
New cards

Wat is onderwijssegregatie?

het bestaan van ‘witte' en ‘zwarte scholen‘

49
New cards

wat is woonsegretatie?

buurten met overwegend mensen met of juist zonder migratieachtergrond

50
New cards

Wat is positieve actie?

Het bevoordelen van achtergestelde groepen om gelijke kansen te bevorderen.

51
New cards

Noem een voordeel van positieve actie.

Achterstanden kunnen sneller worden verkleind.

52
New cards

Noem een nadeel van positieve actie.

Het kan als oneerlijk worden ervaren door anderen.

53
New cards

Welke partijen zijn meestal voor een soepeler vreemdelingenbeleid?

GroenLinks-PvdA, D66, Partij voor de Dieren.

54
New cards

Welke partijen willen meestal een strenger vreemdelingenbeleid?

PVV, FVD, JA21 en vaak ook VVD.

55
New cards

Wat is naturalisatie?

Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.

56
New cards

Noem voorwaarden voor naturalisatie.

Minimaal 18 jaar, meestal 5 jaar legaal verblijf, ingeburgerd zijn en geen ernstig strafblad.

57
New cards

Hoe keek Nederland in de jaren 1950-1970 naar arbeidsmigranten?

als tijdelijke gastarbeiders

58
New cards

Hoe veranderde het beleid vanaf de jaren 1980?

Meer aandacht voor integratie omdat migranten bleven.

59
New cards

Hoe ziet het asielbeleid er tegenwoordig uit?

Meer nadruk op taalbeheersing, participatie en inburgering.

60
New cards

Wat is integratie?

het samengaan van cultuurgroepen door wederzijdse aanpassing

61
New cards

wat is assimilatie?

het opgeven van de eigen culturele identiteit en het volledig aanpassen aan de dominante cultuur

62
New cards

Wat is gezinshereniging?

Familieleden voegen zich bij iemand die al in Nederland woont.

63
New cards

wat is gezinsvorming?

het gaat om een Nederlander of iemand met een verblijfsvergunning die met een buitenlander trouwt en hier een gezin sticht.

64
New cards

Noem voorbeelden van culturele spanningen.

Discussies over religieuze symbolen, discriminatie, Zwarte Piet, vrijheid van meningsuiting.

65
New cards

noem voorbeelden van culturele spanningen mbt verschillende conflicten

sociaal-cultureel: botsende normen of waarden

sociaaleconomisch: angst voor verdringing op de arbeidsmarkt

politiek-juridisch: wie de macht heeft

66
New cards

Welke verschijnselen wijzen op toenemende sociale cohesie?

Vertrouwen, vrijwilligerswerk, maatschappelijke betrokkenheid.

67
New cards

Welke verschijnselen wijzen op afnemende sociale cohesie?

Polarisatie, wantrouwen, segregatie en conflicten.

68
New cards

wat is polarisatie?

verwijst in de maatschappij naar een proces waarin tegenstellingen tussen groepen steeds sterker worden

69
New cards

wat is radicalisering?

wanneer gedachten en/of gedrag van een persoon of groep steeds extremer worden en meer ingaan tegen de waarden enorme van de democratische rechtsstaat

70
New cards

Wat is cultuurrelativisme?

Culturen zijn gelijkwaardig aan elkaar en moeten beoordeeld worden vanuit hun eigen normen en waarden.

71
New cards

wat is cultuuruniversalisme?

dan ga je uit van het bestaan van universele waarden die voor iedereen in de wereld geleden.

72
New cards

Wat is de relatie tussen uitbreiding van de EU en arbeidsmigratie?

Nieuwe lidstaten kregen toegang tot de Europese arbeidsmarkt, waardoor meer mensen naar Nederland kwamen werken.

73
New cards

Wat betekent het verdrag van Genève en EVRM voor Nederland?

Nederland moet fundamentele mensenrechten respecteren en vluchtelingen beschermen.

74
New cards

Wat is de relatie tussen welvaartsverschillen en arbeidsmigratie?

Mensen trekken vaak van armere naar rijkere EU-landen voor werk en hogere lonen.