1/87
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is overheidsbeleid?
Collectieve, gecoördineerde maatregelen om publieke doelen te bereiken, zoals veiligheid, gelijkheid, gezondheid of sociale integratie.
Waarom is overheidsbeleid politiek?
Omdat beleid gaat over de verdeling van waarden in een samenleving: wie krijgt wat, wanneer, hoe en waarom.
Wat is het verschil tussen politics en policy?
Politics gaat over strijd, besluitvorming en machtsverhoudingen; policy gaat over de concrete doelen, middelen en acties die daaruit voortkomen.
Wat is governance?
Governance betekent dat beleid niet alleen door de staat wordt gemaakt, maar in netwerken van publieke, private en maatschappelijke actoren.
Wat is governance capacity?
Het probleemoplossend vermogen van actoren om beleid mogelijk te maken, bijvoorbeeld via geld, kennis, bevoegdheden en draagvlak.
Welke vijf fasen heeft de beleidscyclus?
Agenda-setting, policy development, decision-making, implementation en evaluation.
Wat betekent intended policy making?
Beleid wordt bewust ontworpen door politieke actoren met duidelijke doelen en middelen.
Wat betekent emergent policy making?
Beleid ontstaat geleidelijk uit interacties tussen verschillende actoren, zonder dat één actor alles volledig stuurt.
Welke vier perspectieven op beleid zijn het belangrijkst?
Het rationele, politieke, culturele en institutionele perspectief.
Waarom sluiten de vier beleidsperspectieven elkaar niet uit?
Omdat ze verschillende kanten van hetzelfde beleidsproces laten zien: doelen, macht, betekenisgeving en instituties spelen vaak tegelijk.
Wat is het rationele perspectief?
Beleid wordt gezien als doelgerichte probleemoplossing op basis van kennis, informatie, kosten en baten.
Wat is het politieke perspectief?
Beleid wordt gezien als strijd tussen actoren met verschillende belangen, macht en afhankelijkheden.
Wat is het culturele perspectief?
Beleid wordt gezien als sociale constructie van problemen via taal, verhalen, beelden, frames en symbolen.
Wat is het institutionele perspectief?
Beleid wordt gevormd door formele en informele regels, routines, procedures en historisch gegroeide praktijken.
Wat is bounded rationality?
Het idee dat mensen en organisaties beperkt rationeel zijn door gebrek aan tijd, informatie en verwerkingscapaciteit.
Wat betekent satisficing?
Niet zoeken naar de perfecte oplossing, maar naar een oplossing die goed genoeg is.
Wat is de homo economicus in het rationele perspectief?
Een actor die rationele keuzes maakt door alternatieven, gevolgen, kosten en baten af te wegen.
Wat is path-dependency?
Eerdere beleidskeuzes bepalen sterk welke opties later nog mogelijk of logisch zijn.
Wat is een lock-in?
Een situatie waarin beleid vastzit op een bepaald pad, waardoor verandering moeilijk en duur wordt.
Wat betekent “policy creates politics”?
Beleid verandert het speelveld voor toekomstige politieke keuzes, belangen en machtsverhoudingen.
Wat is een beleidsprobleem?
Een verschil tussen een norm, doel of benchmark en de bestaande of verwachte situatie.
Waarom is een beleidsprobleem niet volledig objectief?
Omdat het afhangt van welke maatstaf mensen gebruiken en welke waarden zij belangrijk vinden.
Welke twee dimensies bepalen het type beleidsprobleem volgens Hoppe?
De zekerheid van kennis en de consensus over waarden of maatstaven.
Wat is een tamed problem?
Een probleem met veel kenniszekerheid en veel consensus over waarden; rationele oplossingen zijn relatief goed mogelijk.
Wat is een scientific problem?
Een probleem waarbij men het eens is over het doel, maar onzeker is over kennis, oorzaken of werkende oplossingen.
Wat is een ethical problem?
Een probleem waarbij er redelijk veel kennis is, maar weinig consensus over waarden of maatstaven.
Wat is een wicked problem?
Een complex probleem met weinig kenniszekerheid en weinig consensus over waarden, oorzaken en oplossingen.
Geef voorbeelden van wicked problems.
Klimaatverandering, armoede, vluchtelingenbeleid, gezondheidszorg en inkomensongelijkheid.
Wat is agenda-setting?
Het proces waarin bepaalde problemen politieke en beleidsmatige aandacht krijgen, terwijl andere worden genegeerd.
Welke agenda’s zijn belangrijk bij agenda-setting?
De maatschappelijke agenda, politieke agenda, beleidsagenda en besluitvormingsagenda.
Wat is het barrièremodel van Cobb en Elder?
Een model waarin problemen meerdere barrières moeten overwinnen voordat ze op de beleidsagenda komen.
Wat betekent issue articulation?
Het formuleren van een probleem op een manier waardoor het herkenbaar en bespreekbaar wordt.
Wat betekent issue expansion?
Het verbreden van aandacht voor een probleem, zodat meer actoren of publiek erbij betrokken raken.
Wat is de issue attention cycle?
Een cyclus waarin publieke aandacht voor een probleem eerst stijgt, daarna afneemt door complexiteit, kosten of vermoeidheid.
Wat is het Multiple Streams Model van Kingdon?
Een model waarin beleid ontstaat wanneer de problem stream, policy stream en politics stream samenkomen in een policy window.
Wat is een policy window?
Een tijdelijk moment waarop een probleem, oplossing en politieke kans samenkomen, waardoor beleidsverandering mogelijk wordt.
Wat is een policy entrepreneur?
Een actor die actief probeert problemen, oplossingen en politieke kansen aan elkaar te koppelen.
Wat betekent venue shopping?
Actoren zoeken een beleidsarena waar hun probleem of oplossing de meeste kans krijgt.
Wat is positieve feedback in agenda-setting?
Een institutionele dynamiek waarbij aandacht voor een probleem groeit en verandering mogelijker wordt.
Wat is negatieve feedback in agenda-setting?
Een institutionele dynamiek waarbij bestaande regels en routines verandering afremmen of blokkeren.
Wat is beleidsformulering?
Het ontwikkelen van mogelijke oplossingen, instrumenten en strategieën voor een beleidsprobleem.
Wat is een beleidstheorie?
Een idee over hoe een beleidsinstrument via bepaalde oorzaken en mechanismen tot gewenste effecten leidt.
Wat is een doelboom?
Een hiërarchie waarin algemene beleidsdoelen worden vertaald naar specifiekere subdoelen en acties.
Wat zijn beleidsinstrumenten?
Middelen waarmee de overheid gedrag probeert te beïnvloeden of maatschappelijke doelen probeert te bereiken.
Wat zijn sticks, carrots en sermons?
Sticks zijn regels of dwang, carrots zijn financiële prikkels en sermons zijn communicatie of overtuiging.
Wat is een regulatief instrument?
Een instrument dat gedrag stuurt via regels, verboden, geboden of vergunningen.
Wat is een economisch instrument?
Een instrument dat gedrag beïnvloedt via geld, zoals subsidies, belastingen of heffingen.
Wat is een communicatief instrument?
Een instrument dat gedrag probeert te beïnvloeden via informatie, campagnes, advies of overtuiging.
Wat zijn de vier basisbronnen van Hood?
Nodality, authority, treasure en organization.
Wat betekent nodality?
De overheid gebruikt haar centrale positie in informatienetwerken om gedrag te beïnvloeden.
Wat betekent authority?
De overheid gebruikt formele juridische bevoegdheden, zoals wetten, regels en vergunningen.
Wat betekent treasure?
De overheid gebruikt geld of financiële middelen, zoals subsidies, belastingen of boetes.
Wat betekent organization?
De overheid gebruikt mensen, organisaties, infrastructuur en capaciteit om beleid uit te voeren.
Wat is het rational actor model?
Besluitvorming wordt gezien als rationele keuze tussen alternatieven op basis van doelen, kosten en baten.
Wat is incrementalism of muddling through?
Besluitvorming verloopt in kleine stapjes, waarbij beleid voortbouwt op bestaande keuzes in plaats van grote rationele sprongen.
Wat is het garbage can model?
Problemen, oplossingen, actoren en keuzemomenten bewegen los door elkaar en worden soms toevallig gekoppeld.
Waarom zijn beleidsinstrumenten volgens het politieke perspectief niet neutraal?
Omdat instrumenten machtsverhoudingen kunnen versterken, verzwakken of verschuiven.
Wat is beleidsimplementatie?
Het uitvoeren van beleid in de praktijk door organisaties, professionals en andere actoren.
Wat is de top-down benadering van implementatie?
Beleid wordt van bovenaf ontworpen en uitvoerders moeten het zo trouw mogelijk uitvoeren.
Wat is de bottom-up benadering van implementatie?
Uitvoerders en lokale actoren geven beleid in de praktijk mede vorm.
Wat zijn street-level bureaucrats?
Professionals zoals leraren, agenten of sociaal werkers die beleid direct uitvoeren en daarbij eigen beslisruimte hebben.
Waarom kan implementatie mislukken?
Door onduidelijke doelen, te weinig middelen, conflicterende belangen, gebrek aan draagvlak of discretionaire ruimte van uitvoerders.
Wat is discretionaire ruimte?
De beslisruimte die uitvoerders hebben om beleid in concrete situaties toe te passen.
Wat is toezicht en handhaving?
Controle op naleving van beleid en regels, eventueel gevolgd door sancties.
Wat is beleidsfalen vanuit rationeel perspectief?
Beleid faalt wanneer doelen niet effectief of efficiënt worden bereikt.
Wat is beleidsfalen vanuit politiek perspectief?
Beleid faalt wanneer er onvoldoende steun, legitimiteit of acceptatie is bij belangrijke actoren.
Wat is beleidsfalen vanuit cultureel perspectief?
Beleid faalt wanneer er geen gedeeld frame, verhaal of betekenis ontstaat rond het probleem en de oplossing.
Wat is beleidsfalen vanuit institutioneel perspectief?
Beleid faalt wanneer het botst met bestaande regels, routines, normen of institutionele logica’s.
Wat is beleidsevaluatie?
Het beoordelen of beleid heeft gewerkt, waarom het wel of niet werkte en wat ervan geleerd kan worden.
Wat is het verschil tussen ex ante en ex post evaluatie?
Ex ante gebeurt vóór invoering van beleid; ex post gebeurt na invoering en kijkt naar uitvoering of effecten.
Wat is het verschil tussen monitoring en evaluatie?
Monitoring verzamelt doorlopend gegevens; evaluatie beoordeelt de betekenis, effecten of waarde van beleid.
Wat is systematic evaluation?
Een structurele, periodieke evaluatie die vaak een vaste plek heeft in het beleidsproces.
Wat is ad hoc evaluation?
Een evaluatie naar aanleiding van een incident, crisis of politieke aanleiding.
Welke twee hoofdfuncties heeft evaluatie?
Leren om beleid te verbeteren en verantwoording afleggen over beleid.
Wat is de politiek van evaluatie?
Evaluatie is niet neutraal: actoren kunnen conclusies gebruiken om beleid te legitimeren of juist aan te vallen.
Wat is policy learning?
Het proces waarin actoren kennis, ervaringen of evaluaties gebruiken om beleid, overtuigingen of strategieën aan te passen.
Wat is single-loop learning?
Leren binnen bestaande doelen: men past instrumenten of uitvoering aan, maar niet de kern van het beleid.
Wat is double-loop learning?
Leren waarbij ook de onderliggende doelen, aannames of probleemdefinities ter discussie komen.
Wat is triple-loop learning?
Leren over de manier waarop geleerd en besloten wordt; dus reflectie op het beleidsproces zelf.
Wat is de Advocacy Coalition Framework-benadering?
Beleidsverandering ontstaat door coalities van actoren die gedeelde overtuigingen hebben en over langere tijd met elkaar concurreren.
Wat is een belief system?
Een geheel van overtuigingen van actoren, bestaande uit diepe kern, beleidskern en secundaire aspecten.
Wat is de deep core?
Fundamentele waarden en overtuigingen waarover nauwelijks wordt onderhandeld.
Wat is de policy core?
Belangrijke overtuigingen over een beleidsterrein, zoals probleemdefinities, doelen en voorkeursoplossingen.
Wat zijn secondary aspects?
Meer concrete en veranderbare onderdelen van beleid, zoals instrumenten of technische details.
Wat is beleidsverandering meestal volgens de literatuur?
Meestal incrementeel: kleine aanpassingen komen vaker voor dan radicale omslagen.
Wanneer ontstaat grote beleidsverandering?
Bij crises, externe schokken, nieuwe coalities, veranderende frames of institutionele openingen.
Wat is open innovatie in beleid?
Beleidsleren waarbij overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen kennis en oplossingen ontwikkelen.
Waarom is legitimiteit belangrijk bij beleidsleren?
Omdat leren niet alleen om kennis gaat, maar ook om acceptatie, vertrouwen en draagvlak.