1/28
Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen en gebeurtenissen uit de aantekeningen over de Renaissance, de Reformatie, de Nederlandse Opstand en het bestuur van de Republiek in de Gouden Eeuw.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
De mens richtte zich in de middeleeuwen op God en het hiernamaals; het motto van deze tijd was __________.
Memento mori
Het motto van de vroeg moderne tijd was __________, wat "Pluk de dag" betekent.
Carpe Diem
Onder de Grieken en Romeinen stond de mens voorop en de herleving van deze klassieke oudheid wordt de __________ genoemd.
renaissance
Het woord renaissance betekent letterlijk __________.
wedergeboorte
Geleerden die de mens centraal stelden en de teksten uit de oudheid bestudeerden, werden __________ genoemd.
Humanisten
De humanist Erasmus bespotte misstanden in de kerk in zijn werk __________ uit 1509.
Loft der Zotheid
In 1517 protesteerde Maarten Luther tegen de __________, waarmee men zonden kon "wegkopen".
aflaat brieven
Mensen die anders dachten dan de officiële kerkleer werden aangeduid met het scheldwoord __________.
Ketter
Johannes Calvijn stimuleerde verzet tegen vorsten die het __________ bestreden.
ware geloof
Franse calvinisten of protestanten staan ook wel bekend als __________.
Hugenoten
De edelen kwamen in verzet tegen Koning Filips II omdat hij te streng optrad en streefde naar te veel __________.
centrale macht
In de context van de religieuze conflicten was "Paap" een scheldwoord voor __________.
katholieken
De aanleiding voor de Bajarige Oorlog was de __________, wat Filips II erg boos maakte.
Beeldenstorm
Filips II stuurde de __________ naar de Nederlanden om de orde te herstellen nadat Margaretha de Beeldenstorm niet kon voorkomen.
hertog van Alva
De naam _________ was oorspronkelijk een scheldwoord voor vluchtelingen en opstandelingen, wat "bedelaars" betekent.
Geuzen
Willem van Oranje werd door Filips II __________ verklaard, wat betekende dat iedereen hem voor een beloning mocht vermoorden.
vogelvrij
Aan het einde van zijn leven werd Willem van Oranje vermoord door __________.
Balthasar Gerards
Koning Lodewijk XIV streefde naar __________, waarbij de vorst onbeperkte macht heeft.
absolutisme
In Frankrijk had de koning de meeste macht, maar in Engeland lag de meeste macht bij het __________.
Parlement
Tijdens de Roemrijke Revolutie in 1688 viel __________ Engeland aan en werd later koning.
Willem III van Oranje
Het bestuur van een land door een kleine groep mensen, zoals de regenten in de Republiek, wordt een __________ genoemd.
Oligarchie
De secretaris van de Staten van Holland die de contacten met het buitenland onderhield, was de __________.
Raads Pensionaris
De bevelhebber van het leger en de vloot die vaak uit het Huis van Oranje-Nassau werd benoemd, was de __________.
stadhouder
Tijdens het __________, dat duurde tot 1672, was Johan de Witt de machtigste man van de Republiek.
Stadhouderloostijdperk
Het economische systeem waarbij geld in bedrijven wordt gestoken om winst te maken heet __________.
Kapitalisme
De Republiek werd rijk als __________, een plaats waar goederen werden opgeslagen voor verdere handel.
stapelplaats
Hugo de Groot stelde dat de zee geen bezit is van staten en schreef over het __________, ofwel regels tussen staten.
volkenrecht
In het rampjaar __________ werd de Republiek aangevallen door Engeland, Frankrijk, Keulen en Münster.
1672
Armoede, oorlogsgeweld en geloofsvervolging zijn voorbeelden van __________ die mensen uit een land drijven.
Pushfactoren