internationaal recht

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/104

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:56 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

105 Terms

1
New cards

horizontale werking

de verhouding tussen natuurlijke personen onderling of tussen natuurlijke personen en rechtspersonen

2
New cards

verticale werking

de verhouding tussen burger en de overheid

3
New cards

doorwerking

Internationale regels hebben binnen Nederland juridische gevolgen

4
New cards

staten

1.Territoir/grondgebied

2.Bevolking

3.Regering met hoogst gezag

5
New cards

nationaal recht

Een soevereine overheid creëert wetten en regels voor burgers op eigen grondgebied

6
New cards

internationaal recht

Regelgeving die staten waardevol vinden om daadwerkelijk na te komen, zoals verdragen en internationaal gewoonterecht

7
New cards

internationaal privaatrecht

Richt zich op geschillen tussen natuurlijke personen en/of rechtspersonen onderling

  • Formeel recht

  • Materieel recht

8
New cards

internationaal publiekrecht

omvat EU-verordeningen of verdragen

9
New cards

resolutie

een besluit van een orgaan van de VN

10
New cards

supranationaal

lidstaten die een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen aan een hoger, gemeenschappelijk orgaan

11
New cards

ieder verbindende bepaling

regels waaruit je duidelijk een recht of plicht, een moet handelen of een nalaten kunt afleiden (klassieke grondrecht)

  • verbod op

  • recht op

12
New cards

wet in formele zin

de hoogste Nederlandse wetten

13
New cards

wetten in materiele zin

Een wet of regel die door de overheid van een van de lidstaten is gemaakt

14
New cards

ratificatie

het officiële bekrachtigingsdocument ingediend bij de zogenaamde depositaris van het verdrag. Een staat garandeert dan dat zijn nationale wetgeving in lijn is met de regels uit een verdrag en dat de gemaakte afspraken daadwerkelijk worden nageleefd

15
New cards

ratificatieprocedure

na het sluiten van een verdrag (door ondertekening) aangeven of ze aan een verdrag gebonden willen worden

16
New cards

toetreding

wanneer en staat gebonden wil worden aan een verdrag dat eerder door andere staten is gesloten

17
New cards

voorbehoud

een eenzijdige verklaring die is afgelegd door een staat, die aangeeft bepaalde bepalingen van een internationaal verdrag niet of slechts onder bepaalde voorwaarden te willen naleven                                      

  • wanneer hij een verdrag ondertekent, bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe treedt

18
New cards

primair EU-recht

VEU, VWEU en EU-Handvest

19
New cards

secundair EU-recht

wetgeving die de EU-instellingen zelf maken op die terreinen waarop de lidstaten hun bevoegdheid aan de EU hebben afgestaan of met de EU hebben gedeeld

20
New cards

rechtstreekse doorwerking

burgers kunnen zich direct op een ieder verbindende bepaling beroepen bij de nationale rechter (het geeft dus recht aan de burger)

21
New cards

verticale relatie

verdragsbepaling die tussen de overheid van een lidstaat en een particulier rechtstreeks kan werken

22
New cards

horizontale relatie

particulieren onderling

23
New cards

statuut

een officieel document waarin de grondregels, rechten en plichten van een organisatie of samenwerkingsverband zijn vastgelegd

24
New cards

verdrag

een internationale overeenkomst in geschrifte tussen staten en/of internationale organisaties gesloten

25
New cards

multilateraal verdrag

verdrag tussen meer dan 2 staten

26
New cards

bilateraal verdrag

verdrag tussen 2 staten

27
New cards

gemengd verdrag

verdrag tussen een staat en een internationale organisatie

28
New cards

jurisdictie/rechtsmacht

de soevereiniteit van een staat om wetten voor het eigen grondgebied te maken

29
New cards

soevereiniteit

een regering die in een staat het hoogste gezag heeft

30
New cards

horizontale rechtsorde

de juridische gelijkheid van staten en het zelfstandig aangaan van verplichtingen met andere staten

31
New cards

vreedzame co-existentie

staten die vreedzaam naast elkaar willen bestaan en niet met elkaars binnenlandse aangelegenheden bemoeien

32
New cards

rechtssubject

staten die volledige internationale rechtspersoonlijkheid bezitten en deelnemen aan het rechtsverkeer

  • dus zelfstandige dragers van internationaalrechtelijke rechten en plichten

33
New cards

rechtspersoonlijkheid

organisatie die door wordt gezien als een zelfstandig persoon

34
New cards

samenvoeging

2 of meer bestaande staten nemen het besluit om samen een nieuwe soevereine staat te worden (eenwording)

35
New cards

afscheiding

als een georganiseerde bevolkingsgroep gezag uitoefent over een bepaald deel van het grondgebied. En zich losmaakt van een bestaande, soevereine staat om en nieuwe onafhankelijke staat te vormen (loskoppelen)

36
New cards

ontbinding

als een bestaande soevereine staat ophoudt met bestaan en uiteenvalt in 2 of meer nieuwe, onafhankelijke staten

37
New cards

lus sanguinis

wanneer de nationaliteit van rechtswege is verkregen door de nationaliteit van een van de ouders

sangui= bloed

38
New cards

lus soli

wanneer men op het grondgebied van de staat is geboren, de geboorteplaats soli= grond

39
New cards

jus cogens

dwingend recht waar niet van mag worden afgeweken

40
New cards

erga omnes

een verplichting die een staat heeft tegenover alle andere staten

41
New cards

internationaal gewoonterecht

wat staten belangrijk vinden op het moment dat een regel ontstaat

42
New cards

algemene beginselen

de goeder trouw en redelijkheid en billijkheid

43
New cards

rechterlijke beslissingen

de geschreven uitspraken van internationale gerechtshoven (jurisprudentie)

44
New cards

doctrine

boeken en artikelen van wetenschappers worden gebruikt om de wet beter te begrijpen

45
New cards

eenzijdige handeling of verklaringen

feiitelijke handelingen die een rechtsgevolg hebben

46
New cards

monisme

het internationaal recht wordt automatisch deel van de nationale rechtsorde, geen omzetting nodig

47
New cards

dualisme

het internationaal recht moet worden omgezet naar nationaal recht via een aparte wet

48
New cards

consent to be bound

een wilsverklaring/wilsovereenstemming om in te stemmen gebonden te worden aan een verdrag

49
New cards

objectieve interpretatie

de woordelijke of grammaticale betekenis van de tekst van de verdragsbepaling staat centraal

50
New cards

subjectieve/rechtshistorische interpretatie

kijkend naar de bedoelingen van de partijen bij het verdrag

51
New cards

traveaux preparations

stukken van het onderhandelingsproces

52
New cards

teologische interpretatie

men interpreteert een verdragsbepaling of term uit een verdragsbepaling zodanig dat deze het meest aansluit bij het doel van het verdrag

53
New cards

interdependent

staten zijn afhankelijk van elkaar

54
New cards

pacta sunt servanda

eerbiediging van overeenkomsten nakomen

55
New cards

internationale organisaties

organisaties die overheden van staten oprichten op basis van internationaalrechtelijke regels, ook wel intergouvernementele organisaties

56
New cards

non-gouvernementele organisaties

niet opgericht door overheden, maar personen

57
New cards

de leer van implied powers

een internationale organisatie heeft bevoegdheden die niet ‘expliciet’ zijn opgeschreven, maar worden afgeleid uit de doelstellingen en functies van organisaties

58
New cards

multinationale ondernemingen

een onderneming met een hoofdvestiging in een land en nevenvestigingen in andere landen. Maar verspreidt haar activiteiten over meerdere landen

59
New cards

legaliteitsbeginsel

geen feit is strafbaar als er geen voorafgaande wettelijke bepaling ervoor is

60
New cards

territoriale jurisdictie

de bevoegdheid van een staat om regels op te stellen voor het eigen territorium, deze te handhaven en daarover recht te spreken

61
New cards

functionele jurisdictie

de staat heeft met een bepaald doel in beperkte mate rechtsmacht over bepaalde gebieden van het nagelegen zeegebied

62
New cards

zeegebied

de territoriale zone, de aansluitende zone en de exclusieve economische zone

63
New cards

territoir

  • het grondgebied

  • het luchtruim

  • binnenzeeën

  • de bodem

  • de ondergrond van de zee

64
New cards

beschermingsbeginsel

ziet op tegen misdrijven die tegen de veiligheid van de staat en zijn instellingen zijn gericht

65
New cards

universaliteitsbeginsel

betreft misdrijven die zo vreselijk zijn dat ze door de gehele internationale rechtsorde als strafbaar worden gezien

66
New cards

personele jurisdictie

de staat kan zijn bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van personen

67
New cards

subjectieve territorialiteitsbeginsel

waar het strafbare feit zich heeft plaatsgevonden

68
New cards

objectieve territorialiteitsbeginsel

waar het gevolg/effect van het strafbare feit zich voordoet

69
New cards

actieve nationaliteitsbeginsel

de nationaliteit van de verdachte

70
New cards

passieve nationaliteitsbeginsel

de nationaliteit van het slachtoffer

71
New cards

extraterritoriale jurisdictie

handhaving door een staat buiten het eigen grondgebied

72
New cards

staatsimmuniteit

de nationale rechter kan geen jurisdictie uitoefenen over vertegenwoordigers van een andere staat, zoals zittende staatshoofden, regeringsleiders of ministers van Buitenlandse Zaken

73
New cards

diplomatieke immuniteit

uitvoerende macht met staatshoofd, regeringsleiders en minister van Buitenlandse zaken vertegenwoordigen staten

74
New cards

waiver of community

afzien van de onschendbaarheid

75
New cards

attributie

organen die bevoegdheden hebben verkregen door een verdrag

76
New cards

preambule

de aanhef/inleiding van een verdrag

waarin de juridische grondslag en de bedoelingen van de partijen te lezen zijn

77
New cards

vetorecht

tegen een besluit stemmen, waardoor het besluit niet zal worden aangenomen

78
New cards

depositaris

de beheerder/vertrouwenspersoon van verdragen

79
New cards

europees parlement

volksvertegenwoordiging van Europa en wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen door de burgers van de staten die zijn aangesloten bij de EU. En benoemen de Commissieleden                                                         

  • bestaat uit 751 leden en de voorzitter van de Europese Commissie

80
New cards

europese raad

bepaalt de algemene beleidslijnen en prioriteiten

  • bestaat uit staatshoofden en/of regeringsleiders van lidstaten en de voorzitter van de Europese Commissie

81
New cards

raad van ministers

een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke lidstaat neemt deel aan de bijeenkomsten

  • heeft samen met het Europees parlement een wetgevings- en begrotingstaak

82
New cards

europese commissie

bestaat uit 27 commissarissen die afkomstig zijn uit elk van de 27 lidstaten

  • maar zijn onafhankelijk van de staten

  • om in het belang van de EU te handelen

83
New cards

hof van justitie

bestaat uit 27 rechters die gaan over de toepassing en uitleg van verdragen en behandelen geschillen tussen staten onderling of tussen lidstaten en organen van de EU

84
New cards

prejudiciele vraag

wanneer een nationale rechter een kwestie krijgt voorgelegd over de uitleg van een Europees verdrag en twijfelt over de interpretatie bij zijn beslissing

85
New cards

attributiebeginsel

de EU mag alleen binnen de grenzen van haar bevoegdheden handelen als dit door de Verdragen is toebedeeld

86
New cards

subsidiariteitsbeginsel

de EU mag alleen optreden op gebieden waar ze met de lidstaten bevoegdheden deelt als de doelstellingen niet goed door de lidstaten kunnen worden behaald

→ gedeelde bevoegdheid

87
New cards

evenredigheidsbeginsel

dit optreden gaat niet verder dan nodig is om de doelstellingen te bereiken

  • kiest dus het minst ingrijpende middel om het doel te bereiken

88
New cards

exclusieve bevoegdheid

bevoegdheid op de gebieden douane-unie, vaststelling over eerlijke concurrentie tussen ondernemingen, het monetair beleid en de gemeenschappelijke handelspolitiek. Alleen de Europese Unie bevoegd is om regels te maken en besluiten te nemen

  • is een supranationale en intergouvernementele organisatie

89
New cards

gedeelde bevoegdheid

lidstaten en de EU hebben beide bevoegdheden om op een gebied te handelen -> subsidiariteitsbeginsel        

eerst binnen de lidstaat wordt er een zelf een betere wetgeving geprobeerd en dat de EU alleen optreedt als nodig

90
New cards

coordinerende bevoegdheid

bevoegdheden op de gebieden cultuur, toerisme en onderwijs                                                                                              

de EU is op deze terreinen alleen bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, coördineren of aan te vullen

91
New cards

verordening

heeft een algemene strekking en iedereen kan er beroep op doen bij de nationale rechter                       

  • publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen en natuurlijke personen (lidstaten, burgers, ondernemingen)

92
New cards

besluit

verbindend in al haar onderdelen

93
New cards

richtlijn

verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor bestemd is

  • directe werking

94
New cards

aanbevelingen

niet bindende besluiten waarmee de EU iets wil bereiken en zonder dat zij verplichtingen oplegt

95
New cards

adviezen

niet verbindende verklaring van een EU-instelling

  • meestal gericht tot een lidstaat of betreft een onderwerp

96
New cards

eerstegeneratiemensenrechten

klassieke grondrechten/negatieve rechten

  • de eerste opvattingen over mensenrechten

97
New cards

tweedegeneratiemensenrechten

sociale grondrechten/positieve rechten

  • bescherming door de overheid

98
New cards

derdegeneratiemensenrechten

collectieve rechten

  • geformuleerd voor een groep die dekoloniseren

99
New cards

verdragsstaat

een staat die partij is bij een verdrag

100
New cards

vreemdelingenwet

een wet in formele zin