1/38
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
Grofweg bestaan er twee manieren van varen met een motorboot:
traditioneel - met een roer en een vast opgetelde motor en schroef. Roerwerking, roerdruk en wieleffect spelen hierin een belangrijke rol;
met een buitenboordmotor, hekdrive (hekvoortstuwing) of waterstraalaandrijving. Je stuurt met de motor of met het aandrijfsysteem van de schroef.
Wat is roerwerking?
Als het roerblad schuin staat op de vaarrichting ontstaat er een zijwaartse druk, die het achterschip opzij duwt. Een roer werkt alleen als er water langs het roerblad stroomt. Dit noemen we de roerdruk. Hoe meer roerdruk, hoe sneller de boot gaat en hoe beter je kunt sturen.
Wat is kunstmatige roerdruk?
Kunstmatige roerdruk is een manier om meer roerdruk te genereren. De schroef is dan vóór het roer geplaatst. Zet je de schroef in zijn vooruit, dan stroomt er veel schroefwater langs het roer: kunstmatige roerdruk. Geef je stuurboord roer en daarbij flink wat gas vooruit, dan gaat het achterschip door de roerdruk naar bakboord.
Het nadeel van sturen met een roerblad is dat als je geen of weinig snelheid maakt, het roer niet of nauwelijks werkt. Van welke drie hulpmiddelen kan je gebruik maken om ook bij aankomst en vertrek en bij lage snelheid goed te kunnen sturen?
wieleffect;
kunstmatige roerdruk;
boeg- en hekschroef.
Hoe kun je zien op een tekening of het een rechtse of een linkse schroef is?
Een schroef draait altijd naar de bolle kant van het blad!
Wat doet een schip met SB-roer vooruit?

Wat doet een schip met BB-roer achteruit?

Wat is het wieleffect?

De schroef duwt het schip niet alleen vooruit, maar duwt ook de achterkant van het schip wat opzij.
Wat kan je met een hekschroef?
Met de hekschroef kan het achterschip naar stuurboord of bakboord geduwd worden. Met de hekschroef kan zelfs het wieleffect worden opgeheven.
Wat doet een boegschroef?
en boegschroef is een koker door het voorschip. In die koker bevindt zich een schroef, die het water (en daarmee ook de boeg) naar stuurboord of naar bakboord stuwt.
Je hebt een linkse schroef en vaart een rondje over BB met een bepaalde roerstand. En je komt weer terug op je plaats. Vervolgens vaar je een rondje over SB met dezelfde roerstand aan de andere kant. Welke draaicirkel is het kleinst?
Vooruit varend met een linkse schroef draait de linkse schroef linksom. Een linksom draaiende schroef duwt het achterschip van het schip naar links en heeft dus een kleine afwijking naar rechts. De draaicirkel over stuurboord is bij een linkse schroef daarom het kleinst.
Met een rechtse schroef is het precies andersom.

Voortros
korte lijn vanaf de voorzijde van het schip
Voorspring
lange lijn vanaf de voorzijde van het schip naar achteren
achtertros
korte lijn vanaf de achterzijde van het schip
achterspring
lange lijn vanaf de achterzijde van het schip naar voren
middenbolderspring
lijn vanaf het midden van het schip naar voren of achteren
hogerwal
de wal waar de wind vandaan komt
lagerwal
de wal waar de wind tegenaan blaast
langswal
de wal waar de wind langs waait
loefzijde
de kant van het schip waar de wind tegenaan waait
lijzijde
de kant van het schip waar de wind tegenaan waait
bolder
een bevestigingspunt om gemakkelijk een lijn vast te kunnen maken. wordt ook wel kikker genoemd.
verlijeren
je door de wind naar lijzijde laten drijven
Welke lijn haal je als laatst los als je vooruit weg vaart?
de achterspring
Welke lijn haal je als laatst los als je achteruit weg vaart?
de voorspring
alle manoeuvres die te maken hebben met aankomen, afmeren en ankeren die je maakt op stromend water, maak je het best met de kop..
tegen de stroom in
Welke lijn leg je eerst vast bij wind of stroom van voren?
de voortros
Vervolgens maak je achterspring, achtertros en voorspring vast.
Welke lijn leg je eerst vast bij wind of stroom van achteren?
de achtertros
Vervolgens maak je voorspring, voortros en achterspring vast.
Welke lijn leg je eerst vast bij hogerwal?
de voorspring
Welke lijn leg je eerst vast bij lagerwal?
de tros aan de windzijde
Een schip mag geen ligplaats nemen:
op een plek in een vaarweg waar een andere vaarweg of haven uitkomt;
binnen 10, 50 of 100 m afstand van een schip met gevaarlijke lading; (1 kegel = minimaal 10 meter afstand, 2 kegels is minimaal 50 meter, 3 kegels is 100 meter)
onder een brug of hoogspanningslijn;
bij een keerplaats voor de scheepvaart;
bij een anker- of meerverbod;
in een engte;
bij de aanlegplaats of in het traject van een veerpont;
in de route van schepen die aan een aanlegplaats willen aanleggen of vandaar vertrekken.
wat zou de stopweg van een schip zijn?
drie scheepslengtes
Hoe doe je een noodstop?
Bij een noodstop zet je plotseling de motor in zijn achteruit. Dit heeft natuurlijk wieleffect. Gebruik het roer om dit wieleffect te compenseren.
Wat is een neuringlijn?
Een neuringlijn is een lijn die aan het anker bevestigd zit om het ophalen van het anker te vergemakkelijken.
Gieren, wat is het en hoe stop je het?
Bij harde wind kan het schip heen en weer gaan slingeren. Dat is ongewenst, omdat het anker kan losraken of het schip in botsing kan komen met de wal of andere schepen. Het gieren kan gestopt worden door een tweede anker uit te brengen onder een hoek van ongeveer 30˚ met het eerste.

Wat is een krabbend anker, en wat doe je eraan?
Als het anker krabt, dan zit het niet vast maar kruipt (krabt) over de bodem. Dat kun je verhelpen door meer ankerlijn of ankerketting te geven. Daardoor komt het anker wat vlakker op de bodem te liggen en krijgen de vloeien van het anker meer grip op de grond.
Wat is een onklaar anker en hoe voorkom je het?
Als het anker onklaar is, betekent dit dat de vloeien van het anker niet genoeg grip hebben op de bodem. Dit kan komen doordat bijvoorbeeld een deel van de ankerketting om een vloei heen gewikkeld zit. Dit kan gebeuren tijdens het ankeren doordat het ankertouw te snel overboord is gegooid of door een kering van de stroming: het schip kan met de ankertros over de vloei drijven, waardoor het touw achter een vloei blijft hangen. Een onklaar anker kun je voorkomen door het ankertouw rustig te laten vieren en niet meteen in zijn totale lengte overboord te gooien.
Bij het aankomen tegen de stroom in handel je als volgt: ter hoogte van de ligplaats wordt de stroom met op 'langzaam vooruit' draaiende schroef 'dood' gevaren. Je laat het schip langzaam naar de wal toescheren en maakt dan als eerste vast een:
de voortros