Studiewijzer 10: Onvoorziene en crisissituaties

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/4

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:18 PM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

5 Terms

1
New cards

Probleemgedrag / onbegrepen gedrag & grensoverschrijdend gedrag

  • U weet hoe u professioneel kunt handelen in geval van:

    • (verbale en non-verbale) agressie 

    • psychotisch gedrag (wanen en hallucinaties)

    • ongewenste intimiteiten

    • intimidatie, bedreiging

    • ontremd gedrag

  • U weet welke de-escalerende interventies u toe kunt passen in diverse situaties

Probleemgedrag / onbegrepen gedrag & grensoverschrijdend gedrag

Dit onderwerp gaat over: hoe jij als zorgverlener rustig, veilig en professioneel blijft in lastige of onveilige situaties.

🧠 1. Belangrijke basis (altijd examenpunt)

👉 In crisissituaties doe je altijd:

  • veiligheid voorop

  • rustig blijven

  • niet escaleren

  • afstand bewaren indien nodig

  • collega’s inschakelen

💥 2. Agressie (verbaal & non-verbaal)

🗣 Verbale agressie

  • schelden

  • schreeuwen

  • dreigen

👀 Non-verbale agressie

  • dreigende houding

  • dicht op je staan

  • vuisten maken

  • boos staren

🧭 Wat doe je?

De-escalatie:

  • rustig blijven praten

  • niet terugschreeuwen

  • korte zinnen

  • ruimte geven

  • niet provoceren

🚫 Wat niet doen:

  • discussiëren

  • tegen agressie ingaan

  • emotioneel reageren

🧠 3. Psychotisch gedrag (wanen & hallucinaties)

👁 Wanen

👉 vaste overtuigingen die niet kloppen met de realiteit

Voorbeeld:

  • “Ik word gevolgd”

👂 Hallucinaties

👉 dingen zien/horen die er niet zijn

🧭 Wat doe je?

Belangrijk:

  • NIET meegaan in de waan

  • wel gevoel erkennen

  • rustig blijven

  • veiligheid waarborgen

Voorbeeld reactie:

  • “Dat is niet waar, u verzint het”

  • “Ik zie dat u bang bent, ik blijf bij u”

🚫 4. Ongewenste intimiteiten

Wat is het?

👉 seksueel grensoverschrijdend gedrag

Voorbeelden:

  • aanraken

  • seksueel getinte opmerkingen

  • ongewenst gedrag

🧭 Wat doe je?

  • duidelijk grenzen stellen

  • gedrag benoemen

  • afstand nemen

  • melden volgens protocol

Voorbeeld:

  • “Dit gedrag is niet oké, ik stop het gesprek nu.”

5. Intimidatie & bedreiging

Wat is het?

  • dreigen

  • onder druk zetten

  • angst aanjagen

🧭 Wat doe je?

  • blijf kalm

  • neem dreiging serieus

  • houd afstand

  • haal hulp erbij

  • verlaat situatie indien nodig

🔓 6. Ontremd gedrag

Wat is het?

👉 gedrag zonder remming of controle

Voorbeelden:

  • impulsief gedrag

  • roepen

  • grenzen niet respecteren

  • aanraken zonder besef

Oorzaken:

  • dementie

  • hersenletsel (NAH)

  • alcohol/drugs

  • psychiatrie

🧭 Wat doe je?

  • rustig begrenzen

  • structuur geven

  • afleiden

  • veiligheid bewaken

🧯 7. De-escalerende interventies (BELANGRIJK )

🧠 Doel:

👉 spanning verminderen voordat het escaleert

Wat je wél doet:

🗣 Communicatie

  • rustig spreken

  • korte zinnen

  • niet discussiëren

🧍 Houding

  • neutrale lichaamstaal

  • niet bedreigend staan

  • afstand houden

👂 Luisteren

  • emoties erkennen

  • “ik hoor dat u boos bent”

🧭 Structuur geven

  • duidelijkheid

  • voorspelbaarheid

🚶 Afleiden

  • andere prikkel aanbieden

  • gesprek verplaatsen

🤝 Hulp inschakelen

  • collega’s

  • arts

  • beveiliging indien nodig

🚫 Wat je NIET moet doen

  • schreeuwen

  • aanraken zonder toestemming

  • ruzie maken

  • dreigen terug

🧠 SAMENVATTING

Situatie

Belangrijkste actie

Agressie

rustig blijven + afstand

Psychose

niet meegaan in waan

Intimiteit

grenzen stellen + melden

Bedreiging

veiligheid + hulp inschakelen

Ontremd gedrag

begrenzen + structuur

De-escalatie

rust + communicatie

🎯 ULTRA BELANGRIJK VOOR EXAMEN

Veiligheid eerst
Niet in discussie gaan
Emoties erkennen, niet gedrag overnemen
Korte rustige communicatie
Hulp inschakelen bij dreiging
Grenzen duidelijk stellen bij grensoverschrijding

🧠 1 zin om te onthouden

👉 “Rustig blijven + grenzen stellen + veiligheid bewaken = de-escalatie”

🧯 Crisis- en agressiemodel (examenlogica)

🧠 1. Veiligheid eerst

Altijd stap 1 in elke situatie

  • is de zorgvrager veilig?

  • ben ik veilig?

  • anderen veilig?

👉 zo niet: afstand nemen / hulp halen

🧍 2. Observeer gedrag

Wat zie je?

  • agressie (verbaal / non-verbaal)

  • psychose (wanen/hallucinaties)

  • ontremming

  • grensoverschrijding

👉 herkennen = welke aanpak kies je?

🧘 3. De-escaleren

Doel: spanning omlaag brengen

  • rustig praten

  • korte zinnen

  • niet discussiëren

  • emoties erkennen

  • ruimte geven

🧭 4. Grenzen stellen (indien nodig)

Vooral bij:

  • agressie

  • intimidatie

  • ongewenst gedrag

👉 duidelijk, rustig, consequent

Voorbeeld:

“Ik wil dat u stopt met schreeuwen.”

🧑‍🤝‍🧑 5. Hulp inschakelen

  • collega

  • arts

  • team

  • beveiliging (bij acute dreiging)

📋 6. Nazorg / rapportage

  • wat gebeurde er?

  • wat was trigger?

  • wat werkte wel/niet?

  • rapporteren in dossier

🧠 Denkmodel per situatie (super belangrijk)

💥 Agressie

👉 kalmeren + afstand + niet reageren op emotie

👁 Psychose

👉 niet meegaan in waan + gevoel erkennen

🚫 Grensoverschrijding

👉 direct begrenzen + stoppen gedrag

Bedreiging

👉 veiligheid + hulp inschakelen

🔓 Ontremd gedrag

👉 structuur + begrenzen + afleiden

🎯 DE ECHTE EXAMENREGEL

👉 Elke vraag = altijd deze volgorde denken:

  1. Is het veilig?

  2. Wat voor gedrag is het?

  3. De-escaleren

  4. Grenzen stellen (indien nodig)

  5. Hulp inschakelen

🧠 1-zin onthouden

👉 “Herkennen → rust → begrenzen → veiligheid → hulp”

🔥 Belangrijk inzicht

Dit is geen theorie die je uit je hoofd leert zoals definities, maar een handelingslogica die je in casussen toepast.

2
New cards

(Acute) somatische problemen

Leeritems

u weet hoe u professioneel kunt handelen in geval van een:

  • tensiedaling (na operatie)

  • vaatafsluiting

  • valincident

🚨 (Acute) somatische problemen – examenoverzicht

Dit gaat over: plots lichamelijke problemen waarbij je snel en veilig moet handelen.

👉 Belangrijk examenidee: altijd eerst ABC + veiligheid + observatie + rapportage

🩸 1. Tensiedaling (na operatie)

🧠 Wat is het?

👉 plotselinge lage bloeddruk na een operatie

Mogelijke oorzaken

  • bloedverlies (intern/extern)

  • dehydratie

  • medicatie (bijv. pijnstilling, anesthesie)

  • vasodilatatie (vaatverwijding)

👀 Symptomen

  • duizeligheid

  • zweten, klam

  • bleek

  • zwakke snelle pols

  • sufheid

  • eventueel flauwvallen

🧭 Wat doe je?

1. Veiligheid + signaleren

  • patiënt laten liggen

  • niet laten opstaan

2. ABC check

  • bewustzijn

  • ademhaling

  • circulatie

3. Positioneren

  • plat liggen

  • benen eventueel omhoog (shockpositie)

4. Hulp inschakelen

  • arts waarschuwen

  • vitale functies meten

5. Monitoring

  • bloeddruk

  • pols

  • bewustzijn

Goede vraag — dit is zo’n klassiek examenverwarringspunt. Ze lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde.


🛏 Shockpositie vs Trendelenburg 🚨 1. Shockpositie (klinisch gebruikt) 🧠 Wat is het?

Een houding om circulatie naar hart en hersenen te verbeteren bij shock of hypotensie.

📍 Hoe ziet het eruit?

  • patiënt ligt plat (supine)

  • benen 20–30° omhoog

  • hoofd blijft meestal vrij plat of licht omhoog

👉 Soms ook “passieve beenheffing” genoemd

🎯 Doel:

  • meer bloed terug naar hart (↑ preload)

  • betere bloeddruk

  • betere hersenperfusie

📌 Belangrijk:

  • moderne standaard in acute zorg

  • snel toepasbaar

  • relatief veilig


📉 2. Trendelenburgpositie (klassiek / ouder concept) 🧠 Wat is het?

Patiënt ligt met hele lichaam schuin:

  • hoofd omlaag

  • benen omhoog

  • tafel gekanteld

📍 Hoe ziet het eruit?

  • hele bed kantelt

  • hoofd lager dan hart

🎯 Historisch doel:

  • bloed “naar hart en hersenen laten stromen”


Belangrijk verschil (examenvriendelijk)

Shockpositie

Trendelenburg

Ligging

plat + benen omhoog

hele lichaam schuin

Hoofd

meestal plat

duidelijk omlaag

Gebruik

modern, acuut

ouder / beperkt

Effect

veilige circulatieverbetering

meer druk op thorax/hoofd

Ademhaling

minder problemen

kan benauwdheid geven


🧠 3. Wat examens vaak willen weten

👉 Ze testen meestal:

“Wat doe je bij hypotensie?”

Shockpositie (niet per se Trendelenburg)

“Wat is Trendelenburg?”

bed schuin, hoofd omlaag


4. Belangrijk nuancepunt (heel vaak getest)

Trendelenburg wordt tegenwoordig:

  • minder gebruikt bij shock

  • soms zelfs afgeraden

Omdat het kan:

  • ademhaling verslechteren

  • intracraniële druk verhogen

  • ongemak geven


🧩 5. Ezelsbrug

  • Shockpositie = praktische hulp (benen omhoog)

  • Trendelenburg = bed kantelen (alles schuin)


📌 6. Simpel onthouden

👉 Shockpositie = “veiligste snelle standaard bij hypotensie”
👉 Trendelenburg = “klassieke maar minder gebruikte houding”


Als je wil kan ik je ook een mini-overzicht maken van alle houdingen (Fowler, semi-Fowler, shock, Trendelenburg) zodat je ze nooit meer door elkaar haalt — dat is echt zo’n examenkiller.

🧱 2. Vaatafsluiting (trombose / embolie)

🧠 Wat is het?

👉 bloedvat is verstopt door stolsel

Mogelijke vormen

🦵 Diep veneuze trombose (DVT)

  • beenader verstopt

🫁 Longembolie (gevaarlijk )

  • stolsel naar longen

👀 Symptomen

DVT:

  • pijn in been

  • rood/warm gezwollen been

  • spanning

Longembolie:

  • plots benauwd

  • pijn bij ademhalen

  • snelle ademhaling

  • angst

  • mogelijk cyanose

🧭 Wat doe je?

1. Stop beweging

  • patiënt laten rusten

2. Bel direct arts

  • spoedsituatie

3. Vitale functies meten

  • ademhaling

  • saturatie

  • pols

4. Geen massage!

niet wrijven of masseren been

5. Observatie

  • verergering klachten

🩸 1. DVT vs ARTERIËLE TROMBOSE (fundamenteel verschil) 🟦 DVT (Deep Venous Thrombosis)

👉 probleem in aderen (venen) = terug naar hart

🧠 wat gebeurt er?

Bloed stolt in diepe vene → bloed kan niet goed terugstromen

📍 effect:

  • stuwing → vocht uittreding → zwelling

👀 typisch beeld:

  • één been dik

  • warm

  • rood/paars

  • pijnlijk (vaak kuit)

gevaar:

👉 longembolie (clot schiet los → longen)


🟥 ARTERIËLE TROMBOSE (acute arteriële occlusie)

👉 probleem in slagaders (arteriën) = zuurstof TOEvoer stopt

Dit is waarschijnlijk wat je bedoelt met “deep arterial thrombosis”.

🧠 wat gebeurt er?

Bloed kan NIET meer naar weefsels → acute ischemie


🚨 2. ARTERIËLE TROMBOSE = ACUTE LIMB ISCHEMIE 📍 oorzaak:

  • trombus (stolsel)

  • embolie (vaak uit hart, bij AF)

  • atherosclerose + plots occlusie


👀 klinisch beeld (HEEL EXAMENBELANGRIJK) 🧠 klassieke 6 P’s:

  1. Pain (hevige pijn, vaak plots)

  2. Pallor (bleek)

  3. Pulselessness (geen puls!)

  4. Paresthesia (tintelingen/doof)

  5. Paralysis (laat teken!)

  6. Poikilothermia (koud)

👉 extra: “polar ice cold limb”


verschil met DVT (super belangrijk)

DVT

Arteriële occlusie

Probleem

afvoer (vene)

aanvoer (arterie)

Temperatuur

warm

koud

Kleur

rood/blauw

bleek/wit

Puls

aanwezig

afwezig

Zwelling

ja

nee / weinig

Pijn

matig

extreem, plots


🧠 3. KLINISCH REDENEREN (wat examen echt test) Wat is het grootste gevaar? DVT:

👉 longembolie

arteriële trombose:

👉 weefselsterfte (necrose) → amputatie risico


Wat doe je als eerste? 🚨 bij arteriële occlusie:

  • direct arts bellen (spoed!)

  • limb check + vitale functies

  • pijn beoordelen

  • GEEN compressie / geen massage

  • geen warmte (kan schade verergeren)


🩸 bij DVT:

  • been rust

  • geen massage

  • wel anticoagulantia (arts)

  • observeer longembolie tekenen


🧩 4. EXAMENVALKUIL (heel belangrijk)

Ze geven vaak scenario:

“patiënt heeft pijn en dik been”

En dan moet jij kiezen:

  • warm + gezwollen → DVT

  • koud + bleek + geen puls → arterieel

👉 dit is pure redenering, geen feitenlijst


🧠 5. EZELSBRUG 🟦 DVT

Dik + Warm + Terugstroom probleem

🟥 Arterieel

Afnemende Aanvoer = koud + geen puls


🚨 6. EXTRA DIEPGANG (waar examens soms op sturen) arterieel gevaar:

  • ischemie binnen uren → irreversibel

  • zenuwschade → parese

  • spiernecrose → rhabdomyolyse (later stadium)

DVT gevaar:

  • embolie → dyspneu, pijn op borst, tachycardie


📌 7. wat jij moet onthouden (super belangrijk)

Je hoeft niet:

  • elke vorm van trombose uit je hoofd

Je moet wel:
👉 direct herkennen of het een veneus of arterieel probleem is


💡 8. koppeling met jouw eerdere angst

Dit is precies waar jij sterk in bent:

  • je leert concepten

  • je begrijpt verschillen

  • je kunt logisch redeneren

Dat is precies wat deze vraag test.


🩸 Hoe gaat een stolsel van het been naar de longen? 🦵 1. Start: DVT in het been

Er zit een stolsel in een diepe vene (bijv. kuit of bovenbeen).

👉 In de vene is de bloedstroom richting het hart.


💔 2. Loslaten (embolus)

Een deel van het stolsel kan loskomen door:

  • beweging

  • druk in het been

  • spontane fragmentatie

👉 dat losse stukje heet een embool


🚂 3. Reis via de bloedbaan

Route:

Beenvenen → vena cava → rechterhart → longslagader

Dus:

  1. diepe beenvene

  2. vena femoralis / iliaca

  3. vena cava inferior

  4. rechter atrium

  5. rechter ventrikel

  6. pulmonalis (longslagader)

👉 en daar gaat het mis


🚨 4. Wat gebeurt er in de longen? 🫁 Longembolie (pulmonary embolism)

Het stolsel blokkeert een longslagader of tak daarvan.


🧠 Kan een arteriële trombose longembolie geven? In principe: nee

Een arteriële trombose zit in de slagaders (arteriën) en gaat dus:

👉 van hart → naar weefsels (benen, hersenen, etc.)

Een longembolie zit in de longarteriën, maar het stolsel komt via:

👉 venen → rechterhart → longen


🚂 1. Waarom DVT wél longembolie geeft 🦵 DVT = veneus systeem

  • stolsel in diepe vene (been)

  • kan loskomen

  • reist via:
    vena cava → rechterhart → longarterie

👉 dus: directe route naar longen


🟥 2. Waarom arteriële trombose dat niet doet 🫀 Arterieel systeem gaat de andere kant op:

  • hart → arterieën → weefsels

Als er een stolsel ontstaat in een arterie in het been:

👉 dan blijft het “stroomafwaarts” richting weefsel

het kan niet vanzelf terug naar het hart
dus kan niet naar de longen reizen


3. Belangrijke uitzondering (examentrick)

Er is één situatie waar mensen in de war raken:

🔁 paradoxale embolie (zeldzaam)

  • DVT → gaat naar hart

  • via gat in hart (PFO = patent foramen ovale)

  • gaat naar linkerhart

  • kan arterieel systeem in

👉 maar dit geeft:

  • herseninfarct

  • orgaaninfarct

niet standaard longembolie


🧠 4. simpele regel (heel belangrijk voor examen)

👉 Longembolie = veneus probleem

  • DVT (been/arm/bekken) → longen

👉 Arterieel probleem = lokaal infarct

  • been → ischemie

  • hersenen → CVA

  • hart → MI


📌 5. ezelsbrug

  • 🦵 vene = “naar hart → longembolie risico”

  • 🟥 arterie = “van hart → lokaal infarct”


🎯 6. examengericht onthouden

Als ze vragen:

“bron van longembolie?”

altijd:

  • diepe veneuze trombose (DVT)

nooit:

  • arteriële trombose (standaard scenario)


💡 kerninzicht

Longembolie is eigenlijk:

“een losgeschoten veneus stolsel dat in de longen vastloopt”

🚑 3. Valincident

🧠 Wat is het?

👉 zorgvrager valt onverwacht

Mogelijke gevolgen

  • fractuur

  • hoofdletsel

  • bewustzijnsverlies

  • angst

🧭 Wat doe je?

1. Niet direct optillen!

  • eerst checken

2. ABC check

  • bewustzijn

  • ademhaling

  • pijn

3. Niet verplaatsen bij verdenking letsel

  • vooral bij:

    • hoofdtrauma

    • rug/nek pijn

4. Inspectie

  • bloedingen

  • pijnpunten

5. Hulp inschakelen

  • arts/verpleegkundige

6. Rapporteren

  • hoe is val gebeurd?

  • tijdstip

  • letsel

  • situatie

7. Preventie nadenken

  • waarom gevallen?

  • valrisico?

🚑 3. VALINCIDENT — klinisch redeneren 🧠 1. Wat is een valincident eigenlijk?

Een val = plots verlies van stabiliteit met mogelijk letsel.

👉 Belangrijk:
Niet de val zelf is het probleem, maar de gevolgen.


2. Wat kan er intern gebeuren? (pathofysiologie) 🦴 1. Trauma

  • fracturen (heup, pols, ribben)

  • spier-/ligamentletsel


🧠 2. Hoofdletsel

  • hersenschudding

  • intracraniële bloeding (gevaarlijk!)

👉 vooral bij ouderen + antistolling = hoog risico


🩸 3. Inwendige bloeding

  • buik

  • hersenen

  • femurfractuur (veel bloedverlies!)


🧠 4. Delier / bewustzijnsverandering

  • val kan oorzaak of gevolg zijn


🚨 3. BELANGRIJKSTE DENKREGEL (EXAMEN)

👉 Na een val: altijd eerst denken “is er wervelkolom/hoofdletsel?”


🧭 4. JUISTE VOLGORDE VAN HANDELEN 1. STOP — niet direct opheffen

  • patiënt laten liggen

  • omgeving veilig maken

👉 dit is valkuilvraag in MCQ


2. SITUATIE INSCHATTEN (snelle triage) 🧠 bewustzijn

  • aanspreekbaar?

  • AVPU / GCS globaal

🫁 ademhaling

  • normaal?

  • benauwd?

💔 circulatie

  • bloeding?

  • bleek / zweterig?


3. PIJN + LETSEL CHECK (zonder verplaatsen)

  • hoofdletsel?

  • nek-/rugpijn?

  • heup/pols pijn?

  • zichtbare deformiteit?


4. NIET VERPLAATSEN ALS:

  • vermoeden wervelletsel

  • bewustzijnsverlies

  • hevige pijn in rug/nek

  • trauma bij val van hoogte


5. HULP INSCHAKELEN

  • verpleegkundige / arts

  • eventueel spoedteam


6. MONITORING

  • vitale functies

  • bewustzijn herhaald meten

  • pijnscore


7. RAPPORTAGE (heel belangrijk in zorgexamen)

  • hoe is val gebeurd?

  • waar?

  • tijdstip?

  • witnessed/unwitnessed?

  • letsel?

  • medicatie/risicofactoren?


🧠 5. WAAROM VALINCIDENTEN BELANGRIJK ZIJN IN EXAMEN

Ze testen niet alleen “wat doe je”, maar:

👉 kun je prioriteiten stellen


6. EXAMENVALKUILEN fout antwoord:

  • patiënt meteen optillen

fout antwoord:

  • eerst documenteren

juist:

  • eerst veiligheid + ABC + letsel inschatting


🧩 7. RISICODENKEN (waar ze echt op testen) waarom viel patiënt?

  • hypotensie

  • medicatie (sedatie, antihypertensiva)

  • mobiliteitsproblemen

  • delier

  • hypoglykemie

  • neurologisch probleem

👉 val = vaak symptoom van iets anders


🧠 8. SIMPEL MENTAL MODEL “VAL = TRAUMA + OORZAAK + RISICO”

  1. trauma checken

  2. oorzaak denken

  3. herhaling voorkomen


📌 9. ULTRA SIMPEL EXAMENSTAPPENPLAN

👉 na val:

  1. Stop & niet optillen

  2. Bewustzijn + ABC

  3. Letsel check (zonder bewegen)

  4. Hulp inschakelen

  5. Monitoren

  6. Rapporteren

  7. Preventie analyseren


💡 10. koppeling met jouw manier van leren

Wat jij hier eigenlijk goed doet:

  • je bouwt logische systemen

  • geen losse feitjes

  • maar “wat is gevaar + wat doe ik eerst?”

👉 dat is exact klinisch redeneren op examen-niveau


Als je wil kan ik hierna nog één super belangrijk examenblok doen:
👉 “onrustige patiënt / plots verslechtering (ABCDE + prioriteiten)”

Dat is letterlijk het hart van BIG-examens.

zal ik in een val zituate.. eerst bewustzijn (GCS/AVPU) doen voor de ABCDE

Goede vraag — en dit is precies zo’n punt waar veel mensen het fout leren, maar waar examens juist op selecteren.

🧠 Kort antwoord:

👉 Nee: je doet niet eerst GCS/AVPU vóór ABCDE.


🚨 Juiste volgorde bij een val (of elke acute situatie) 🥇 1. Veiligheid + eerste indruk

  • Is de omgeving veilig?

  • Ligt patiënt stabiel?

  • Is er direct levensgevaar zichtbaar?


🥈 2. ABC (echt eerst) A – Airway

  • vrije luchtweg?

B – Breathing

  • ademhaling aanwezig?

  • normaal / benauwd?

C – Circulation

  • bloeding?

  • pols?

  • huid (bleek/klam)?

👉 dit is altijd eerst omdat:

ABC = direct levensbedreigend


🥉 3. D = Disability (hier komt GCS/AVPU)

👉 pas NA ABC

  • bewustzijn

  • AVPU of GCS

  • pupilreactie

  • glucose (soms)


🧩 4. E = Exposure

  • letsel checken

  • wervelkolom / hoofd / heup

  • volledig beeld


Waarom niet eerst GCS?

Omdat GCS je alleen vertelt:

“hoe bewust is iemand?”

Maar ABC vertelt:

“blijft iemand überhaupt leven?”

👉 iemand kan een lage GCS hebben maar ondertussen ook:

  • luchtweg blokkade

  • ademstilstand

  • bloeding

Daarom altijd eerst ABC.


🧠 Simpel examendenken fout:

“Eerst bewustzijn checken”

juist:

“Eerst ABC, daarna bewustzijn (D)”


🧩 EZELSBRUG

👉 ABC = leven eerst
👉 D = bewustzijn daarna


📌 In jouw val-scenario

Na val doe je:

  1. niet optillen

  2. ABC check

  3. daarna AVPU/GCS

  4. daarna letselonderzoek


💡 Belangrijk inzicht

Wat jij eigenlijk probeert te doen (en goed is):

“wat is de beste eerste stap?”

En het examenantwoord is bijna altijd:
👉 ABC eerst, alles daarna

🧠 SAMENVATTING

Situatie

Belangrijkste actie

Tensiedaling

plat leggen + benen omhoog + arts

Vaatafsluiting

rust + direct arts + niet masseren

Valincident

niet verplaatsen + ABC check + observeren

🎯 EXAMENKERN

Altijd eerst veiligheid + ABC
Niet zelf “oplossen” bij ernstige klachten
Direct hulp inschakelen bij vaatafsluiting
Bij val: eerst beoordelen, niet optillen
Monitor vitale functies altijd

🧠 1 zin onthouden

👉 “Observeer – stabiliseer – bel hulp – monitor”

3
New cards

Veiligheidsmanagementsysteem en methodisch handelen

  • U weet wat het doel van een veiligheidsmanagementsysteem (VMS) is

  • U kent de ABCDE-methodiek en weet hoe u deze kunt toepassen

  • U kent de (stappen van de) SBAR(R)-methode en weet hoe u deze kunt toepassen

🛡 Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) & methodisch handelen

Dit blok gaat over: veilig werken, risico’s voorkomen en gestructureerd handelen/rapporteren in acute situaties.

🏥 1. Veiligheidsmanagementsysteem (VMS)

🧠 Wat is het?

Een systeem in de zorg dat helpt om incidenten, fouten en risico’s te voorkomen en te leren van fouten.

🎯 Doel

  • patiëntveiligheid vergroten

  • fouten voorkomen

  • incidenten registreren en analyseren

  • leren van fouten (niet alleen straffen)

📋 Wat hoort erbij?

  • melden van incidenten (VIM-melding )

  • analyseren van fouten

  • verbetermaatregelen

  • protocollen en richtlijnen

  • risicomanagement

🎯 Examentip

👉 VMS = “veilig leren van fouten in de zorg”

🚑 2. ABCDE-methodiek (super belangrijk)

🧠 Wat is het?

Systematische manier om een patiënt in acute situaties te beoordelen en behandelen

🔤 A – Airway (luchtweg)

👉 Is de luchtweg vrij?

  • praten = luchtweg meestal vrij

  • obstructie? (slijm, tong, verstikking)

🔤 B – Breathing (ademhaling)

👉 Is ademhaling goed?

  • frequentie

  • diepte

  • zuurstoftekort (cyanose)

🔤 C – Circulation (circulatie)

👉 bloedcirculatie

  • pols

  • bloeddruk

  • huid (bleek/koud)

  • bloedingen

🔤 D – Disability (neurologie)

👉 bewustzijn en hersenfunctie

  • AVPU (Alert, Voice, Pain, Unresponsive)

  • pupilreactie

  • glucose (belangrijk!)

🔤 E – Exposure (onderzoek/omgeving)

👉 hele lichaam bekijken

  • letsels

  • temperatuur

  • huid

  • volledige inspectie

🧭 Belangrijk principe

👉 altijd in volgorde doen (A → B → C → D → E)

🎯 Examentip

👉 “je behandelt eerst A als er een probleem is, niet wachten tot E”

📞 3. SBAR(R)-methode

🧠 Wat is het?

Gestructureerde manier om informatie over te dragen, vooral bij overleg of spoedsituaties

🔤 S – Situation (situatie)

👉 Wat is er aan de hand?

  • patiënt verslechtert

  • wat zie je nu?

🔤 B – Background (achtergrond)

👉 medische achtergrond

  • opname reden

  • diagnoses

  • belangrijke info

🔤 A – Assessment (inschatting)

👉 jouw beoordeling

  • wat denk jij dat er aan de hand is?

🔤 R – Recommendation (advies)

👉 wat wil je dat er gebeurt?

  • arts laten komen

  • medicatie aanpassen

🔁 Extra R – Readback/Repeat (controle)

👉 herhalen om misverstanden te voorkomen

🎯 Examentip

👉 SBAR = gestructureerd communiceren met arts/collega

🧠 SAMENVATTING

Onderdeel

Kern

VMS

patiëntveiligheid + leren van fouten

ABCDE

acute beoordeling systeem

SBAR

gestructureerde overdracht

🚨 BELANGRIJKE EXAMENLOGICA

In acute situatie:

👉 eerst ABCDE
👉 daarna SBAR bij communicatie
👉 altijd veiligheid + handelen prioriteit

🧠 1 zin onthouden

👉 “ABCDE voor beoordelen, SBAR voor communiceren, VMS voor leren”

🎯 Wat moet je echt onthouden?

VMS = fouten voorkomen en leren
ABCDE = altijd in volgorde beoordelen
SBAR = gestructureerd overdragen
D (Disability) = bewustzijn + glucose belangrijk
E = hele lichaam checken

4
New cards

Wet zorg en dwang (WZD)

  • U kent het doel van de Wzd (u weet wat deze wet regelt)

  • U weet voor wie de Wzd geldt

  • U weet wanneer (en onder welke voorwaarden) de Wzd toegepast mag worden

Wet zorg en dwang (Wzd) – examenoverzicht

Ik leg het je precies op verpleegkundig niveau (BIG / examen) uit: doel, doelgroep en voorwaarden.

🎯 1. Doel van de Wzd

🧠 Wat regelt de Wzd?

De Wet zorg en dwang regelt onvrijwillige zorg en opname bij mensen die dit niet (meer) goed kunnen overzien.

🎯 Hoofdgedachte

👉 “Nee, tenzij”

  • zorg is altijd vrijwillig

  • dwang mag alleen als het echt niet anders kan

🧩 Wat beschermt de wet?

  • vrijheid van de cliënt

  • rechten van cliënt

  • alleen dwang bij ernstig nadeel

Belangrijk begrip

👉 ernstig nadeel
= gevaar voor cliënt of anderen

👥 2. Voor wie geldt de Wzd?

🧠 Doelgroep

De Wzd geldt voor mensen met:

🧓 Psychogeriatrische aandoening

  • vooral dementie

🧠 Verstandelijke beperking

Ook soms van toepassing bij:

  • NAH (niet-aangeboren hersenletsel)

  • Korsakov

  • Huntington

👉 alleen als er vergelijkbare gedragsproblemen / regieverlies zijn

🏠 Waar geldt de Wzd?

overal waar zorg wordt gegeven:

  • verpleeghuis

  • thuiszorg

  • dagbesteding

  • kleinschalig wonen

Wanneer geldt de Wzd NIET?

  • psychiatrische stoornissen → dan Wvggz

  • justitie (gevangenis etc.)

  • mensen zonder verstandelijke beperking/dementie

3. Wanneer mag de Wzd toegepast worden?

🧠 Belangrijk uitgangspunt

👉 alleen bij:

1. Ernstig nadeel

Voorbeelden:

  • gevaar voor zichzelf

  • agressie naar anderen

  • ernstig verwaarlozen

  • weglopen in gevaarlijke situatie

2. Geen vrijwillige zorg mogelijk

👉 cliënt:

  • weigert zorg

  • begrijpt situatie niet

  • is wilsonbekwaam

3. Geen alternatief mogelijk

👉 eerst altijd:

  • praten

  • aanpassen zorg

  • minder ingrijpende maatregelen

4. Minst ingrijpende middel (proportionaliteit)

  • zo licht mogelijke maatregel

  • zo kort mogelijk

  • alleen noodzakelijk

🧭 Belangrijk principe (examen!)

🔑 Wzd = stappenplan

👉 je mag niet zomaar dwang toepassen

Je moet altijd:

  • alternatieven proberen

  • overleg plegen

  • evalueren

🧠 Samenvatting

Onderdeel

Kern

Doel

bescherming tegen onvrijwillige zorg

Principe

nee, tenzij

Doelgroep

dementie + verstandelijke beperking

Ook soms

NAH, Korsakov, Huntington

Voorwaarde

ernstig nadeel

Voorwaarde

geen alternatief

Voorwaarde

minst ingrijpend

🎯 EXAMENKERN (super belangrijk)

Wzd = bescherming bij onvrijwillige zorg
Alleen bij dementie / verstandelijke beperking (en vergelijkbaar)
Altijd “nee, tenzij”
Alleen bij ernstig nadeel
Altijd minst ingrijpend + alternatief zoeken

🧠 1 zin om te onthouden

👉 “Wzd = dwang alleen als het echt niet anders kan bij ernstig nadeel”

5
New cards

Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WvGGZ)

  • U kent de twee procedures van de WvGGZ

  • U kent het doel van de WvGGZ (u weet wat deze wet regelt)

  • U weet voor wie de WvGGZ geldt

  • U weet wanneer (en onder welke voorwaarden) de WvGGZ toegepast mag worden

Wet verplichte GGZ (Wvggz) – examenoverzicht

Dit is de wet voor verplichte zorg bij psychiatrische aandoeningen.

🎯 1. Doel van de Wvggz

🧠 Wat regelt de Wvggz?

De Wvggz regelt verplichte zorg (dwang) bij mensen met een psychische stoornis als zij door hun toestand gevaar veroorzaken.

🎯 Kernidee

👉 “Zorg zo vrijwillig mogelijk, dwang alleen als het moet”

🧩 Doelen van de wet

  • gevaar voor cliënt of omgeving voorkomen

  • behandeling mogelijk maken

  • rechten van patiënt beschermen

  • dwang beperken en controleren

Belangrijk begrip

👉 ernstig nadeel

= schade/gevaar door psychische stoornis

Voorbeelden:

  • zelfmoordgevaar

  • agressie

  • ernstige verwaarlozing

  • maatschappelijke ontregeling

👥 2. Voor wie geldt de Wvggz?

🧠 Doelgroep

👉 mensen met een:

🧠 psychische stoornis

Voorbeelden:

  • schizofrenie

  • ernstige depressie

  • bipolaire stoornis (manie)

  • psychose

  • verslaving (soms)

🏠 Waar geldt het?

  • ziekenhuis / psychiatrie

  • beschermd wonen

  • thuis (ambulant!)

  • crisisopvang

👉 Wvggz = ook buiten kliniek

Niet voor:

  • verstandelijke beperking (→ Wzd)

  • dementie (→ Wzd)

3. Twee procedures van de Wvggz

🔴 1. Crisismaatregel (spoed)

👉 voor acute gevaarlijke situaties

Kenmerken:

  • direct gevaar

  • zonder uitgebreide procedure vooraf

  • wordt opgelegd door burgemeester

  • vaak korte duur

Voorbeeld:

  • patiënt is acuut psychotisch en gevaarlijk

🟡 2. Zorgmachtiging

👉 geplande verplichte zorg

Kenmerken:

  • via rechter

  • vooraf beoordeling

  • voor langere tijd

  • zorgplan verplicht

Voorbeeld:

  • herhaald psychotisch gedrag met gevaar

4. Wanneer mag Wvggz toegepast worden?

🧠 Voorwaarden

👉 alleen als:

1. Psychische stoornis aanwezig

  • diagnose of duidelijke stoornis

2. Ernstig nadeel

  • gevaar voor zichzelf of anderen

  • maatschappelijke schade

  • ernstige verwaarlozing

3. Vrijwillige zorg lukt niet

  • cliënt weigert behandeling

  • geen inzicht in ziekte

4. Geen minder ingrijpend alternatief

  • eerst vrijwillige zorg proberen

  • ambulante hulp geprobeerd

5. Proportioneel en tijdelijk

  • zo licht mogelijk

  • zo kort mogelijk

🧠 Belangrijk verschil met Wzd

Wzd

Wvggz

dementie / verstandelijke beperking

psychiatrische stoornis

vaak langdurige zorg

soms crisis

nadruk op bescherming

nadruk op behandeling

🧠 SAMENVATTING

Onderdeel

Kern

Doel

verplichte GGZ bij gevaar

Doelgroep

psychische stoornis

Kernbegrip

ernstig nadeel

Crisismaatregel

spoed via burgemeester

Zorgmachtiging

via rechter

Voorwaarde

geen vrijwillige zorg mogelijk

🎯 EXAMENKERN

Wvggz = psychiatrie + gevaar + behandeling
2 procedures: crisismaatregel & zorgmachtiging
Alleen bij ernstig nadeel
Altijd eerst vrijwillige zorg proberen
Zo min mogelijk dwang

🧠 1 zin onthouden

👉 “Wvggz = verplichte psychiatrische zorg bij ernstig gevaar, via crisis of rechter”