Positief en opbouwend omgaan met elkaar

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:19 PM on 6/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Doel bij omgaan praten met kinderen?

Met kinderen en jongeren omgaan zodat ze opgroeien tot sterke, liefdevolle mensen met vertrouwen in zichzelf

2
New cards

Hoe?

6 methodes helpen om grenzen te stellen en bieden concrete vaardigheden om krachtig én zorgzaam om te gaan met kinderen en jezelf

3
New cards

6 methode:

  1. Omgaan met gevoelens

  2. Nodig uit tot coöperatie gedrag

  3. Alternatieven voor straf

  4. Autonomie aanmoedigen

  5. Effectief prijzen

  6. Bevrijden van rollen

4
New cards

Een direct verband tussen:

hoe kinderen zich voelen en hoe ze zich gedragen

5
New cards

als kinderen zich goed voelen…

gedragen ze zich goed

6
New cards

Hoe helpen we ze om zich goed te voelen?

door hun gevoelens te accepteren

7
New cards

Als we gevoelens regelmatig ontkennen, kan dat:

  • verwarring brengen bij kinderen

  • ze woedend maken

  • ze krijgen daardoor de boodschap dat ze zelf niet weten wat hun gevoelens zijn, laat staan dat ze erop kunnen vertrouwen

8
New cards

Wie boos of gekwetst is:

heeft geen behoefte aan advies of de mening van een ander. Dat maakt het alleen nog erger

9
New cards

Wnr ga je je beter voelen?

pas als iemand écht naar je luistert, je gevoelens erkent en je de kans geeft om te vertellen wat er echt scheelt, zou je je beter voelen.

10
New cards

Wat niet doen bij omgaan van gevoelens?

  • negeren

  • ontkennen

  • moraliseren (= iem terecht stellen)

  • direct advies geven

  • ‘waarom’-vraag stellen: moeten verantwoorden van gevoel, kan beschuldigend overkomen

  • eens zijn met het gevoel van een kind “je hebt helemaal gelijk” → accepteren en erkennen is voldoende!

  • heftiger reageren dan het kind zelf: “Nou ja, belachelijk zeg!”

  • negatief oordeel van het kind herhalen: “Dus je vind jezelf lelijk?”

  • gebruik van het woord ‘maar’ na erkennen van een gevoel “Ik snap dat je boos bent, maar…”.

11
New cards

Wat wel doen bij omgaan van gevoelens?

  • luister rustig en aandachtig

  • erken de gevoelens met “Hmmm”, “Oh”, “Ja, ja….”)

  • benoem de gevoelens: “Wat ben jij boos!”

  • verwoord het verlangen (eventueel in een fantasie): “Je zou willen dat…”

  • kind laten tekenen bij boosheid: “Teken maar hoe boos je bent!”

  • gevoel bij het kind laten ipv proberen weg te halen en gelukkig te maken

  • verlangen opschrijven in een notitieblok

  • begrenzen van bepaald gedrag: “Ik zie hoe boos je bent, vertel met woorden wat je wilt, niet met je vuisten”

12
New cards

Wat is er dagelijks in veel gezinnen, klaslokalen en opvangen?

In veel gezinnen, klaslokalen en opvangen is er dagelijks strijd om ervoor te zorgen dat kinderen zich op en manier gedragen die voor opvoeders en de samenleving acceptabel is

13
New cards

Hoe verschillen opvoeders en kinderen in deze belangen?

  • ouders willen netheid, schoonheid, beleefdheid en routine

  • kinderen hebben deze belangen niet

14
New cards

Hoe meer de ouders willen dat kinderen iets doen, hoe …

meer de kinderen zich gaan verzetten

15
New cards

Wat niet doen bij uitnodigen tot coöperatief gedrag?

  • Verwijten en beschuldigen: “Hoe vaak moet ik het nog vertellen”, “Kun je nou nooit eens normaal doen?”

  • Etiket plakken: “Je kamer is een zwijnenstal, wat ben je toch een viespeuk!”

  • Dreigen: “Ik tel tot 3 en als je dan niet klaar bent dan…”

  • Commanderen: “Ik wil dat je je kamer opruimt, nu!”

  • Preken en moraliseren: “Jij zou ook niet willen dat iemand dat bij jou doet, dan moet jij dat ook niet doen!”

  • Slachtoffertol: “Moet ik soms een hartaanval krijgen?”

  • Waarschuwen: “Pas op, voorzichtig!”

  • Vergelijken: “Waarom lijk je niet wat meer op je broer?”

  • Sarcasme/cynisme: “Slim hoor dat je dat bent vergeten.”

  • Profeet: “Als je zo doorgaat, wil niemand met je spelen!”

  • ‘Alsjeblieft’ gebruiken als we bepaald gedrag direct willen stoppen “Niet steeds op de bank springen alsjeblieft!”

16
New cards

Wat doen die manieren?

ze ondermijnen het zelfbeeld en beschadigen het zelfvertrouwen

17
New cards

Waarom moet je bewust zijn van je houding als je je kind ergens op aanspreekt?

een kind gedijt goed als je in je houding communiceert dat hij liefhebbend en capabel is.

18
New cards

Let op de woorden die je gebruikt bij het aanspreken op gedrag. Als deze veroordelend zijn…

  • kunnen deze woorden blijven hangen en je gedachten vergiftigen .

    • Later kunnen kinderen deze woorden als wapen tegen zichzelf gebruiken: “ik ben niet slim, onhandig, zie je wel” en zich verankeren in de kernovertuigingen van een kind over zichzelf

19
New cards

We kunnen kinderen/jongeren uitnodigen tot coöperatief gedrag (= meewerkend gedrag) zonder dat we hun eigenwaarde aantasten of ze opzadelen met negatieve emoties aan de hand van 7 vaardigheden hieronder:

  • Beschrijf wat je ziet of beschrijf het probleem: “Je jas ligt op de grond.”

  • Geef info “Klokhuizen horen in de afvalbak.”

  • Geef een keuze “Wil je zelf de tv uitdoen of zal ik het doen”, “Ga je met kleine muizenstappen naar boven of met grote verenstappen?”

  • Zeg het met 1 woord: “Jongens, pyjama’s!”

  • Omschrijf wat je voelt: “Ik vind het vervelend als je dat doet.”

  • Schrijf op een briefje: (bij klokhuis) “Gooi je me ook in de vuilbak?”

  • Gebruik humor bijv. expres verkeerd ‘helpen

20
New cards

Wnr krijgen kinderen straf?

Grote mond hebben of brutaal zijn, gemeen zijn tegen broer of zus, als je te lang op de gsm/playstation zitten

21
New cards

Wat geven de kinderen aan als meest voorkomende straffen?

Gsm inleveren, zonder eten naar bed, een preek

22
New cards

Wat zijn de 3 meest voorkomende vormen van straffen?

Iets afpakken of verbieden, kind wegsturen, waarschuwing geven

23
New cards

Wat vindt de opvoeddeskundige van straffen?

Straffen is niet goed/nodig. Het is beter aandacht te geven aan het gevolg van het gedrag en wat erbij past. Niet een straf geven die er niets mee te maken heeft: daar leer je niets van.

24
New cards

Wat zegt de opvoeddeskundige over een tik geven?

Het mag niet (verboden). Als ouders het vaker doen, gaan kinderen eraan wennen. Soms zie je dan dat ouders dan harder gaan slaan. In het extreme geval kan dit omslaan in kindermishandeling.

25
New cards

In een zorgzame relatie kan je beter niet straffen, wrm?

  • Er zijn meer en meer pedagogen die ervan overtuigd zijn dat straffen niet werkt omdat het een afleiding is.

  • In plaats van dat het kind of de jongeren spijt heeft en bedenkt hoe hij het goed kan maken, gaat hij zich bezig houden met fantasieën over hoe hij wraak kan nemen.

26
New cards

Stappenplan alternatief straffen

  1. Uit je afkeuring (zonder het karakter van het kind aan te vallen)

  2. Spreek je verwachtingen uit

  3. Vertel hoe het kind zich kan/moet verbeteren

  4. Geef een keuze

  5. Ga over tot actie

  6. Het probleem oplossen

27
New cards

Wat is één van de belangrijkste taken als opvoeder?

is om kinderen helpen los te komen van ouders en opvoeder

28
New cards

Wrm is één van de belangrijkste taken als opvoeder dat we kinderen moeten helpen los te komen van ouders en opvoeder?

we willen ze immers opvoeden tot onafhankelijke personen die in staat zijn om zelfstandig te functioneren

29
New cards

Wnr doen zich gelegenheden voor om de autonomie van onze kinderen te stimuleren?

Dagelijks doen zich gelegenheden voor om de autonomie van onze kinderen te stimuleren

30
New cards

Wat kan je met de vaardigheden van het aanmoedigen van autonomie doen?

kan je ze helpen om zichzelf te vertrouwen in plaats dat ze vertrouwen op de opvoeders

31
New cards

Wat zijn de vaardigheden van aanmoedigen autonomie?

  1. Toon respect voor hun worsteling

  2. Stel niet te veel vragen

  3. Geef niet direct een antwoord

  4. Moedig aan om bronnen buitenshuis te gebruiken

  5. Bereid niet voor op teleurstelling. Neem geen hoop weg.