Public Policy

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/87

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:03 PM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

88 Terms

1
New cards

Wat is overheidsbeleid?

Collectieve, gecoördineerde maatregelen om publieke doelen te bereiken, zoals veiligheid, gelijkheid, gezondheid of sociale integratie.

2
New cards

Waarom is overheidsbeleid politiek?

Omdat beleid gaat over de verdeling van waarden in een samenleving: wie krijgt wat, wanneer, hoe en waarom.

3
New cards

Wat is het verschil tussen politics en policy?

Politics gaat over strijd, besluitvorming en machtsverhoudingen; policy gaat over de concrete doelen, middelen en acties die daaruit voortkomen.

4
New cards

Wat is governance?

Governance betekent dat beleid niet alleen door de staat wordt gemaakt, maar in netwerken van publieke, private en maatschappelijke actoren.

5
New cards

Wat is governance capacity?

Het probleemoplossend vermogen van actoren om beleid mogelijk te maken, bijvoorbeeld via geld, kennis, bevoegdheden en draagvlak.

6
New cards

Welke vijf fasen heeft de beleidscyclus?

Agenda-setting, policy development, decision-making, implementation en evaluation.

7
New cards

Wat betekent intended policy making?

Beleid wordt bewust ontworpen door politieke actoren met duidelijke doelen en middelen.

8
New cards

Wat betekent emergent policy making?

Beleid ontstaat geleidelijk uit interacties tussen verschillende actoren, zonder dat één actor alles volledig stuurt.

9
New cards

Welke vier perspectieven op beleid zijn het belangrijkst?

Het rationele, politieke, culturele en institutionele perspectief.

10
New cards

Waarom sluiten de vier beleidsperspectieven elkaar niet uit?

Omdat ze verschillende kanten van hetzelfde beleidsproces laten zien: doelen, macht, betekenisgeving en instituties spelen vaak tegelijk.

11
New cards

Wat is het rationele perspectief?

Beleid wordt gezien als doelgerichte probleemoplossing op basis van kennis, informatie, kosten en baten.

12
New cards

Wat is het politieke perspectief?

Beleid wordt gezien als strijd tussen actoren met verschillende belangen, macht en afhankelijkheden.

13
New cards

Wat is het culturele perspectief?

Beleid wordt gezien als sociale constructie van problemen via taal, verhalen, beelden, frames en symbolen.

14
New cards

Wat is het institutionele perspectief?

Beleid wordt gevormd door formele en informele regels, routines, procedures en historisch gegroeide praktijken.

15
New cards

Wat is bounded rationality?

Het idee dat mensen en organisaties beperkt rationeel zijn door gebrek aan tijd, informatie en verwerkingscapaciteit.

16
New cards

Wat betekent satisficing?

Niet zoeken naar de perfecte oplossing, maar naar een oplossing die goed genoeg is.

17
New cards

Wat is de homo economicus in het rationele perspectief?

Een actor die rationele keuzes maakt door alternatieven, gevolgen, kosten en baten af te wegen.

18
New cards

Wat is path-dependency?

Eerdere beleidskeuzes bepalen sterk welke opties later nog mogelijk of logisch zijn.

19
New cards

Wat is een lock-in?

Een situatie waarin beleid vastzit op een bepaald pad, waardoor verandering moeilijk en duur wordt.

20
New cards

Wat betekent “policy creates politics”?

Beleid verandert het speelveld voor toekomstige politieke keuzes, belangen en machtsverhoudingen.

21
New cards

Wat is een beleidsprobleem?

Een verschil tussen een norm, doel of benchmark en de bestaande of verwachte situatie.

22
New cards

Waarom is een beleidsprobleem niet volledig objectief?

Omdat het afhangt van welke maatstaf mensen gebruiken en welke waarden zij belangrijk vinden.

23
New cards

Welke twee dimensies bepalen het type beleidsprobleem volgens Hoppe?

De zekerheid van kennis en de consensus over waarden of maatstaven.

24
New cards

Wat is een tamed problem?

Een probleem met veel kenniszekerheid en veel consensus over waarden; rationele oplossingen zijn relatief goed mogelijk.

25
New cards

Wat is een scientific problem?

Een probleem waarbij men het eens is over het doel, maar onzeker is over kennis, oorzaken of werkende oplossingen.

26
New cards

Wat is een ethical problem?

Een probleem waarbij er redelijk veel kennis is, maar weinig consensus over waarden of maatstaven.

27
New cards

Wat is een wicked problem?

Een complex probleem met weinig kenniszekerheid en weinig consensus over waarden, oorzaken en oplossingen.

28
New cards

Geef voorbeelden van wicked problems.

Klimaatverandering, armoede, vluchtelingenbeleid, gezondheidszorg en inkomensongelijkheid.

29
New cards

Wat is agenda-setting?

Het proces waarin bepaalde problemen politieke en beleidsmatige aandacht krijgen, terwijl andere worden genegeerd.

30
New cards

Welke agenda’s zijn belangrijk bij agenda-setting?

De maatschappelijke agenda, politieke agenda, beleidsagenda en besluitvormingsagenda.

31
New cards

Wat is het barrièremodel van Cobb en Elder?

Een model waarin problemen meerdere barrières moeten overwinnen voordat ze op de beleidsagenda komen.

32
New cards

Wat betekent issue articulation?

Het formuleren van een probleem op een manier waardoor het herkenbaar en bespreekbaar wordt.

33
New cards

Wat betekent issue expansion?

Het verbreden van aandacht voor een probleem, zodat meer actoren of publiek erbij betrokken raken.

34
New cards

Wat is de issue attention cycle?

Een cyclus waarin publieke aandacht voor een probleem eerst stijgt, daarna afneemt door complexiteit, kosten of vermoeidheid.

35
New cards

Wat is het Multiple Streams Model van Kingdon?

Een model waarin beleid ontstaat wanneer de problem stream, policy stream en politics stream samenkomen in een policy window.

36
New cards

Wat is een policy window?

Een tijdelijk moment waarop een probleem, oplossing en politieke kans samenkomen, waardoor beleidsverandering mogelijk wordt.

37
New cards

Wat is een policy entrepreneur?

Een actor die actief probeert problemen, oplossingen en politieke kansen aan elkaar te koppelen.

38
New cards

Wat betekent venue shopping?

Actoren zoeken een beleidsarena waar hun probleem of oplossing de meeste kans krijgt.

39
New cards

Wat is positieve feedback in agenda-setting?

Een institutionele dynamiek waarbij aandacht voor een probleem groeit en verandering mogelijker wordt.

40
New cards

Wat is negatieve feedback in agenda-setting?

Een institutionele dynamiek waarbij bestaande regels en routines verandering afremmen of blokkeren.

41
New cards

Wat is beleidsformulering?

Het ontwikkelen van mogelijke oplossingen, instrumenten en strategieën voor een beleidsprobleem.

42
New cards

Wat is een beleidstheorie?

Een idee over hoe een beleidsinstrument via bepaalde oorzaken en mechanismen tot gewenste effecten leidt.

43
New cards

Wat is een doelboom?

Een hiërarchie waarin algemene beleidsdoelen worden vertaald naar specifiekere subdoelen en acties.

44
New cards

Wat zijn beleidsinstrumenten?

Middelen waarmee de overheid gedrag probeert te beïnvloeden of maatschappelijke doelen probeert te bereiken.

45
New cards

Wat zijn sticks, carrots en sermons?

Sticks zijn regels of dwang, carrots zijn financiële prikkels en sermons zijn communicatie of overtuiging.

46
New cards

Wat is een regulatief instrument?

Een instrument dat gedrag stuurt via regels, verboden, geboden of vergunningen.

47
New cards

Wat is een economisch instrument?

Een instrument dat gedrag beïnvloedt via geld, zoals subsidies, belastingen of heffingen.

48
New cards

Wat is een communicatief instrument?

Een instrument dat gedrag probeert te beïnvloeden via informatie, campagnes, advies of overtuiging.

49
New cards

Wat zijn de vier basisbronnen van Hood?

Nodality, authority, treasure en organization.

50
New cards

Wat betekent nodality?

De overheid gebruikt haar centrale positie in informatienetwerken om gedrag te beïnvloeden.

51
New cards

Wat betekent authority?

De overheid gebruikt formele juridische bevoegdheden, zoals wetten, regels en vergunningen.

52
New cards

Wat betekent treasure?

De overheid gebruikt geld of financiële middelen, zoals subsidies, belastingen of boetes.

53
New cards

Wat betekent organization?

De overheid gebruikt mensen, organisaties, infrastructuur en capaciteit om beleid uit te voeren.

54
New cards

Wat is het rational actor model?

Besluitvorming wordt gezien als rationele keuze tussen alternatieven op basis van doelen, kosten en baten.

55
New cards

Wat is incrementalism of muddling through?

Besluitvorming verloopt in kleine stapjes, waarbij beleid voortbouwt op bestaande keuzes in plaats van grote rationele sprongen.

56
New cards

Wat is het garbage can model?

Problemen, oplossingen, actoren en keuzemomenten bewegen los door elkaar en worden soms toevallig gekoppeld.

57
New cards

Waarom zijn beleidsinstrumenten volgens het politieke perspectief niet neutraal?

Omdat instrumenten machtsverhoudingen kunnen versterken, verzwakken of verschuiven.

58
New cards

Wat is beleidsimplementatie?

Het uitvoeren van beleid in de praktijk door organisaties, professionals en andere actoren.

59
New cards

Wat is de top-down benadering van implementatie?

Beleid wordt van bovenaf ontworpen en uitvoerders moeten het zo trouw mogelijk uitvoeren.

60
New cards

Wat is de bottom-up benadering van implementatie?

Uitvoerders en lokale actoren geven beleid in de praktijk mede vorm.

61
New cards

Wat zijn street-level bureaucrats?

Professionals zoals leraren, agenten of sociaal werkers die beleid direct uitvoeren en daarbij eigen beslisruimte hebben.

62
New cards

Waarom kan implementatie mislukken?

Door onduidelijke doelen, te weinig middelen, conflicterende belangen, gebrek aan draagvlak of discretionaire ruimte van uitvoerders.

63
New cards

Wat is discretionaire ruimte?

De beslisruimte die uitvoerders hebben om beleid in concrete situaties toe te passen.

64
New cards

Wat is toezicht en handhaving?

Controle op naleving van beleid en regels, eventueel gevolgd door sancties.

65
New cards

Wat is beleidsfalen vanuit rationeel perspectief?

Beleid faalt wanneer doelen niet effectief of efficiënt worden bereikt.

66
New cards

Wat is beleidsfalen vanuit politiek perspectief?

Beleid faalt wanneer er onvoldoende steun, legitimiteit of acceptatie is bij belangrijke actoren.

67
New cards

Wat is beleidsfalen vanuit cultureel perspectief?

Beleid faalt wanneer er geen gedeeld frame, verhaal of betekenis ontstaat rond het probleem en de oplossing.

68
New cards

Wat is beleidsfalen vanuit institutioneel perspectief?

Beleid faalt wanneer het botst met bestaande regels, routines, normen of institutionele logica’s.

69
New cards

Wat is beleidsevaluatie?

Het beoordelen of beleid heeft gewerkt, waarom het wel of niet werkte en wat ervan geleerd kan worden.

70
New cards

Wat is het verschil tussen ex ante en ex post evaluatie?

Ex ante gebeurt vóór invoering van beleid; ex post gebeurt na invoering en kijkt naar uitvoering of effecten.

71
New cards

Wat is het verschil tussen monitoring en evaluatie?

Monitoring verzamelt doorlopend gegevens; evaluatie beoordeelt de betekenis, effecten of waarde van beleid.

72
New cards

Wat is systematic evaluation?

Een structurele, periodieke evaluatie die vaak een vaste plek heeft in het beleidsproces.

73
New cards

Wat is ad hoc evaluation?

Een evaluatie naar aanleiding van een incident, crisis of politieke aanleiding.

74
New cards

Welke twee hoofdfuncties heeft evaluatie?

Leren om beleid te verbeteren en verantwoording afleggen over beleid.

75
New cards

Wat is de politiek van evaluatie?

Evaluatie is niet neutraal: actoren kunnen conclusies gebruiken om beleid te legitimeren of juist aan te vallen.

76
New cards

Wat is policy learning?

Het proces waarin actoren kennis, ervaringen of evaluaties gebruiken om beleid, overtuigingen of strategieën aan te passen.

77
New cards

Wat is single-loop learning?

Leren binnen bestaande doelen: men past instrumenten of uitvoering aan, maar niet de kern van het beleid.

78
New cards

Wat is double-loop learning?

Leren waarbij ook de onderliggende doelen, aannames of probleemdefinities ter discussie komen.

79
New cards

Wat is triple-loop learning?

Leren over de manier waarop geleerd en besloten wordt; dus reflectie op het beleidsproces zelf.

80
New cards

Wat is de Advocacy Coalition Framework-benadering?

Beleidsverandering ontstaat door coalities van actoren die gedeelde overtuigingen hebben en over langere tijd met elkaar concurreren.

81
New cards

Wat is een belief system?

Een geheel van overtuigingen van actoren, bestaande uit diepe kern, beleidskern en secundaire aspecten.

82
New cards

Wat is de deep core?

Fundamentele waarden en overtuigingen waarover nauwelijks wordt onderhandeld.

83
New cards

Wat is de policy core?

Belangrijke overtuigingen over een beleidsterrein, zoals probleemdefinities, doelen en voorkeursoplossingen.

84
New cards

Wat zijn secondary aspects?

Meer concrete en veranderbare onderdelen van beleid, zoals instrumenten of technische details.

85
New cards

Wat is beleidsverandering meestal volgens de literatuur?

Meestal incrementeel: kleine aanpassingen komen vaker voor dan radicale omslagen.

86
New cards

Wanneer ontstaat grote beleidsverandering?

Bij crises, externe schokken, nieuwe coalities, veranderende frames of institutionele openingen.

87
New cards

Wat is open innovatie in beleid?

Beleidsleren waarbij overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen kennis en oplossingen ontwikkelen.

88
New cards

Waarom is legitimiteit belangrijk bij beleidsleren?

Omdat leren niet alleen om kennis gaat, maar ook om acceptatie, vertrouwen en draagvlak.