1/27
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Prokaryote ellen
Voornamelijk bacteriën en archaea - kleiner (1-10 micrometer) - eenvoudige celstructuur - geen celkern of celorganellen
Eukaryote cellen
In dieren, planten, schimmels en protisten - groter (10-100 micrometer) - complexere celstructuur - wel celkern en membraanomgeven celorganellen
Plasmide
Kleine stukjes cirkelvormig DNA in prokaryote cellen, zweeft in cytoplasma
flagel
‘staart’ prokaryoten, zorgt voor de beweging adhv een roterende beweging
cytosol
De stroperige vloeistof in de cel (bestaande uit water, zouten en eiwitten)
cytoplasma
De volledige inhoud van de cel binnen de celmembranen, maar buiten de kern. Dit is dus het cytosol en alle celorganellen
Celmembraan - eigenschappen /functie
Flexible, semipermeabele barrière tussen de cel en het exteren milieu.
Celmembraan - onderdelen
Dubbele fosfolipidenlaag met hydrofobe staart en hydrofiele kop - eiwitten (bv transport/signaaloverdracht) - sachariden (op de buitenste rand, dient als celherkenning / signaalfunctie. Vormt een soort suikerlaag: de glycokalix) - cholesterol (draagt bij aan permeabiliteit, stabiliteit en flexibiliteit celwand)
Celkern: functie
opslag genetisch materiaal (dna) - controlecentrum van de cel
celkern: onderdelen
dubbel kernmembraan - kernporiën (transport van mRNA, imort eiwitten,…) - nucleolus (aanmaak onderdelen ribosomen)
golgi-cisterne
stapels afgeplatte membranen - deel gogli-apparaat
golgi-vesikel
blaasjes met eiwitten die worden afgesnoerd om verder te transporteren
3 typen filamenten (eiwitdraden)
microtubulus (holle buizen) - intermediarie filamenten (lange strengen) - microfilamenten (om elkaar gewonden strengen)
cristae mitochondrien
uistulpingen binneste membraan in de matrix - extra oppervlakte om de energieprodcutie te verhogen
plastiden
celorganel enkel planten - zetmeel opslagen, kleurstof produceren - bv. chloroplast
chloroplast
type plastide - verantwoordelijk voor fotosynthese / zorgt voor groene kleur
amfipatische molecule
zowel hydrofiel als hydrofoob deel van molecule - bv fosfolipide hydrofiel hoofdje en hydrofobe staart
perifere proteïnen
langs 1 kant aan membraan verbonden
transmembrane proteïnen
zitten dwars doorheen eenheidsmembraa
glycocalix
suikerlaag bovenop eenheidsmembraan - bepaald bv de bloedgroep
diffusie
passief transport - automatische verplaatsing opgeloste stof van een hoge naar een lage concentratie door een membraan doorlaatbaar voor de opgeloste stof om evenwicht te creëren. Bv. Zuurstof van bloedbaan naar cel
osmose
passief transport - automatische verplaatsing oplosmiddel door een doorlaatbaar membraan voor deze stof om een gelijke concentratie te creeëren.
hypertone oplossing
hoogste concentratie
hypotone oplossing
laagste concentratie
cellysis
het membraan breekt - de cel sterft
endocytose
molecule te groot om door celmembraan te bewegen wordt toch opgenomen in cel door het in te sluiten in een soort belletje en zo binnen te brengen
exocytose
moleculen die uit de cel gebracht moeten worden worden ingesloten in een blaasje. Dit blaasje versmelt met de celwand en zo wordt het molecule buiten de cel gebracht